Het klassieke gnosticisme

Gnosis, gnostiek en gnosticisme

Het esoterische christendom 

 

Gratis praktische thuiscursus

in het klassieke gnosticisme

 

Gnosticus Peter van Hooij

 

Arnhem, 23 november 2019

 

Dit is de nieuwe (uitgebreide) versie van de cursus. 

 

Gnosis (het diepere spirituele weten) heeft iets magisch; gnosis maakt het onkenbare kenbaar, het onzichtbare zichtbaar en het ontastbare tastbaar. Hier betreed je het betoverend mooie gnostische levenspad, dat leidt naar spirituele verlichting door de mystieke eenwording met God. Dit is een boeiende en diepgaande thuiscursus in het klassieke gnosticisme, oftewel het traditionele esoterische christendom. Door deze cursus ga je de hemelse gelukzaligheid ervaren, die het aardse lijden overstijgt. Voor iedereen die zoekt naar spirituele bezieling, blijvend geluk en de diepere zin van het leven. 

 

"Deze cursus volg je niet alleen voor jezelf. Je wordt een inspiratiebron voor velen." 

 

Veel mensen zijn geïnteresseerd in het gnosticisme. Men ging er echter vanuit dat het "oorspronkelijke" gnosticisme niet meer zou bestaan. Niets is minder waar. Dit is een cursus in het klassieke gnosticisme in de Grieks-christelijke traditie van de Paulicianen, dat door de eeuwen heen onafgebroken is doorgegeven. Het is een gratis leergang die belangeloos wordt overgedragen en die niet verbonden is aan een instituut of organisatie. Het Paulicianisme is er voor iedereen. In het Paulicianisme is iedereen gelijk; mannen en vrouwen, jong en oud, mentor en mentee. Het Paulicianisme kent geen verplichtingen en dogma's (opgelegde leefregels) en gaat uit van persoonlijke vrijheid en een persoonlijke invulling van het religieuze leven. Het Paulicianisme is geen religie van de massa, maar een hoogstpersoonlijke weg. Religie is hier geen kwestie van regels en wetten, maar van meditatie en wijsbegeerte. 

 

"Het Paulicianisme is de weg terug naar God. De weg terug naar God is de weg van liefde, vrede en compassie die Paulus ons wijst."

 

Deze cursus gaat over het klassieke gnosticisme van de Paulicianen en niet over het nieuwetijdse gnosticisme (new age christendom). Het grote verschil is dat het klassieke gnosticisme gebaseerd is op het Nieuwe Testament en door de eeuwen heen onafgebroken is doorgegeven, terwijl het nieuwetijdse gnosticisme gebaseerd is op de apocriefe geschriften (Nag Hammadi geschriften en andere codices) die kort geleden zijn gevonden. In deze cursus wordt uitgelegd waarom de apocriefe geschriften onbetrouwbaar zijn. Een ander groot verschil is dat het klassieke gnosticisme de traditionele hesuchia meditatie heeft, terwijl het nieuwetijdse gnosticisme geen eigen oefenmethode kent. Het klassieke gnosticisme, dat teruggaat tot de eerste eeuw van onze jaartelling, is in alle opzichten compleet anders dan het nieuwetijdse gnosticisme, dat sinds kort bestaat. Het nieuwetijdse gnosticisme is ontstaan vanuit de vooronderstelling dat het oorspronkelijke gnosticisme niet meer zou bestaan, waardoor er (met alle goede bedoelingen) een eigen draai aan werd gegeven, die ver afstaat van het echte gnosticisme. 

 

"Het klassieke gnosticisme is gebaseerd op het Nieuwe Testament. Het klassieke gnosticisme heeft echter een hele andere vertaling en interpretatie van het Nieuwe Testament dan de kerk. In het klassieke gnosticisme wordt het Oude Testament niet erkent als een heilig boek."  

 

Gnosticus Peter van Hooij is door ernstige ziekte en de ernstige gevolgen daarvan niet meer in staat om persoonlijke begeleiding te geven in het klassieke gnosticisme. Deze cursus is geschreven door Peter, op verzoek van zijn leerlingen, zodat zijn onderwijs zich voortzet. Het was aanvankelijk bedoelt als leerboek voor een selecte groep leerlingen achter gesloten deuren, maar wordt nu openbaar gemaakt, zodat iedereen deze inwijdingsweg kan volgen. Peter kende een aantal heftige tegenslagen in zijn leven, verloor al jong meerdere dierbaren aan de dood en had al eerder te maken met serieuze gezondheidsproblemen. In 2016 werd Peter op 44 jarige leeftijd ernstig ziek en raakte hij gehandicapt door een bindweefselaandoening. Hierdoor kreeg hij onder meer een zware hersenbloeding en herseninfarct. Ondanks het lijden en de beperkingen is hij zielsgelukkig. Daarom deelt hij het klassieke gnosticisme met jou, omdat hij graag wilt dat ook jij de hemelse gelukzaligheid zult gaan ervaren, die het aardse lijden overstijgt. 

 

"God is niet te vinden en niet te ervaren met de cognitieve denkgeest. God is te vinden en te ervaren in het spirituele geesteshart."

 

Deze cursus is anders dan de meeste andere spirituele boeken en cursussen. De meeste andere spirituele boeken en cursussen zijn psychologische zelfontwikkelingsprogramma’s in een spiritueel jasje, die weinig tot niets te maken hebben met werkelijke spiritualiteit. Deze psychologische programma’s leren je niet hoe je kunt leven vanuit de Godsvonk (het oorspronkelijke bewustzijn) in jezelf en hoe je om kunt gaan met het kwaad in de wereld. In deze cursus leer je te leven in het licht en hoe je het beste om kunt gaan met de duisternis.  

 

"Richt je op het licht van God, maar sluit je ogen niet voor de duisternis van Satan."

 

Onderwerpen die aan bod komen: heelheid en nondualiteit, Heilige Geest en Christus, God en Satan, schepping en evolutie, Jezusgebed en stiltemeditatie, heilige geschriften en heilige schriftlezing, bewustzijn en verlichting, zonde en genade, vergeving en verlossing, intimiteit en celibaat, beschermengel en engelen, hemel en hel, bezetenheid en bevrijding, vergankelijkheid en onsterfelijkheid, reïncarnatie en lotsgevolg (karma), intuïtie en gewaarwording, dromen en droomduiding, levenshouding en communicatie, aandacht en levenskwaliteit, welzijn en voedingsleer, euthanasie en orgaandonatie, rouw en verliesverwerking, en nog veel meer. 

 

"Peter van Hooij heeft mooie warme herinneringen aan de katholieke kerk, maar vond zijn spirituele weg in het klassieke gnosticisme. Hij bewandelde de weg van het katholicisme naar het boeddhisme en taoïsme tot het gnosticisme." 

 

Het Paulicianisme pretendeert niet de enige juiste weg te zijn. Er zijn meerdere spirituele wegen die je kunt bewandelen. Voor ieder wat wils. Kies de weg die het beste bij jou past. Als het klassieke gnosticisme bij jou past, dan is dit de weg voor jou. 

 

"De gnostici noemen de bron God. De Chan boeddhisten en taoïsten noemen de bron Tao. God en Tao; twee woorden voor één en hetzelfde." 

 

Informatie auteursrecht:

 

Welkom op de webpagina van gnosticus Peter van Hooij. Met dank aan Patera J.M. Sanders, voor zijn feedback en aanvullingen. 

 

Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan de auteur Peter van Hooij (auteurswet 1912). Het schrijfwerk van Peter van Hooij is auteursrechtelijk beschermd en op datum gedocumenteerd.

 

Citeren mag, maar altijd met bronvermelding: Peter van Hooij 

 

Je kunt de link naar deze webpagina op je social media plaatsen: https://gnosticisme.jouwweb.nl

 

Veel mensen zochten Peter op social media. Peter maakt zelf echter geen gebruik van social media. 

 

Peter heeft zijn emailadres offline gehaald, vanwege een overvolle emailbox door de vele positieve reacties. Je hebt geen emailcoaching nodig. Alles wat je nodig hebt staat in de cursus. 

 

Deze webpagina is ook beschikbaar als cursusboek in PDF bestand. Als je de tekst liever op papier leest, dan mag je het PDF bestand uitprinten. Dan heb je een prachtig tastbaar boek. Het PDF bestand wordt later op deze webpagina weergegeven.

 

Het spirituele weten:

 

Een gnosticus is een esoterisch christen. Het Griekse woord gnosis (γνῶσις) betekent "weten." Dit weten komt voort uit het spirituele inzicht en de eigen waarneming, die je krijgt door het volgen van de inwijdingsweg. Gnosis is het diepere spirituele weten. De gnostiek is de leer van de gnosis. Het gnosticisme is de religie die zowel de leer als de praktijk omvat om tot de gnosis te komen. Het gnosticisme vraagt niet aan de mens om iets klakkeloos voor waar aan te nemen, maar wijst juist een weg om het zelf te ervaren. Religie komt van het Latijnse woord religare (Grieks: pistis: πίστις), hetgeen "herverbinding" betekent. In het gnosticisme staat dit voor de herverbinding met de Godsvonk (het oorspronkelijke bewustzijn) in jezelf. In het gnosticisme staat religie dus niet voor geloof in de zin van een onwetende blinde overtuiging, maar juist voor het diepe wetende vertrouwen. "Geloof in God" betekent dan "heb vertrouwen in God." Door het gnosticisme krijg je een diep vertrouwen in de Godsvonk in jezelf, doordat je het oorspronkelijke bewustzijn in jezelf gaat ervaren. Het gnosticisme is ook bekend als het esoterische christendom. Het woord esoterie is afkomstig van het Griekse woord esoteriki (εσωτερική) en betekent "onzichtbaar," in de zin van "innerlijk." Het esoterische christendom is het innerlijke christendom. "Innerlijk" staat hier voor het naar binnen gericht zijn, voor de herverbinding met de Godsvonk in jezelf. Er bestaan verschillende gnostische stromingen. 

 

Deze cursus gaat over de leer en praktijk van het "oorspronkelijke" gnosticisme in de Grieks-christelijke traditie van de Paulicianen. Je leert alle wijsheden en vaardigheden van deze eeuwenoude traditie. 

 

De oorspronkelijke naam van het klassieke gnosticisme, in de Grieks-christelijke traditie van de Paulicianen, is het gnostische nondualisme (ολότης). De hesuchia meditatie (ἡσυχία) staat hierin centraal. 

 

Ben jij er klaar mee om veel geld uit te geven en veel tijd te besteden aan spirituele boeken en cursussen, om er vervolgens achter te komen dat je nog steeds geen antwoorden hebt op je spirituele levensvragen? Dat je nog steeds geen spirituele verzadiging hebt bereikt? En dat je nog steeds spiritueel zoekende bent? Dan zit je hier goed. Hier stopt het zoeken en begint het vinden. Je krijgt antwoord op al je spirituele levensvragen en je zult ervaren wat spirituele verzadiging is. Dit kost je niets en je hoeft er de deur niet voor uit. Je hoeft je nergens voor in te schrijven, je hoeft je nergens voor aan te melden en je hoeft je nergens bij aan te sluiten. 

 

Door deze cursus krijg je inzicht in het leven na de dood en het doel van dit aardse leven. Spiritualiteit in het dagelijks leven staat centraal; het leven in het hier en nu, vanuit de volle overgave aan God. Het zal je hele leven voorgoed veranderen in een gewijde ervaring vol liefde, vrede en compassie. 

 

Ontdek het ware geluk op de weg terug naar God. De enige spirituele leraar die jij hiervoor nodig hebt zit in jezelf: de Heilige Geest. De leerschool die jij hiervoor nodig hebt is het leven zelf. Deze cursus brengt jou in contact met de spirituele leraar in jezelf en helpt jou om je dagelijks leven als leerschool te gebruiken. 

 

Deze cursus is honderd procent praktijkgericht. Dus geen langdradige theorie waar je in de praktijk niets aan hebt, maar een korte en bondige uitleg. Er is namelijk een groot verschil tussen veel kennis hebben en wijs zijn. Bovendien is er een groot verschil tussen iets kennen en iets kunnen. Door de praktische oefeningen ga je ervaren wat er omschreven wordt en leer je hetgeen je geleerd hebt toe te passen in het dagelijks leven. Het omvat alles wat je nodig hebt om het klassieke gnosticisme te doorgronden en door het leven te gaan als gnosticus. 

 

Het klassieke gnosticisme is een spirituele bewustzijnstraining en levenskunst. Net als in elke kunst kom je niet tot resultaten zonder te oefenen. Niemand heeft ooit een kunst geleerd door er alleen maar over te lezen. Zo is het ook in het klassieke gnosticisme. De hesuchia meditatie (het stiltegebed) is de kern van deze praktische inwijding. 

 

Deze cursus is didactisch geschreven. Dit houdt in dat de belangrijkste zaken worden herhaald en dat er wordt verwezen naar aanverwante onderwerpen in de tekst. De kernpunten worden met dikke letters benadrukt. Het schrijven vanuit de eerste persoon (ik-vorm) wordt vermeden. Je wordt in de cursus persoonlijk toegesproken, alsof je persoonlijk één op één les krijgt. Deze didactische schrijfstijl vergemakkelijkt je leerproces. 

 

Welkom op het wonderschone levenspad van het klassieke gnosticisme. Het pad waarop je met elke stap steeds dieper geïnspireerd zult raken en waarmee jij velen zult inspireren. Het klassieke gnosticisme maakt het leven tot een fascinerend innerlijk avontuur. Het is de spirituele ontdekkingsreis van je ziel. Je wordt deelgenoot van de eeuwenoude traditie van het klassieke gnosticisme, die teruggaat tot de eerste eeuw van onze jaartelling en nog steeds een onuitputtelijke bruisende bron is van inspiratie. 

 

"Gods liefde opent je hart en werkt als balsem voor je ziel." 

 

De gnosticus:

 

Gnosticus Peter van Hooij (1972) is een ouderling in het Paulicianisme (het klassieke gnosticisme). Peter was katholiek en vertrouwd met de Rijnlandse mystiek en Ignatiaanse meditatie. Peter genoot langdurig onderwijs in de oosterse filosofie en meditatie van het Chan boeddhisme (het taoïstische boeddhisme) bij zijn Chinese leermeester Han Laoshi (Han Wei Min). Chan stamboom, Caodong school: de boeddhistische monnik Shi Heng Lin → Li Gen Sheng → Han Wei Min → Peter van Hooij. Peter was jarenlang werkzaam als boeddhistische meditatiedocent. Peter volgde de inwijdingsweg van het klassieke gnosticisme bij zijn geestelijke vader Patera J.M. Sanders. Daarnaast leerde Peter van hem het Koine Grieks; de oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament. Peter heeft ruime ervaring als ouderling (mentor en raadsman) in het persoonlijk begeleiden van mensen op de inwijdingsweg van het klassieke gnosticisme. Dankzij de thuiscursus die hij heeft geschreven is persoonlijke begeleiding niet meer nodig en kan iedereen genieten van deze prachtige gnostische stroming. Op deze webpagina deelt hij alle wijsheden en vaardigheden van het klassieke gnosticisme. 

 

Deze thuiscursus is geschreven door Peter, op verzoek van zijn leerlingen. Het was aanvankelijk bedoelt als leerboek voor een selecte groep leerlingen achter gesloten deuren, maar wordt nu openbaar gemaakt, zodat iedereen deze inwijdingsweg kan volgen. Peter deelt het klassieke gnosticisme met jou, omdat hij graag wilt dat ook jij de hemelse gelukzaligheid zult gaan ervaren, die het aardse lijden overstijgt. 

 

Peter en zijn geestelijke vader lezen het Nieuwe Testament zelf in het Koine Grieks. Peter heeft samen met zijn geestelijke vader de gebruikte citaten uit het Nieuwe Testament vertaald vanuit het Koine Grieks, zodat je inzicht krijgt in de oorspronkelijke tekst en betekenis. Tevens zijn de belangrijkste termen weergegeven in het Koine Grieks. 

 

Naast de spirituele wijsheden en vaardigheden wordt de informatie gegeven die belangrijk is om het geheel in de historische context te plaatsen en de verschillen aan te geven ter vergelijking.  

 

"Peter is een spirituele inspirator. Zijn thuiscursus is een praktische gids om tot de diepe spirituele beleving te komen, zodat wij ons allen kunnen laven aan de bron van liefde, vrede en compassie." Patera J.M. Sanders 

 

"Dit is precies waar ik naar op zoek was. Dit herken ik en voel ik. Nu is mijn geloof een weten. Spiritualiteit is ineens niet meer vaag, maar heel concreet en toepasbaar." Cursist 

 

Peter inspireert mensen als gnosticus, dichter en fluitist. Zijn spirituele poëzie en meditatieve muziek worden binnenkort gepubliceerd. 

 

Foto: Peter van Hooij

 

Voorwoord:

 

Dit is een thuiscursus in de eeuwenoude verloren gewaande traditie van het oorspronkelijke gnosticisme. 

 

Door deze cursus ga je de hemelse gelukzaligheid (makarios: μακάριος) ervaren, die het aardse lijden overstijgt. Voor iedereen die zoekt naar spirituele bezieling, blijvend geluk en de diepere zin van het leven. 

 

Deze cursus is honderd procent praktijkgericht. Dus geen langdradige theorie waar je in de praktijk niets aan hebt, maar een korte en bondige uitleg. Er is namelijk een groot verschil tussen veel kennis hebben en wijs zijn. Bovendien is er een groot verschil tussen iets kennen en iets kunnen. Door de praktische oefeningen ga je ervaren wat er omschreven wordt en leer je hetgeen je geleerd hebt toe te passen in het dagelijks leven. Het omvat alles wat je nodig hebt om het klassieke gnosticisme te doorgronden en door het leven te gaan als gnosticus. 

 

Een gnosticus is een esoterisch christen. Het Griekse woord gnosis (γνῶσις) betekent "weten." Dit weten komt voort uit het spirituele inzicht en de eigen waarneming, die je krijgt door het volgen van de inwijdingsweg. Gnosis is het diepere spirituele weten. De gnostiek is de leer van de gnosis. Het gnosticisme is de religie die zowel de leer als de praktijk omvat om tot de gnosis te komen. Het gnosticisme vraagt niet aan de mens om iets klakkeloos voor waar aan te nemen, maar wijst juist een weg om het zelf te ervaren. Religie komt van het Latijnse woord religare (Grieks: pistis: πίστις), hetgeen "herverbinding" betekent. In het gnosticisme staat dit voor de herverbinding met de Godsvonk (het oorspronkelijke bewustzijn) in jezelf. In het gnosticisme staat religie dus niet voor geloof in de zin van een onwetende blinde overtuiging, maar juist voor het diepe wetende vertrouwen. "Geloof in God" betekent dan "heb vertrouwen in God." Door het gnosticisme krijg je een diep vertrouwen in de Godsvonk in jezelf, doordat je het oorspronkelijke bewustzijn in jezelf gaat ervaren. Het gnosticisme is ook bekend als het esoterische christendom. Het woord esoterie is afkomstig van het Griekse woord esoteriki (εσωτερική) en betekent "onzichtbaar," in de zin van "innerlijk." Het esoterische christendom is het innerlijke christendom. "Innerlijk" staat hier voor het naar binnen gericht zijn, voor de herverbinding met de Godsvonk in jezelf. Er bestaan verschillende gnostische stromingen. Deze cursus gaat over de leer en praktijk van het "oorspronkelijke" gnosticisme in de Grieks-christelijke traditie van de Paulicianen. Je leert alle wijsheden en vaardigheden van deze eeuwenoude traditie. De oorspronkelijke naam van het klassieke gnosticisme is het gnostische nondualisme (ολότης). De hesuchia meditatie (ἡσυχία) staat hierin centraal. 

 

Door deze cursus krijg je inzicht in het leven na de dood en het doel van dit aardse leven. Spiritualiteit in het dagelijks leven staat centraal; het leven in het hier en nu, vanuit de volle overgave aan God. Het zal je hele leven voorgoed veranderen in een gewijde ervaring vol liefde, vrede en compassie. 

 

Ontdek het ware geluk op de weg terug naar God. De enige spirituele leraar die jij hiervoor nodig hebt zit in jezelf: de Heilige Geest. De leerschool die jij hiervoor nodig hebt is het leven zelf. Deze cursus brengt jou in contact met de spirituele leraar in jezelf en helpt jou om je dagelijks leven als leerschool te gebruiken. 

 

Deze cursus is anders dan andere spirituele boeken en cursussen. Andere spirituele boeken en cursussen zijn psychologische zelfontwikkelingsprogramma’s in een spiritueel jasje, die niets te maken hebben met werkelijke spiritualiteit. Deze psychologische programma’s leren je niet hoe je kunt leven vanuit de Godsvonk (het oorspronkelijke bewustzijn) in jezelf en hoe je om kunt gaan met het kwaad in de wereld. In deze cursus leer je te leven in het licht en hoe je het beste om kunt gaan met de duisternis.  

 

Deze cursus gaat over het Paulicianisme (het klassieke gnosticisme) in de Grieks-christelijke traditie en niet over het nieuwetijdse gnosticisme (new age christendom). Het grote verschil is dat het klassieke gnosticisme gebaseerd is op het Nieuwe Testament en door de eeuwen heen onafgebroken is doorgegeven, terwijl het nieuwetijdse gnosticisme gebaseerd is op de valse apocriefe geschriften (Nag Hammadi geschriften en andere codices) die kort geleden zijn gevonden (paragraaf 10). Een ander groot verschil is dat het klassieke gnosticisme de praktische oefenmethode heeft van het stiltegebed (de hesuchia meditatie), terwijl het nieuwetijdse gnosticisme geen eigen oefenmethode kent (paragraaf 26). 

 

Het Paulicianisme (het klassieke gnosticisme) is gebaseerd op het Nieuwe Testament. Het klassieke gnosticisme heeft echter een hele andere vertaling en interpretatie van het Nieuwe Testament dan de kerkelijke stromingen. 

 

Het grote verschil tussen het kerkelijke christendom en het esoterische christendom is dat het kerkelijke christendom meer naar buiten is gericht, terwijl het esoterische christendom meer naar binnen is gericht. Een ander groot verschil zit in de vertaling en interpretatie van de geschriften. Een goed voorbeeld hiervan zijn de laatste woorden van Jezus. Volgens alle kerkelijke vertalingen riep Jezus aan het kruis: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" Er staat echter: "Mijn God, Mijn God, wat hebt U zich op Mij verlaten." Mattheüs (27:46) Marcus (15:34) In de oorspronkelijke Griekse tekst staat er ook géén vraagteken achter. De kerkelijke vertalers hebben zich blind gestaard op de laatste twee woorden: "Mij verlaten." "Zich verlaten op" betekent: vertrouwen op, rekenen op en bouwen op. "Wat hebt U zich op Mij verlaten" betekent: "Wat heeft U een vertrouwen in Mij." Jezus liet hiermee weten dat God vertrouwen in Hem heeft en van Hem op aan kan. Alle gebruikte citaten in deze cursus zijn een authentieke vertaling van de oorspronkelijke Koine Griekse tekst van het Nieuwe Testament, die heel anders is dan de vertaling van de kerken (paragraaf 10). 

 

De geschriften van het Nieuwe Testament komen allen uit de eerste eeuw van onze jaartelling. Het klassieke gnosticisme legt de nadruk op de brieven van Paulus in het Nieuwe Testament. Het oudste (eerste) christelijke geschrift is de brief van Paulus aan de Galaten, die hij schreef in het jaar 48 van onze jaartelling, 15 jaar na het overlijden van de 33 jarige Jezus. 

 

De Paulicianen erkennen het Oude Testament (de judaïstische Tenach) niet als een heilig boek. De Paulicianen verwerpen het Oude Testament, omdat dit geen christelijk boek is en omdat het een boek is vol haat, wraak, geweld en discriminatie. Het Paulicianisme is gebaseerd op het Nieuwe Testament, wat het christelijke boek is dat gaat over liefde, vrede, compassie en gelijkwaardigheid. 

 

De Paulicianen stammen af van de Nazoreeërs uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, met Paulus van Tarsus als grondlegger in de eerste eeuw. Het Paulicianisme verspreidde zich in de zevende eeuw vanuit Griekenland over het Middellandse Zeegebied. De Paulicianen waren actief in Zuid-Europa, West-Azië en Noord-Afrika. Vanaf de zestiende eeuw waren de Paulicianen vooral aanwezig in Zuidoost-Europa. Inmiddels zijn de Paulicianen wereldwijd aanwezig. Patera J.M. Sanders bracht het Paulicianisme in de twintigste eeuw vanuit Griekenland naar Nederland.

 

Patera J.M. Sanders had een Nederlandse vader en een Griekse moeder, van wie hij een Grieks-orthodoxe opvoeding kreeg. Toen hij nog jong was emigreerde hij met zijn ouders naar Griekenland. Hij was in Griekenland langdurig verbonden aan de Grieks-orthodoxe kerk, totdat hij daar in aanraking kwam met het Paulicianisme (het klassieke gnosticisme). Hij keerde op late leeftijd terug naar Nederland en nam het klassieke gnosticisme met zich mee. Patera J.M. Sanders gaf jarenlang begeleiding aan Peter van Hooij en heeft hem ondersteund in het schrijfproces, door middel van zijn feedback en aanvullingen. 

 

De geheime traditie:

 

Er wordt vaak geheimzinnig gedaan over het gnosticisme. Er gaan verhalen de ronde over de geheime woorden van Jezus en geheime kennis. Dit is totale nonsens. Er bestaan spannende verhalen, beweringen, vooronderstellingen en complottheorieën, die niets met de waarheid te maken hebben. De enige reden waarom het gnosticisme en de overlevering hiervan verborgen (geheim) was is de vervolging door de kerk. 

 

De Paulicianen zijn christenen die niet verenigd zijn in een organisatie. Vroeger was dit om te voorkomen dat de kerk grip op hen zou krijgen tijdens de vervolging. Tegenwoordig is dit nog steeds zo, om te voorkomen dat het Paulicianisme wordt geïnstitutionaliseerd. Veel ouderlingen hebben contact via hun netwerk. Anderen zijn volledig zelfstandig actief. Hemelsbreed zijn we altijd samen. Peter van Hooij is niet meer aangesloten bij het netwerk en maakt het Paulicianisme openbaar toegankelijk voor iedereen. Hoe het Paulicianisme door de eeuwen heen is doorgegeven komt in de cursus aan bod (paragraaf 6). 

 

De stelling van de kerk is dat een christen alleen een ware christen is als die gelooft dat Jezus aan het kruis is gestorven voor onze zonden, werd begraven en op de derde dag is herrezen. Iedereen die daar anders over dacht werd voor ketter uitgemaakt en moest het met de marteldood bekopen. 

 

De geschiedenis van de vervolging door de kerk wordt in deze cursus niet aangehaald om de kerk en de kerkelijke christenen te schofferen. Het is functionele informatie die noodzakelijk is om uit te kunnen leggen waarom en waardoor het Paulicianisme een verborgen (geheime) stroming was. Zowel Peter van Hooij als Patera J.M. Sanders hebben mooie warme herinneringen aan de kerk. Vanuit de kerk wordt er door de kerkelijke christenen veel goeds gedaan in naam van Jezus Christus. Daar heeft elke gnosticus groot respect voor. Bovendien hebben de hedendaagse kerkelijke christenen deze geschiedenis niet veroorzaakt. Maar dat betekent niet dat we het niet mogen hebben over de geschiedenis en dat we deze geschiedenis moeten negeren. Er zijn grote verschillen tussen de Grieks-christelijke traditie van de Paulicianen en het judaïstische christendom van de kerk, maar hoe groot de visies ook verschillen; de Paulicianen respecteren te allen tijde andere religies, andere stromingen en andersgezinden. Toch wordt er door de kerk nog steeds heftig geageerd tegen het gnosticisme, omdat vanaf de eerste eeuwen tot op heden veel kerkleden zijn overgestapt naar het gnosticisme. Doordat mensen kozen voor het gnosticisme is de kerk niet alleen veel leden kwijtgeraakt; de kerk is ook veel leden misgelopen doordat mensen kozen voor het gnosticisme. Bovendien is het de kerk nooit gelukt om de gnostici te bekeren tot het kerkelijke christendom. Doordat mensen kozen voor het gnosticisme is de kerk veel macht en rijkdom kwijtgeraakt en misgelopen. Dit is de reden waarom de kerk de gnostici altijd heeft vervolgd. De kerk zag het gnosticisme als de grootste concurrent, die uitgeschakeld moest worden. De gnostici hebben nooit tot doel gehad om leden bij de kerk weg te halen of mensen bij de kerk weg te houden. De gnostici zijn daar nooit mee bezig geweest. Dit kwam niet voort uit het gnosticisme. Dit kwam voort uit de vrije keuze van de mensen. Een vrije keuze die door de kerk niet werd gerespecteerd en zwaar werd afgestraft. Want volgens de kerk was er maar één juiste weg en dat was de kerkelijke weg, die desnoods werd afgedwongen. 

 

Gnostici (esoterische christenen) werden eeuwenlang op een gewelddadige manier door de kerk en staat vervolgd, omdat hun leer niet in overeenstemming was en is met de kerkelijke leer en omdat de kerk veel leden is kwijtgeraakt en misgelopen, doordat veel mensen hebben gekozen en nog steeds kiezen voor het gnosticisme. De gnostici werden vervolgd door de Rooms-katholieke kerk en later ook door de Oosters-orthodoxe kerk. Daardoor was het gnosticisme eeuwenlang een verborgen stroming. Het Paulicianisme (het klassieke gnosticisme) heeft zijn wortels in de eerste eeuw van onze jaartelling en is door de eeuwen heen onafgebroken doorgegeven. Door de eeuwen heen kwamen de Paulicianen af en toe een periode in de openbaarheid, maar zij werden telkens weer genoodzaakt om ondergronds te gaan door de vervolging door de kerk. De Paulicianen verdedigden zichzelf, maar de krijgsmacht van de kerk was te groot. Honderdduizenden Paulicianen werden door de kerk onderdrukt, gemarteld en vermoord. De Paulicianen werden gestenigd, opgehangen, aan speren gespietst en levend verbrand. 

 

De kerkvaders hebben altijd negatief geschreven over de gnostische stromingen. Zo hebben de kerkvaders ook bewust een verkeerd beeld geschapen van de Paulicianen. Zo zouden de Paulicianen een radicale dualistische visie hebben, terwijl de Paulicianen nondualistisch waren en zijn. Volgens de kerkvaders zouden de Paulicianen in twee goden geloven, wat absoluut niet zo is. Bovendien zouden de Paulicianen een oorlogzuchtige groepering vormen die uit was op de vernietiging van de kerk, terwijl de Paulicianen altijd heel vredelievend zijn geweest en zich slechts verdedigden tegen de agressie van de kerk. De kerkvaders verzonnen absurde verhalen over de Paulicianen, met intens gemene leugens, om hun gewelddadige acties tegen de Paulicianen te vergoelijken. Eén van die verhalen is dat de Paulicianen de duivel als een god zouden aanbidden en het bloed van kinderen aan de duivel zouden offeren. Zo zijn er meer voorbeelden te geven van de bizarre valse beschuldigingen door de kerkvaders. 

 

De kerk heeft de Paulicianen in het verleden ook vals beschuldigd van antisemitisme, omdat de Paulicianen het Oude Testament (de judaïstische Tenach) niet erkennen als een heilig boek. Het gaat echter om de keuze tussen en de interpretatie van de bijbelse geschriften, hetgeen niets te maken heeft met de afkomst of etniciteit van mensen. In tegenstelling tot de kerk verwerpen de Paulicianen elke vorm van discriminatie. Er is ook geen sprake van antijudaïsme, want het Paulicianisme gaat uit van gelijkwaardigheid, ongeacht de religieuze of culturele achtergrond. Hoe groot de visies ook verschillen; de Paulicianen respecteren te allen tijde andere religies, andere stromingen en andersgezinden. 

 

Door de scheiding van kerk en staat en het verlies van de macht van de kerk "hoeft" het gnosticisme tegenwoordig niet meer verborgen (geheim) te zijn. Toch gaat de vervolging door de kerk nog steeds door. Zo waarschuwde Paus Franciscus in 2018 tegen het gnosticisme. Hij noemt het gnosticisme de vijand van de heiligheid en één van de ergste ideologieën. Dit komt voort uit het feit dat het gnosticisme er nog steeds is, ondanks de eeuwenlange vervolging door de kerk. Het gnosticisme groeit en bloeit tegenwoordig weer ten volle en zelfs meer dan ooit tevoren, terwijl de kerk steeds verder verwelkt. Daarom gaat de kerk door met het vervolgen van de gnostici. Gelukkig heeft de kerk tegenwoordig geen gezaghebbende functie meer en hebben wij godsdienstvrijheid. 

 

Er wordt over de Paulicianen geschreven in verleden tijd. Alsof het de kerk destijds gelukt is om de Paulicianen uit te roeien. De Paulicianen zijn echter nooit weggeweest. Door de historische gebeurtenissen zijn de Paulicianen, tot op de dag van vandaag, niet open over hun religie. Peter van Hooij doorbreekt het stilzwijgen (de geheimhouding), zodat het Paulicianisme openlijk beleden kan worden. Peter vindt dat deze prachtige religie toegankelijk moet zijn voor iedereen. Peter doet dit met instemming van zijn geestelijke vader. 

 

Doordat de Paulicianen er niet mee naar buiten treden en er niet over praten kan het zo maar zijn dat je buurman, collega en zelfs een familielid Pauliciaan is, zonder dat je dit weet en te weten komt. Paulicianen zijn overal en iedereen kan een Pauliciaan zijn. Jong en oud. Er zijn bekende artiesten en politici die de weg van het Paulicianisme volgen. Van hooggeplaatste functionarissen tot ambachtelijke werklieden. Paulicianen zijn overal. Dankzij deze cursus kan ook jij een Pauliciaan worden. 

 

De grondlegger Paulus:

 

Wie was Paulus van Tarsus? Was hij werkelijk de boeman die de kerk van hem heeft gemaakt? Als je de vertaling en interpretatie van de kerk leest, dan krijg je een beeld van Paulus als een intolerante fanaticus, die mensen veroordeelt en vrouwen achterstelt. Als je echter de juiste vertaling en interpretatie hanteert, dan komt de ware Paulus aan het licht; een liefdevolle man die gelijkwaardigheid voorstaat en verschillen overbrugt. In deze cursus leer je de ware Paulus kennen. Deze cursus staat van het begin tot het einde in het teken van Paulus; met name paragraaf 9. Paulus neemt je mee op reis, om de spirituele rijkdom van het Nieuwe Testament (opnieuw) te ontdekken. De vastgeroeste beeldvorming van de kerk verdwijnt; wat overblijft is een onuitputtelijke bruisende bron van inspiratie. 

 

Het schemergebied van de kerk

 

De kerk begeeft zich in het schemergebied tussen liefde en angst, tussen vrede en strijd, tussen compassie en destructie. Het Nieuwe Testament is het fundament van liefde, vrede en compassie, maar het Oude Testament is het fundament van angst, strijd en destructie. De kerk hanteert beide. Daardoor zitten zoveel kerkelijke christenen vaak in twijfelende tweestrijd. Daarom kiezen mensen voor het Paulicianisme. Mensen kiezen voor de liefde, vrede en compassie van het Paulicianisme en wenden zich af van de angst, strijd en destructie van de kerk. Dit heeft de kerk na al die eeuwen nog steeds niet begrepen. Gelukkig komt er ook nog liefde, vrede en compassie voort uit de kerk (paragraaf 3, 10 en 15). 

 

De verschillen tussen het Nieuwe Testament en het Oude Testament zijn enorm. Een goed voorbeeld hiervan is de vreedzame uitspraak van Jezus in vergelijking met de wraakzuchtige wet van Mozes. Jezus zei: "Als iemand u op de ene wang slaat, keer hem dan de andere toe." Mattheüs (5:39) Lucas (6:29) In de wet van Mozes staat: "Leven om leven, oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet." Deuteronomium (19:21). Paulus schreef: "Christus Jezus maakte een eind aan de wet van Mozes, want een ieder die gelooft zal rechtvaardigheid krijgen." Romeinen (10:4) Oog om oog, tand om tand, staat in de wet van Mozes, waar Jezus een eind aan heeft gemaakt, en geldt dus niet voor christenen. Maar ook dit heeft de kerk na al die eeuwen nog steeds niet begrepen, terwijl het meermalen heel duidelijk in het Nieuwe Testament wordt aangegeven. De boodschap van het Oude Testament is in tegenspraak met de boodschap van het Nieuwe Testament. 

 

De liefdevolle God waar Jezus over sprak kan onmogelijk dezelfde zijn als de jaloerse en wraakzuchtige heer van het Oude Testament (paragraaf 15). In het Paulicianisme is God geen persoonlijke en mannelijke God. God staat in het Paulicianisme voor het oorspronkelijke bewustzijn. God is onzijdig en onvergelijkbaar, maar wordt 'meestal' symbolisch als Vader aangesproken, omdat ontvangenis een vrouwelijke eigenschap is die wij nodig hebben om God in onszelf toe te laten. In deze symboliek wordt gewezen op de geestelijke ontvangenis. Hierin is ontvangenis een gemoedstoestand waarin iemand openstaat voor God. De enige reden waarom wij God met U aanspreken is omdat dit de respectvolle verhouding tot de Ene voor ons mensen toegankelijker en intenser maakt. De persoonlijke verhouding tot God is onze projectie op het onpersoonlijke. Deze projectie is voor ons belangrijk, om onze verhouding tot God te verduidelijken (paragraaf 14). 

 

Het christendom komt voort uit het judaïsme. Het christendom is ontstaan doordat Jezus van Nazareth het niet meer kon vinden in de judaïstische religie, daar afstand van nam en "Zijn eigen weg" ging. Jezus van Nazareth werd Jezus Christus. Dit geldt ook voor de weg van Paulus van Tarsus, de grondlegger van het Paulicianisme. Het Paulicianisme is ontstaan doordat Paulus het niet meer kon vinden in de judaïstische religie, daar afstand van nam en "De weg van Jezus" ging. Dit is te vergelijken met de weg van Boeddha. Het boeddhisme komt voort uit het hindoeïsme. Het boeddhisme is ontstaan doordat Siddhartha Gautama het niet meer kon vinden in de hindoeïstische religie, daar afstand van nam en "Zijn eigen weg" ging. Siddhartha Gautama werd Gautama Boeddha. 

 

De inwijding der Paulicianen:

 

Het klassieke gnosticisme is bekend als het Paulicianisme, als verwijzing naar Paulus van Tarsus, maar wordt door de gnostici zelf aangeduid als het gnostische nondualisme (olotisme). Het gnostische nondualisme is een monotheïstische religie die uitgaat van het zogeheten duaal-monisme. Hierin wordt de tijdelijke dualiteit onderkend, die wordt opgeheven door het bereiken van het nonduale bewustzijn. 

 

Het gebedsleven is de diepste kern van deze esoterische inwijding. Het is de spirituele essentie van de innerlijke pelgrim, die vanuit het stiltegebed (de hesuchia meditatie) zijn/haar levenspad bewandelt. Het pad naar meditatieve rust en gelukzalige vervulling. Het geeft inzicht in het leven na de dood en het doel van dit aardse leven. Spiritualiteit in het dagelijks leven staat centraal; het leven in het hier en nu, vanuit de volle overgave aan God. 

 

Het gnostische nondualisme maakt het leven tot een fascinerend innerlijk avontuur. Het is de spirituele ontdekkingsreis van je ziel. Je wordt deelgenoot van de eeuwenoude traditie van het klassieke gnosticisme, die teruggaat tot de eerste eeuw van onze jaartelling en nog steeds een onuitputtelijke bruisende bron is van inspiratie. 

 

Religie en wetenschap:

 

Bijzonder is dat het gnostische nondualisme niet in strijd is met de moderne wetenschappen. Het gnostische nondualisme kan heel goed hand in hand gaan met de moderne wetenschappen. Dit in tegenstelling tot het kerkelijke christendom en de meeste andere religies. Zo gaat het gnostische nondualisme bijvoorbeeld ook uit van een oerbegin en de evolutie. Dit is bijzonder omdat het gnostische nondualisme teruggaat tot de eerste eeuw van onze jaartelling, terwijl de moderne wetenschappen nog niet zolang bestaan. In de tijd dat men dacht dat de aarde plat was, had het gnostische nondualisme een hele andere visie. Het gnostische nondualisme was zijn tijd vele eeuwen vooruit. In de tijd dat de meeste religies de aarde zagen als middelpunt van de kosmos, was de visie van de gnostische nondualisten op de kosmos zeer omstreden. Het is in onze huidige tijd duidelijk dat de visie van de gnostische nondualisten overeenkomsten heeft met de visie van de moderne wetenschappen. Dit zie je vooral terug in het scheppingsverhaal volgens de gnostische nondualisten (paragraaf 15). 

 

Studie en training:

 

Het gnostische nondualisme is een spirituele bewustzijnstraining en levenskunst. Net als in elke kunst kom je niet tot resultaten zonder te oefenen. Niemand heeft ooit een kunst geleerd door er alleen maar over te lezen. Zo is het ook in het gnostische nondualisme. Het dagelijkse stiltegebed (de hesuchia meditatie) is de kern om tot nondualiteit te komen. De gebedsmeditatie in het gnostische nondualisme is heel anders dan het bidden zoals de meeste christenen dat hebben geleerd.

 

Het cursusboek:

 

Deze webpagina is ook beschikbaar als cursusboek in PDF bestand. Als je de tekst liever op papier leest, dan mag je het PDF bestand uitprinten. Klik op de onderstaande link voor het PDF bestand. 

 

Cursusboek.pdf

 

Je kunt er bij een copyshop een prachtig boekwerk van laten maken. Het PDF bestand opslaan op een USB stick en meenemen naar de copyshop. Enkelzijdig uit laten printen op A4 100 grams mat coated wit papier. De eerste en laatste pagina in kleur uit laten printen. Aan de voorzijde een doorzichtige matte kaft en aan de achterzijde een zwarte kaft toe laten voegen. Het geheel laten inbinden met een metalen ringband, waarbij je de pagina's volledig kunt omslaan. Schrijf deze aanwijzingen voor het printwerk even op, om mee te nemen naar de copyshop. Die maakt het dan meteen keurig in orde voor jou. Zo heb je voor enkele euro's een prachtig tastbaar cursusboek. 

 

De tekst is onderverdeeld in 43 paragrafen, zodat je de onderwerpen makkelijk kunt terugvinden in de tekst:

 

1. Inleiding   

2. De heelheid   

3. De nondualiteit   

4. De puurheid

5. De thuisstudie

6. Het onderwijs

7. De inwijdingsgraden

8. De bestemming 

9. De grondlegger

10. De geschriften

11. De interpretatie 

12. De Heilige Geest   

13. De Christus   

14. Het Godsbeeld   

15. De schepping   

16. De absoluutheid   

17. De mens   

18. De onsterfelijkheid   

19. De bevrijding   

20. Het herstel   

21. De intuïtie

22. De engelen   

23. De hemelen   

24. De waarnemer   

25. De aandachtstraining

26. Het stiltegebed   

27. Het Jezusgebed   

28. Andere gebeden   

29. De schriftlezing   

30. De Jezusvraag    

31. Het droomwerk  

32. Het gidswerk   

33. De levenshouding

34. De communicatie

35. De vergeving

36. Het welzijn

37. De voedingsleer

38. De weerbaarheid

39. Het levenseinde

40. De rouwverwerking

41. Het celibaat

42. Het leeradvies

43. Nawoord

 

1. Inleiding:

 

Het Griekse woord gnosis (γνῶσις) betekent "weten." Dit weten komt voort uit het spirituele inzicht en de eigen waarneming, die je krijgt door het volgen van de inwijdingsweg. Gnosis is het diepere spirituele weten. De gnostiek is de leer van de gnosis. Het gnosticisme is de religie die zowel de leer als de praktijk omvat om tot de gnosis te komen. Religie komt van het Latijnse woord religare (Grieks: pistis: πίστις), hetgeen "herverbinding" betekent. In het gnosticisme staat dit voor de herverbinding met de Godsvonk (het oorspronkelijke bewustzijn) in jezelf. Het gnosticisme is ook bekend als het esoterische christendom. Het woord esoterie is afkomstig van het Griekse woord esoteriki (εσωτερική) en betekent "onzichtbaar," in de zin van "innerlijk." Het esoterische christendom is het innerlijke christendom. "Innerlijk" staat hier voor het naar binnen gericht zijn, voor de herverbinding met de Godsvonk in jezelf. Er bestaan verschillende gnostische stromingen. Deze thuiscursus gaat over het klassieke gnosticisme in de Grieks-christelijke traditie. Het klassieke gnosticisme is bekend als het Paulicianisme, als verwijzing naar Paulus van Tarsus, maar wordt door de gnostici zelf het gnostische nondualisme genoemd (kortweg nondualisme). Het gnostische nondualisme wordt door de gnostici vaak aangeduid als "De weg." Dit als verwijzing naar de weg die Jezus is gegaan, de weg terug naar God, de weg naar Damascus waar Paulus verlichting ontving, en de inwijdingsweg van het gnostische nondualisme. Gnostische nondualisten zijn mensen van "De weg." Door deze cursus te volgen volg jij "De weg." Het gnostische nondualisme (ολότης) is een nieuwtestamentische stroming die door de eeuwen heen onafgebroken is doorgegeven. Het doel van het gnostische nondualisme is om te komen tot innerlijke nondualiteit te midden van onze duale wereld. Door het gnostische nondualisme krijgt inzicht in het leven na de dood en het doel van dit aardse leven. Je ontdekt de hemelse gelukzaligheid (makarios: μακάριος) op de weg terug naar God. 

 

Gnostici (esoterische christenen), waaronder de gnostische nondualisten, werden eeuwenlang op een gewelddadige manier door de kerk vervolgd. Daardoor was het gnosticisme (het esoterische christendom) eeuwenlang een verborgen stroming. Gelukkig "hoeft" het gnosticisme tegenwoordig niet meer verborgen (geheim) te zijn. De gnosticus (nondualist) Peter van Hooij (1972) maakt het traditionele vroegchristelijke gnosticisme openbaar toegankelijk voor iedereen. Peter volgde de inwijdingsweg van het gnostische nondualisme in de Grieks-christelijke traditie en bestudeerde het nieuwtestamentische Koine Grieks. Peter gaf jarenlang persoonlijke begeleiding aan mensen op deze inwijdingsweg en besloot vervolgens om te gaan schrijven over het gnostische nondualisme. Dankzij dit onderwijzende schrijfwerk is persoonlijke begeleiding niet meer nodig en kan iedereen genieten van deze prachtige gnostische stroming. Deze thuiscursus is een resultaat van de jarenlange begeleiding die Peter kreeg van zijn geestelijke vader Patera J.M. Sanders en zijn ruime ervaring als ouderling. Op deze webpagina deelt hij alle inzichten en oefeningen van het gnostische nondualisme, zodat iedereen die daar belangstelling voor heeft deze inwijdingsweg kan volgen. 

 

Het gnostische nondualisme is geen geloof of religie in de orthodoxe zin van het woord. Het gnostische nondualisme vraagt niet aan de mens om iets klakkeloos voor waar aan te nemen, maar wijst juist een weg om het zelf te ervaren. Een nondualist ervaart God. Deze ervaring wordt in het gnostische nondualisme bereikt door middel van de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡςυχύα). God is in het gnostische nondualisme geen persoonlijke God. God (Θεόσ) staat in het gnostische nondualisme voor het oorspronkelijke bewustzijn. Christus (Χριςτόσ) staat in het gnostische nondualisme voor het nonduale bewustzijn. Heilige Geest (Άγιοσ Πνεύματοσ) staat in het gnostische nondualisme voor het ontwaakte bewustzijn. Je hebt het bereiken van het ontwaakte bewustzijn nodig om tot het nonduale bewustzijn te komen. Je hebt het nonduale bewustzijn nodig om het oorspronkelijke bewustzijn te kunnen ervaren. Dit bewustzijn is zowel in jezelf als buiten jezelf. Het bereiken van deze bewustzijnsniveaus in jezelf is geen eigen verdienste, maar een geschenk van God, Christus en de Heilige Geest, die je ontvangt tijdens de hesuchia meditatie (het stiltegebed). In praktische zin wordt er uitgegaan van inzicht, beoefening en beleving. Je hebt het inzicht nodig voor de beoefening en je hebt de beoefening nodig voor de beleving. 

 

Deze inwijdingsweg leidt tot esoterische wijsheid, meditatieve vaardigheid en spirituele verzadiging. Het gaan van deze weg geeft een diepe innerlijke vrede en antwoord op al je spirituele levensvragen. Je krijgt inzicht in het leven na de dood en het doel van dit aardse leven. Spiritualiteit in het dagelijks leven staat centraal. Hierin ligt de focus niet alleen op het hiernamaals, maar ook en vooral op het hiernumaals; het leven in het hier en nu, vanuit de volle overgave aan God. Onderwerpen die aan bod komen: heelheid en nondualiteit, Heilige Geest en Christus, God en Satan, schepping en evolutie, Jezusgebed en stiltemeditatie, heilige geschriften en heilige schriftlezing, bewustzijn en verlichting, zonde en genade, vergeving en verlossing, intimiteit en celibaat, beschermengel en engelen, hemel en hel, bezetenheid en bevrijding, vergankelijkheid en onsterfelijkheid, reïncarnatie en lotsgevolg, intuïtie en gewaarwording, dromen en droomduiding, levenshouding en communicatie, aandacht en levenskwaliteit, welzijn en voedingsleer, euthanasie en orgaandonatie, rouw en verliesverwerking, en nog veel meer. 

 

Het gnostische nondualisme is een spirituele bewustzijnstraining en levenskunst. Net als in elke kunst kom je niet tot resultaten zonder te oefenen. Niemand heeft ooit een kunst geleerd door er alleen maar over te lezen. Zo is het ook in het gnostische nondualisme. De dagelijkse hesuchia meditatie (het stiltegebed) is de kern om tot nondualiteit te komen. 

 

2. De heelheid:

 

De inwijding in het gnostische nondualisme wordt de "inwijding der ouderlingen" genoemd. Dit wordt later op deze webpagina toegelicht (paragraaf 6). Het is een innerlijke inwijding tot nondualist (olotist). De oorspronkelijke naam van het gnostische nondualisme is het olotisme (de weg van de heelheid). Nondualiteit wordt in het Grieks aangeduid als olotis (ολότης), hetgeen "heelheid" betekent. Heelheid wijst hier op de afwezigheid van verdeeldheid. Dit is het klassieke gnosticisme uit de Grieks-christelijke traditie. Het gaat uit van het Nieuwe Testament (He Kaine Diatheke: Ἡ Καινὴ Διαθήκη). Belangrijk in deze gnostische stroming zijn de gebedsmeditatie (hesuchia: ἡσυχία) en de schriftmeditatie (theia anagnosis: θεία ανάγνωση). 

 

3. De nondualiteit:

 

Naast het gnostische nondualisme (olotisme) bestaan er wereldwijd diverse religieuze stromingen die gericht zijn op nondualiteit. De visie op nondualiteit kan hierin enorm verschillen. Het gnostische nondualisme is een monotheïstische religie die uitgaat van het zogeheten duaal-monisme. Hierin wordt de tijdelijke dualiteit onderkend, die wordt opgeheven door het bereiken van het nonduale bewustzijn. 

 

Het gnostische nondualisme gaat over liefde (agape: ἀγάπη), vrede (eirene: εἰρήνη) en compassie (splagchnizomai: σπλαγχνίζομαι). Het gnostische nondualisme leidt tot het bereiken en behouden van nondualiteit. Nondualiteit en dualiteit zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie van de dualiteit. Dualiteit is vol angst, strijd en destructie, maar nondualiteit is vol liefde, vrede en compassie. Nondualiteit kent geen tegenstelling. Waar liefde is kan geen angst zijn, waar vrede is geen strijd en waar compassie is geen destructie. Het gnostische nondualisme is de nonduale weg vol liefde, vrede en compassie.

 

Het gaat hier niet over de voorwaardelijke menselijke liefde, vrede en compassie (duaal), maar over de onvoorwaardelijke hemelse liefde, vrede en compassie (nonduaal). De voorwaardelijke menselijke liefde, vrede en compassie kunnen gepaard gaan met angst, strijd en destructie, die elkaar kunnen afwisselen en vergankelijk zijn. De onvoorwaardelijke hemelse liefde, vrede en compassie kennen geen angst, strijd en destructie en zijn continuerend en onvergankelijk. De menselijke liefde, vrede en compassie zijn verstoorbaar. De hemelse liefde, vrede en compassie zijn onverstoorbaar. 

 

Het doel van het gnostische nondualisme is om, door middel van de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία), te komen tot innerlijke nondualiteit te midden van onze duale wereld en om nondualiteit door te laten werken in heel je leven. De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 26). 

 

De kerkelijke stromingen zien Jezus als de 'goddelijke' verlosser, terwijl de gnostische stromingen Jezus zien als een 'menselijke' gnosticus. Er bestaan twee hoofdstromingen binnen het gnosticisme: het judaïstisch-christelijke gnosticisme en het Grieks-christelijke gnosticisme. Het grote verschil is dat het judaïstisch-christelijke gnosticisme (net als het kerkelijke christendom) uitgaat van het Oude en Nieuwe Testament, terwijl het Grieks-christelijke gnosticisme alleen uitgaat van het Nieuwe Testament. De Grieks-christelijke gnostici erkennen het Oude Testament (de judaïstische Tenach) niet als een heilig boek. Binnen deze twee hoofdstromingen zijn er aftakkingen, zoals het christelijke kabbalisme in het judaïstisch-christelijke gnosticisme en het gnostische nondualisme in het Grieks-christelijke gnosticisme. Het gaat hier om het gnostische nondualisme. 

 

Het gnostische nondualisme is gebaseerd op meerdere uitspraken van Jezus en Paulus uit het Nieuwe Testament, die wijzen op nondualiteit. Jezus zei: "Ik en de Vader zijn één." Johannes (10:30). Jezus zei: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien." Johannes (14:9) Jezus zei: "Op die dag zult u weten, dat Ik in Mijn Vader ben, en u in Mij, en Ik in u." Johannes (14:20) Jezus zei: "Opdat zij allen één zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn." Johannes (17:21) Jezus zei: "Opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn." Johannes (17:22) Jezus zei: "Opdat zij volmaakt zijn in één." Johannes (17:23) Paulus zei: "In Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij." Handelingen (17:28) Paulus schreef: "Dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben." 1 Korinthiërs (13:12) Paulus schreef: "Niet ik, maar Christus leeft in mij." Galaten (2:20) Paulus schreef: "Christus is in u, met de verwachting der zaligheid." Kolossenzen (1:27) Paulus schreef: "En als u één bent met Christus, dan bent u eveneens één met God." Kolossenzen (2:10) 

 

God is onzijdig en onvergelijkbaar, maar wordt 'meestal' symbolisch als Vader aangesproken, omdat ontvangenis een vrouwelijke eigenschap is die wij nodig hebben om God in onszelf toe te laten. In deze symboliek wordt gewezen op de geestelijke ontvangenis. Hierin is ontvangenis een gemoedstoestand waarin iemand openstaat voor God. De enige reden waarom wij God met U aanspreken is omdat dit de respectvolle verhouding tot de Ene voor ons mensen toegankelijker en intenser maakt. De persoonlijke verhouding tot God is onze projectie op het onpersoonlijke. Deze projectie is voor ons belangrijk, om onze verhouding tot God te verduidelijken (paragraaf 14). 

 

Het gnostische nondualisme is gericht op het opheffen van de afgescheidenheid van God. Het gaat om het realiseren van de eenheid met God, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd.

 

In nondualiteit kom je tot het spirituele (intuïtieve) weten (gnosis). Het beperkte rationele denken/de duale denkgeest (nous: νούς) verliest daarmee zijn superioriteit en je komt dan tot een onpersoonlijk en eindeloos bewustzijn (Godsvonk: Theos: Θεός). Het is een proces van desidentificatie van aardse egoverlangens, vanuit nederigheid ten opzichte van God. Vanuit de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn: Agios Pneumatos: Άγιος Πνεύματος) kom je tot de innerlijke Christus (het nonduale bewustzijn: Χριστός). Hierin overstijg je het rationele denken (nous: νούς) en wordt je bewust van je onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή), die een halve armlengte groter is dan het fysieke lichaam. Het aardse lichaam (soma: σῶμα) bestaat uit het grofstoffelijke (fysieke) en het fijnstoffelijke (astrale) lichaam. De ziel en de Godsvonk passen zich (net als het astrale lichaam) qua omvang aan op het fysieke lichaam (klein of groot), maar de intensiteit is altijd hetzelfde, ongeacht de omvang. Je ziel is een stralende ovaal van helder warm wit licht. De Godsvonk is een stralende bol van helder warm wit licht, binnen het ovaal. Mensen die leven vanuit hun hart stralen meer dan mensen die leven vanuit hun ego, bij wie het licht wordt gedempt. De onsterfelijke ziel (psyche: ψυχή) is verbonden met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα), die uitstraalt vanuit de emanatie (Christus: Χριστός) van de innerlijke goddelijke vonk (het oorspronkelijke bewustzijn: Theos: Θεός). Je ware Zijn (Godsvonk) is niet je denkgeest, maar de waarnemer achter je denken, die zich niet identificeert met het aardse bestaan. De herverbinding met het oorspronkelijke bewustzijn (God) vindt uitsluitend plaats via het nonduale bewustzijn (Christus), in en vanuit de zetel van de Godsvonk; de mystieke ruimte van je spirituele geesteshart (hartcentrum: kardia: καρδιά) in het midden van je borstkas. Dit is de wedergeboorte in God. De hereniging met de oneindige alomaanwezige bewustzijnsbron. De mystieke eenwording met God (mystiki enosi: μυστική ένωση). 

 

Leven in nondualiteit (nonduaal door het leven gaan) betekent niet dat jij geen afkeer tegen kwaadaardigheid mag hebben. Het is juist goed dat jij je afwend van het kwaadaardige. Dit is functioneel belangrijk. We leven nu eenmaal in een duale wereld. Je distantiëren van het kwaad draagt juist bij aan een leven in liefde, vrede en compassie voor iedereen. Je laat je niet meesleuren door het kwaadaardige en gaat daar dus zeker niet in mee. Je beantwoord het kwaad niet met het kwaad. Je roept het juist een halt toe, zodat de angst, strijd en destructie van het kwaad geen levens kan verwoesten. Hierdoor heeft iedereen de mogelijkheid om te leven in liefde, vrede en compassie. De hemelse liefde, vrede en compassie zijn door geen enkel kwaad verstoorbaar. Het kwaad (dualiteit) heeft geen vat op nondualiteit. En juist daardoor kan jij je distantiëren van het kwaad. 

 

4. De puurheid:

 

Het gnostische nondualisme is een traditionele inwijdingsweg die belangeloos wordt overgedragen. Voor het gnostische nondualisme heb je alleen het Nieuwe Testament nodig en deze webpagina. Het gnostische nondualisme dient geen commercieel doel. Spiritualiteit hoort zonder winstoogmerk te zijn. Zo blijft dit dicht bij waar Jezus voor staat en wat Hij heeft voorgeleefd. Jezus zei: "Pas op voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen, maar van binnen roofzuchtige wolven zijn." Mattheüs (7:15) Jezus maakt duidelijk dat je niet God kunt dienen én de mammon (afgod van hebzucht). Mattheüs (6:24) Lucas (16:13) Paulus schreef: "Luister naar de Heilige Geest. Er zijn mensen die zich laten bedriegen door schijnheilige oplichters, met een gevoelloos en afgestompt geweten. Zij luisteren naar deze slechte denkgeesten, met hun valse voorwendselen en duivelse leer." 1 Timotheüs (4:1-2) Paulus schreef: "Zij zien het woord van God als een manier om geld te verdienen. Houd u verre van zulke mensen." 1 Timotheüs (6:5) Paulus schreef: "Hebzucht is een wortel van alle kwaad." 1 Timotheüs (6:10) Het gnostische nondualisme is een gratis leergang, die je dankzij deze webpagina op je gemak thuis kunt volgen. 

 

In de traditie van het gnostische nondualisme is het koppelen van spiritualiteit aan commercialiteit niet zoals het hoort. Het christendom is er niet om geld aan te verdienen.

 

5. De thuisstudie:

 

De doorlopende studie en training bestaat uit:

 

1. Het dagelijks praktiseren van de aandachtstraining

2. Het dagelijks praktiseren van het stiltegebed

3. Het wekelijks bestuderen van het Nieuwe Testament,

volgens de methode van de heilige schriftlezing

4. Het toepassen van de Jezusvraag

5. Het regelmatig praktiseren van het droomwerk

6. Het regelmatig praktiseren van het gidswerk

7. Het herlezen van deze webpagina

 

Het stiltegebed en de schriftlezing zijn het belangrijkste voor de spirituele ontwikkeling (bewustzijnsgroei en zielsrijping). Een zaadje wordt niet meteen een bloeiende boom in je tuin, met de wortels stevig in de aarde en de takken reikend naar de hemel. Dat heeft tijd, aandacht, voeding en verzorging nodig. Zo heeft ook je spirituele groei tijd, aandacht, voeding en verzorging nodig, voordat je hier de spirituele rijpe vruchten van kunt plukken. Uiteindelijk wordt het een levenskunst die je het hele leven door blijft beoefenen. 

 

6. Het onderwijs:

 

In het gnostische nondualisme word je niet ingewijd door mensen, maar ontvang je een innerlijke inwijding van de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn). Het is geen rituele symbolische inwijding, maar een meditatieve ervaringsgerichte inwijding in liefde, vrede en compassie. Deze innerlijke inwijding wordt bewerkstelligd door de Heilige Geest tijdens de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία). De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 26). Wat de Heilige Geest doet, hoe dit in z'n werk gaat en waaraan je deze innerlijke inwijding herkent lees je in paragraaf 12 (De Heilige Geest). 

 

Van oudsher is het gnostische nondualisme een mondelinge traditie, die op een persoonlijke wijze één op één wordt overgedragen van ouderling (begeleider) op jongeling (navolger) of van ouderling op een select groepje jongelingen. Deze wijze van overdracht is gebaseerd op de overdracht van Jezus op de twaalf apostelen. Elke ouderling leidt een aantal jongelingen op tot ouderling, die op hun beurt ook weer ouderlingen opleiden, etcetera. Zo verspreidde en verspreid het gnostische nondualisme zich verder en verder. 

 

Paulus was niet de oprichter van de eerste kerkelijke gemeenten, zoals de kerk wilt doen laten geloven. In het gnostische nondualisme wordt de term 'kerk' ook gebruikt, maar in een totaal andere context dan die van de kerken. In de tijd dat het Nieuwe Testament werd geschreven bestond het 'instituut' kerk helemaal nog niet. De Griekse term voor kerk is kyriakos (κυριάκος), wat "van de Heer" (des Heere) betekent. In het gnostische nondualisme wordt hiermee bedoelt dat je met God als fundament van je bestaan je spirituele leven opbouwt. Je leven is dan van de Heer. De ziel is hierin de tempel die de Godsvonk draagt. Het is de ontmoeting met de Christus in jezelf. Dit hoeft niet in afzondering, maar kan binnen de gemeenschap (Grieks: ekklesia: ἐκκλησία). Met 'gemeenschap,' ook wel 'gemeente,' wordt wederom geen 'instituut' kerk bedoelt, maar 'de mensen met wie jij je leven deelt.' Hier een aantal uitspraken van Paulus uit het Nieuwe Testament die hierop wijzen: "Groet insgelijks de gemeenschap (ekklesia) bij hen aan huis." Romeinen (16:5) "U groeten de gemeenschappen (ekklesia) van Asia. Vele groeten in den Heere van Aquila en Prisca en van de gemeenschap (ekklesia) bij hen aan huis." 1 Korinthiërs (16:19-20) "Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeenschap (ekklesia) bij haar aan huis." Kolossenzen (4:15) "Aan Apfia, de zuster, aan Archippus, onze medeganger, en aan de gemeenschap (ekklesia) in uw huis." Filemon (2-3) 

 

Het gnostische nondualisme kent geen instituut (kerk, tempel, loge, orde of genootschap), geen hiërarchie en geen priesterkaste. Dat is iets wat mensen in andere stromingen ervan gemaakt hebben. Een nondualist wordt niet (zoals bij andere inwijdingswegen) ingewijd door mensen, maar ontvangt een innerlijke inwijding van de Heilige Geest, op weg naar de verwezenlijking van het Christusbewustzijn (de Christus in jezelf). De enige spirituele leraar die jij nodig hebt zit in jezelf: de Heilige Geest. De leerschool die jij nodig hebt is het leven zelf. Hoewel de kerk de Griekse term presbuteros (πρεσβύτερος) heeft vertaald als priester in de zin van ambtsdrager, betekent presbuteros "ouderling." In het gnostische nondualisme wordt iemand een ouderling genoemd als diegene het gnosticisme heeft doorgrond. Dit heeft niets met de aardse leeftijd te maken, maar wijst op de rijpheid van de ziel. Ouderlingen zijn vaak oude zielen die in vorige levens al met het gnostische nondualisme bezig zijn geweest. Voor hen is het gnostische nondualisme niet nieuw. Zij herkennen deze weg, voelen zich ermee vertrouwd en zetten de weg in dit leven voort. Dit wordt de palia gnosis (παλιά γνῶσις) genoemd, hetgeen het "oude weten" betekent. Sommige ouderlingen zijn al vrij van de cyclus van dood en hergeboorte, maar kiezen er bewust voor om te reïncarneren. Andere ouderlingen worden tijdens dit leven herenigd met God. Zo kan de ouderling het gnostische nondualisme onderwijzen en voorleven. Elke ouderling heeft daarin zijn/haar eigen unieke taak en zijn/haar eigen unieke invulling van die taak. Zo is het een taak om te laten zien dat de hemelse liefde de aardse benauwenis overstijgt, dat de hemelse vrede de aardse chaos overstijgt, dat het hemelse geluk het aardse lijden overstijgt en dat de hemelse rijkdom de aardse armoede overstijgt. De ene ouderling doet dit als manager, de andere ouderling als moeder, weer een ander als verpleger, nog een ander als vrijwilliger, maar bovenal als mens. De ouderling zal het gnostische nondualisme voorleven in heel het leven; zowel privé als in werk. Ouderlingen gebruiken elke levenssituatie om een voorbeeld te zijn voor anderen. Zo kan een ouderling bijvoorbeeld als zieke en gehandicapte een voorbeeld zijn voor anderen, door te laten zien dat het hemelse geluk het aardse lijden overstijgt. Ouderlingen zijn altijd ervaringsdeskundigen in pijn, verdriet en andere ellende. Juist daarin kunnen ze een voorbeeld zijn voor anderen. Ouderlingen brengen het hemelse licht in de aardse duisternis. Ouderlingen kiezen dus niet de makkelijkste weg en gebruiken hun eigen leven om anderen te inspireren. Zo zie je dat het onderwijs van ouderlingen veel verder gaat dan de overdracht op jongelingen. Bovendien is de overdracht van ouderling op jongeling door deze cursus niet meer nodig. Wat overblijft is het voorleven van liefde, vrede en compassie. Wij inspireren anderen door zelf te leven in liefde, vrede en compassie. Mannen en vrouwen zijn in het gnostische nondualisme gelijk. In het verleden werd een mannelijke ouderling aangesproken als patera (geestelijke vader: πατέρα) en een vrouwelijke ouderling als mitera (geestelijke moeder: μητέρα). In onze moderne tijd spreken we een ouderling gewoon aan met de voornaam. 

 

Een ouderling is een geestelijk begeleider (mentor). Een jongeling is een geestelijke navolger (volgeling). Een nieuwe jongeling wordt een bekeerling genoemd. In het gnostische nondualisme hebben we het over bekeren in de zin van 'omkeren/ terugkeren' (epistrepho: ἐπιστρέφω) van het egobewustzijn (Demiurg) naar het eenheidsbewustzijn (Christus), door het krijgen van het levensveranderend inzicht (metanoia: μετάνοια) in de illusie van de dualiteit. Een ouderling is onbaatzuchtig in het begeleiden van een jongeling, omdat deze voorbestemd is om de nondualistische weg te volgen. Hierin is de ouderling geen spirituele leraar, maar een medemens die vanuit gelijkwaardigheid de jongeling helpt om in contact te komen met de spirituele leraar in zichzelf (de Heilige Geest), op weg naar het eenheidsbewustzijn (Christusbewustzijn). Ouderlingen wijzen de weg van het hart, waarin iedereen gelijkwaardig is. Hoe rijp je ziel ook is, jij bent niets meer dan een ander, want wij hebben allemaal de Godsvonk in ons. 

 

De persoonlijke overdracht van ouderling op jongeling is tegenwoordig niet meer onmisbaar. Vroeger kon de overdracht alleen persoonlijk plaatsvinden van ouderling op jongeling en kon het niet openbaar worden gemaakt, omdat het verborgen moest blijven in verband met de vervolging door de kerk. Het enige wat op schrift werd gesteld zijn de aantekeningen die de jongeling maakte gedurende de begeleiding die hij/zij kreeg van zijn/haar ouderling. Zo zette het zich voort van generatie op generatie. Heden ten dage is deze geheime overdracht niet meer nodig. Deze webpagina omvat alle inzichten en oefeningen om de "inwijding der ouderlingen" te volgen. Je leert alles wat voorheen door een ouderling werd onderwezen. Als je op deze webpagina terecht bent gekomen en deze inwijdingsweg jou aanspreekt, dan ben je voorbestemd om deze weg te gaan. Je kunt deze weg solitair volgen of samen met iemand/anderen, met deze webpagina als leidraad. 

 

7. De inwijdingsgraden:

 

In het gnostische nondualisme word je niet ingewijd door mensen, maar ontvang je een innerlijke inwijding van de Heilige Geest (Agios Pneumatos: Άγιος Πνεύματος). Deze innerlijke inwijding wordt bewerkstelligd door de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn) tijdens de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία). De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 26). Wat de Heilige Geest doet, hoe dit in z'n werk gaat en waaraan je deze innerlijke inwijding herkent lees je in paragraaf 12 (De Heilige Geest). 

 

Het innerlijk ingewijd zijn wordt in het Grieks memuemai (μεμυημαι) genoemd, hetgeen "(ik ben) ingewijd" betekent. Dit wordt ook wel aangeduid als chortazo (χορτάζω), hetgeen "(ik ben) verzadigd" betekent. 

 

Door de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn) openbaren liefde, vrede en compassie zich als kwaliteiten te midden van de dualiteit. Dit is de 1ste graad van de inwijding. Door Christus (het nonduale bewustzijn) openbaren liefde, vrede en compassie zich als duaal oplossende kwaliteiten. Dit is de 2de graad van de inwijding. Door God (het oorspronkelijke bewustzijn) openbaren liefde, vrede en compassie zich als allesoverstijgende kwaliteiten. Dit is de 3de graad van de inwijding. Zowel de Heilige Geest als Christus en God zijn dus te herkennen aan liefde, vrede en compassie, die steeds sterker worden in jezelf en steeds dieper doorwerken. De Heilige Geest is het fundament van liefde, vrede en compassie. Christus is het wezenlijke van liefde, vrede en compassie. God is de vervulling van liefde, vrede en compassie. 

 

1ste graad inwijding:

"Bekeerling"

Ontwaakt bewustzijn

Gewaarzijn van liefde, vrede en compassie 

 

2de graad inwijding:

"Jongeling"

Nonduaal bewustzijn

Verzadiging door liefde, vrede en compassie 

 

3de graad inwijding:

"Ouderling"

Oorspronkelijk bewustzijn

Vervulling van liefde, vrede en compassie 

 

De 1ste graad is het voelen van liefde, vrede en compassie. De 2de graad is het toepassen van liefde, vrede en compassie. De 3de graad is het leven in liefde, vrede en compassie. Dit zijn geen hiërarchische gradaties, maar innerlijke peilpunten voor jezelf, waarmee je gedurende je inwijdingsweg zelf kunt bepalen in welke innerlijke inwijdingsfase je zit. 

 

Het gaat hier niet over de aardse liefde, maar over de intense hemelse zielsliefde van en voor God. Deze zielsliefde is uiteindelijk continu aanwezig door je toewijding aan God. Alleen door de Heilige Geest kan je komen tot Christus en alleen door Christus kan je komen tot God. De sleutel tot deze drie-éénheid is de hesuchia meditatie (het stiltegebed).

 

8. De bestemming:

 

Het gnostische nondualisme is er niet op uit om anderen te overtuigen; het dient van de mens zelf uit te gaan. Er wordt aan de mens op de nondualistische weg niet gevraagd om iets klakkeloos voor waar aan te nemen, maar juist om het zelf te ervaren. Het nondualisme gaat uit van persoonlijke vrijheid en een persoonlijke invulling van het religieuze leven. Het nondualisme is vrij van beperkende dogma's, hiërarchische structuren en uiterlijke autoriteiten. Hoe groot de visies ook verschillen; de nondualisten respecteren te allen tijde andere religies, andere stromingen en andersgezinden. Het nondualisme gaat over liefde, vrede en compassie. Het nondualisme pretendeert niet de enige juiste weg te zijn, maar een weg voor degenen die zich voorbestemd voelen om de nondualistische weg te volgen. Zich hiertoe geroepen voelen wordt het ervaren van de "hartstocht (philo: φῐλο) voor goddelijke wijsheid (sophia: σοφῐ́ᾱ)" genoemd. 

 

9. De grondlegger:

 

Het gnostische nondualisme (olotisme) wordt ook wel het Paulicianisme genoemd, als verwijzing naar de grondlegger Paulus van Tarsus. Het is ook bekend als het Paulinische gnosticisme en het Paulijnse mysticisme. De gnostische nondualisten (olotisten) worden ook wel Paulicianen genoemd. Het gnostische nondualisme wordt door de gnostici vaak aangeduid als "De weg." Dit als verwijzing naar de weg die Jezus is gegaan, de weg terug naar God, de weg naar Damascus waar Paulus verlichting ontving, en de inwijdingsweg van het gnostische nondualisme. Gnostische nondualisten zijn mensen van "De weg." 

 

De nieuwtestamentische brieven van Paulus vormen de rode draad in het gnostische nondualisme. De oorspronkelijke naam van Paulus was Saulus van Tarsus. Hij groeide op in de Grieks-Romeinse stad Tarsus, de hoofdstad van Cilicië, in het zuiden van het huidige Turkije. Hij was eerst een gewelddadige christenvervolger, maar hij liet zijn verleden achter zich en werd één van de meest toegewijde christenen in de geschiedenis. Hij is het grote voorbeeld van hoe Christus iemand kan transformeren. Bij Paulus werden zijn ogen en zijn hart geopend. Paulus was van oorsprong een farizeeër (judaïst), maar hij was sterk beïnvloed door de Griekse filosofie. Paulus bestudeerde het middenplatonisme. Het middenplatonisme heeft een grote invloed gehad op wat Paulus onderwees. Deze invloed vind je in al zijn brieven terug. De invloed van het middenplatonisme is duidelijk terug te vinden in het gnostische nondualisme. Paulus distantieerde zich net als Jezus van het judaïsme. Ondanks het feit dat Jezus zich had gedistantieerd van het judaïsme, bleven de eerste christenen zich vasthouden aan de judaïstische traditie, waardoor er gesproken werd over het judaïstische christendom. Paulus had net als Jezus een grote liefde voor de judaïstische mensen, maar hij had net als Jezus niets meer met de judaïstische religie. Paulus raakte geïnspireerd door de boodschap van Jezus en hij kwam in contact met de Christus in zichzelf. Paulus was beïnvloed door de Griekse filosofie, hij schreef zijn nieuwtestamentische brieven in het Koine Grieks (Koine: Κοινή) en hij was de eerste christelijke gnosticus in de Griekse cultuur. Paulus zorgde voor het helleniseren (vergrieksen) van het christendom. Hij is de grondlegger van het Grieks-christelijke gnosticisme. Paulus heeft Jezus zelf nooit gekend, maar hij begreep Jezus als geen ander. Paulus was een goede verstaander van de diepere boodschap van Jezus. Hij stelde de innerlijke gnosis boven elk uiterlijk gezag: "Strijd niet tegen het gezag van de overheid, maar weet dat er geen grotere eerbied is dan voor God. Geen enkele overheid is door God aangesteld." Romeinen (13:1) Dat Paulus de innerlijke gnosis boven elke uiterlijk gezag stelde wordt ook duidelijk in zijn brief aan Titus: "Herinner hen eraan dat het gezag van de overheid ondergeschikt is, indien zij bereid zijn het goede te doen." Titus (3:1) Paulus keerde zich af van het judaïstische christendom en hij waarschuwde tegen hun dwaalleer: "Ik herinner u eraan dat u, toen ik naar Macedonië reisde, door mij geroepen bent om in Efeze te blijven. Zo ook nu, om mensen daar te behoeden een dwaalleer te onderwijzen en zich te verdiepen in leugens en eindeloze stambomen. Die leiden af van de waarheid en belemmeren de vervulling van het goddelijke. Het doel is de liefde die voortkomt uit een rein hart, een zuiver geweten en een oprechte toewijding. Zij hebben zich daarvan afgewend. Zij zijn vervallen tot zinloos gepreek over de wet van Mozes, niet verstaande wat zij zo stellig onderwijzen." 1 Timotheüs (1:3-7) Paulus was een martelaar. Ondanks alle ontberingen en folteringen bleef Paulus trouw aan het verkondigen van 'het evangelie' (de goede boodschap). Hij kreeg in gevangenschap meerdere malen zware lijfstraffen. Hij onderging vijfmaal de veertig min één zweepslagen, driemaal stokslagen en eenmaal steniging. Handelingen (16:19-24) 2 Korinthiërs (11:23-28) Paulus stierf uiteindelijk in gevangenschap door onthoofding. 

 

Paulus sprak vier talen: Aramees, Hebreeuws, Latijn en Koine Grieks. Het hele Nieuwe Testament is geschreven in het Koine Grieks. Ook in de mondelinge traditie werd het Koine Grieks gebruikt, omdat het Koine Grieks destijds de gemeenschappelijke voertaal was waarmee men zich verstaanbaar kon maken aan alle mensen in alle gebieden waar de christelijke boodschap werd verkondigd (paragraaf 10). Wij kennen de christelijke boodschap in de eerste plaats als geschreven woord. Dat is niet altijd zo geweest. In de vroegste fase van het christendom bestonden er nog geen christelijke geschriften en werd de christelijke boodschap overgeleverd in een mondelinge traditie. De christelijke boodschap was iets dat werd verteld en gehoord. Zo luidt voortdurend de kenmerkende uitspraak van Jezus: "Wie oren heeft die hore." Ook voor Paulus was 'het evangelie' (de goede boodschap) in de eerste plaats een mondelinge verkondiging, die hij pas later op schrift zette. De christelijke boodschap begon dus als een mondelinge boodschap. 

 

Paulus haalt in zijn brieven een enkele keer het Oude Testament aan. Dit deed hij omdat hij zijn onderwijs altijd heeft aangepast aan wie hij voor zich had. Of het nu ging om een judaïst of een Griek; Paulus paste zich aan. Zo schrijft hij in zijn eerste brief aan de Korinthiërs: "Ik was niet één van hen, maar ik heb mijzelf aan allen dienstbaar gemaakt, opdat ik er meer voor Christus zou winnen. Bij de judaïsten was ik een judaïst, om hen voor de Heer te winnen. Bij deze mensen, die zich richten tot de wet van Mozes, heb ik geleefd volgens de wet van Mozes, opdat ik hen voor de Heer zou winnen. Bij de zwakken ben ik een zwakke geworden, om hen voor de Heer te winnen. Voor een ieder ben ik geworden als hen, opdat ik tenminste enkelen voor het heil van de Heer zou mogen winnen." 1 Korinthiërs (9:19-23) Paulus heeft het hier over de bekering van judaïsten tot christen. Er was in de stad Korinthe een synagoge. Paulus sprak aanvankelijk op elke sabbat in de synagoge en bekeerde zowel judaïsten als Grieken. Handelingen (18:4) Paulus vroeg de judaïsten om hun judaïstische traditie achter zich te laten, 1 Timotheüs (1:3-7) maar dat viel nog niet mee: Toen Silas en Timotheüs van Macedonië gekomen waren, wijdde Paulus zich geheel aan het verkondigen van Gods woord en betuigde de judaïsten, dat Jezus als Christus is. Toen zij zich tegen hem verzetten en hem lasterden, schudde hij het stof uit zijn kleding en zei tot hen: "Dit is uw eigen verantwoordelijkheid; ik sta daar buiten; vanaf nu zal ik mij geheel tot de heidenen wenden." Handelingen (18:5-6) In onder andere Handelingen (21:20-26) en Galaten (5:1-4) lezen we dat judaïsten die tot geloof in Christus kwamen, zich vast bleven houden aan de judaïstische traditie, dus zij bleven de judaïstische Tenach hanteren (wat vervolgens het christelijke Oude Testament werd) en zij gingen door met de besnijdenis, sabbat, spijswetten en judaïstische feesten. Dat Paulus zich aanpaste aan de judaïstische christenen blijkt ook uit zijn brief aan de Romeinen. (14:1-15:13) Hij noemt de heidense christenen de sterk gelovigen en de judaïstische christenen de zwak gelovigen, omdat zij zich vast bleven houden aan de judaïstische traditie. Maar hij vermeld er meteen bij dat de heidense christenen de leefwijze van de judaïstische christenen dienen te respecteren, omdat de judaïstische christenen anders hun christen zijn zouden kunnen verliezen. Hij maakt duidelijk dat de judaïstische christenen gerespecteerd dienen te worden in hun beleving van hoe zij God het beste kunnen dienen. En heel belangrijk; dat de heidense christenen zich aan dienen te passen aan de judaïstische christenen als de gelegenheid zich voordoet. Zo zet je bijvoorbeeld geen eten op tafel, dat door de judaïstische christenen als onrein wordt gezien. Juist hiermee laat de sterk gelovige zien dat het ware geloof losstaat van welke leefwijze dan ook. In die respectvolle ruimte kunnen de zwak gelovigen ook tot sterk gelovigen worden. De zwakken behoren de ruimte te krijgen, maar zij behoren de sterken niet te veroordelen om hun vrijheid en zij behoren niet te proberen om hun visie op te leggen aan de sterken, die juist afleid van het geloof dat vrijheid biedt. 

 

Paulus richtte zich voornamelijk tot de Grieken. Hij was uitstekend in de Griekse taal en filosofie. Paulus werd de "apostel der heidenen" genoemd. Heidenen wijst op de mensen van de heide; de bewoners van het land. De heidenen waren Griekse en Keltische (Galatische) paganisten (natuurvolkeren). Zowel de Grieken als de Kelten (Galaten) hebben een sterke invloed gehad op wat Paulus onderwees. Deze Kelten uit Galatië werden ook wel Gallo-Grieken genoemd. Galatië lag in Anatolië; een schiereiland in het uiterste westen van Azië, dat overeenkomt met het huidige Aziatische deel van Turkije. Zij kwamen oorspronkelijk uit Gallië, waar ze Galliërs werden genoemd. Gallië lag in het westelijke gebied van Europa, dat overeenkomt met het huidige Frankrijk, België, het westen van Zwitserland, en delen van Nederland en Duitsland ten westen van de Rijn. De eerste brief van Paulus was gericht aan deze Galaten (Kelten) en is het oudste christelijke geschrift dat er bestaat. In deze brief neemt Paulus nadrukkelijk afstand van de judaïstische traditie. Paulus was voornamelijk geïnspireerd door de Griekse filosofie, maar ook de invloed van de Kelten is tot op de dag van vandaag zichtbaar in de invulling van christelijke gedenkingen; die invulling komt overeen met de invulling van Keltische jaarfeesten. Zo zijn tijdens kerst onze verlichte en versierde kerstboom en kerststukjes (symboliek van verlichting) gebaseerd op de Keltische viering van de winterzonnewende en tijdens pasen onze paashaas en paaseieren (symboliek van vernieuwing) gebaseerd op de Keltische viering van het lentefeest. De winterzonnewende is de geboorte van Jezus. Het lentefeest is de opstanding van Jezus (paragraaf 13). Het grote verschil is dat er acht Keltische jaarfeesten bestaan, terwijl de gnostische nondualisten maar vijf christelijke gebeurtenissen gedenken: kerstmis (de geboorte van Jezus: de wedergeboorte van Christus in jezelf), goede vrijdag (de kruisiging van Jezus: het sterven van je oude zelf), pasen (de opstanding van Jezus: de opstanding van Christus in jezelf), hemelvaart (de overgang van Jezus naar de hemel: de herverbinding met de Godsvonk in jezelf) en pinksteren (het neerdalen van de Heilige Geest: het ontwaken van de Heilige Geest in jezelf). Na de gedenking van het innerlijke ontwaken van de Heilige Geest (pinksteren) volgt weer de gedenking van de wedergeboorte van de innerlijke Christus (kerstmis), etcetera. Je kunt denken: “Wat een rare volgorde,” maar in de visie van het gnostische nondualisme wordt deze volgorde als volgt vertaald: het begint bij de spirituele geboorte, dan komt het geestelijke sterven, dan herrijst het Christusbewustzijn, van daaruit kom je in contact met de Godsvonk in jezelf en dit alles dankzij het ontwaken van de Heilige Geest. Kerstmis en pasen krijgen veruit de meeste aandacht: de wedergeboorte van Christus in jezelf (kerstmis) en de opstanding van Christus in jezelf (pasen). De wedergeboorte is de bewustwording van Christus in jezelf. De opstanding is de verwezenlijking van Christus in jezelf (paragraaf 13). Paulus schreef: "En als u één bent met Christus, dan bent u eveneens één met God." Kolossenzen (2:10) 

 

De gnostische nondualisten (Paulicianen) stammen af van de Nazoreeërs (de afgezonderden) uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, vernoemd naar Jezus de Nazoreeër (paragraaf 13). Dit waren Grieks-christelijke gnostici, met een grote bewondering voor Paulus, hun grondlegger in de eerste eeuw. In het Nieuwe Testament staat dat de judaïstische rechtsgeleerde Tertullus over Paulus zei: "Wij hebben gemerkt dat deze man een ware bedreiging is. Iemand die overal rebellie veroorzaakt onder de judaïsten. Hij is de hoofdman van de Nazoreeërs." Handelingen (24:5) 

 

Paulus maakt echter duidelijk dat een oordeel van mensen hem niets uitmaakt, omdat hij vertrouwd op de gerechtigheid van God en het koninkrijk der hemelen. Hij vertrouwd op Gods toorn en de dag des oordeels. Gods toorn en de dag des oordeels zijn de prachtige symbolieken die erop wijzen dat God aan het licht brengt wat in de duisternis verborgen is en zal onthullen wat ons heimelijk beweegt. 1 Korinthiërs (4:2-5) Onze intentie (hetgeen wat ons heimelijk beweegt; onze diepste bedoeling) is allesbepalend, in zowel dit leven als het leven na dit leven. Dit wordt later op deze webpagina toegelicht (paragraaf 23). De dag des oordeels wijst op het einde (de eindtijd) van de geestelijke duale wereld, op het moment van de wederkomst van Christus in jezelf, wat van alle tijden is. Met Christus wordt het nonduale bewustzijn bedoeld. 

 

Gods oordeel wordt volgens de kerkelijke christenen gevolgd door straf, voor een ieder die weerbarstig is geweest. Het Griekse woord timoria (τῑμωρῐ́ᾱ) betekent straf. In het Nieuwe Testament wordt echter het Griekse woord kolasis (κόλασις) gebruikt, hetgeen "beteugeling" betekent, in de zin van 'onder controle brengen.' God straft niet. God (het oorspronkelijke bewustzijn) zorgt ervoor dat wij onze intenties onder controle krijgen en houden. Hij leidt ons hierin, zoals een goede vader betaamt. Dit is niet gericht op straf, maar op inkeer en herstel. Het komt voort uit Gods barmhartigheid (eleos: ἔλεος). 

 

Hoewel Paulus en zijn volgelingen de afgezonderden (Nazoreeërs) werden genoemd, omdat zij zich hadden afgescheiden van het judaïsme, omschrijft Paulus prachtig dat in Christus alle verschillen wegvallen: "Als u zich met Christus omkleed, dan is er geen onderscheid meer tussen Hebreeën en Grieken, dienaren en vrijen, mannen en vrouwen; u bent allen één met Christus Jezus." Galaten (3:28) 

 

Het werk van de duivel (paragraaf 15) manifesteerde zich destijds ook in de vorm van slavernij. Met de uitspraak in Galaten (3:28) keerde Paulus zich ook daartegen. Ook in zijn eerste brief aan Timotheüs keerde hij zich tegen slavernij en ander vormen van beestachtigheid: "Wetten zijn goed als ze worden toegepast op een manier die overeenkomt met wat God bedoeld heeft. Ze zijn er niet voor rechtvaardige mensen, maar voor gewetenloze en onreine mensen; voor heiligschenders, ontuchtplegers, slavenhandelaren en leugenaars die dingen doen die ingaan tegen de leer van het evangelie (de goede boodschap)." 1 Timotheüs (1:10) Jezus zei: "De Heer heeft Mij gestuurd om mensen die een gebroken hart hebben te helen. Om gevangenen te vertellen dat ze vrij zijn. Om bij blinde mensen de ogen te openen. Om slaven als vrije mensen weg te sturen." Lucas (4:18-19) 

 

Wat Paulus heeft geschreven over haardracht en hoofdbedekking in zijn eerste brief aan de Korinthiërs wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. 1 Korinthiërs (11:1-16) Wat bedoelde Paulus daarmee? Het antwoord op deze vraag ligt in de toenmalige cultuur. In de stad Korinte stond in die tijd een tempel die toegewijd was aan Aphrodite, de godin van de liefde. Die tempel was berucht vanwege de rituele prostitutie die daar plaatsvond. De vrouwen die dienden in de tempel hadden een kaalgeschoren hoofd. In de Korintische cultuur betekende het kaalgeschoren hoofd van een vrouw dus dat zij een tempelprostituee was. Paulus schreef dat een vrouw met een kaalgeknipt of geschoren hoofd zich moet bedekken, want een vrouw zonder haar was toen een schande. Hij wilde deze vrouwen ervoor behoeden om aan de schandpaal genageld te worden. Hij gaf tevens aan dat de prostitutie niet uit het vrouwelijke, maar uit het mannelijke wezen is ontstaan. Niet ter wille van de vrouw, maar ter wille van de man. Dit gaat dus over de afkeuring van Paulus van deze tempel, van wat daar plaatsvond en de negatieve rol daarin van de man, die daarmee niet naar het beeld en de openbaring van God is. Het gaat niet over de onderwerping van de vrouw aan de man, zoals de kerk het interpreteert. Sterker nog; in dezelfde passage heeft Paulus geschreven dat in de Heer het vrouwelijke niet zonder het mannelijke en het mannelijke niet zonder het vrouwelijke is, want het geheel is uit God, en gelijk de vrouw door de man is, zo is ook de man door de vrouw. Dit gaat dus over de gelijkheid van man en vrouw. 

 

Paulus schreef: "Volgens de wet mogen vrouwen niet praten over heiligheid. Zij moeten volgens de wet gehoorzaam blijven tegenover hun man. Als zij iets willen weten, moeten zij dat aan hun man vragen. Het is ongehoord als een vrouw tijdens de dienst spreekt. Is het woord van God van u uitgegaan? Of is het alleen tot u gekomen? 1 Korinthiërs (14:34-36) Paulus heeft het hier niet over de onderwerping van de vrouw aan de man, zoals de kerk het vertaald en interpreteert. Paulus levert hier juist commentaar op de wet, omdat de vrouwen volgens die wet niet gelijkwaardig zijn aan de man. Daar was Paulus het niet mee eens. Hij benoemd eerst de standpunten van de wet, om vervolgens te vragen wie de mannen dachten dat ze waren om te denken dat zij het alleenrecht hebben op Gods woord. 

 

Paulus heeft geschreven: "Laat een vrouw zich onderwijzen in stilte. Het is niet de bedoeling dat zij met het onderwijs wil heersen over de man. Laat haar bescheiden zijn. Adam was de eerste sterveling, daarna Eva. Laat de vrouw zich niet verleiden tot eigenzinnigheid, zoals de man heeft gedaan. Laat haar in liefde en geloof vruchtbaar zijn en laat haar een heilig leven leiden." Paulus heeft het hier niet over de onderwerping van de vrouw aan de man, zoals de kerk het vertaald en interpreteert. Dit gaat over het creëren van gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Paulus geeft aan dat dit in stilte moet gebeuren, omdat het destijds verboden was voor een vrouw om te studeren.

 

In de visie van het Grieks-christelijke scheppingsverhaal (paragraaf 15) was Adam de eerste zondaar. Het was Adam die Lucifer uit vrije wil als eerste volgde en hij was de eerste die spijt kreeg en terug wilde keren naar het hemelrijk. Adam werd als eerste gevangen in de stoffelijke wereld. Eva werd echter door Lucifer misleid tot zonde en kwam als tweede in het stof. In het stoffelijke evolueerden beide, door reïncarnatie, tot mens, met de mogelijkheid om bevrijd te worden uit het stoffelijke en terug te keren naar het hemelrijk. In Christus worden beide bevrijd van zonde (paragraaf 15 en 19). Als de kerk dit ook had begrepen, dan was de vrouw al die eeuwen niet onderdrukt geweest. 

 

Paulus heeft geschreven: "U vrouwen, wees aan uw mannen bescheiden gelijk in de Heer; want de man is deel aan de vrouw, gelijk ook Christus deel is van de gemeente. Christus is de behouder van de gemeente. Daarom, gelijk de gemeente behouden blijft door Christus, zo worden de vrouwen behouden door hun man. U mannen, heb uw eigen vrouw lief, gelijk ook Christus de gemeente liefheeft en zichzelf voor haar heeft gegeven; opdat Hij haar heiligen zou en haar gereinigd heeft met het levenswater van het woord; opdat Hij haar zalig zou voorstellen, een gemeente onbezoedeld, dat zij heilig zou zijn en onberispelijk. Laat de mannen hun eigen vrouw zo liefhebben, als hun eigen bloed. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die heeft zichzelf lief. Want niemand heeft ooit zijn eigen bloed gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heer de gemeente. Want wij zijn de ledematen van Christus. Daarom zal een man zijn ouders verlaten, en zal hij zijn vrouw ondersteunen, en zij tweeën zullen één worden. Deze verborgenheid is groot; maar ik zeg u, net als Christus en de gemeente, voor elk van u geldt dat een ieder van u zijn vrouw lief dient te hebben als zichzelf, en dat de vrouw respect dient te hebben voor haar man." Efeziërs (5:22-33) Paulus heeft het hier niet over de onderwerping van de vrouw aan de man, zoals de kerk het vertaald en interpreteert. Paulus schrijft "deze verborgenheid is groot," omdat destijds de gelijkheid van man en vrouw ondenkbaar was. Voor die tijd (jaar 61 van onze jaartelling) was wat Paulus schreef al heel wat. 

 

In de brieven van Paulus treffen we heel wat bewijzen aan dat hij vrouwen erkende en hoogachtte. Dankbaar getuigd Paulus in zijn brief aan de Romeinen van Aquila en Priska, een echtpaar waarmee hij persoonlijk nauwe omgang had, dat niet alleen Aquila maar ook zijn vrouw Priska voor zijn ziel hun eigen hals hadden gewaagd. Romeinen (16:3-4) Over veel van zijn christelijke zusters, in zijn brieven met name genoemd, schrijft Paulus met hartelijke en prijzende woorden. In zijn brief aan de Romeinen richt hij zijn groeten specifiek tot bepaalde vrouwen, die 'hard werken in de Heer.' Romeinen (16:12) Ook in zijn brief aan de Kolossenzen richt hij zijn groet tot een vrouw en 'haar' gemeenschap: "Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeenschap bij haar aan huis." Kolossenzen (4:15) Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de Korinthiërs: "Laat de man zijn vrouw geven wat haar toekomt en laat de vrouw hetzelfde doen ten opzichte van haar man." 1 Korinthiërs (7:3-4) Paulus schrijft in zijn brief aan de Galaten: "Als u zich met Christus omkleed, dan is er geen onderscheid meer tussen Hebreeën en Grieken, dienaren en vrijen, mannen en vrouwen; u bent allen één met Christus Jezus." Galaten (3:28) In verband met de vrouwen Euodia en Syntyche moedigd Paulus in zijn brief aan de Filippenzen de broeders in Filippi aan: "Blijf deze vrouwen bijstaan, die zich zijde aan zijde met mij hebben ingezet voor de goede boodschap." Filippenzen (4:3) In zijn eerste brief aan de Thessalonicenzen vergelijkt Paulus de wenselijke kwaliteiten van een christelijke herder met die van een zogende moeder. 1 Thessalonicenzen (2:7) Paulus schrijft in zijn eerste brief aan Timotheüs: "Kritiseer een oudere man niet streng. Integendeel, spreek hem respectvol toe als een vader, jongere mannen als broeders, oudere vrouwen als moeders, jongere vrouwen als zusters, met alle eerbaarheid." 1 Timotheüs (5:1-2) In zijn tweede brief aan Timotheüs erkend Paulus het voorbeeldige geloof van grootmoeder Loïs en moeder Eunike. 2 Timotheüs (1:5) 

 

De boodschap van Paulus is een boodschap van geloof, hoop en liefde. Met liefde als de grootste kracht. 1 Korinthiërs (13:1-13) Met geloof bedoelde Paulus geen onwetende blinde overtuiging, maar juist het diepe wetende vertrouwen in God. Met hoop bedoelde Paulus geen passieve wens, maar juist een actief verlangen naar God, dat wordt vervuld door de overgave en toewijding aan God. Het gebedsleven staat hierin centraal. Paulus was en is voor ons een geestelijk begeleider met een krachtige liefde. Paulus heeft het niet over de vergankelijke duale aardse liefde, maar over de onvergankelijke nonduale hemelse liefde. Dus niet over de voorwaardelijke menselijke liefde, maar over de onvoorwaardelijke goddelijke liefde. Meermalen getuigt Paulus in zijn brieven van de hemelse liefde. Het hooglied der liefde van Paulus is één van de bekendste passages uit het Nieuwe Testament. 

 

Het hooglied der liefde van Paulus. Paulus schreef: "Al kende ik alle woorden van alle talen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan galmende bekkens of een schallende cimbaal. Al kon ik alles voorzeggen en kende ik alle geheimen en al bezat ik alle kennis en had ik de kracht waarmee ik bergen kon verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik al mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al offerde ik mijn lichaam als een martelaar aan het vuur (al offerde ik mezelf op voor het hogere doel) – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten. De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, ze pronkt niet en doet niet gewichtig. Ze kwetst niet en is niet zelfzuchtig, ze wordt niet boos en verbitterd en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. In alles vindt ze geloof en hoop, alles verdraagt ze, in alles volhardt ze. De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, talen zullen verstommen, kennis verloren gaan – want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gestemd als een kind, overwoog ik als een kind; maar nu ik een volwassen man geworden ben, heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; maar de grootste van deze is de liefde." 1 Korinthiërs (13:1-13) 

 

Het leven van een gnostische nondualist is gericht op verlossing en de hereniging met God. Dit is geen kwestie van je zo goed mogelijk aan regels houden, zoals dat in het judaïstische christendom het geval is. Want dan word je niet verlost, maar slaaf van een systeem. Verlossing is juist een kwestie van vrijheid en gelukzaligheid. In zijn brief aan de Galaten legt Paulus uit dat verlossing begint met innerlijke bevrijding. Geen enkel systeem van regels kan ons verlossen. Verlossing is een geschenk van God. Het is de kracht van Gods genade (charis: χάρις). De brief aan de Galaten is het oudste (eerste) christelijke geschrift. Paulus schreef deze brief in het jaar 48 van onze jaartelling, 15 jaar na het overlijden van de 33 jarige Jezus. 

 

In zijn brief aan de Efeziërs licht Paulus de kracht van Gods genade toe: "Uit genade bent u zalig geworden. Dit is niet uw verdienste. Het is een geschenk van God. Dus niemand heeft de verlossing aan zichzelf te danken." Efeziërs (2:8-9) Verlossing komt niet voort uit je eigen wilskracht. Verlossing komt voort uit je overgave aan God. 

 

Paulus maakt onderscheid tussen de onbetrouwbare zondige aardse natuur van de mens, die voortkomt uit de Demiurg, en het betrouwbare heilige hemelse licht in de mens, dat voortkomt uit God (paragraaf 15 en 19). Vanuit het hemelse licht komt de verlossing van de aardse natuur (paragraaf 13, 17, 22 en 23). 

 

Het verhaal van Paulus wordt in het Nieuwe Testament beschreven in de handelingen der apostelen. Alle geschriften van het Nieuwe Testament komen uit de eerste eeuw van onze jaartelling. De oudste christelijke geschriften zijn de dertien Paulinische brieven van het Nieuwe Testament, halverwege de eerste eeuw. Ouder dan de vier evangeliën, de handelingen, de acht andere brieven en de openbaring. De nieuwtestamentische brieven van Paulus zijn: de brief aan de Romeinen (jaar 57), de eerste brief aan de Korinthiërs (jaar 55), de tweede brief aan de Korinthiërs (jaar 56), de brief aan de Galaten (jaar 48), de brief aan de Efeziërs (jaar 61), de brief aan de Filippenzen (jaar 58), de brief aan de Kolossenzen (jaar 58), de eerste brief aan de Thessalonicenzen (jaar 50), de tweede brief aan de Thessalonicenzen (jaar 50), de eerste brief aan Timotheüs (jaar 55), de tweede brief aan Timotheüs (jaar 61), de brief aan Titus (jaar 55) en de brief aan Filemon (jaar 58). 

 

"U (Paulus) kunt bij hen de ogen openen en hen bekeren van de duisternis tot het licht, van de macht van Satan tot God." Handelingen (26:18) 

 

Paulus maakt duidelijk dat je nooit moet proberen om iemand ergens van te overtuigen, want opgelegd inzicht is geen waarlijk inzicht. Paulus schreef: "Zorg ervoor dat u Gods woord op de juiste manier leert, uitlegt en toepast. Maar blijf verre van zinloze discussies. Want mensen die zich daarmee bezighouden, raken steeds verder van God verwijderd." 2 Timotheüs (2:15-16) 

 

Paulus schreef: "Wij zijn dienaren van Christus en beheerders van Gods geheimen." 1 Korinthiërs (4:1) 

 

Paulus wijst ons een weg naar de verzoening met God, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd. 

 

10. De geschriften:

 

Het gnostische nondualisme gaat terug tot de Grieks-christelijke gnostici (Nazoreeërs) uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, met Paulus van Tarsus als grondlegger in de eerste eeuw. Het gnostische nondualisme legt de nadruk op de brieven van Paulus in het Nieuwe Testament. 

 

Het Koine Grieks (Koine: Κοινή) is de taal waarin het Nieuwe Testament oorspronkelijk is geschreven. Koine betekent "gemeenschappelijk" (gemeenschappelijke taal). Het was vanaf de vierde eeuw voor onze jaartelling tot de vijftiende eeuw van onze jaartelling een officiële voertaal in het Middellandse Zeegebied. Het werd gesproken en geschreven in Zuid-Europa, West-Azië en Noord-Afrika. Het Koine Grieks was de taal die in handel en religie werd gebruikt door mensen met een verschillende taalachtergrond. Het is een zogeheten dode taal die niet meer wordt gebruikt als voertaal. Het wordt alleen nog gebruikt voor religieuze doeleinden. In deze cursus zijn de gebruikte citaten uit het Nieuwe Testament vertaald vanuit het Koine Grieks. Tevens zijn de belangrijkste termen weergegeven in het Koine Grieks. 

 

In deze cursus wordt er geen vertaling gebruikt van de kerken, omdat de kerken hun vertaling altijd volledig naar eigen hand hebben gezet, vol vertaalfouten en tekstmanipulaties, vanuit hun zucht naar macht en rijkdom. Waarom hebben de kerken de tekst gemanipuleerd? Omdat er destijds geen scheiding was van kerk en staat. De kerk was de overheid. De kerken pasten de tekst aan, om ervoor te zorgen dat de mensen de kerk zouden gehoorzamen en een (destijds verplicht) deel van hun geld zouden afdragen. Door middel van woord en daad werden de mensen onder de duim gehouden. De kerk had de staatsmacht en kon zo politieke invloed uitoefenen en materiële rijkdom vergaren. De mensen die geregeerd werden door angst moesten de kerk gehoorzamen, omdat zij anders door de kerk als ketter werden veroordeeld en zweepslagen kregen als straf. 

 

Twee voorbeelden:

1. Kerkelijke vertaling: "Een ieder moet de overheid gehoorzamen. Onderwerp u aan de overheid, want de overheid is door God ingesteld." Romeinen (13:1)

2. Authentieke vertaling: "Strijd niet tegen het gezag van de overheid, maar weet dat er geen grotere eerbied is dan voor God. Geen enkele overheid is door God aangesteld." Romeinen (13:1)

1. Kerkelijke vertaling: "Herinner hen eraan dat zij het gezag van de overheid moeten erkennen en gehoorzaam moeten zijn, bereid om altijd het goede te doen." Titus (3:1)

2. Authentieke vertaling: "Herinner hen eraan dat het gezag van de overheid ondergeschikt is, indien zij bereid zijn het goede te doen." Titus (3:1)

 

Naast de tekstmanipulaties is de vertaling van het Nieuwe Testament door de kerken ingekleurd vanuit het Oude Testament. De kerken hebben de boodschap van de kwaadaardige heer van het Oude Testament (paragraaf 15) door laten klinken in hun vertaling van het Nieuwe Testament. Deze boodschap van haat, wraak, geweld en discriminatie heeft de verwrongen vertaling van de kerken bepaald, die heel ver afstaat van de oorspronkelijke Griekse geschriften. Alle gebruikte citaten in deze cursus zijn een authentieke vertaling van de oorspronkelijke Koine Griekse tekst, die heel anders is dan de vertaling van de kerken. De vertaling van de kerken is niet alleen gemanipuleerd; het is ook géén directe vertaling. De kerken gebruiken een vertaling van een vertaling van een vertaling, waardoor er veel fouten ingeslopen zijn. 

 

Het gnostische nondualisme is gebaseerd op het Nieuwe Testament. De gnostische nondualisten erkennen het Oude Testament (de judaïstische Tenach) niet als een heilig boek. De gnostische nondualisten hanteren dus niet de bijbel, maar gebruiken het Nieuwe Testament als een opzichzelfstaand boek. Het is dus raadzaam om het Nieuwe Testament als een opzichzelfstaand boek (los van het Oude Testament) aan te schaffen, zonder toevoegingen uit het Oude Testament (Genesis en Psalmen). Als je het Nieuwe Testament leest, met in ogenschouw de verschillen uit deze cursus, dan zit je altijd goed. De belangrijkste verschillen zijn opgenomen in deze cursus. Alle citaten zijn weergegeven in de authentieke vertaling. 

 

Het christendom komt voort uit het judaïsme. Het christendom is ontstaan doordat Jezus het niet meer kon vinden in de judaïstische religie, daar afstand van nam en "Zijn eigen weg" ging. Dit geldt ook voor de weg van Paulus van Tarsus, de grondlegger van het gnostische nondualisme. Het gnostische nondualisme is ontstaan doordat Paulus het niet meer kon vinden in de judaïstische religie, daar afstand van nam en "De weg van Jezus" ging. De kerkelijke christenen zien het Nieuwe Testament als het vervolg op en de vervulling van het Oude Testament (de judaïstische Tenach). Zij gaan er vanuit dat het Nieuwe Testament voortkomt uit het Oude Testament en daar onlosmakelijk mee verbonden is, waarin Jezus wordt gezien als de verwachte judaïstische messias uit het Oude Testament. De gnostische nondualisten zien het Nieuwe Testament als een opzichzelfstaand boek, dat losstaat van het Oude Testament, omdat Jezus afstand had genomen van het judaïsme en daarmee ook afstand deed van de judaïstische Tenach. De kerkelijke christenen zien het christendom als de voortgang van of een aftakking van het judaïsme. De gnostische nondualisten zien het christendom als een totaal andere religie dan het judaïsme. 

 

Gnostische nondualisten spreken zelf niet over het Nieuwe Testament. Wij spreken over het "Testament." Wij noemen het niet het Tweede Testament ofwel het Nieuwe Testament, omdat dit automatisch verwijst naar het Eerste Testament ofwel het Oude Testament (de judaïstische Tenach), zoals de kerkelijke christenen het hanteren. Om misverstanden te voorkomen wordt het Testament in deze cursus gewoon het Nieuwe Testament genoemd, zoals de meeste mensen dit gewend zijn. Maar het Nieuwe Testament is voor de gnostische nondualisten het enige Testament. De Tenach is een totaal ander boek dan het Testament. Wij spreken dus niet over het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Wij spreken over de Tenach (Hebreeuws: תנ”ך) en het Testament (Grieks: Διαθήκη). 

 

In het gnostische nondualisme worden alleen de geschriften van het Nieuwe Testament erkend als het heilige schrift. Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 zorgvuldig geselecteerde geschriften uit de eerste eeuw van onze jaartelling, die in de vierde eeuw werden gebundeld tot het Nieuwe Testament, zoals wij het nu kennen. 

 

De gnostische nondualisten hadden en hebben een hele andere interpretatie van het Nieuwe Testament dan de kerkelijke christenen. 

 

De geschriften van het Nieuwe Testament zijn: het evangelie volgens Mattheüs, het evangelie volgens Marcus, het evangelie volgens Lucas, het evangelie volgens Johannes, de handelingen der apostelen, de brief aan de Romeinen, de eerste brief aan de Korinthiërs, de tweede brief aan de Korinthiërs, de brief aan de Galaten, de brief aan de Efeziërs, de brief aan de Filippenzen, de brief aan de Kolossenzen, de eerste brief aan de Thessalonicenzen, de tweede brief aan de Thessalonicenzen, de eerste brief aan Timotheüs, de tweede brief aan Timotheüs, de brief aan Titus, de brief aan Filemon, de brief aan de Hebreeën, de brief van Jacobus, de eerste brief van Petrus, de tweede brief van Petrus, de eerste brief van Johannes, de tweede brief van Johannes, de derde brief van Johannes, de brief van Judas en de openbaring van Johannes.

 

De heilige geschriften lezen wij volgens de methode van de heilige schriftlezing (theia anagnosis: θεία ανάγνωση). Deze wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 29). 

 

In het gnostische nondualisme worden de christelijke apocriefe geschriften (Nag Hammadi geschriften en andere codices; Tchacos codex, Berolinensis codex, Askewianes codex en Brucianus codex), die kort geleden zijn gevonden, niet erkend als het heilige schrift. De inhoud van de apocriefe geschriften is in tegenspraak met de inhoud van de canonieke geschriften van het Nieuwe Testament.

 

De apocriefe geschriften werden in de eerste eeuwen geschreven als verzet tegen de onderdrukking van de kerk, om het gezag van de kerk te ondermijnen. In het gnostische nondualisme is er van het begin af aan gewaarschuwd dat er valse geschriften in omloop waren. Deze waarschuwing is door de vondst van de apocriefe geschriften weer heel actueel geworden. De kerk heeft in de eerste eeuwen de heilige geschriften zeer nauwkeurig gescheiden van de valse geschriften. Hier hebben de gnostische nondualisten ook hun vruchten van kunnen plukken. 

 

Een voorbeeld van zo'n geschrift is het afschuwelijke en onzinnige kindheidsevangelie volgens Thomas (niet te verwarren met het Thomas evangelie) uit de Nag Hammadi geschriften, dat zogenaamd gaat over de kindertijd van Jezus van Nazareth, waarin Jezus wordt beschreven als een driftig, wreed en gemeen kind dat volwassenen en andere kinderen blind maakt, verminkt en vermoord. De apocriefe geschriften zijn terecht nooit opgenomen in het Nieuwe Testament.

 

Er zijn ook elf apocriefe geschriften waarin Paulus het centrale figuur is: de gnostische openbaring van Paulus, het gebed van de apostel Paulus, de brief van de Korinthiërs aan Paulus, de derde brief van Paulus aan de Korinthiërs, de derde brief aan de Thessalonicenzen, de brief aan de Laodicenzen, de brief aan de Alexandrijnen, de brief aan de Ioniërs, de handelingen van Paulus en Thekla, de briefwisseling tussen Paulus en Seneca en het martelaarschap van Paulus. Paulus en het Paulicianisme hebben hier echter niets mee te maken en ze zijn niet in overeenstemming met de handelingen der apostelen en de brieven van Paulus uit het Nieuwe Testament. Dus ook deze worden in het gnostische nondualisme niet erkend als heilige geschriften.

 

Het bekendste apocriefe geschrift is het evangelie volgens Thomas (het Thomas evangelie). Ook het evangelie volgens Thomas wordt in het gnostische nondualisme niet erkend als een heilig geschrift. Het evangelie volgens Thomas is een apocrief geschrift dat overduidelijk gebaseerd is op de canonieke geschriften van het Nieuwe Testament. Griekse tekstfragmenten (gevonden stukken van een Griekse grondtekst) wijzen erop dat het evangelie volgens Thomas uit de derde eeuw komt. De Koptische tekst, zoals wij het nu kennen, komt uit de vierde eeuw. De canonieke geschriften van het Nieuwe Testament komen allen uit de eerste eeuw en zijn dus veel ouder. Veel van wat er in het evangelie volgens Thomas staat is terug te vinden in de canonieke geschriften. Opvallend hierin is echter dat de citaten uit het Nieuwe Testament dusdanig vervormd zijn, dat deze niet meer in overeenstemming zijn met het Nieuwe Testament. 

 

Een goed voorbeeld hiervan is "het verhaal van het verloren schaap." Het verhaal van het verloren schaap is een prachtig metafoor over hoeveel God van Zijn kinderen houdt.

 

We beginnen met de versie van het Nieuwe Testament, uit het evangelie volgens Mattheüs en het evangelie volgens Lucas.

 

Jezus zei: "Stel dat iemand honderd schapen heeft, en één schaap loopt bij de kudde weg. Zal hij dan niet de negenennegentig schapen op de berg achterlaten om het weggelopen schaap te gaan zoeken? Als hij het dan vindt, dan zal hij veel blijer zijn over dat ene schaap dat hij weer heeft gevonden, dan over de negenennegentig schapen die niet waren weggelopen. Zo wil ook uw hemelse Vader niet dat ook maar één van Zijn kinderen verloren gaat." Mattheüs (18:12-14) 

 

Jezus zei: "Wanneer iemand honderd schapen heeft en er één verloren raakt, laat hij dan niet de negenennegentig in de woestijn achter om op zoek te gaan naar het verlorene, totdat hij het vindt? En als hij het vindt legt hij het vol vreugde op zijn schouders, gaat naar huis; roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt tegen hen: Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap dat verloren was geraakt gevonden. Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen inkeer nodig hebben." Lucas (15:3-7) 

 

De versie van het Nieuwe Testament verschilt in beide evangeliën lichtelijk van elkaar, doordat de christelijke boodschap in de eerste instantie een mondelinge boodschap was. Zoals bij elk verhaal dat wordt doorverteld ligt het bij iedereen net even anders in de herinnering, waardoor een specifiek deel van het verhaal meer naar voren komt; maar in essentie zijn ze exact hetzelfde, met dezelfde boodschap. Beide passages kloppen. Wanneer je beide passages samenvoegt, heb je het complete verhaal zoals Jezus het heeft verteld: 

 

"Stel dat iemand honderd schapen heeft, en één schaap loopt bij de kudde weg. Zal hij dan niet de negenennegentig schapen op de berg in de woestijn achterlaten om het weggelopen schaap te gaan zoeken? Als hij het dan vindt, dan zal hij veel blijer zijn over dat ene schaap dat hij weer heeft gevonden, dan over de negenennegentig schapen die niet waren weggelopen. Hij legt het gevonden schaap vol vreugde op zijn schouders, gaat naar huis; roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt tegen hen: Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap dat verloren was geraakt gevonden. Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen inkeer nodig hebben. Uw hemelse Vader wil niet dat ook maar één van Zijn kinderen verloren gaat." 

 

Daarom lezen we het Nieuwe Testament als "één geheel" en niet als los van elkaar staande geschriften. Het is één verhaal en niet meerdere verhaaltjes. Het is één en hetzelfde verhaal, vanuit verschillende oogpunten bekeken. 

 

De versie uit het evangelie volgens Thomas is een veranderde versie, met een andere uitkomst. Jezus zei: "Het koninkrijk is als een herder die honderd schapen had. Een van hen, de grootste, liep weg. Hij liet de negenennegentig achter en zocht dat ene tot hij het vond. Nadat hij al die moeite had gedaan zei hij tegen het schaap: ik houd meer van jou dan van die negenennegentig." Thomas (107) 

 

In de versie van het Nieuwe Testament gaat het in beide gevallen over hoeveel God van 'al' Zijn kinderen houdt en dat ook de verdwaalde kinderen het hemelrijk weer zullen vinden en daar liefdevol en vreugdevol ontvangen worden. Al de kinderen van God zijn dus welkom; zowel de kinderen die niet verdwaald zijn als de kinderen die wel verdwaald zijn. God heeft al Zijn kinderen even lief en net als elke goede vader is Hij verheugd als een kind weer thuiskomt. In het evangelie volgens Thomas is dit precies andersom; de gevonden eenling wordt geprezen, terwijl de rest van de kinderen worden tekortgedaan. Wat er bedoelt wordt met 'verdwaald zijn' lees je in paragraaf 20.

 

De verschillen in het verhaal van het verloren schaap op een rij:

1. Mattheüs: "Zo wil ook uw hemelse Vader niet dat ook maar één van Zijn kinderen verloren gaat."

2. Lucas: "Zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen inkeer nodig hebben."

3. Thomas: "Nadat hij al die moeite had gedaan zei hij tegen het schaap: ik houd meer van jou dan van die negenennegentig."

 

Kijk ook naar "het verhaal van de verloren zoon" (paragraaf 16). 

 

Het evangelie volgens Thomas is exclusivistisch: alleen de "uitverkoren eenlingen" zullen het koninkrijk vinden. Jezus zei: "Ik zal u uitkiezen, één uit duizend en twee uit tienduizend en zij zullen staan als eenling." Thomas (23) Jezus zei: “Zalig bent u, eenlingen, uitverkorenen, omdat u het koninkrijk zult vinden. Daar komt u vandaan en naar Hem zult u terugkeren." Thomas (49) Dit is fundamenteel anders dan het Nieuwe Testament, dat duidelijk inclusivistisch is.

 

Er worden vaak conclusies getrokken aan de hand van de apocriefe geschriften die kant nog wal raken. Zo zou in het evangelie volgens Filippus erop gewezen worden dat Jezus en Maria Magdalena getrouwd waren. Er wordt echter gewezen op een hechte band. Dat zegt niets over een eventuele intieme relatie en het is niet het beeld dat andere apocriefe geschriften geven. Er zijn ook apocriefe geschriften waarin aan andere volgelingen een bijzondere band met Jezus wordt toegeschreven. In bijvoorbeeld het evangelie volgens Judas is dat Judas Iskariot. De personen waar de geschriften naar vernoemd zijn hebben een hele andere rol in het Nieuwe Testament dan die hen wordt toebedeelt in de apocriefe geschriften.

 

Er wordt vaak een onvolledig en verkeerd beeld geschetst van de inhoud van de apocriefe geschriften. Zo wordt Maria Magdalena positief naar voren geschoven, vanuit bijvoorbeeld het evangelie volgens Maria Magdalena. Wat er echter niet bij wordt verteld is dat er in de apocriefe geschriften zeer vrouwonvriendelijke uitspraken staan over Maria Magdalena, bijvoorbeeld in het dialoog met de Verlosser. De apocriefe geschriften spreken elkaar veelvuldig tegen en zijn vaak niet te rijmen met elkaar. Er wordt soms gedaan alsof de apocriefe geschriften zaligmakend zijn. Alle aantoonbare tegenstrijdigheden, onjuistheden en onzinnigheden worden gemakshalve genegeerd. 

 

Er zou een heel boek geschreven kunnen worden over alles wat er niet klopt aan de apocriefe geschriften en over alles wat er niet klopt aan wat daarvan gemaakt wordt. Maar het moge nu duidelijk zijn dat de apocriefe geschriften onbetrouwbaar zijn.

 

11. De interpretatie:

 

Helaas werd en wordt de boodschap van Jezus door veel (christelijke) mensen verkeerd geïnterpreteerd door alles letterlijk te nemen. Een voorbeeld is dat Jezus niet letterlijk over het water liep (Matteüs 14:24-32), maar dat dit symbolisch aanduid dat hij hielp en helpt wanneer je in emotionele nood verkeerd in de lucide levenscyclus, door met liefde de angst weg te nemen en je vertrouwen te geven in het hemelse licht tijdens de aardse duisternis. Er zijn vele verkeerde interpretaties van het heilige schrift vanuit het kerkelijke christendom. Bijvoorbeeld omtrent Maria, de moeder van Jezus. Geestelijke reinheid (onbevlekte zuiverheid) werd door de kerk verward met fysieke maagdelijkheid, terwijl hier gewezen wordt op de geestelijke ontvangenis van de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn). Moeder Maria was dus ingewijd door de Heilige Geest (zij had het ontwaakte bewustzijn bereikt) en wist dat Jezus gezegend zou zijn met de Heilige Geest (aangeboren ontwaakt bewustzijn). Jezus kwam als mens voort uit de pure liefde tussen Jozef en Maria, ondanks dat zij nog niet in een synagoge getrouwd waren (wel in ondertrouw) en nog niet samenwoonde (wat in die tijd pas mocht na het huwelijk). Een vrouw die verloofd (in ondertrouw) was, maar al intiem was met haar verloofde voordat zij getrouwd waren, werd als een schande gezien. Laat staan als de vrouw in verwachting was van een buitenechtelijk kind, zoals het geval was bij Maria. Zo zijn er vele voorbeelden te geven, zoals Maria Magdalena die door de kerk onrecht is aangedaan. De kerk heeft Maria Magdalena als vrouw verlaagd tot een vrij onbelangrijk mens met een onrein verleden. Zij was, samen met de apostel Johannes, de meest trouwe metgezel van Jezus. Zij bleef, samen met onder andere moeder Maria en de apostel Johannes, aan Zijn zijde tot aan de kruisiging en zij was de eerste getuige van Zijn zielsverschijning na Zijn dood. Jezus was niet fysiek opgestaan uit de dood, zoals de kerk het interpreteert. Hij liet aan Maria Magdalena zien dat de fysieke dood geen einde is van het leven. Lees de geschriften dus met zorg, zodat je echt ziet en begrijpt wat er werkelijk staat en bedoeld wordt. Kijk naar de diepere spirituele betekenis van het heilige schrift en laat de symboliek goed tot je doordringen. De methode van de heilige schriftlezing (theia anagnosis: θεία ανάγνωση) helpt jou daarbij. De heilige schriftlezing wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 29). 

 

12. De Heilige Geest:

 

In het gnostische nondualisme word je niet ingewijd door mensen, maar ontvang je een innerlijke inwijding van de Heilige Geest (Agios Pneumatos: Άγιος Πνεύματος). Deze innerlijke inwijding wordt bewerkstelligd door de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn) tijdens de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία). De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 26). 

 

Jezus zei over de Heilige Geest: "U zult Hem kennen, want Hij blijft bij u en is in u." Johannes (14:17) Paulus maakt duidelijk dat de Heilige Geest onze leraar is: "God heeft ons dit geopenbaard door de Heilige Geest, want de Heilige Geest doorgrondt de diepten van God. Alleen de geest van de mens is in staat om de mens te kennen. Zo is alleen de Heilige Geest van God in staat om God te kennen. Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Heilige Geest die van God komt, opdat wij zouden weten wat God ons in Zijn goedheid heeft geschonken. Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Heilige Geest het ons leert. Het geestelijke is alleen duidelijk te maken door het geestelijke." 1 Korinthiërs (2:10-13) 

 

Het ontwaken van de Heilige Geest is te herkennen als een diep gevoel van liefde, vrede en compassie. Net zoals het niet mogelijk is om de smaak van een vrucht exact te verwoorden, maar de smaak wel direct herkenbaar is wanneer je het proeft, zo zal ook de aanwezigheid van de Heilige Geest herkenbaar zijn als het proeven van de hemelse nectar, als het voelen van het hemelse licht. De Heilige Geest zorgt voor de inwijding tijdens de hesuchia meditatie (het stiltegebed) door zich steeds duidelijker te manifesteren tijdens de meditatie. Dit is te herkennen aan het steeds dieper geraakt worden door liefde, vrede en compassie, totdat dit gevoel compleet en blijvend is. De Heilige Geest is jouw spirituele leermeester die jou woordeloos (in stilte) onderwijst in liefde, vrede en compassie. Dit is niet een ervaring van het denken in je hoofd, maar van het voelen in je hart. De Heilige Geest van God onderwijst jou dus op een totaal andere wijze dan de menselijke geest. Het is geen symbolische inwijding, maar een ervaringsgerichte inwijding in liefde, vrede en compassie.

 

De Heilige Geest (voelen van liefde, vrede en compassie) leidt tot Christus (toepassen van liefde, vrede en compassie) en Christus leidt tot God (leven in liefde, vrede en compassie). 

 

De Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn), Christus (het nonduale bewustzijn) en God (het oorspronkelijke bewustzijn) zijn zowel in jezelf als buiten jezelf. Alleen door de Heilige Geest kan je komen tot Christus en alleen door Christus kan je komen tot God. Zonder de Heilige Geest kan je dus niet komen tot God. De sleutel tot deze drie-éénheid is de hesuchia meditatie (het stiltegebed). 

 

13. De Christus:

 

Jezus van Nazareth (Isous tis Nazaret: Ιησούς της Ναζαρέτ) wordt als een mens gezien die tot het oorspronkelijke bewustzijn (God) is gekomen en niet als de enige uitverkorene van God. Jezus stond in verbinding met de Godsvonk in zichzelf. 

 

Jezus werd ook wel Nazoreeër (Nazoraios: Ναζωραῖος) genoemd, hetgeen de "afgezonderde" betekent. Jezus de Nazoreeër (Isous o Nazoraios: Ιησούς ο Ναζωραῖος). Jezus werd zo genoemd, omdat Hij zich had afgescheiden van het judaïsme. De Grieks-christelijke aanhangers van Paulus werden ook Nazoreeërs (de afgezonderden) genoemd, vernoemd naar Jezus de Nazoreeër, waarvan Paulus de grondlegger was. Jezus werd ook wel eens Nazarener (Nazarenos: Ναζαρηνός) genoemd, hetgeen verwijst naar iemand uit Nazareth. Ook Zijn volgelingen werden Nazareners genoemd, als algemene verwijzing naar christenen, vernoemd naar Jezus van Nazareth. De christelijke Nazoreeërs en Nazareners dient men niet te verwarren met de judaïstische Nazireeërs. 

 

Jezus werd geboren in de stad Bethlehem te Judea, maar Hij groeide op in de stad Nazareth te Galilea. Hij genoot daar een judaïstische opvoeding bij Zijn ouders Jozef en Maria. Jezus werd gedoopt door de judaïstische asceet Johannes de Doper in Juda aan de Jordaanoever. In de voorchristelijke traditie was het doopsel een inwijdend reinigingsritueel voor volwassenen, waarin het (onreine) verleden werd weggespoeld voor het religieuze leven. Na Zijn doop werd Jezus door de Heilige Geest naar de eenzaamheid van de woestijn geleid, om door de duivel verzocht te worden. Na veertig dagen en nachten vasten had Hij deze verzoeking doorstaan. Jezus ging vervolgens "Zijn eigen weg." Johannes had tegen de mensen gezegd: "Ik heb u allen gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest." Marcus (1:8) De weg van Jezus is geen uiterlijke inwijding door mensen, maar een innerlijke inwijding door de Heilige Geest, op weg naar de verwezenlijking van het Christusbewustzijn (de innerlijke Christus). 

 

Christus (Christos: Χριστός) betekent de "Gezegende." Christus dient men niet te verwarren met de mens Jezus Christus. Met Christus wordt de Christuskracht (het Christusbewustzijn) aangeduid die de mens Jezus van Nazareth verlichtte, waardoor Hij Jezus Christus (Isous Christos: Ιησούς Χριστός) werd. Door middel van het gnostische nondualisme kan ook jij, net als Jezus, in contact komen met de Christus in jezelf. Alleen door Christus (het nonduale bewustzijn) kan je komen tot God (het oorspronkelijke bewustzijn). 

 

Christus wordt de eerstgeborene (prototokos: πρωτότοκος) genoemd, omdat Hij als eerste uit God voort is gekomen. Hij wordt ook wel de onvergelijkbare (monogenes: μονογενές) genoemd. Monogenes (μονογενές) wordt door de kerk vertaald als de eniggeborene, hetgeen dus incorrect is. Christus is niet de enige Zoon van God, maar de eerste Zoon van God.

 

Gnostische nondualisten wachten niet op de wederkomst van Christus, zoals kerkelijke christenen dat doen, want de wederkomst van Christus vindt plaats in jezelf. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. 

 

Er zijn twee fases van de wederkomst van Christus in jezelf: de wedergeboorte van Christus in jezelf en de opstanding van Christus in jezelf. De wedergeboorte is de bewustwording van Christus in jezelf. Dit vieren wij met kerstmis. De opstanding is de verwezenlijking van Christus in jezelf. Dit vieren wij met pasen. Paulus schreef: "En als u één bent met Christus, dan bent u eveneens één met God." Kolossenzen (2:10) 

 

Paulus schreef over de innerlijke opstanding van Christus: "Als de doden niet opstaan, dan is Christus ook niet opgewekt. En als Christus niet is opgewekt, dan is onze boodschap én uw geloof zinloos." 1 Korinthiërs (15:13-14) Uit de dood opstaan wijst op "het ontwaken uit de donkere nacht van de ziel" (paragraaf 20). 

 

Paulus schreef: "Als iemand in Christus is, dan is hij een nieuwe schepping. Het oude is voorbijgegaan en alles is nieuw geworden." 2 Korinthiërs (5:17) Dit geeft prachtig weer wat het gnostische nondualisme voor ogen heeft. Christus transformeert jou en je leven volledig. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. Jezus is voor ons het voorbeeld van het leven vanuit de Christuskracht (het Christusbewustzijn). 

 

In de eerste en tweede brief van Johannes staat dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. 1 Johannes (4:1-3) 2 Johannes (7) Dit wordt in het Nieuwe Testament meerdere malen aangegeven. Romeinen (8:3-4) Filippenzen (2:5-8) Hebreeën (2:14-15) Dit betekent dat de aardse mens Jezus van Nazareth al op aarde (in het vlees) verlicht werd door de hemelse Christus (Christus is in het vlees gekomen), om ons te helpen in contact te komen met de Christus in onszelf, al tijdens het aardse leven (in het vlees). Jezus was voorbestemd om deze weg met Christus te gaan en incarneerde met dit doel op aarde (in het vlees). Ieder mens kan, net als Jezus, op aarde (in het vlees) al in contact komen met de Christus in zichzelf, zodat Christus wederom in het vlees gekomen is. De duivel (de antichrist) wil de mens hiervan weerhouden en de mens misleiden, alsof Christus nooit door Jezus op aarde kwam. Zo willen ook de mensen der duisternis (duivelskinderen) anderen weerhouden om in contact te komen met de Christus in zichzelf, tijdens het aardse leven. Dit doen de duivel en zijn handlangers door je te misleiden met aardse verleidingen. Dus verleidingen zijn er om te weerstaan, in naam van Jezus Christus. Johannes waarschuwt tegen de valse profeten die de aardse verleidingen zelf niet weerstaan en deze juist stimuleren om anderen te misleiden en te misbruiken. Zij belijden niet dat Jezus Christus in het vlees gekomen is; dat het heilige al in het vlees kan bestaan en dat verlossing al tijdens het aardse leven mogelijk is. Johannes schreef: "Geliefde broeders en zusters, geloof niet iedere geest, maar beproef de geesten of zij van God zijn; want er zijn vele valse profeten in de wereld. Hieraan herkent u de Geest van God: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is van God. Iedere geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet van God. Dit is de geest van de antichrist; de geest waarover u gehoord hebt dat hij zich zal manifesteren, is al in de wereld." 1 Johannes (4:1-3) "Er zijn vele misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dit komt van de misleidende antichrist." 2 Johannes (7)

 

De opstanding van Christus is niet een lichamelijke opstanding, maar de spirituele opstanding van Christus in jezelf. Dit kan al tijdens dit aardse leven (in het vlees) plaatsvinden, maar het is een spirituele opstanding die niet aan het aardse leven en je aardse lichaam verbonden is. Paulus schreef: "Wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid." 1 Korinthiërs (15:50) 

 

God is de bron (het oorspronkelijke bewustzijn). Christus is de emanatie vanuit de bron (het Christusbewustzijn, oftewel het eenheidsbewustzijn/het nonduale bewustzijn). De Heilige geest (het ontwaakte bewustzijn) is de poort naar Christus (het nonduale bewustzijn). De ziel is verbonden met het charisma (de onstoffelijke bewustzijnsenergie) van de emanatie (Christus). De Christus in onszelf is onze engelennatuur. Het Christusbewustzijn (het nonduale bewustzijn) voltrekt zich uitsluitend in de meditatieve beleving van nondualiteit. De heilige drie-éénheid bestaat uit de Vader (oorspronkelijk bewustzijn), de Zoon (nonduaal bewustzijn) en de Heilige Geest (ontwaakt bewustzijn). Alleen door het ontwaakte bewustzijn kan je komen tot het nonduale bewustzijn en alleen door het nonduale bewustzijn kan je komen tot het oorspronkelijke bewustzijn. God (oorspronkelijk bewustzijn), Christus (nonduaal bewustzijn) en de Heilige Geest (ontwaakt bewustzijn) zijn zowel in jezelf als buiten jezelf.

 

14. Het Godsbeeld:

 

God (Theos: Θεός) is niet persoonlijk en mannelijk, zoals de kerkelijke christenen dat interpreteren. Het woord God kan ook vervangen worden met de bron, het licht, het oorspronkelijke bewustzijn, het Absolute, de Alomvattende of de Ene. God is onzijdig en onpersoonlijk. De enige reden waarom wij God met U aanspreken is omdat dit de respectvolle verhouding tot de Ene voor ons mensen toegankelijker en intenser maakt. De persoonlijke verhouding tot God is onze projectie op het onpersoonlijke. Deze projectie is voor ons belangrijk, om onze verhouding tot God te verduidelijken. God als Vader of Moeder benoemen is onze projectie op het onzijdige. God (Vader/Moeder), Christus (Zoon/Dochter) en de Heilige Geest zijn onzijdig. God is onzijdig, maar wordt 'meestal' symbolisch als Vader aangesproken, omdat ontvangenis een vrouwelijke eigenschap is die wij nodig hebben om God in onszelf toe te laten. In deze symboliek wordt gewezen op de geestelijke ontvangenis. Hierin is ontvangenis een gemoedstoestand waarin iemand openstaat voor God. Om dezelfde reden spreken we over Christus als de Zoon. Maar Christus kan net zo goed aangesproken worden als Dochter. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. God is (evenals Christus en de Heilige Geest) niet mannelijk, net zomin als dat Hij vrouwelijk of een 'het' zou zijn. Het woord "Hij" is een taalsymbool voor het Absolute (God), hetgeen op zichzelf niet onder woorden te brengen is. Hij kan je vervangen door Zij. Hem kan je vervangen door Haar. God is God. God is uniek en onvergelijkbaar. Op God is geen onderscheid van toepassing. God gaat het mannelijke en vrouwelijke te boven. God is nonduaal. Misschien vind jij het moeilijk of ongemakkelijk om God als Vader te benoemen. Voor jou kan het dan goed zijn om God als Moeder te benaderen. Je mag God benaderen op een wijze die voor jou goed voelt. Als Jezus ons benadrukt dat we uit God geboren zijn, dan legt Jezus de nadruk op God als Moeder. Want als je denkt aan een geboorte, dan denk je aan een barende vrouw en niet aan een man. Petrus gaat in het Nieuwe Testament verder in op God als Moeder en moedigt aan om te gaan drinken uit de borst van Moeder God: "Wees als pasgeboren kinderen, verlangend naar de geestelijke melk, om te groeien en het heil te ontvangen." 1 Petrus (2:2-3) Het woord God wordt in het gnostische nondualisme dus onzijdig gebruikt. Vanwege de onzijdigheid van God (en het woord God) spreken we in het gnostische nondualisme niet over Godin. Het oorspronkelijke bewustzijn (God) heeft namelijk geen tegenhanger.

 

Mensen maakten en maken God tot een wonderdoener en zij baden en bidden voor persoonlijk gewin. God geeft niet wat jij op aarde wilt, maar "is" datgene wat jij spiritueel nodig hebt om het aardse bestaan te ontstijgen. 

 

God is niet te vinden en niet te ervaren met de cognitieve denkgeest (nous: νούς). God is te vinden en te ervaren in het spirituele geesteshart (kardia: καρδιά). 

 

15. De schepping:

 

Hier volgt het gnostische scheppingsverhaal (God, schepping en evolutie) uit de Grieks-christelijke traditie. Dit gnostische scheppingsverhaal onthult de inhoud en het doel van het esoterische (innerlijke) christendom. Dit gnostische scheppingsverhaal verschilt wezenlijk van het scheppingsverhaal van het judaïstisch-christelijke gnosticisme en het kerkelijke christendom. De Grieks-christelijke gnostici hadden en hebben een hele andere interpretatie. De liefdevolle God waar Jezus over sprak kan onmogelijk dezelfde zijn als de jaloerse en wraakzuchtige heer van het Oude Testament. 

 

Jezus was hier zelf heel duidelijk over:

 

'Ik spreek over wat Ik gezien heb bij Mijn Vader, u doet wat u gehoord hebt van uw vader.' 'Onze vader is Abraham,' zeiden ze. Maar Jezus zei: 'Als u echt kinderen van Abraham bent, zou u moeten doen wat Abraham deed. Maar nee, u wilt Mij, iemand die u de waarheid heeft gezegd die hij van God gehoord heeft, doden. Zoiets heeft Abraham nooit gedaan. Maar u doet inderdaad wat úw vader deed.' Ze zeiden: 'Wij zijn geen bastaardkinderen. We hebben maar één Vader: God.' 'Als God uw Vader was,' zei Jezus tegen hen, 'zou u Mij liefhebben, want Ik ben bij God vandaan gekomen en kom namens Hem. Ik ben niet namens Mezelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? Dat komt omdat u Mijn woorden niet kunt aanhoren. Uw vader is de duivel, en u doet met instemming wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen. Maar Mij gelooft u niet, want Ik spreek de waarheid. Kan één van u Mij van zonde beschuldigen? Als Ik de waarheid spreek, waarom gelooft u Mij dan niet? Wie van God is, luistert naar de woorden van God. U luistert niet, omdat u niet van God bent.' Johannes (8:38-47) 

 

Deze boosaardige heer van het Oude Testament, waar Jezus op doelt, deed zich voor als God, alsof hij werkelijk God was. Deze heer van het Oude Testament wordt in het Hebreeuws Jahweh genoemd. Jahweh betekent "Ik ben de Heer." Jahweh is in werkelijkheid geen God, maar Satan (de duivel), zoals Jezus zei. Jahweh is de scheppende schijngod van deze wereld en de misleider van het volk. In het Oude Testament wordt Jahweh in het Hebreeuws tevens Elohay Elohim genoemd, hetgeen "god der goden" betekent, wat wijst op Satan als valse god en zijn handlangers (afgoden, demonen). Jahweh wordt in het Griekse gnosticisme aangeduid als de Demiurg. Dit is afgeleid van het Griekse demiourgos (δημιουργός), hetgeen de "schepper" betekent. Satan is de gevallen engel Lucifer. Hij is de schepper (Demiurg) van de stoffelijke wereld. Lucifer (Satan) wordt door Paulus in het Nieuwe Testament de "god van deze wereld" genoemd. 2 Korinthiërs (4:4) Jezus heeft verkondigd dat wij in de wereld, maar niet van de wereld zijn. Johannes (17:14-16). Er is maar één ware God en dat is de Heer van het Nieuwe Testament, die zich niet identificeert met het stoffelijke bestaan. God wordt in het Nieuwe Testament aangeduid met de Griekse namen Theos (God: Θεός), Kyrios (Heer: Κύριος), Patera (Vader: Πατέρα), Despotes (Meester: Δεσπότης), Pantocrator (Alomvattende: Παντοκράτωρ) en Logos (Geopenbaarde: Λόγος). Logos betekent "openbaring," waarmee de openbaring van God wordt bedoelt. God is dus de Geopenbaarde. God openbaarde zich door het leven en spreken van Jezus. Jezus openbaarde God. Logos heeft in het Nieuwe Testament dus een andere betekenis dan die er tegenwoordig aan wordt gegeven (woord, logica). 

 

Lucifer (Satan) ligt aan de oorsprong van de stoffelijke wereld (met ruimte en tijd) ten grondslag. Uit God (die vrij is van ruimte en tijd) kwamen Christus en de engelen voort die één waren met God. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. Christus is de gids der engelen. Er heerste totale eenheid, totale nondualiteit, in de volheid van het alomaanwezige en alomvattende onstoffelijke hemelrijk (pleroma: πλήρωμα). De lichtdragende engel Lucifer wilde regeren als hoofd over Christus en alle engelen en werd vanuit die intentie duaal. Hij gaf zich over aan hoogmoed en verlokte er andere engelen mee. Na hoogmoed komt de val. De gevallen engelen kregen spijt van hun zonde en wilden vanuit de duisternis terugkeren naar de hemel, maar daar stak Lucifer een stokje voor. Met de bedoeling om de gevallen engelen gevangen te houden schiep Lucifer het stoffelijke multiversum (meerdere universums) met zijn ontelbare sterrenstelsels (dat voortkwam uit het onstoffelijke, dat fijnstoffelijk werd en verdichte tot het grofstoffelijke), waaronder de aarde (naast vele andere leefbare planeten in andere zonnestelsels), en zette hun zielen in stoffelijke lichamen gevangen die vanuit de evolutie in ruimte en tijd op aarde vegetatieven (planten), sensitieven (dieren) en intellectuelen (mensen) werden, die onderhevig zijn aan de cyclus van dood en hergeboorte in het stoffelijke. Lucifer werd Satan (de duivel), heerser van het duale rijk, met als dieptepunt de hel. De hel vol gevallen engelen die niet naar de hemel wilden terugkeren, omdat zij mee wilden regeren met Satan en daardoor demonen werden. Niet God maar Lucifer is dus de schepper van het vergankelijke bestaan, de duale denkgeest en het pijnlijke lijden. Het is de vergankelijke schepping van Lucifer waarin de mens en al het aardse leven gevangen zitten. De mens en al het aardse leven hebben echter nog steeds de Godsvonk in zich. De mens heeft de mogelijkheid om bewust verlost te worden in nondualiteit. De mens heeft de mogelijkheid om bewust terug te keren naar en thuis te komen in het hemelrijk van God. Het gnostische nondualisme is een weg die leidt tot spirituele bevrijding. De mens kan zichzelf niet verlossen. Verlossing is een geschenk van God. Het is de kracht van Gods genade (charis: χάρις). De mens kan wel leven vanuit de volle overgave aan God, waarin verlossing plaatsvindt. 

 

Je komt na de fysieke dood, vanuit een liefdevolle intentie, tijdelijk in de hemel. Als je nog niet tot eenheid met God bent gekomen, dan ben je nog niet bevrijd uit de cyclus van dood en hergeboorte en dus reïncarneer je. Alleen als je tot eenheid met God bent gekomen ben je vrij van de cyclus van dood en hergeboorte en zul je zalig in de hemel blijven (paragraaf 23). 

 

In de visie van het Grieks-christelijke scheppingsverhaal was Adam de eerste zondaar. Het was Adam die Lucifer uit vrije wil als eerste volgde en hij was de eerste die spijt kreeg en terug wilde keren naar het hemelrijk. Adam werd als eerste gevangen in de stoffelijke wereld. Eva werd echter door Lucifer misleid tot zonde en kwam als tweede in het stof. In het stoffelijke evolueerden beide, door reïncarnatie, tot mens, met de mogelijkheid om bevrijd te worden uit het stoffelijke en terug te keren naar het hemelrijk. In Christus worden beide bevrijd van zonde (paragraaf 19). Als de kerk dit ook had begrepen, dan was de vrouw al die eeuwen niet onderdrukt geweest. 

 

Alles is energie en heeft een trillingsfrequentie. Het spirituele (onstoffelijke) is energie die niet verdicht is tot materie en heeft een hoge trillingsfrequentie. Het materiële (stoffelijke) is energie die verdicht is tot materie en heeft een lage trillingsfrequentie. De energie die niet verdicht is wordt de bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα) genoemd. De verdichte energie wordt de scheppingsenergie (energeia: ἐνέργεια) genoemd. Energeia is verdichte (gematerialiseerde) pneuma. Pneuma is verbonden met Christus en kent geen tegenpool. Energeia is verbonden met de Demiurg en bestaat uit tegenpolen (paragraaf 23). God (met de Godsvonk in jezelf) is de trillingsbron en heeft de allerhoogste energetische trillingsfrequentie. Wij resoneren hierop mee, als wij ons daar op afstemmen. De hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία) verhoogd de energetische vibratie. Het is de afstemming op God. De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 26). 

 

16. De absoluutheid:

 

De gnostische nondualisten waren er in het verleden goed in om hun uitdrukking over God aan te passen aan het judaïstische christendom, om vervolging zoveel mogelijk te voorkomen. Echter; wanneer een gnostische nondualist destijds sprak over God als schepper van hemel en aarde, die de wereld heeft gemaakt en alles wat er leeft, dan had dat een hele andere context en samenhang dan in het judaïstische christendom. De duale stoffelijke wereld is niet door God geschapen. Toch is God de bron van alles, omdat ook Lucifer geboren is uit God. Lucifer is geen eenheid meer met God zoals Christus dat is, maar Lucifer komt wel voort uit God. God is de opperschepper, waaruit alles (direct en indirect) voortkomt. 

 

Wanneer in het gnostische nondualisme gesproken wordt over het geloof, dan wordt hier geen onwetende blinde overtuiging mee bedoeld, maar juist het diepe wetende vertrouwen. "Geloof in God" betekent dan "heb vertrouwen in God." 

 

De duisternis wordt in het gnostische nondualisme gezien als de schaduw van het licht. Licht en duisternis zijn geen tegengestelden van elkaar. Waar licht is kan geen duisternis zijn. Als de schaduw wordt belicht, dan is er geen schaduw meer. De verlichte mens (degene die in het licht leeft) wordt gezien als iemand die uit de schaduw is gestapt. Zelfs de duisternis van de duivel zelf zal uiteindelijk worden opgeheven, doordat het licht van Christus elke duisternis tenietdoet. De afgescheidenheid (dualiteit) zal uiteindelijk weer opgaan in de absoluutheid (nondualiteit).

 

Lucifer is de verloren zoon van God. Het verhaal van de verloren zoon is een prachtig metafoor over de weg terug naar God. Dit verhaal heeft ook betrekking op Michaël (de aartsengel des lichts) en Lucifer (de prins der duisternis). Uiteindelijk zal ook Lucifer weer thuiskomen. 

 

Jezus zei: Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: 'Vader, geef mij het deel van ons vermogen, dat mij toekomt.' En hij verdeelde het bezit onder hen. Enkele dagen later verzilverde de jongste zoon zijn bezit en ging op reis naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen er doorheen joeg. Toen hij alles had uitgegeven, kwam er een zware hongersnood in dat land en hij had niets meer te eten. Daarom ging hij werken bij één van de boeren in dat land. Die stuurde hem naar het veld om de varkens te verzorgen. De zoon had zo’n honger dat hij zelfs het varkensvoer op wilde eten. Maar niemand gaf hem iets. Toen dacht hij: 'Thuis hebben zelfs de armste arbeiders altijd genoeg te eten. En ik ga hier dood van de honger. Ik ga terug naar mijn vader en zal tegen hem zeggen: Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover de hemel en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn. Behandel mij voortaan net zoals uw armste arbeiders.' Toen ging de zoon terug naar zijn vader. De vader zag zijn zoon al vanuit de verte aankomen. En meteen kreeg hij medelijden. Hij rende naar zijn zoon toe, sloeg zijn armen om hem heen en kuste hem. De zoon zei: 'Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover de hemel en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn.' Maar de vader zei tegen zijn bedienden: 'Haal snel mijn mooiste jas voor mijn zoon en trek hem die aan. Doe een ring om zijn vinger en doe schoenen aan zijn voeten. Haal het vetste kalf en slacht het. We gaan eten en feestvieren!' Want mijn zoon was dood, maar nu leeft hij weer. Ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer gevonden.' Toen gingen ze feestvieren. De oudste zoon was nog op het land. Toen hij thuiskwam, hoorde hij dat er muziek gemaakt werd, en dat er werd gedanst. Hij riep één van de bedienden en vroeg waarom er feest was. De bediende zei: 'Je broer leeft nog! Hij is terug, en je vader heeft het vetste kalf laten slachten, omdat hij zijn jongste zoon terug heeft.' Toen werd de oudste zoon boos. Hij wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader kwam naar hem toe en zei: 'Ga toch mee naar binnen.' Maar de zoon antwoordde: 'Ik werk nu al vele jaren voor u. Ik heb altijd gedaan wat u van mij vroeg. Toch heeft u voor mij nooit een dier laten slachten. Niet eens een geitje om feest te vieren met mijn vrienden. Maar nu komt de jongste zoon van u thuis en voor hem slacht u het vetste kalf! Terwijl hij uw geld heeft uitgegeven aan ontspoorde vrouwen.' Toen zei de vader: 'Lieve jongen, jou heb ik altijd bij me. En alles wat van mij is, is van jou. Maar we kunnen niet anders dan blij zijn en feestvieren. Want je broer was dood, maar hij leeft weer. We waren hem kwijt, maar nu hebben we hem weer gevonden.' Lucas (15:11-32)

 

17. De mens:

 

De mens heeft een aards lichaam met denkgeest én een onstoffelijke ziel met goddelijke vonk. Het aardse lichaam met de denkgeest is vergankelijk. Paulus schreef: "Het denken, dat aan het stoffelijke lichaam gebonden is, draagt de dood in zich." Romeinen (8:6) In het gnostische nondualisme wordt aangegeven dat de mens bestaat uit de onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή), de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα), het onstoffelijke geesteshart (kardia: καρδιά), de aardse denkgeest/het verstand - intellect (nous: νούς) en het aardse lichaam (soma: σῶμα). Er wordt ook gerefereerd aan de ziel als het spirituele (onstoffelijke) lichaam (soma pneumatikos: σῶμα πνεύματικόν). De onsterfelijke ziel is verbonden met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα). 

 

De onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα) vormt de verbinding tussen de ziel (psyche: ψυχή) en God (Theos: Θεός). Pneuma is de nonduale hemelse bewustzijnsenergie en dient men niet te verwarren met de duale aardse scheppingsenergie (energeia: ἐνέργεια). Energeia is verdichte (gematerialiseerde) pneuma. 

 

Het aardse lichaam bestaat uit een grofstoffelijk en een fijnstoffelijk lichaam. Het fijnstoffelijke lichaam fungeert als brug tussen het grofstoffelijke en het onstoffelijke lichaam. Het nondualisme richt zich niet op de fijnstoffelijke levensenergie, energielagen, energiecentra, energiebanen en energiepunten. Want fijnstoffelijk is nog steeds stoffelijk. In het nondualisme wordt levensenergie aangeduid als scheppingsenergie (energeia: ἐνέργεια), die men niet moet verwarren met bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα). Wij gaan uit van de onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή) die de Godsvonk (Theos: Θεός) draagt en verbonden is met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα). Hierin is maar één centrum van belang; je spirituele geesteshart (hartcentrum: kardia: καρδιά) in het midden van je borstkas. Dit is de zetel van de Godsvonk. Het spirituele geesteshart dient men niet te verwarren met de hartchakra (Sanskriet: anahata cakram: अनाहत चक्र, Chinees: zhong dantian: 中丹田). De hartchakra is fijnstoffelijk, terwijl het spirituele geesteshart onstoffelijk is. 

 

Het onstoffelijke (spirituele) lichaam (de ziel, die de Godsvonk draagt) is energetisch niet verdicht tot materie en heeft de hoogste trillingsfrequentie. Het fijnstoffelijke (astrale) lichaam is energetisch half verdicht tot materie en heeft een lagere trillingsfrequentie. Het grofstoffelijke (fysieke) lichaam is energetisch volledig verdicht tot materie en heeft de laagste trillingsfrequentie. 

 

Denkgeest, ego, zelf en ikje. Vier woorden voor één en hetzelfde. In het nondualisme verfijn jij je ego dusdanig, dat deze niet meer in de weg staat tussen God en de Godsvonk. 

 

In het nondualisme gaan we niet uit van een Zelf. Ook geen Hogere of Ware Zelf, omdat dit nog steeds wijst op de denkgeest met zelfbewustzijn (je ikje). Het nondualisme heeft het dan ook niet over een ware Zelf, maar over het ware ZIJN. Je ware ZIJN is de Godsvonk. Vanuit het ware ZIJN kan jij je Zelf gebruiken als instrument, in plaats van dat je door je Zelf geleid wordt. Je ware ZIJN (Godsvonk) is de waarnemer achter je denkgeest, die zich niet identificeert met het stoffelijke bestaan. De ziel (psyche: ψυχή) draagt de Godsvonk (Theos: Θεός). De onsterfelijke ziel is verbonden met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα), die uitstraalt vanuit de emanatie (Christus: Χριστός) van God (het oorspronkelijke bewustzijn). Pneuma wordt ook wel het charisma van Christus genoemd. 

 

18. De onsterfelijkheid:

 

Het nondualisme richt zich al tijdens het aardse sterfelijke leven op het hemelse onsterfelijke leven. Niet alleen als iets dat komt 'na' de dood van dit aardse sterfelijke leven. Het hemelse onsterfelijke leven is ook aanwezig 'tijdens' dit aardse sterfelijke leven. "Wat nu vergankelijk is, moet zich bekleden met het onvergankelijke en wat nu sterfelijk is, moet zich bekleden met het onsterfelijke. Wanneer het vergankelijke zich bekleedt met het onvergankelijke en het sterfelijke met het onsterfelijke, dan zal de dood opgaan in het onvergankelijke leven." 1 Korinthiërs (15:53-54) Dit wil zeggen dat de dood geen einde is en dat wij ons daar al tijdens ons aardse leven bewust van kunnen zijn. Dit neemt de angst voor de dood weg. De dood is geen einde, maar de overgang naar een volgende fase van je zielenreis. Dit aardse leven is dus slechts een korte fase tijdens de lange reis van je onsterfelijke ziel. De ziel is onderhevig aan de cyclus van dood en hergeboorte in het stoffelijke. Dit wordt later op deze webpagina toegelicht (paragraaf 23). Het doel is om deze cyclus te doorbreken, door de innige hereniging met God. Het aardse lichaam is bekleed met het spirituele lichaam (de ziel). Het nondualisme richt zich al op de onvergankelijke ziel tijdens dit vergankelijke aardse leven. 

 

19. De bevrijding:

 

Niet alleen Jezus was een kind van God. Wij zijn allen kinderen van God. Net als Jezus en Paulus kunnen wij in contact komen met de Christus in onszelf. Als je kinderen hebt of een kind zou hebben, dan geef je die al je liefde. Geef die liefde ook aan het kind in jezelf. Je gaat van het arrogante duale egobewustzijn (Demiurg) vol angst, strengheid en strijd naar het luisterende nonduale Christusbewustzijn (Christus) vol liefde, mildheid en vrede.

 

De weg van de nondualiteit leidt tot de terugkeer in het hemelrijk. De terugkeer in het hemelrijk vindt niet alleen plaats na de fysieke dood, maar kan al in jezelf plaatsvinden tijdens dit aardse leven. Dat wordt bedoeld met 'de hemel op aarde.' We spreken in het nondualisme dan over 'de opstanding' van Christus in jezelf.

 

Jezus is niet voor onze zonden aan het kruis gestorven. Jezus werd gekruisigd door mensen die geloven in een kwade god, omdat Jezus de boodschap over de liefdevolle God bleef verkondigen. Dit kwam niet door de mensen, maar door de scheppende schijngod van deze wereld en de misleider van het volk. Jezus bleef die boodschap zelfs verkondigen terwijl Hij aan het kruis hing. Hij nam onze zonden niet op zich, zoals de kerk beweert. Jezus heeft óns een weg gewezen, zodat wij ónszelf kunnen ontdoen van ónze zonden, om van daaruit verlost te kunnen worden door God. Jezus heeft ons bevrijd door Zijn onderwijs. Dankzij Zijn onderwijs komen wij tot de verlossing door God. Hij heeft Zijn leven toegewijd aan (gegeven voor) onze bevrijding van de oerzonde, door ons zelfs tot op het laatste moment van Zijn aardse leven een weg te wijzen die ons in contact brengt met de Christus in onszelf. Zelfs tijdens het ergste lijden aan het kruis riep Jezus vlak voor Zijn sterven: "Mijn God, Mijn God, wat hebt U zich op Mij verlaten." Mattheüs (27:46) Marcus (15:34) En niet zoals de kerk het vertaalt: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" In de oorspronkelijke Griekse tekst staat er ook géén vraagteken achter. De kerkelijke vertalers hebben zich blind gestaard op de laatste twee woorden: "Mij verlaten." "Zich verlaten op" betekent: vertrouwen op, rekenen op en bouwen op. "Wat hebt U zich op Mij verlaten" betekent: "Wat heeft U een vertrouwen in Mij." Jezus liet hiermee weten dat God vertrouwen in Hem heeft en van Hem op aan kan. De laatste woorden van Jezus waren: "Vader, in Uw handen leg Ik Mijn ziel en vertrouw Ik Mij aan U toe." Lucas (23:46) Voordat Jezus Zijn laatste adem uitblies zei Hij: "Mijn taak is volbracht." Johannes (19:30) Jezus bleef zelfs aan het kruis Gods liefde verkondigen. Dat wordt bedoelt met "Hij die ons liefheeft en ons in Zijn bloed gereinigd heeft van onze zonden." Openbaring (1:5) De oerzonde die wij hebben begaan is de hemelval. Alle zonden (alle kwaden) komen voort uit de oerzonde. Jezus heeft ons vrijgekocht (bevrijd) van de oerzonde, door ons te bevrijden met Zijn onderwijs, en betaalde daar de hoogste prijs voor uit Zijn liefde voor ons. "Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt." Galaten (3:13) Jezus stierf als een martelaar. Hij stierf de marteldood vanwege Zijn boodschap. Jezus heeft zichzelf opgeofferd om de weg van Christus voor te leven. Zelfs aan het kruis gaf Hij blijk van Zijn onvoorwaardelijke liefde. Aan het kruis zei Jezus: "Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen." Lucas (23:34) Jezus wijst ons een weg van bevrijding uit de macht van de oerzonde. Nondualisten wachten niet op de wederkomst van Christus, want de wederkomst van Christus vindt plaats in jezelf. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. Het symbool van Christus is het kruis (lijdzaamheid), omdat het leven van de gekruisigde mens Jezus voor ons het voorbeeld is voor het leven vanuit de Christuskracht (het Christusbewustzijn). Zijn lijdzaamheid dient als een voorbeeld voor ons. Het helpt ons om ons eigen levenskruis te dragen. Het symbool van de duivel (Satan) is het beest; de Bok van Mendes (beestachtigheid). Het Griekse woord efseveia (ευσέβεια) betekent "vroomheid." Het wordt vaak verkeerd vertaald als Godvrezendheid, terwijl hier Godsvruchtigheid mee wordt bedoelt. Wees dus niet Godvrezend, maar Godsvruchtig. Het is de Demiurg (Satan) uit het Oude Testament, die zich bij de mensen voordeed als God, die wilt dat jij hem vreest. De ware God uit het Nieuwe Testament is de bron van liefde. Het nondualisme is de weg terug naar de ware God. De weg die ons bevrijd van de zonde van de hemelval, waar al het kwaad uit voortkomt. Het Griekse woord voor zonde is hamartia (ἁμαρτία), hetgeen "(het doel) missen" betekent in de zin van "aan het ware Zijn voorbij leven." Het nondualisme brengt jou in contact met je ware goddelijke essentie, die vrij van zonde is, zodat je niet meer aan je ware Zijn voorbij leeft. Je leeft dan vanuit je ware Zijn, de Godsvonk, die ware liefde is. 

 

20. Het herstel:

 

De mens is geboren met het verlangen (heimwee) om terug te keren naar de eenheid (nondualiteit) in de hemel. Dit is een religieus verlangen. Religie komt van het Latijnse woord religare (Grieks: pistis: πίστις), hetgeen "herverbinding" betekent. De herverbinding met de oneindige alomaanwezige bewustzijnsbron (God), hetgeen begint bij de herverbinding met de Godsvonk in jezelf. Deze herverbinding voltrekt zich uitsluitend in de directe nonduale ervaring van het Christusbewustzijn (het eenheidsbewustzijn). 

 

Als je als mens niet meer weet waar je spiritueel vandaan komt of waar je spiritueel naartoe gaat, dan spreken we in het nondualisme over "de dwaling." Deze dwaling is het spiritueel verdwaald zijn. Het doel van het nondualisme is het spirituele thuiskomen in jezelf. In het Nieuwe Testament staat beschreven dat Jezus de zieken geneest. In het nondualisme wordt dit gezien als 'het herstel' (de heling) van de ziel door de uitweg uit de dwaling die Jezus ons wijst. Het nondualisme is de uitweg uit de dwaling. Er staat ook beschreven dat Jezus de doden opwekt. In het nondualisme wordt dit gezien als de 'wedergeboorte' van Christus in onszelf. De transformatie van de duisternis in het licht wordt vaak vooraf gegaan door een identiteitscrisis, waarin het ego (de denkgeest) wordt losgeweekt van het oorspronkelijke bewustzijn. Dit is een proces waarin je kunt ervaren dat je geen blijvende gelukzaligheid kunt bereiken vanuit de denkgeest en dat er een veel hoger en groter bewustzijn werkzaam is in de ziel. Dit wordt in het nondualisme "het ontwaken uit de donkere nacht van de ziel" genoemd. Door het licht bloei je open als een bloem en zul je de hemelse nectar proeven. 

 

Spiritualiteit is als een vrucht. Duizenden woorden kunnen de smaak niet omschrijven. Je dient het zelf te proeven om te weten hoe zalig het is. Spiritueel ontkennen is voor de blinden. Blind geloven is voor de naïeven. Weten is voor de wijzen. Het nondualisme gaat over het diepere spirituele weten (gnosis). Het nondualisme begint met een diepe milde zelfbeschouwing. Confronterende zelfbeschouwing (Demiurg) leidt tot de beknelling van de denkgeest. Liefdevolle zelfbeschouwing (Christus) leidt tot de verheffing van de ziel. Het nondualisme schenkt je innerlijke gelukzaligheid. Geluk is innerlijke vrede die zorgt voor een continu gevoel van intense tevredenheid. Innerlijke vrede komt voort uit het volledig accepteren van wat er hier en nu is, vanuit de volle overgave aan God. In het nondualisme wordt dit het 'wensloze geluk' genoemd. Wensloos geluk is het continu aanwezig zijn van een diep gevoel van tevredenheid, zonder reden of aanleiding. Gelukkig zijn is dan niet meer afhankelijk van aardse omstandigheden. Dan ben je zielsgelukkig, ondanks het aardse lijden. Veel mensen voelen zich leeg, doordat ze niet meer in verbinding zijn met de bron (God). Door het nondualisme word je vervuld door de herverbinding met de bron. Het nondualisme is geen weg die je volgt vanuit wilskracht. Iets met volle overgave ondergaan (ontspannen bezieling) is iets anders dan vanuit een sterke wilskracht handelen (gespannen ego). Door wilskracht stagneert overgave. Overgave ontstaat zodra je wilskracht loslaat. Door overgave vloeit alles als vanzelf moeiteloos uit je voort. Dit wordt bedoelt met "Niet mijn wil maar Uw wil geschiede." Mattheüs (26:39) Marcus (14:36) Lucas (22:42) Dit wil zeggen dat jij je wilskracht loslaat, vanuit de volle overgave aan God. Dit wil niet zeggen dat je niets meer te willen hebt, maar wel dat je niet als een control freak alle touwtjes in handen probeert te houden en alles op eigen kracht voor elkaar probeert te krijgen en alles op eigen kracht vol probeert te houden. De aandachtstraining (paragraaf 25) en het stiltegebed (paragraaf 26) helpen jou hierbij. 

 

21. De intuïtie:

 

In het nondualisme werken we met het intuïtieve waarnemen (xero: ξέρω). Iedereen gebruikt (bewust of onbewust) zijn/haar intuïtie. Iedereen heeft bijvoorbeeld wel eens ergens een goed of een slecht voorgevoel over. Iedereen heeft wel eens dat je de sfeer proeft in een ruimte waar je binnen stapt, waardoor je weet wat er gaande is met de mensen in die ruimte. Iedereen heeft wel eens dat je iets voorziet of ineens iets weet. Iedereen krijgt een indruk van iemand door diens uitstraling. Zo zijn er vele voorbeelden te geven over het gebruik van de intuïtie. In het nondualisme wordt dit "het spontane weten" genoemd. Iedereen heeft intuïtiviteit. Intuïtiviteit is net als muzikaliteit; de één heeft er meer aanleg voor dan de ander, maar iedereen kan het verder ontwikkelen. Het enige wat je hoeft te doen om je intuïtie te ontwikkelen is het beoefenen van de aandachtstraining (paragraaf 25) en de stiltemeditatie (paragraaf 26), waardoor er ruimte in je komt voor spirituele indrukken. Zodra je tot het nonduale bewustzijn komt wordt je intuïtie sterker en komen je intuïtieve waarnemingen duidelijker naar voren. De intuïtie manifesteert zich meestal als helder weten, zien en voelen. Naarmate je vaker naar je intuïtie luistert zullen je vaardigheden hierin toenemen. Zodra je gaat merken dat je intuïtieve vaardigheden gaan toenemen durf je ook meer op je intuïtie te vertrouwen. De intuïtieve ontwikkeling verrijkt je spirituele leven enorm. 

 

22. De engelen:

 

Er bestaan meerdere hemelse lichtengelen (ouranios aggelos: ουράνιοι άγγελοι): aartsengelen (archaggelos: ἀρχάγγελοι), serafijnengelen (serapheim: σεραφείμ), cherubijnengelen (cheroubim: χερουβιμ), beschermengelen (fylaka: φυλακα), mensengelen (anthropos: άνθρωπος) en natuurengelen (xotiko: ξωτικο). De aartsengelen en serafijnengelen behoren tot de eerste (hoogste) hemelse sfeer. De cherubijnengelen en beschermengelen behoren tot de tweede hemelse sfeer. De mensengelen en natuurengelen behoren tot de derde hemelse sfeer. Dit is geen engelenhiërarchie; zij behoren tot de drie-éénheid Vader, Zoon en Heilige Geest. Wij mensen communiceren in talen. Christus en de engelen van God communiceren telepathisch met energiefrequenties. Ongeacht welke taal je spreekt, er is geen begrip die daarin ontbreekt. Het is de universele communicatie. Engelen worden in het Nieuwe Testament in meervoud 79 maal genoemd. Engel wordt in het Nieuwe Testament in enkelvoud 95 maal genoemd. Iedereen heeft een beschermengel. Je kan spontaan intuïtief contact hebben met je beschermengel of doelbewust contact maken. Vaak verschijnen beschermengelen ook tijdens uittredingsdromen. Je kunt bidden tot de engelen (Engelen van God, ontferm U over mij) en door hen worden geïnspireerd. Voorzichtigheid is hierin geboden. Satan en zijn demonen (engelen der duisternis) zijn misleidend. Satan en zijn engelen der duisternis kunnen zich voordoen als een engel des lichts. 2 Korinthiërs (11:14) Daardoor kan een demoon in je energieveld met je meeliften en je kunt zelfs bezeten raken, met alle rampzalige gevolgen van dien. Als iemand een meelifter heeft dan wordt diegene erg onrustig en krijgt het gevoel niet helemaal zichzelf te zijn. Als iemand bezeten is dan gaat diegene zich duivels gedragen (demonisch denken, voelen en handelen). Het Jezusgebed zal dan bevrijding geven (voor jezelf of iemand anders). De duisternis kan namelijk het licht niet verdragen. Het licht en de duisternis zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie van de duisternis. De duisternis is duaal (angst, strijd en destructie), maar het licht is nonduaal (liefde, vrede en compassie). Nondualiteit kent geen tegenstelling. Waar licht is kan geen duisternis zijn, waar liefde is geen angst, waar vrede is geen strijd en waar compassie is geen destructie. Een engel die een bepaalde spirituele boodschap komt verkondigen is niet vanzelfsprekend een engel van God. Galaten (1:8-9) Als een engel je bescherming biedt of iets duidelijk wil maken, dan dient de engel zich vanzelf aan. Als een engel aan je verschijnt en dit niet goed voelt, bidt dan het Jezusgebed voor bescherming. Het Jezusgebed wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 27). Over het algemeen tonen de engelen van God zich niet en doen hun werk in stilte. Dus als een engel verschijnt, dan is voorzichtigheid geboden. Met je persoonlijke beschermengel kan je op een veilige manier bewust contact maken. In het nondualisme doen we dit met behulp van het gidswerk. Het gidswerk wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 32). Niet alleen bij engelen, maar ook bij mensen is voorzichtigheid geboden. Mensen zijn oorspronkelijk engelen, zoals in het gnostische scheppingsverhaal is verhelderd. Iemand kan een betrouwbaar mens des lichts zijn (een lichtdrager), maar ook een onbetrouwbaar mens der duisternis (een duivelskind). Een mens der duisternis kan zich voordoen als een mens des lichts. Dit betekent niet dat je mensen moet gaan wantrouwen, want wantrouwen is duaal en vertrouwen is nonduaal. Door de intuïtieve ontwikkeling op je inwijdingsweg heb je al snel in de gaten of iemand een lichtdrager is of een duivelskind. Op het moment dat je door hebt dat iemand een duivelskind is, dan is dat geen spiritueel oordeel, maar een spirituele constatering. Licht is de liefde, duisternis het kwaad. Richt je op het licht, maar sluit je ogen niet voor de duisternis. Iemand met de duisternis in zich kan zich, zelfs zonder reden of aanleiding, tegen iemand keren met het licht in zich, omdat de duisternis het licht niet kan verdragen. De enige goede manier om hiermee om te gaan is je niet mee te laten sleuren in de duale duisternis (innerlijke strijd) van de ander. Blijf stralen in het nonduale licht (innerlijke vrede). De duisternis heeft geen vat op het licht. Waar licht schijnt, daar kan geen duisternis zijn. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Het stiltegebed wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 26). Zelfs de duisternis van de duivel zelf zal uiteindelijk worden opgeheven, doordat het licht van Christus elke duisternis tenietdoet. 

 

23. De hemelen:

 

Er bestaan meerdere sferen in het hiernamaals. De hogere sferen worden de hemel genoemd. De lagere sferen worden de hel genoemd. De hemel wordt in het Nieuwe Testament in enkelvoud 161 maal genoemd. De hemelen worden in het Nieuwe Testament in meervoud 92 maal genoemd. De hel wordt in het Nieuwe Testament 19 maal genoemd. De hemel heeft drie sferen (verbonden met de drie-éénheid: Vader, Zoon en Heilige Geest). De hel heeft drie sferen (verbonden met de drie-poligheid: Satan, mammon en demoon). Satan (de duivel) wordt gevoed door de afgod van hebzucht (mammon) die demonisch maakt. In het Nieuwe Testament maakt Jezus duidelijk dat je niet God kunt dienen én de mammon. Mattheüs (6:24) Lucas (16:13) De hemel en de hel zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie van de hel. De hel is duaal, maar de hemel is nonduaal. Nondualiteit kent geen tegenstelling. De hogere sferen zijn vol licht, liefde en rust. De lagere sferen zijn vol duisternis, angst en onrust. Waar licht is kan geen duisternis zijn, waar liefde is geen angst en waar rust is geen onrust. Niet de daden die je tijdens dit leven hebt verricht bepalen de sfeer waarin je terecht komt. De intentie van waaruit je dit leven hebt geleefd en de intentie achter je daden bepalen de sfeer waarin je terecht komt. Uit een liefdevolle intentie komt het ware liefdevolle handelen voort. Leefde je vanuit een kwade intentie dan kom je in een lagere sfeer terecht. Leefde je vanuit een liefdevolle intentie dan kom je in een hogere sfeer terecht. Als iemand vanuit zijn/haar eigen gekwetst zijn anderen heeft gekwetst, maar dat vanuit het hart nooit slecht bedoeld heeft, dan komt diegene toch in een hogere sfeer. Als iemand voor het oog van anderen goed heeft gedaan, maar dat alleen maar deed om zijn/haar eigen ego te verrijken, dan komt diegene toch in een lagere sfeer. De sfeer bepaald of je reïncarneert tot het vegetatieve (onbewuste), sensitieve (onderbewuste) of intellectuele (bewuste) leven in het stoffelijke. Je ziel kan van het plantenrijk naar het dierenrijk tot het mensenrijk gaan, maar je kunt ook van het mensenrijk naar het dierenrijk tot het plantenrijk gaan. Deze cyclus kan niet alleen op aarde plaatsvinden, maar ook op andere leefbare planeten, in andere levensvormen. Deze cyclus wordt niet alleen bepaald door dit aardse (planetaire) leven, maar ook door het leven in de sferen van het hiernamaals. De dood is geen einde, maar de overgang naar een volgende fase van je zielenreis. Dit aardse leven is dus slechts een korte fase tijdens de lange reis van de ziel. Het doel is om deze cyclus te doorbreken, door de innige hereniging met God (die vrij is van ruimte en tijd). Zowel in de hogere als de lagere sferen gaat je groeiproces als ziel gewoon door. Je zit dus nooit vast in een sfeer. Bij planten en minder slimme dieren vindt het groeiproces uitsluitend plaats in het hiernamaals. Vanuit een kwade intentie kan je van een hogere sfeer naar een lagere sfeer gaan. Vanuit een liefdevolle intentie kan je van een lagere sfeer naar een hogere sfeer gaan. Tevens kan je in een hogere sfeer door een liefdevolle intentie in een nog hogere sfeer terecht komen en in een lagere sfeer door een kwade intentie in een nog lagere sfeer. Je bepaald helemaal zelf of je in de hemel of de hel terecht komt. De hemel en de hel zijn een gevolg van je eigen intentie. Reïncarnatie is de transformatie van de onvergankelijke zielsenergie (oneindig bewustzijn), die overgaat in een andere trillingsfrequentie, die resoneert vanuit je intentie. Het lotsgevolg is het praktische principe van actie en reactie. Een ieder draagt zijn/haar eigen individuele lotsgevolgen. Het lotsgevolg is duaal. Daarom richt de wijze zich op nondualiteit. Uiteraard komen niet alleen nondualisten in de hemel. De intentie is hierin bepalend, ongeacht je religieuze of niet religieuze achtergrond. Dus ook atheïsten, ietsisten en anderen komen vanuit een liefdevolle intentie in de hemel. 

 

Je komt na de fysieke dood, vanuit een liefdevolle intentie, tijdelijk in de hemel. Als je nog niet tot eenheid met God bent gekomen, dan ben je nog niet bevrijd uit de cyclus van dood en hergeboorte en dus reïncarneer je. Alleen als je tot eenheid met God bent gekomen ben je vrij van de cyclus van dood en hergeboorte en zul je zalig in de hemel blijven. 

 

In het Nieuwe Testament heeft Jezus het over reïncarnatie. Jezus zei: "Iemand die niet van boven herboren wordt, kan het rijk Gods niet zien. Iemand die niet geboren wordt uit water en Geest, kan het rijk Gods niet binnengaan. Wat uit het lichamelijke geboren wordt is lichamelijk en wat uit de Geest geboren wordt is geestelijk. U moet van boven herboren worden. De wind waait waarheen hij wil; u hoort zijn stem, maar weet niet vanwaar hij komt en waarheen hij gaat; zo is een ieder die uit de Geest geboren is. Er is niemand naar de hemel opgestegen dan die van de hemel is nedergedaald.” Johannes (3:3-13)

 

In het Nieuwe Testament heeft Paulus het over het lotsgevolg. Paulus schreef: "Wat de mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Wie op de akker van zijn verworden lichaam zaait zal uit het lichaam verderf oogsten. Wie op de akker van de Geest zaait zal uit de Geest eeuwig leven oogsten." Galaten (6:7-9)

 

Het woord 'Geest' staat hierin niet voor de denkgeest (verstand/intellect), maar voor het ontwaakte bewustzijn (Heilige Geest).

 

De weg van de nondualiteit leidt tot de terugkeer in het hemelrijk. De terugkeer in het hemelrijk vindt niet alleen plaats na de fysieke dood, maar kan al in jezelf plaatsvinden tijdens dit aardse leven. Dat wordt bedoeld met 'de hemel op aarde.' 

 

24. De waarnemer:

 

Het nondualisme is de meditatieve weg van de innerlijke waarnemer. Je focus verschuift van de naar buiten gerichte doener naar de naar binnen gerichte waarnemer. De doener zit vast in de impulsieve cyclus van actie en reactie. De waarnemer is vrij van de impulsieve cyclus van actie en reactie. De doener spreekt en handelt impulsief. De waarnemer spreekt en handelt bewust. De doener zit ergens middenin. De waarnemer voelt ruimte. De doener volgt de ratio. De waarnemer volgt het hart. De doener neemt alles persoonlijk. De waarnemer laat het bij de ander. Bij de doener zit het ikje (ego) er steeds tussen. Bij de waarnemer zit het ikje (ego) niet in de weg. De doener is gespannen. De waarnemer is ontspannen. De doener is duaal. De waarnemer is nonduaal. Dus stop met doen en begin met waarnemen. De waarnemer neemt niet alleen anderen waar. De waarnemer observeert vooral de eigen denkgeest en emoties, zonder te analyseren en zonder zich ermee te identificeren. De denkgeest is vergankelijk. De waarnemer is onvergankelijk. De waarnemer weet dat hij/zij niet de denkgeest is, maar de waarnemer achter de denkgeest. De waarnemer achter de denkgeest is je ware Zijn; het oorspronkelijke bewustzijn (de Godsvonk in jezelf).

 

Iedereen die de inwijdingsweg van het gnostische nondualisme volgt geeft aan dat zij bewuster aan het waarnemen zijn, sinds zij de eerste stappen hebben gezet op dit levenspad. Toch is er een valkuil waar veel innerlijke pelgrims instappen. Het gaat hier om de valkuil van de denkgeest. Het gaat op deze inwijdingsweg namelijk niet om het nadenken over, maar om het ervaren van. Zorg dat je niet in de valkuil van de denkgeest (je ego) stapt. De denkgeest kan zich voordoen als de waarnemer achter de denkgeest. Dan neem je nog steeds waar vanuit je denkgeest en niet vanuit je ware Zijn. Dan ben je aan het nadenken over het denken en voelen. De denkgeest analyseert het denken en voelen en vereenzelvigt zich daarmee. Je ware Zijn observeert alleen maar, zonder te analyseren en zonder zich te vereenzelvigen met het denken en voelen. Met gevoelens worden hier de emoties bedoelt, die verbonden zijn aan het denken. In het nondualisme gaat het niet om het denken in je hoofd en het voelen van emoties, maar om het voelen van Gods liefde in je hart. Gods liefde verhelderd je denken en verzacht je emoties. Het opent je hart en werkt als balsem voor je ziel. Dan leef je vanuit een diepe innerlijke rust. Een leven in liefde, vrede en compassie. Je ware Zijn is niet te begrijpen en niet te beleven vanuit de denkgeest. Probeer je gedachten en gevoelens niet weg te drukken, want dan voed je de denkgeest alleen maar. Observeer hoe je denkgeest zich voordoet als de waarnemer achter je denkgeest. Alleen wanneer je denkgeest rustig is kan jij je ware Zijn gaan ervaren. De denkgeest wordt rustig zodra jij je denkgeest met rust laat. De aandachtstraining en het stiltegebed helpen jou hierbij. Alleen in de ruimte die ontstaat door desidentificatie kan je het leven volledig omarmen zoals het hier en nu is, vanuit de volle overgave aan God. Je wordt niet langer meegesleurd door je gedachten en gevoelens. Je neemt er innerlijk afstand van. Je stapt als het ware uit je eigen verhaal, uit je eigen drama. Dan staat je denkgeest niet meer in de weg tussen God en de Godsvonk. 

 

25. De aandachtstraining: 

 

Houd je leven zo eenvoudig mogelijk. Beleef het leven als een spirituele ervaring, op de weg terug naar God. Benader persoonlijke problemen als spirituele oefeningen. Het is de loutering des levens. Raak nooit verbitterd, verstard of hard (dualistisch) door de obstakels van het leven. Ervaar de kracht diep in je hart. Blijf warmhartig, meegaand en zacht (nondualistisch). 

 

Je bent niet in het verleden en je bent niet in de toekomst, dus leef volledig in het hier en nu. Blijf niet hangen in het verleden en staar je niet blind op de toekomst. Richt je aandacht op het hier en nu en laat je aandacht niet afdwalen naar het verleden of de toekomst. Verblijf heel bewust in het huidige moment, van moment tot moment, tot moment.... Laat het verleden rusten in Gods handen. Koester alle mooie momenten.

 

Vertederende ontroering verwarmt je hart. Humor en lachen verheffen je ziel. Ga lichtvoetig door het leven. Je bent slechts een esoterische pelgrim op doorreis door dit leven. Wees ootmoedig en verwonder je elke dag weer opnieuw.

 

Bewonder de aardse natuur en geniet van haar schoonheid, want ook al is zij niet door God geschapen, het is wel een prachtig kunstwerk. Als je de Godsbezieling ziet en voelt die ook aanwezig is in de aardse natuur, dan brengt het je dichter bij je eigen engelennatuur.

 

Veel mensen kiezen ervoor om vanuit hun gretigheid hun agenda zo vol te proppen dat ze altijd gehaast zijn. Door hun gehaastheid raken ze gestrest. Door de stress worden ze chagrijnig. Doordat ze chagrijnig zijn doen ze naar tegen hun medemensen. Hierdoor worden hun medemensen ook gespannen en chagrijnig en doen van daaruit ook naar tegen hun medemensen. Heb mededogen met deze mensen, want het is vreselijk voor hen dat zij hun eigen gespannenheid of zelfs overspannenheid onbewust zelf veroorzaken en in stand houden. Zo doorbreek je de cyclus van stress. Een eenvoudige en praktische manier om te onthaasten is vertragen. Simpelweg iets langzamer praten, ademen en bewegen (zonder te overdrijven). Je zult merken dat je dan van binnen ook rustiger bent. 

 

In het nondualisme is de aandachtstraining (προσοχή: prosochi) heel belangrijk. De kracht van aandacht verhoogt je levenskwaliteit. De mens is het enige wezen op aarde dat gehaast is, dingen najaagt, piekert en zich zorgen maakt. Bij veel mensen neemt dit zelfs de overhand, waardoor ze continu op spanning staan. Men wordt opgeslokt door alle drukte en beslommeringen en al het mooie en fijne ontgaat ze. Men richt zich alleen nog op de grote dingen, waardoor de kleine dingen in het niet vallen. Hierdoor ontgaat ze het grote wonder van het bestaan en alle kleine wondertjes die daarin plaatsvinden. Men is zich er niet meer volledig van bewust, omdat men er simpelweg te weinig aandacht aan schenkt.

 

Veel mensen zijn zich niet volledig bewust van het hier en nu en alles wat plaatsvind in het moment. Men is zich niet bewust van spanningen in het lichaam en de denkgeest raast maar door. Als men door het park wandelt is de denkgeest bij de boodschappen die nog gedaan moeten worden, bij wat een vriendin gisteren heeft gezegd of een familielid die men nodig eens moet bellen. Hierdoor is men zich niet meer bewust van de verwarmende zonnestralen, het briesje langs het gezicht, de verfrissende regendruppels, hoe prachtig de vogels zingen, hoe mooi de bloemen bloeien of de geur van het vers gemaaide gras. Alleen al door met je aandacht naar je lichaam en je adem te gaan, wordt je al in het hier en nu geplaatst. Voel de spanning in je lichaam en adem rustig de spanningen uit. Frisse lucht in en spanning uit. Voel heel je lichaam en hoe het zich ontspant. Je schouders en je ademhaling zijn hier goede aandachtspunten voor. Bij spanning zijn je schouders en ademhaling hoog. Bij ontspanning zijn je schouders en ademhaling laag. Laat je schouders los en ontspannen en volg bewust het natuurlijke ritme van je ademhaling. Probeer niets te sturen. Observeer alleen maar en laat los. Check gedurende de dag regelmatig je schouders en ademhaling, zodat je weet hoe je in je stressniveau zit. Zo kan je bij spanning weer terugkeren naar je ontspanning, door je schouders te laten zakken en je adem te laten dalen. Als je loopt voel dan bewust elke stap die de grond aanraakt. Als je zit voel dan bewust je zitvlak die de stoel aanraakt. Als je ligt voel dan bewust het oppervlak waarop je ligt. Als je eet geniet dan bewust van elk hapje. Als je drinkt geniet dan bewust van elk slokje. Neem rustig de tijd voor alles. Wees je volledig bewust van wat je voelt, wat je ziet, wat je hoort, wat je ruikt en wat je proeft. Zo verfijn je de gewaarwording van je gevoel, je zicht, je gehoor, je reuk en je smaak. Zo geniet je bijvoorbeeld veel meer van een kopje thee. Hoe voelt de vorm en temperatuur van het kopje? Hoe ruikt de heerlijke damp van de thee? Hoe smaakt de thee in je mond? Hoe voelt het doorslikken van de thee? Hoe voelt de thee in je buik? Ontspan lekker en geniet van het zalige kopje thee. Neem de tijd en laat al het andere even voor wat het is, door je gewoonweg bewust te richten op elke handeling, elke beleving, elke ervaring en elke indruk. Zo kan je elke dag de hele dag door bewust zijn; bij de afwas, bij het stofzuigen, bij het knuffelen, etcetera. Hierdoor zal je alles intenser ervaren en er intenser van kunnen genieten. Zelfs de dingen die je niet leuk vind worden een genot. Doe alles niet te snel. Neem rustig de tijd. Doe alles bewust en langzaam. Geniet van de smaak van een aardbei, de geur van een dennenboom, de zonsondergang, de sterren aan de hemel, een hondje dat huppelt op de weide, een poesje dat spint in je armen, de omhelzing van een vriend, de glimlach op iemands gezicht, de twinkeling in iemands ogen. Geniet ook van het schoonmaken van je huis, boodschappen doen, je administratie ordenen, naar je werk gaan en al je dagelijkse bezigheden. En vergeet niet om lief voor jezelf te zijn. Wandel even een blokje om, luister naar je favoriete muziek, kijk een goede film, geef jezelf een bosje bloemen, maak iets lekkers voor jezelf, steek een kaarsje aan, kruip lekker op de bank met een goed boek en een dekentje om je heen. Doe regelmatig wat jou een fijn gevoel geeft. Het zijn de kleine dingen die het leven zo prachtig maken. Zorg dat je leeft en niet overleeft of geleefd wordt. Gun het jezelf in hectische tijden om de tijd te nemen om tot rust en weer op krachten te komen. Gun het jezelf om in rustige tijden extra aandacht aan jezelf te besteden. Als je goed voor jezelf zorgt kan je ook beter zorgen voor iemand anders. Bovendien verdien jij het dat een ander ook voor jou zorgt. En heel belangrijk; wees dankbaar voor elk moment en wat je op dat moment kan en mag doen en ervaren. Verhef het bewust genieten tot een kunstvorm. 

 

Voor de aandachtstraining is er een eenvoudige oefening. Deze oefening helpt je om alles in je leven vol aandacht te doen en vol aandacht te beleven. Neem elke dag 15 minuten de tijd om deze oefening te doen. Zet je telefoon uit en de deurbel op stil, zodat je niet gestoord kunt worden. Ga lekker zitten of liggen op een rustige plek in je huis. Laat alles gewoon even voor wat het is. Dit is jouw moment. Volg het ritme van je ademhaling. Adem een paar keer diep in en uit. Laat je ademhaling vervolgens zijn natuurlijke verloop. Neem even de tijd om rustig door te ademen en het rustige ritme van je ademhaling te volgen. Voel heel bewust de stoel waarop je zit of de bank waarop je ligt. Ga dan met je aandacht naar je linker voet en enkel. Voel je linker voet en enkel en adem rustig door. Neem hier rustig de tijd voor. Blijf even met je aandacht bij je linker voet en enkel. Je hoeft je voet en enkel alleen maar te voelen door er bewust met je aandacht heen te gaan en met je aandacht daar te blijven. Verder hoeft je niets te doen. Doe niet je best om je voet en enkel te ontspannen, want dat is een activiteit (inspanning) waardoor je juist niet kunt ontspannen. Je hoeft alleen maar te voelen en je er gewaar van te zijn. Voel je linker voet en enkel. De ontspanning volgt dan vanzelf. Doe ditzelfde dan bij je linker onderbeen en knie. Voel je linker onderbeen en knie en adem rustig door. Maak met je aandacht de connectie met je linker voet en enkel. Voel je linker voet, enkel, onderbeen en knie. Ga dan met je aandacht naar je linker bovenbeen en heup. Voel je linker bovenbeen en heup en adem rustig door. Voel vervolgens de connectie van je linker voet, enkel, onderbeen, knie, bovenbeen en heup. Ga vervolgens met je aandacht naar je rechter voet en enkel. Wandel met je aandacht dezelfde weg omhoog als met je linker been. Doe ditzelfde met je bekken, onderbuik en onderrug terwijl je rustig doorademt. Voel de connectie met beide benen. Vervolgens heel je rug en schouderbladen. Daarna je bovenbuik en borstkas. Zo ook je hoofd, nek en schouders en vervolgens je bovenarmen, ellebogen, onderarmen, polsen en handen (weer eerst links en daarna rechts). Voel vervolgens heel je lichaam en de connectie van heel je lichaam, terwijl je rustig doorademt. Zo is in een kwartiertje heel je lichaam van top tot teen gevuld met je aandacht. Je zult aan het einde van de oefening merken dat heel je lichaam en geest tot rust en ontspanning zijn gekomen. Als je gedachten tijdens de oefening met je op de loop gaan, keer dan weer rustig met je aandacht terug naar je lichaam en ademhaling. De gedachten komen dan vanzelf weer tot rust. Ook hier geldt; geduld is een schone zaak en oefening baart kunst. Hoe vaker je de oefening doet, hoe makkelijker het zal gaan. Even kwaliteitstijd voor jezelf. Geniet ervan. Doe deze oefening dagelijks. Maak er een dagelijkse gewoonte van, net als eten, slapen, douchen en tandenpoetsen. Je zult merken dat de aandacht en ontspanning doorwerken in heel je leven. Het lijkt bijna te simpel om waar te zijn, maar je zult de kracht van aandacht gaan ervaren. Doe deze oefening dagelijks als een opzichzelfstaande oefening. Je kunt tevens een kortere versie van 5 minuten gebruiken als voorbereiding op het stiltegebed. 

 

Dingen gebeuren en wij reageren daarop. De aandachtstraining verandert hoe wij ons verhouden tot onze gedachten en gevoelens. Dat verandert hoe wij ons verhouden tot de wereld. En dat verandert onze reactie op de wereld. Nondualisten hebben, net als anderen, geen controle over hun leven, maar wel controle over hun reactie daarop. Je hebt geen invloed op welke situaties zich aandienen, maar je hebt wel invloed op hoe je reageert op die situaties. Je hebt geen invloed op wat anderen doen en zeggen, maar je hebt wel invloed op hoe jij daarop reageert. Dit is een spirituele training en zal steeds beter en makkelijker gaan naarmate je vordert. Je kunt er telkens weer bewust voor kiezen om mild en compassievol om te gaan met je eigen gedachten en emoties en van daaruit mild en compassievol te reageren op situaties en op anderen. Dan kan je mild en compassievol blijven, ongeacht welke gedachten en emoties in je opkomen, ongeacht welke situaties zich aandienen en ongeacht wat anderen doen of zeggen. De aandachtstraining helpt jou hierbij. 

 

Als beginner zal je denkgeest een loopje met je nemen. Haak dan niet af, want dit is normaal in het begin. Oefening baart kunst. Door regelmatig te oefenen tem jij je denkgeest en krijg jij je emoties onder controle. De denkgeest wordt niet getemd door vanuit wilskracht de teugels aan te trekken en krampachtig te sturen of door de teugels te laten vieren. De denkgeest wordt getemd door deze vanuit de innerlijke waarnemer met liefdevolle aandacht te observeren en met liefdevolle aandacht te geleiden. Vervolgens komt de getemde denkgeest tot rust zodra jij je denkgeest met rust laat. Deze rust ontstaat vanuit de innerlijke waarnemer die de gedachten liefdevol observeert, zonder deze verder te voeden en zonder er verder iets mee te hoeven doen. Het is de bewuste aanwezigheid en beleving vanuit je spirituele geesteshart (kardia: καρδιά), in het midden van je borstkas. Dan verliezen de gedachten "vanzelf" hun lading. Dan ontstaat er ruimte voor mildheid en compassie. Uiteindelijk wordt het "als vanzelf zo" dat je mild en compassievol reageert. Dit lukt niet als je de emoties krampachtig vanuit je denkgeest probeert te sturen of onderdrukken, want dat versterkt de emotionele lading alleen maar. Dit lukt ook niet als je de emoties de vrije loop laat gaan, want dan nemen de emoties de overhand. Dit lukt alleen in de ontspannen openheid van de innerlijke waarnemer, die de emoties liefdevol observeert, zonder deze verder te voeden en zonder er verder iets mee te hoeven doen. Het is de bewuste aanwezigheid en beleving vanuit je spirituele geesteshart. Dan verliezen de emoties "vanzelf" hun lading en komt er ruimte voor mildheid en compassie. In het begin is dit een proces. Als je gevorderd bent is dit geen proces meer, maar een directe transformatie die "als vanzelf" plaatsvindt. Je hoeft dus niets te doen; je hoeft alleen maar waar te nemen. Liefdevol vanuit je geesteshart waarnemen. Je geesteshart is de zetel van de innerlijke waarnemer. De innerlijke waarnemer is de Godsvonk (Theos: Θεός) in jezelf. 

 

Dit is niet iets dat je in het begin van je training meteen zult ervaren. Je komt eerst tot het ontwaakte bewustzijn (Heilige Geest), waarin je bewust bent van de aanwezigheid van God. Dan kom je tot het nonduale bewustzijn (Christus), waarin je de eenheid met God ervaart. Van daaruit kom je tot het oorspronkelijke bewustzijn (God). Je geesteshart is de zetel van de innerlijke waarnemer. De innerlijke waarnemer is het oorspronkelijke bewustzijn, de Godsvonk in jezelf, die niet bewust hoeft te worden, maar bewust is. Dan is het God zelf die waarneemt en Gods liefde die bepaalt hoe jij omgaat met je denken en voelen en van daaruit bepaalt wat jij doet of zegt. Zo manifesteert God zich in de wereld. God manifesteert zich door jou heen. "Niet mijn wil maar Uw wil geschiede." Mattheüs (26:39) Marcus (14:36) Lucas (22:42) De aandachtstraining en het stiltegebed geven God de ruimte om zich door jou heen te kunnen manifesteren. 

 

Door de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn) openbaren liefde, vrede en compassie zich als kwaliteiten te midden van de dualiteit. Door Christus (het nonduale bewustzijn) openbaren liefde, vrede en compassie zich als duaal oplossende kwaliteiten. Door God (het oorspronkelijke bewustzijn) openbaren liefde, vrede en compassie zich als allesoverstijgende kwaliteiten. 

 

26. Het stiltegebed:

 

Het verwezenlijken van nondualiteit wordt in het gnostische nondualisme gedaan door middel van het stiltegebed (hesuchia). Hesuchia (ἡσυχία) betekent "stilte." Dit wordt ook wel agios hesuchia (ἅγιος ἡσυχία) genoemd, hetgeen "heilige stilte" (ook wel "zalige stilte") betekent. Je kunt hier eventueel een huisaltaartje (tafeltje) voor inrichten, met een beeld van Jezus Christus. Zo kan jij thuis je eigen meditatieplek creëren. Ledig je geest en zuiver je hart in het stiltegebed. Dat is wat Jezus heeft bedoelt met: "Zalig zijn de armen van geest, want met hen is het koninkrijk der hemelen. Zalig zijn de zuiveren van hart, want zij zullen God aanschouwen." De zaligsprekingen (de 8 makarismen) Mattheüs (5:1-12) 

 

In het stiltegebed worden één of meerdere zinnen in gedachte herhaald, totdat je de woordeloze innerlijke rust gaat ervaren. Beoefen het stiltegebed dagelijks één of twee keer per dag een kwartier tot een half uur. Je kunt ontspannen gaan zitten voor het stiltegebed. Dat kan in de kleermakerszit (op een kussen op de grond), in de knielzit (zittend op een meditatiebankje), in de koetsiershouding (op een stoel leunend naar voren, met je onderarmen op je bovenbenen) of in de koningshouding (op een stoel rechtop, zonder te overstrekken). Zorg dat je comfortabel zit. Je kunt ook in een leunstoel gaan zitten, met de rug tegen de leuning. Buig je hoofd iets voorover voor een deemoedige houding. Vouw je handen in je schoot of breng je open handen ontspannen samen (met je wijsvingertoppen ter hoogte van je kin). Beide biddende handposities symboliseren de hereniging met God. Kies de positie die voor jou goed voelt. Sluit je ogen. De ademhaling vult heel je lichaam; je onderbuik en je borstkas (schouders blijven laag en ontspannen).

 

Het stiltegebed wordt in gedachte (in stilte) herhaald (mirykasmos: μηρυκασμός) op een rustig ritme van de adem (anapnoi: αναπνοή): "Hemelse Vader (inademing), zuiver mijn hart (uitademing)." Dit wordt het "gebed der zuiverheid" genoemd. Het is geen vaste voorschrift om te bidden op het ritme van de ademhaling. Als je dat fijner vindt dan herhaal je het gebed in gedachte terwijl je gewoon doorademt of fluisterend op de uitademing. Herhaal de gebedszin, totdat je (als je gevorderd bent) de woordeloze rust gaat ervaren. Dit niet als een rationeel zinnetje die je intentieloos herhaald, maar vanuit het diepste van je hart, totdat je de woordeloze innerlijke rust gaat ervaren vanuit een intense zielsliefde. Focus je gedurende het stiltegebed altijd en continu gelijktijdig op je spirituele geesteshart (je hartcentrum in het midden van je borstkas) en de kosmos om je heen. Dus op God in jezelf en buiten jezelf als een éénheid. Voel de éénheid in en vanuit je geesteshart. Blijf je focussen op je geesteshart, want dat is het centrum van je ware Zijn; dat is de zetel van de Godsvonk. Vanuit je geesteshart (de Godsvonk in jezelf) ga je in de ruimte en tijd waarin jij je op dat moment bevindt God buiten jezelf ervaren, die vrij is van ruimte en tijd. Bid vol overgave vanuit je geesteshart. In het Grieks wordt dit threskeia (aanbidding: θρησκεία) genoemd; God liefhebben. Geef je volledig over aan God. Uiteindelijk wordt het een doorlopende stiltemeditatie, een doorlopend stiltegebed. 

 

Je kunt met het stiltegebed ook de volgende gebedszin bidden: "Liefde, vrede (inademing) en compassie (uitademing)" of "Liefde, vrede en compassie (inademing). Liefde, vrede en compassie (uitademing)." Dit wordt het "gebed des lichts" genoemd. 

 

Het stiltegebed kan tevens worden gebruikt om te bidden tot de engelen: "Engelen van God (inademing), ontferm U over mij (uitademing)." Dit wordt het "gebed der engelen" genoemd. 

 

God hoort niet alleen de woorden van je gebed. Hij kent vooral het verlangen van je hart. 

 

In het nondualisme werken we niet met de fijnstoffelijke energie. Het gaat hier namelijk niet over het vergankelijke fijnstoffelijke energielichaam, maar over de onvergankelijke onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή), met goddelijke vonk (Theos: Θεός). In het nondualisme is er maar één centrum die ertoe doet; je spirituele geesteshart (kardia: καρδιά), de zetel van de Godsvonk, in het midden van je borstkas. Het spirituele geesteshart dient men niet te verwarren met de hartchakra. De hartchakra is fijnstoffelijk, terwijl het spirituele geesteshart onstoffelijk is. 

 

Nondualisten slaan geen kruisje voor en na het bidden en zeggen geen amen (het zij zo) na het bidden, omdat het nondualisme uitgaat van het doorlopende stiltegebed.

 

Door het stiltegebed ontwaak je uit de illusie van de dualiteit. Alleen het nonduale bewustzijn zorgt voor de herbronning met God (het oorspronkelijke bewustzijn). Zodra je gevorderd bent in de meditatieve training van het stiltegebed, door er elke dag bewust voor te gaan zitten, kan je het de hele dag door beoefenen. Het in gedachte (in stilte) herhalen van de gebedszin(nen) haalt je uit de maalstroom van je denkgeest. Uiteindelijk wordt het een woordeloos continuerend stiltegebed. Het stiltegebed zorgt voor een intense zielsliefde voor God. Deze zielsliefde is uiteindelijk zonder woorden continu aanwezig door je toewijding aan God. Dit wordt het "gebed des harte" genoemd. Dit woordeloze doorlopende gebed is er altijd. Zelfs tijdens al je dagelijkse bezigheden. Het plaatst je helemaal in het hier en nu, vol overgave aan God. Het schenkt een diepe innerlijke vrede. Het tovert een glimlach op je gezicht en laat je stralen. Het doel van het stiltegebed is om continu je hart te richten op God. 

 

Blijf het stiltegebed dagelijks beoefenen; ook wanneer je al tot het doorlopende gebed bent gekomen. Door er bewust voor te gaan zitten verdiept het gebed zich verder en verder en onderhoud jij je contact met God. 

 

Jezus zei over het gebed: "Als u gelooft zonder twijfel, zal in het gebed uw verlangen worden vervuld en blijft er niets te wensen over." Mattheüs (21:22) Hiermee bedoelde Jezus niet dat je in het gebed kunt vragen wat jij wilt op aarde en dat je dat dan ook zult krijgen. Jezus bedoelde hiermee dat het verlangen van je hart naar de eenheid met God door het gebed wordt vervuld, waardoor je de hemelse gelukzaligheid zult ervaren, die al je aardse verlangens overstijgt. 

 

Mensen maakten en maken God tot een wonderdoener en zij baden en bidden voor persoonlijk gewin. God geeft niet wat jij op aarde wilt, maar "is" datgene wat jij spiritueel nodig hebt om het aardse bestaan te ontstijgen. 

 

Paulus schreef: "Bidt zonder ophouden." 1 Tessalonicenzen (5:17) 

 

27. Het Jezusgebed:

 

De meest beoefende vorm van het stiltegebed is het "Jezusgebed" (Isous prosefhi: Ιησούς προσευχή). Dit gebed wordt ook wel het "gebed der ontferming" genoemd. Ontfermen staat voor het beschermend zorgen. Je bent kwetsbaar en Jezus Christus ontfermt zich over jou en zorgt voor jouw zielenheil. Hij is een veilige thuishaven en geeft beschutting. Het is iets prachtigs. Je voelt de geborgenheid en genegenheid. We hebben allemaal iemand nodig die zich over ons ontfermt. Zoals ouders dat over hun kinderen doen; beschermend zorgen. Niemand kan zich beter ontfermen over jou dan Jezus Christus. Jezus Christus ontfermt zich over de kinderen van God. Jezus Christus ontfermt zich over jou. 

 

De gebedszin die wordt gebruikt: "Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zo deemoedig als ik ben." De kortere en meest gebruikelijke vorm: "Jezus Christus, ontferm U over mij." Soms wordt "mij" vervangen door hem, haar, ons, hen of allen. Ook dit gebed kan je beoefenen op een rustig ritme van je ademhaling: "Jezus Christus (inademing), ontferm U over mij (uitademing)." Of het volle gebed: "Heer Jezus Christus (inademing), Zoon van God (uitademing), ontferm U over mij (inademing), zo deemoedig als ik ben (uitademing)." Sommige nondualisten gebruiken de volgende gebedszin: "Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij." Hierin wisselt de ademcyclus: "Heer Jezus Christus (inademing), Zoon van God (uitademing), ontferm U over mij (inademing)" en vervolgens "Heer Jezus Christus (uitademing), Zoon van God (inademing), ontferm U over mij (uitademing)." Het is geen vaste voorschrift om te bidden op het ritme van de ademhaling. Als je dat fijner vindt dan herhaal je het gebed in gedachte terwijl je gewoon doorademt of fluisterend op de uitademing. Herhaal de gebedszin, totdat je (als je gevorderd bent) de woordeloze rust gaat ervaren. 

 

We bidden niet alleen tot Christus in en buiten onszelf. We bidden tot Jezus Christus, omdat Jezus voor ons de verpersoonlijking is van Christus en dit de respectvolle verhouding tot Christus voor ons mensen tastbaarder en intenser maakt. 

 

Jezus (de verpersoonlijking van Christus) kan niet op meerdere plaatsen tegelijk aanwezig zijn. Maar Christus wel. Christus is net als God vrij van ruimte en tijd. Het beeld van Jezus is onze projectie op Christus. Deze projectie is voor ons belangrijk, om onze verhouding tot Christus te verduidelijken. 

 

Een andere manier om het Jezusgebed te bidden is verbonden met de vruchten van de Heilige Geest (Karpos tou Agios Pneumatos: καρπός του Αγίου Πνεύματος). Galaten (5:22-23) Dit wordt het "gebed der wijsheid" genoemd. Deze vruchten zijn negen eigenschappen: liefdevolheid, gelukzaligheid, vredigheid, kalmheid, vriendelijkheid, goedhartigheid, trouwhartigheid, zachtmoedigheid en gelatenheid. Je zult al biddend steeds dieper de boodschap van Jezus gaan begrijpen en steeds dieper contact krijgen met de Christus in jezelf. Ook dit gebed kan met of zonder het ritme van de ademhaling worden beoefend. Herhaal de gebedszinnen, totdat je (als je gevorderd bent) de woordeloze rust gaat ervaren. 

 

"Heer Jezus Christus (inademing),

ontferm U over mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw liefdevolheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw gelukzaligheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw vredigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw kalmheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw vriendelijkheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw goedhartigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw trouwhartigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw zachtmoedigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw gelatenheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

ontferm U over mij (uitademing)"

 

Je kunt dit gebed ook als volgt bidden: "Jezus Christus (inademing), Uw liefde in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw zaligheid in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw vrede in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw kalmte in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw genade in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw goedheid in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw trouw in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw mildheid in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw berusting in mij (uitademing)." Herhaal de gebedszinnen, totdat je (als je gevorderd bent) de woordeloze rust gaat ervaren. 

 

28. Andere gebeden:

 

Je kunt met het stiltegebed ook het "gebed des Heere" - "Onze Vader" (Patera imon: Πατέρα ημών) - bidden. Mattheüs (6:9-13) Lucas (11:2-4) Vanuit de wijsheid en vaardigheid van het nondualisme heeft dit gebed een andere betekenis en invulling dan de kerkelijke versie. Het brood (manna) staat voor de dagelijkse spirituele voeding. 

 

"Onze Vader, die in de hemelen zijt,

Uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

Vergeef ons onze zonden,

zoals ook wij vergeven onze schuldenaren.

Leid ons uit de verleiding

en verlos ons van het kwade."

 

Een prachtig gebed is het "gebed om rust."

 

"God, geef mij de rust om te accepteren wat ik niet kan veranderen,

de moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen

en de wijsheid om het verschil te zien."

 

29. De schriftlezing:

 

Belangrijk voor je spirituele ontwikkeling binnen het nondualisme is de heilige schriftlezing, "theia anagnosis" (θεία ανάγνωση), van het Nieuwe Testament. Theia anagnosis betekent "goddelijke lectuur." Beoefen de heilige meditatieve schriftlezing minimaal wekelijks een uur tot anderhalf uur. Het is hierin raadzaam om het Nieuwe Testament als een opzichzelfstaand boek (los van het Oude Testament) aan te schaffen. De heilige schriftlezing zorgt ervoor dat de tekst niet slechts gelezen wordt ter kennisgeving. Het zorgt ervoor dat je volledig wordt vervult met het Christusbewustzijn die doorklinkt in de tekst. Het Christusbewustzijn vervult de beschouwing van het heilige schrift. De heilige schriftlezing bestaat binnen het nondualisme uit zes fases: lezen (anagnosis: ανάγνωση), bespiegelen (meletao: μελετάω), bidden (prosefhi: προσευχή), beschouwen (theoria: θεωρία), handelen (prattoo: πράξη) en éénworden (enosi: ένωση). De heilige schriftlezing wordt voorafgegaan door het stiltegebed (hesuchia: ἡσυχία) en afgesloten met het stiltegebed (5 tot 15 minuten). 

 

Lezen: Lees de tekst langzaam en nauwkeurig. Doe dit in stilte of zachtjes fluisterend voor jezelf. Analyseer de tekst niet, maar beleef de tekst. Stel je tijdens het lezen voor dat je in het verhaal zit. Zie wat er in het verhaal gebeurd en wat er in de setting van het verhaal plaatsvindt en gedaan wordt. Stel je voor dat je daadwerkelijk hoort wat er gezegd wordt en proef de sfeer van hetgeen omschreven wordt. Zo gaat het verhaal leven alsof je erbij bent.

 

Bespiegelen: Nu bespiegel je de tekst. Kijk welke kernbeelden, kernwoorden of kernzinnen er voor jou uitspringen en ervaar wat dit met je doet. Je neemt waar hoe dit bij jou binnenkomt en je wordt je bewust van hetgeen deze kern jou te vertellen heeft.

 

Bidden: Vervolgens wordt je leeservaring een vorm van gebed. Je stelt je open voor hoe het heilige schrift jou aanspreekt, voorbij hetgeen waar je zelf aan dacht. Laat in die ruimte je innerlijke Christus tot je gevoel spreken en wees stil. Laat het op je inwerken en luister naar je innerlijke weten. Kies een kernbeeld, kernwoord of kernzin die je net als in het stiltegebed bidt. Als het om een woord of een zin gaat, herhaal deze dan in stilte (op een rustig ritme van je ademhaling) of fluisterend op de uitademing. Als het om een beeld gaat, blijf daar dan naar kijken terwijl je rustig je ademhaling volgt. 

 

Beschouwen: Nu is het moment dat je voorbij je eigen rationele grenzen en voorbij je eigen beperkte denken wordt meegenomen. Het gebed gaat hier woordeloos over in verstilling. Kijk en voel wat de heilige schriftlezing met je heeft gedaan. Voel de diepe eenheid van het Christusbewustzijn in je spirituele geesteshart. Het Christusbewustzijn verlicht heel je wezen.

 

Handelen: Neem hetgeen je ervaren hebt en hetgeen je in bent gaan zien tijdens de heilige schriftlezing mee in je dagelijks leven. Je zult gaan merken dat de heilige schriftlezing heel je denken, voelen en handelen transformeert en dat van daaruit het hele leven een gewijde beleving kan zijn.

 

Eénworden: In deze fase ben je één geworden met het inzicht van het heilige schrift, voorbij je rationele verstand. Dit wordt de "wijsheid van het hart" (wijsheid des harte) genoemd. Het is je spirituele geesteshart dat je volgt, dat liefdevol is aangeraakt door middel van het heilige schrift. 

 

Als je het Nieuwe Testament leest vanuit de visie van het gnostische nondualisme (zoals beschreven op deze webpagina), dan lees je het met andere ogen en wordt de ware betekenis duidelijk. De "openbaring van Johannes" is hier een goed voorbeeld van. De openbaring van Johannes is de prachtige symboliek, die van alle tijden is, over het opgaan van de duale duisternis (innerlijke strijd) in het nonduale licht (innerlijke vrede).

 

30. De Jezusvraag:

 

Naast het Jezusgebed en het heilige schrift kan Jezus een rol in je leven spelen door hetgeen in het nondualisme de "Jezusvraag" (Isous zito: Ιησούς ζητώ) wordt genoemd. Je kunt jezelf afvragen: "Wat zou Jezus doen als Hij in mijn schoenen stond?" En: "Wat zou Hij zeggen als het mij niet lukt om het te doen zoals Hij dat zou doen?" Het zal je leven en daarmee het leven van anderen veranderen. Je zult anders tegen het leven aankijken en anders in het leven staan. Tevens zul je merken dat je zonder innerlijke strijd omgaat met tegenslagen, zoals ziek zijn, verlies en rouw, etcetera. Dus stel jezelf elke keer dezelfde eenvoudige vraag: "Wat zou Jezus doen als Hij in mijn schoenen stond?"

 

31. Het droomwerk:

 

In het nondualisme werken we met het "droomwerk" (oneira: όνειρα). Dit wordt ook wel de "innerlijke droomreis" genoemd. Beoefen het droomwerk regelmatig. Het zal dan als vanzelf doorwerken in de andere nachten. Bewust dromen wordt in het Nieuwe Testament 7 maal genoemd. We slapen ongeveer een derde van ons leven. We dromen vier tot vijf keer per nacht. De droomtijd varieert van een aantal minuten tot een uur per droom. Er zijn drie soorten dromen: verwerkende dromen, symbolische dromen en spirituele dromen. Door de bewustwording op je inwijdingsweg ga je bewust dromen. Dit gebeurt zodra je het ontwaakte bewustzijn hebt bereikt. Je gaat de betekenis van dromen begrijpen en je kunt invloed hebben op het verloop van dromen. Tijdens dromen kan je de dingen van de dag en uit het verleden verwerken, symbolische boodschappen krijgen, uitstapjes maken in de spirituele wereld door uittredingen en je spirituele gids (beschermengel) of een overleden dierbare ontmoeten. Het kan je veel inzicht geven en prachtige ervaringen opleveren. Probeer niets af te dwingen tijdens de droomreis. Laat het allemaal spontaan gebeuren. Wat komt dat komt en wat niet komt dat komt niet. Ga gemakkelijk liggen in een positie die voor jou goed voelt. Sluit je ogen en ontspan. Voel de rustige deining van je ademhaling. Dein maar mee op het rustige ritme van je adem. Loop met je aandacht je hele lichaam langs. Ontspan je lichaam van je tenen tot je kruin. Laat met elke uitademing meer spanning los. Doe niet je best om te ontspannen, want dat is een activiteit (inspanning) waardoor je juist niet diep kunt ontspannen. Geef je volledig over aan het moment, zodat de spanningen als vanzelf van je afglijden. Voel je lichaam lichter worden. Laat jezelf wegglijden in een steeds diepere ontspanning, om heerlijk weg te doezelen in een sluimertoestand. Richt je aandacht op het uitdijen van het gewaarzijn. Voel hoe je losser in je lichaam komt te zitten. Herhaal de gebedszin totdat je in slaap valt: "Jezus Christus (inademing), laat mij dromen (uitademing)." Als je wakker wordt uit een droom, terwijl je naar je eigen gevoel en inzicht nog niet klaar was met die droom, dan bid je: "Jezus Christus, breng mij terug." Voor inzicht in de betekenis van de droom bid je na het ontwaken: "Jezus Christus, schenk mij inzicht." Stel jezelf open om het inzicht te ontvangen. Mocht je een nare droomreis krijgen, bidt dan het Jezusgebed: "Jezus Christus, ontferm U over mij." Er bestaan geen standaard betekenissen van dromen. Iedereen heeft een andere associatie en daarmee een andere interpretatie. Daarom is een open visie belangrijk. Intuïtieve droomduiding geeft inzicht in de persoonlijke betekenis die de droom heeft voor jou. Bij het opstaan bid je kort: "Jezus Christus, zegen deze dag. " Of als je het moeilijk hebt: "Jezus Christus, help mij deze dag door." 

 

32. Het gidswerk:

 

Er wordt in het nondualisme contact gemaakt met je persoonlijke beschermengel (fylaka: φυλακα). Dit zogeheten "gidswerk" zorgt ervoor dat je kunt communiceren met je beschermengel. Beoefen het gidswerk regelmatig. Je beschermengel is je spirituele gids. Je beschermengel is je ultieme soulmate. Je beschermengel is een oude ziel die bevrijd is uit de cyclus van het stoffelijke en ervoor gekozen heeft om jouw beschermengel te zijn. Je beschermengel ken je uit meerdere vorige levens. Je beschermengel is met je intuïtie waar te nemen als een lichtgestalte en meestal ook in het uiterlijk dat voor jou herkenbaar en vertrouwd is vanuit een vorig leven. Begin het gidswerk altijd met een kort stiltegebed (ongeveer 5 minuten). Ga gemakkelijk zitten of liggen in een positie die voor jou goed voelt. Sluit je ogen en ontspan. Voel de rustige deining van je ademhaling. Dein maar mee op het rustige ritme van je adem. Loop met je aandacht je hele lichaam langs. Ontspan je lichaam van je tenen tot je kruin. Laat met elke uitademing meer spanning los. Doe niet je best om te ontspannen, want dat is een activiteit (inspanning) waardoor je juist niet diep kunt ontspannen. Geef je volledig over aan het moment, zodat de spanningen als vanzelf van je afglijden. Voel je lichaam lichter worden. Laat jezelf wegglijden in een steeds diepere ontspanning, om heerlijk weg te doezelen in een sluimertoestand. Richt je aandacht op het uitdijen van het gewaarzijn. Voel hoe je losser in je lichaam komt te zitten. Vraag in gedachte aan je beschermengel om zich aan jou te tonen. Kijk met je intuïtie naar zijn/haar gestalte en hoe hij/zij zich steeds duidelijker zichtbaar maakt. Dit kan naast je zijn, voor je, aan het voeteneind of zwevend boven jou. Je engel geeft jou een aangenaam, warm en tintelend gevoel. Blijf je focussen op het glanzen en schitteren van je engel vol licht. Zie met je innerlijke gewaarzijn de details van zijn/haar gestalte en gelaat. Zodra jij het contact met je engel duidelijk voelt en hem/haar goed ziet kan je in gedachte naar zijn/haar naam vragen. Stel je open om de naam te ontvangen. Naarmate je deze oefening vaker doet zal het contact met je engel sterker en intenser worden. Je engel houdt onvoorwaardelijk, oneindig en zielsveel van jou en is er altijd voor jou wanneer je hem/haar nodig hebt of wanneer jij bewust contact zoekt. Zo kan de hechte liefdevolle band met je engel bewust beleeft worden. Je kunt je engel ook uitnodigen om in je nachtelijke dromen te verschijnen. Zorg ervoor dat je niet de hele dagen door met je engel bezig bent. Leef gewoon je dagelijks leven in het hier en nu. Maar weet dat je ziel altijd wordt beschermd door je engel tegen kwade spirituele invloeden. Zie het gidswerk als een prachtige mogelijkheid om je veilig en geborgen te voelen bij je engel. Je engel kan jou troosten en inspireren. Als je meer ervaring hebt in het gidswerk kan je zelfs in gedachte gesprekken voeren met je engel en boodschappen van hem/haar channelen. Doe een gidswerkoefening een kwartier tot een half uur en nooit langer dan een uur. Je zult merken dat je op een gegeven moment de oefening niet meer nodig hebt om contact met je engel te hebben en te onderhouden, maar dat het toch heel fijn is om te blijven doen, zodat je er echt even de tijd voor neemt (zonder storende factoren). Sluit het gidswerk altijd af met een kort stiltegebed (ongeveer 5 minuten). De beschermengel van Peter van Hooij is Anchil. In het Grieks betekent haar naam "schittering." 

 

33. De levenshouding:

 

Er zijn in het nondualisme geen dogma's (opgelegde leefregels). De intentie is bepalend. Doe je iets vanuit een goedbedoelde intentie, dan is het goed. Doe je iets vanuit een slechtbedoelde intentie, dan is het slecht. Wat op jou overkomt als goed, hoeft niet per definitie vanuit een goede intentie voort te komen. Wat op jou overkomt als slecht, hoeft niet per definitie vanuit een slechte intentie voort te komen. Goed en slecht zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie van het slechte. Het slechte is duaal (veroordeling, ergenis en strijd), maar het goede is nonduaal (acceptatie, genegenheid en vrede). Nondualiteit kent geen tegenstelling. Waar acceptatie is kan geen veroordeling zijn, waar genegenheid is geen ergenis en waar vrede is geen strijd. Het is duaal om jezelf moreel superieur te voelen en jezelf moreel superieur te verklaren boven een ander, alleen maar omdat de ander anders denkt en doet dan jou welgevallig is. Wij volgen de nonduale weg. 

 

Sommige mensen prijzen zichzelf met de woorden: "Ik heb (of ben) een sterke persoonlijkheid." Alsof dat iets positiefs is. Een sterke persoonlijkheid wijst op een opgeblazen ego. Deze mensen worden gedreven door geldingsdrang, zijn overdreven aanwezig en gedragen zich overheersend. Een nondualist heeft geen 'sterke' (duale) persoonlijkheid, maar een 'verfijnde' (nonduale) persoonlijkheid. Als nondualist verfijn jij je ego dusdanig, dat deze niet leidinggevend is en dus niet bepaalt hoe jij je gedraagt. Hierdoor kan de ziel voluit stralen. Grootsheid is de taal van het ego. Bescheidenheid is de taal van het hart. Dus streef niet naar een 'sterke' persoonlijkheid, maar naar een 'verfijnde' persoonlijkheid. Een sterke persoonlijkheid is een zwakte. Een verfijnde persoonlijkheid is een kracht. Zelfvertrouwen is niet vol zijn van jezelf, maar jezelf kunnen vertrouwen. 

 

Je kunt beter eerst praten met de ander, voordat je praat over de ander. Degene die verzinsels klakkeloos voor waar aanneemt en zelfs doorverteld alsof het feiten zijn zit net zo fout als degene die de roddels begint. Heb mededogen met de roddelaar, want hij/zij is slachtoffer van zijn/haar eigen frustratie en onvrede over zijn/haar eigen leven. Ga nooit uit van aannames en veronderstellingen, want die zijn vaak anders dan de realiteit. Mensen veranderen. Dat je iemand toen kende betekent niet dat je diegene nu kent. Als jij je constant iets aantrekt van wat anderen van jou vinden, dan ben je nooit echt jezelf. Dus blijf authentiek. Vertoon geen competitief gedrag. Meet jezelf niet met anderen. Bidt liever dat je hart rein is jegens anderen. 

 

Leven in nondualiteit (nonduaal door het leven gaan) betekent niet dat jij geen afkeer tegen kwaadaardigheid mag hebben. Het is juist goed dat jij je afwend van het kwaadaardige. Dit is functioneel belangrijk. We leven nu eenmaal in een duale wereld. Je distantiëren van het kwaad draagt juist bij aan een leven in liefde, vrede en compassie voor iedereen. Je laat je niet meesleuren door het kwaadaardige en gaat daar dus zeker niet in mee. Je beantwoord het kwaad niet met het kwaad. Je roept het juist een halt toe, zodat de angst, strijd en destructie van het kwaad geen levens kan verwoesten. Hierdoor heeft iedereen de mogelijkheid om te leven in liefde, vrede en compassie. De hemelse liefde, vrede en compassie zijn door geen enkel kwaad verstoorbaar. Het kwaad (dualiteit) heeft geen vat op nondualiteit. En juist daardoor kan jij je distantiëren van het kwaad. 

 

Lief zijn en lief doen, dat zijn twee verschillende dingen. Uit "lief zijn" komt het ware liefdevolle handelen voort. "Lief doen" komt niet altijd voort uit een liefdevolle intentie; het kan een vorm van manipulatie zijn, waarbij degene die lief doet iets voor elkaar probeert te krijgen voor persoonlijk gewin. Richt je op de mensen die lief zijn en niet op de mensen die lief doen. 

 

Probeer niet een succesvol mens te worden, maar een waardevol mens te zijn. Je hoeft nergens succesvol in te worden om waardevol te kunnen zijn. Je moet iemand niet beoordelen op wat iemand heeft bereikt, maar op hoe iemand is. Dankbaar zijn voor hetgeen je hebt mogen bereiken is iets anders dan jezelf op de borst kloppen hoe geweldig je bent. 

 

34. De communicatie

 

Elke nondualist gaat uit van een vreedzame verbale en nonverbale communicatie. Dit houdt in dat een nondualist niet beladen reageert op de lading van anderen, omdat dat alleen maar leidt tot een nog grotere lading. Als je ontspannen reageert dan neutraliseert dat de spanning van de ander. Laat je niet meesleuren in iemands destructieve dualiteit (innerlijke strijd). Blijf in de compassievolle nondualiteit (innerlijke vrede). Neem waar zonder oordeel. Stel je mild op naar jezelf en de ander. Luister aandachtig. Communiceer vanuit een liefdevolle vriendelijkheid. Blijf met je aandacht bedaard bij jezelf, zonder verzet jegens de ander. Spreek je woorden weloverwogen of zwijg. Zorg ervoor dat je vanuit empathie en compassie als waarnemer aanwezig bent, zodat je niet alles persoonlijk opvat. Zorg dat je vrij bent van de impulsieve cyclus van actie en reactie. Je hoeft niet altijd of meteen te reageren. En als je reageert, doe dat dan rustig en weloverwogen. Probeer nooit je gelijk te halen of de ander ergens van te overtuigen, want opgelegd inzicht is geen waarlijk inzicht. Blijf altijd rustig, vriendelijk en compassievol. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

Zorg dat je iedereen in hun waarde laat, hoe groot de visies ook verschillen. Je hoeft het niet altijd eens te zijn, maar je hoeft ook niet altijd ongevraagd je mening te geven. Het gaat erom dat je vanuit liefde leeft en anderen behandeld zoals je zelf behandeld wenst te worden. In het nondualisme wordt aangegeven dat iedereen die leeft vanuit een liefdevolle intentie in de hemel komt, ongeacht de religie en ongeacht of iemand religieus is of niet. We komen dus uiteindelijk allemaal in dezelfde hemel; of iemand dat nou gelooft of niet. Maar zelfs hier hoeft je niemand van te overtuigen. Tolerantie, empathie en mededogen zijn de sleutels tot vrede en harmonie. Het nondualisme gaat over liefde, vrede en compassie. Dit gaat verder dan leven en laten leven. Dit gaat over "samenleven." Dit lukt alleen als je zelf geen innerlijke strijd meer voert en daarmee dus ook geen strijd kan hebben met iemand anders. Beoefen je meditatie en bewaar je innerlijke rust. En weet dat het niet alleen om de woorden gaat die je weloverwogen uitspreekt, maar vooral om de liefde die jij deelt. Respecteer te allen tijde andere religies, andere stromingen en andersgezinden. Liefde is de universele wijsheid en waarheid. 

 

35. De vergeving

 

Iemand met de duisternis in zich kan zich, zelfs zonder reden of aanleiding, tegen iemand keren met het licht in zich, omdat de duisternis het licht niet kan verdragen. De enige goede manier om hiermee om te gaan is je niet mee te laten sleuren in de duisternis van de ander. Blijf stralen in het licht. De duisternis heeft geen vat op het licht. Waar licht schijnt, daar kan geen duisternis zijn. 

 

Er is één ding belangrijker dan de ellende die jij hebt meegemaakt en de ellende die jou is aangedaan en dat is hoe jij daarmee omgaat. Daar is maar één iemand verantwoordelijk voor en dat ben jijzelf. Maar je hoeft het niet alleen te doen, want je wordt gesteund door je beschermengel, je wordt geïnspireerd door Jezus en je wordt gedragen door God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen.

 

Als iemand jou diep heeft gekwetst, accepteer dan je gevoelens en leg het voor aan God. Verdringen helpt niet. Door de emotionele pijn aan God voor te leggen kan je er afstand van nemen, vergeven en loslaten. Vergeving is niets anders dan verdriet en boosheid loslaten, zodat deze geen negatieve invloed hebben op je leven. Dit is een innerlijk proces en is niet afhankelijk van degene die jou heeft gekwetst. Vergeven is iets anders dan het vergoelijken van iemands gedrag. Vergeven is het zorgen voor je eigen gemoedsrust. Vergeving is het maken van de keuze om je niet langer vast te houden aan de innerlijke strijd die voortkomt uit de duale duisternis van iemand anders, zodat je ten volle kunt leven in innerlijke vrede die voortkomt uit het nonduale licht. Vergeven doe je in de eerste plaats vooral voor jezelf, zodat er geen gevoelens aan jou knagen. Dit lukt niet altijd in je eentje, dus doe een beroep op God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

Jezus zei: "Als u de mensen vergeeft wat ze verkeerd doen, zal uw hemelse Vader u ook vergeven wat u verkeerd doet." Mattheüs (6:14) Petrus kwam naar Jezus toe en vroeg: "Heer, hoe vaak moet ik iemand vergeven als hij iets verkeerds tegen mij doet? Zeven keer?" Jezus zei tegen hem: "Ik zeg u: niet zeven keer, maar zeventig maal zeven keer." Mattheüs (18:21-22) Paulus schreef: "Wees vriendelijk en behulpzaam voor elkaar. Vergeef elkaar, net zoals God u in Christus heeft vergeven." Efeziërs (4:32) Paulus schreef: "Wees verdraagzaam. Vergeef elkaar als u iets tegen elkaar hebt. Net zoals Christus u vergeven heeft, behoort ook u elkaar te vergeven." Kolossenzen (3:13) 

 

Als jij vanuit je eigen gekwetst zijn anderen hebt gekwetst, maar dat vanuit het hart nooit slecht bedoeld hebt, dan mag jij jezelf vergeven en de pijncyclus doorbreken, zodat het onbedoelde kwetsen vanuit je eigen gekwetst zijn ophoudt. Dit lukt niet altijd in je eentje, dus doe een beroep op God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

Jezus zei: "Vergeef ons wat we verkeerd doen, net zoals wij ook de mensen vergeven die verkeerd tegen óns doen." Mattheüs (6:12)

 

Als jij in het verleden ervoor gekozen hebt om het slechte pad te bewandelen en daarmee anderen hebt gekwetst, maar jij de keuze hebt gemaakt om uit de duale duisternis te stappen en te leven in het nonduale licht, dan mag jij jezelf vergeven en je verleden achter je laten. Je kunt het verleden niet terugdraaien, maar je kunt het voortaan wel anders doen. Door je eigen emotionele pijn aan God voor te leggen kan je er afstand van nemen, jezelf vergeven en het verleden loslaten. Zelfvergeving is niets anders dan jezelf niet langer straffen voor hetgeen je gedaan hebt, zodat dit geen negatieve invloed meer heeft op je eigen leven en het leven van anderen. Dit is een innerlijk proces en is niet afhankelijk van de vergevingsgezindheid van degene die jij hebt gekwetst. Jezelf vergeven is iets anders dan het vergoelijken van je eigen gedrag uit het verleden. Zelfvergeving is het maken van de keuze om je niet langer vast te houden aan je schuldgevoel, zodat deze niet langer aan je knaagt. Dit lukt niet altijd in je eentje, dus doe een beroep op God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen.

 

Johannes schreef: "Als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke weerbarstigheid." 1 Johannes (1:9) 

 

Als je voor het oog van anderen goed hebt gedaan, maar dat alleen maar deed om je eigen ego te verrijken, dan wordt het tijd voor zelfbezinning. Als je dit van jezelf inziet en voortaan onbaatzuchtig handelt, dan mag jij jezelf vergeven. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

Jezus zei: "Let op dat u geen goede daden doet voor het oog van de mensen, om door hen gezien te worden. Want dan beloont uw Vader in de hemelen u niet. Wanneer u een goede daad verricht, laat het dan niet iedereen weten, zoals de schijnheilige mensen in de synagogen en op straat dat doen om door de mensen te worden geprezen. Ik zeg u: zij krijgen geen beloning. Wanneer u een goede daad verricht, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. Zo blijven uw goede daden verborgen, maar uw Vader, die alles doorziet wat verborgen is, zal u belonen." Mattheüs (6:1-4) 

 

Als iemand akelig tegen jou doet, verlies jezelf dan niet in die ander en de situatie en blijf met je aandacht volledig bij jezelf. Zie de ander als een gekwetst kind, want dat is hij/zij diep van binnen. Niet door op hem/haar neer te kijken, maar door naar hem/haar te kijken als een ouder naar een kind. Je zult merken dat je dan geen boosheid voelt, maar mededogen. Hierdoor heeft hij/zij geen negatieve invloed op jou. Let op: de mate waarin jij de lading van een ander oppakt is direct verbonden met je eigen gemoedstoestand op dat moment, dus bewaar je innerlijke rust. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

Als iemand jou beledigd omwille van je religie, denk dan aan de woorden van Jezus: "Zalig bent u, wanneer men u smaadt en vervolgt en de zwaarste beschuldigingen en leugens over u verspreidt terwille van mij. Verblijd en verheug u, want uw beloning is groot in de hemelen, want zo hebben ze ook de profeten vervolgd die er voor u geweest zijn." Mattheüs (5:11-12)

 

Liefde en haat liggen helemaal niet dicht bij elkaar. Als je vanuit liefde leeft dan bestaat haat helemaal niet. 

 

36. Het welzijn

 

Je bent niet het aardse stoffelijke lichaam en je bent niet de aardse denkgeest. De nondualist gebruikt het stoffelijke lichaam en de denkgeest als een instrument, zonder zich ermee te identificeren.

 

Gezondheid is vergankelijk. Hoe gezond je ook leeft. Het halsstarrig in stand proberen te houden van vergankelijkheid is een strijd die je uiteindelijk altijd gaat verliezen (dualiteit). Onvergankelijk is het spiritueel overstijgen van ziekte en gezondheid (nondualiteit). Zorg goed voor je vergankelijke lichaam en geest, maar weet dat het welzijn van je onvergankelijke ziel uiteindelijk het enige is wat telt. 

 

37. De voedingsleer:

 

Nondualisten zijn door de eeuwen heen, tot op de dag van vandaag, altijd omnivoren (alleseters) geweest. De meeste nondualisten zijn flexitariër (semi-vegetarisch). Het wordt in het nondualisme bekeken vanuit de natuurlijke orde van het bewustzijn: het vegetatieve (onbewuste), sensitieve (onderbewuste) en intellectuele (bewuste) leven. Het bewuste (menselijke) leven kan het onbewuste (plantaardige) en onderbewuste (dierlijke) leven als voedsel nuttigen. Een nondualist doet dit wel bewust vanuit dankbaarheid naar het dier of de plant toe dat het stoffelijke lichaam heeft verlaten. In meerdere teksten van het Nieuwe Testament staat dat Jezus en Paulus al het eten rein hebben verklaard (ook vlees en vis). Mattheüs (14:17-21) Marcus (7:20) Lucas (22:8-13) Lucas (24:42-43) Handelingen (10:10-16) Romeinen (14:2-4) 1 Korinthiërs (10:23-33)

 

Geniet van genotsmiddelen, maar zorg dat het ook echt bedoelt blijft om van te genieten en niet om er misbruikelijk emoties mee te verdoven. Als je niet tegen een bepaald genotsmiddel kan, blijf er dan vanaf. Gebruik geen harddrugs, tenzij het als medicijn of pijnstiller door een arts is voorgeschreven. 

 

Jezus zei: "Wat de mond ingaat kan een mens niet onrein maken, maar wat de mond uitkomt, dat kan een mens onrein maken." Mattheüs (15:11) 

 

38. De weerbaarheid:

 

Vreedzaamheid is iets anders dan pacifisme (extreme doorvoering van geweldloosheid, ongeacht de situatie). Het nondualisme streeft naar vrede (met name innerlijke vrede), maar sluit zelfbescherming niet uit. Een ieder heeft het recht om zichzelf, dierbaren en medemensen (verbaal en fysiek) te beschermen. Het nondualisme zorgt ervoor dat je stevig in je kracht komt te staan, wat bevorderlijk is om voor jezelf en anderen op te kunnen komen. 

 

Jezus zei: "Als iemand u op de ene wang slaat, keer hem dan de andere toe." Mattheüs (5:39) Lucas (6:29)

 

Dat een nondualist iemand de andere wang toekeert, betekent niet dat hij/zij zich niet mag verdedigen tegen een agressieve aanval. Dat bedoelde Jezus ook niet. Hij maakt hiermee wel duidelijk dat we conflicten en de escalatie daarvan zoveel mogelijk dienen te voorkomen (de andere wang toekeren).

 

Een nondualist reageert nooit agressief op agressie, maar doet er juist alles aan om de situatie vanuit zelfbeheersing onder controle te krijgen. De zelfbeheersing ontwikkel je door het stiltegebed.

 

39. Het levenseinde

 

Het nondualisme leert ons dat niet alleen het grofstoffelijke lichaam, maar ook het fijnstoffelijke lichaam vergankelijk is. Het stoffelijke aardse lichaam bestaat uit het grofstoffelijke lichaam en het fijnstoffelijke lichaam. De ziel is het onstoffelijke lichaam dat niet vergankelijk is. Het fijnstoffelijke lichaam sterft samen met het grofstoffelijke lichaam. Het fijnstoffelijke lichaam is namelijk ook stoffelijk. Fijnstoffelijk, maar wel stoffelijk. Het fijnstoffelijke lichaam fungeert als brug tussen het grofstoffelijke en het onstoffelijke lichaam. Het onstoffelijke lichaam is onsterfelijk, maar het fijnstoffelijke lichaam lost op zodra het dit grofstoffelijke lichaam heeft verlaten na de dood. Zowel euthanasie als orgaandonatie zorgen ervoor dat je niet in een duale strijd heen hoeft te gaan, zodat je in nonduale vredige mildheid leeft en in nonduale vredige mildheid sterft. Wij hebben van God het empathische vermogen gekregen om daarvoor te zorgen. 

 

Een kind geen orgaan geven dat het nodig heeft is hetzelfde als zeggen dat het kind geen recht heeft om dit aardse leven verder te leven. Mensen die hun milt moeten laten verwijderen door ziekte hebben nog steeds de fijnstoffelijke energie van de milt. Als een been moet worden geamputeerd om iemands leven te redden, dan heeft dat absoluut geen nadelig gevolg voor het leven na dit leven of volgende incarnaties. Zo is dat ook met alle organen. De fijnstoffelijke energie blijft ook zonder het grofstoffelijke orgaan gewoon bestaan in het fijnstoffelijke energielichaam. Zo ook bij het bij leven afstaan van een nier. Op het moment dat een orgaan in een ander lichaam komt neemt de fijnstoffelijke energie van de ontvanger het over. Deze neemt niet de fijnstoffelijke energie weg van de gever. Wij hebben van God mededogen gekregen om orgaan- en weefseltransplantatie uit te kunnen voeren. Het is een zegen van God. Wat is er mooier dan zelfs na je dood nog een leven te kunnen redden? Het weigeren om orgaandonaties te geven of te ontvangen, vanuit een misplaatste visie op het welzijn van je ziel in het leven na dit leven, is de meest zelfzuchtige daad en daarmee de minst spirituele visie die een mens kan hebben. Iemand laten lijden voor je eigen zielenheil kan hoe dan ook nooit goed zijn. Zelfs niet als het wel een nadelige uitwerking zou hebben op je ziel. Wat het absoluut niet heeft. Integendeel. De ziel neemt de fijnstoffelijke energie van de organen niet mee na de stoffelijke dood. De ziel is dan juist los van het grofstoffelijke en fijnstoffelijke. Dit zelfzuchtige handelen vanuit onnodige angst voor het leven na dit leven heeft wel een minder gunstige invloed op je ziel. Deze (bewuste of onbewuste) angst staat liefde en het vermogen om onbaatzuchtig te handelen in de weg en weerhoudt je ervan om spiritueel verder te kunnen groeien.

 

Wij hebben van God mededogen gekregen om euthanasie uit te kunnen voeren. Het is een Gods zegen dat iemand niet langdurig onmenselijk hoeft te lijden in de stoffelijke wereld. Voor de ziel maakt het niet uit hoe het stoffelijke lichaam overlijdt. Als een leven voltooit is, dan is een leven voltooit. Iemand mag helemaal zelf bepalen wanneer dat voor hem/haar zelf is en kan dit zelfs vast laten leggen wanneer dat voor hem/haar zal zijn voor het geval hij/zij wilsonbekwaam mocht worden. Als deze mogelijkheid zich niet voordoet, dan kan de partner dat het beste bepalen. Hij/zij kent zijn/haar partner het beste. Bij kinderen kunnen de ouders dat het beste bepalen. Zij kennen hun kind het beste. Bij ouderen kunnen de kinderen dat het beste bepalen. Zij kennen hun ouder het beste. Als iemand geen partner of kinderen heeft, dan kan een familielid (broer of zus) dat het beste bepalen. Als iemand geen familie meer heeft, dan kan een goede vriend of vriendin dat het beste bepalen. Overlijden is als het uittrekken van een grofstoffelijke en fijnstoffelijke jas. Dat geldt bij het voorbereid overlijden (bijvoorbeeld door een ziekte) en bij het plotseling overlijden (bijvoorbeeld door een ongeval). De ziel met Godsvonk kan deze jas niet meer gebruiken. Het is een stoffelijk overschot. Denken dat het laatste onmenselijke lijden in het stoffelijke lichaam erbij hoort en doorleeft moet worden is hetzelfde als zeggen dat een doodziek mens (hoe jong of hoe oud dan ook) op een gruwelijke manier op het stervensbed moet blijven liggen (Demiurg). Je ziel zal gebaat zijn bij een milde dood. Dat helpt om vredig heen te gaan (Christus). Euthanasie is niet alleen bij lichamelijk lijden, maar ook bij geestelijk lijden (geestesziekte) een mogelijkheid. Het gaat hier om ondraaglijk lijden, zonder uitzicht op verbetering. Jezus heeft ernstig geleden en is op een gruwelijke manier aan zijn aardse einde gekomen. Het is aan ons om er voor te zorgen dat wijzelf en onze medemensen juist niet op een gruwelijke manier aan ons aardse einde komen. Jezus is voor ons een voorbeeld in lijdzaamheid hoe wij ons levenskruis kunnen dragen, maar tevens een voorbeeld dat anderen je niet aan het kruis vast mogen nagelen.

 

Aangezien het aardse lichaam na de dood een stoffelijk overschot is, en de ziel met Godsvonk deze niet meer kan gebruiken, maakt het niet uit of je begraven of gecremeerd wordt. 

 

40. De rouwverwerking:

 

Door deze cursus wordt je er bewust van wat en hoe het leven na de dood is. Volg dus de hele cursus. Hierdoor kan je beter omgaan met rouw en verliesverwerking. 

 

De dood is geen einde, maar de overgang naar een volgende fase van je zielenreis.

 

Onthechting (desidentificatie) betekent niet dat je geen waarde meer hecht aan de dierbaren die je in dit aardse leven hebt en de dierbaren die je in dit aardse leven hebt gehad. Onthechting betekent wel dat jij je niet meer mee laat sleuren in de aardse dualiteit, zodat je vanuit het nonduale bewustzijn nog meer liefde kunt delen tijdens dit aardse bestaan. Je onthecht je dus niet van de mensen van wie jij houdt, maar je onthecht je wel van de aardse dualiteit, wat het innige contact met je dierbaren ten goede komt. Het nondualisme gaat over liefde, vrede en compassie. Daar hecht een nondualist veel waarde aan. 

 

De liefdevolle verbinding met je overleden dierbaren blijft bestaan. Dit gaat verder dan de liefdevolle herinnering, want je komt in het leven na dit aardse leven weer samen en je kunt al tijdens dit aardse leven de spirituele verbinding met hen ervaren door je intuïtie. Je overleden dierbaren kan je ook ontmoeten tijdens het droomwerk. Je ontmoet je overleden dierbaren hoe dan ook weer. Toch is het gemis van hun aardse aanwezigheid enorm ingrijpend. Ga niet aan je verdriet en emotionele pijn voorbij, want verdringen en vluchten werkt niet. Onverwerkt verdriet zet zich om in boosheid en somberheid (dualiteit). Verwerkt verdriet geeft ruimte voor blijheid en optimisme (nondualiteit). Rouwen is een aangrijpend proces, dus doe een beroep op God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

Het is goed om tijdens je rouwproces extra aandacht te besteden aan het gidswerk, want je beschermengel is er voor je. Je engel omhelst jou, ondersteund jou en troost jou. 

 

41. Het celibaat

 

Seksualiteit is als vuur; je kunt ermee verwarmen en je kunt ermee verschroeien. Verkies gelatenheid boven de aardse liefde tijdens de ontdekkingsreis van je ziel, dan zal de hemelse liefde jou begenadigen. Sommige nondualisten kiezen voor het celibaat. Het celibaat is in het nondualisme een vrije en bewuste keuze, om zich volledig met onverdeelde aandacht en zonder afleiding toe te wijden aan God. Mattheüs (19:12) 1 Korinthiërs (7:8) 1 Korinthiërs (7:27-34) 1 Korinthiërs (7:37-38) Er zijn nondualisten die kiezen voor het permanente celibaat en er zijn nondualisten die ervoor kiezen om tijdelijk celibatair te zijn. Als een nondualist daarvoor kiest, dan kan diegene de intieme gevoelens accepteren en observeren zolang deze gevoelens zich voordoen, zonder deze verder te voeden en zonder er verder iets mee te hoeven doen. Vanuit de nonduale hemelse bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα) verliest de duale aardse scheppingsenergie (energeia: ἐνέργεια) vanzelf de lading. De aardse begeerte staat dan niet in de weg tussen God en de Godsvonk. Het stiltegebed helpt hierbij. 

 

Als je (bewust) alleenstaand bent is het celibaat geen vereiste, maar leef niet losbandig en wees zuinig op jezelf. Het gaat om de reinheid van het hart, dat toegewijd is aan God. Als twee mensen een relatie hebben in liefde, dan zijn zij als vanzelf gezegend door God. Monogamie is hierin een bewuste keuze die zorgt voor de nodige rust en emotionele veiligheid, waardoor een relatie ten volle kan groeien en bloeien, zonder dat dit de toewijding aan God in de weg staat. In een relatie is het belangrijk dat je de Godsvonk in elkaar herkend en in ere houdt. Je hoeft niet plechtig te huwen voor een instantie. In het Nieuwe Testament wordt het huwelijk aangeduid met het Griekse woord gameo (γαμεο), hetgeen "trouwen" betekent. Trouwen wijst op het trouw zijn aan elkaar (elkaar kunnen vertrouwen). Als je niet meer gelukkig bent in een relatie, dan mag je vanuit liefde loslaten en verder gaan. Zorg dat je in je leven de vrije ruimte hebt voor meditatie en contemplatie, ongeacht of je partner hier wel of niet in meegaat. 

 

In zijn brief aan de Romeinen waarschuwt Paulus tegen seksuele losbandigheid. Romeinen (1:24-32) Helaas gebruiken de kerkelijke christenen dit als een betoog tegen homoseksualiteit. Zij beweren dat Paulus de intimiteit die gericht is op kinderen krijgen natuurlijk noemt en de intimiteit die niet gericht is op kinderen krijgen tegennatuurlijk. Zij zien het niet binnen de context van de tijd en cultuur waarin dit geschreven is. In die tijd was het in Rome gangbaar dat men naast de partner van het andere geslacht, ook intiem was met mensen van hetzelfde geslacht. Paulus veroordeeld hiermee niet de intimiteit met hetzelfde geslacht, maar de losbandigheid en trouweloosheid waarmee de Romeinen omgingen met intimiteit. Hij noemt de losbandigheid tegennatuurlijk en niet de homoseksualiteit. Iedereen heeft zijn/haar eigen seksuele geaardheid. Dat is natuurlijk. Maar er losbandig mee omspringen wordt door Paulus tegennatuurlijk genoemd. Hierin maakt het niet uit of iemand heteroseksueel, biseksueel of homoseksueel is. Met tegennatuurlijk wordt bedoelt dat men tegen de Christusnatuur ingaat. De laatste zin uit het eerste hoofdstuk van de brief aan de Romeinen (1:32) betekent volgens de kerk dat zij die zo leven de doodstraf verdienen. In de oorspronkelijke Griekse tekst van de brief aan de Romeinen (1:32) staat echter dat zij die zo leven de geestesdood verwerven. De geestesdood wijst op harteloosheid. Dit heeft dus niets met de fysieke dood of straf te maken. De kerkelijke vertaling en interpretatie is dat homoseksuelen de doodstraf verdienen. De juiste vertaling en interpretatie is echter dat zij die losbandig leven harteloos door het leven gaan. Peter van Hooij heeft zelf een heteroseksuele geaardheid, maar hij vindt het belangrijk dat er geen discriminatie plaatsvindt, en al helemaal niet aan de hand van een verkeerde vertaling en interpretatie. 

 

42. Het leeradvies

 

Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden, maar je zult moeten kiezen welke weg je neemt, anders bereik je nooit je bestemming.

 

De spirituele reis is begonnen. Gebruik deze webpagina als gids tijdens je reis. Het is niet functioneel en het wordt chaotisch als je meerdere gidsen hebt die in verschillende richtingen wijzen. Want dan kom je niet verder dan een paar stapjes hier en een paar stapjes daar, waardoor je het reisdoel nooit zult bereiken. Daarom is het raadzaam om één gids te volgen die één richting aanwijst waarheen jij wilt gaan. Zo is van het begin tot het einde helder en duidelijk wat het begin van de reis is, wat het doel van de reis is en wat de weg is die leidt naar het doel. Op deze weg zijn boeken en cursussen uit andere spirituele stromingen slechts overbodige ballast. Die helpen je niet verder, maar verstoren je focus op de weg die je gaat. Het enige wat jij nodig hebt om je doel te bereiken is deze webpagina en het Nieuwe Testament. Niet omdat het gnostische nondualisme de enige juiste weg is, maar omdat je geen weg kunt volgen als je de ene voet op de ene weg plaatst en de andere voet op de andere weg. Dus kies die ene weg die jij wilt gaan en ga daar dan volledig voor. Als het gnostische nondualisme jouw weg is, blijf die weg dan volgen en laat je niet afleiden door andere wegen. 

 

Ontdoe je van alle overbodige ballast en reis doelgericht; dan zal jij je bestemming bereiken. 

 

43. Nawoord:

 

Tot zover het onderwijs in het gnostische nondualisme. Lees en herlees deze webpagina en laat het na elke keer rustig bezinken en op je inwerken. Gebruik deze webpagina als een spirituele levensgids die je regelmatig doorleest, zodat je steeds meer één wordt en blijft met het gnostische nondualisme. De praktische oefeningen helpen je om te ervaren wat er omschreven wordt. Beoefen dagelijks het stiltegebed. Zo wordt het een nondualistische levenskunst. Dan leef je vanuit een diepe innerlijke rust. Een leven in liefde, vrede en compassie. 

 

Wij beoefenen liefde, vrede en compassie in het stiltegebed én door de toepassing ervan in het dagelijks leven. Het zijn de mooiste geschenken die je als mens kunt ontvangen en die je als mens kunt geven. 

 

Wij inspireren anderen op de eerste plaats door zelf te leven in liefde, vrede en compassie én wij inspireren anderen door het verspreiden van de boodschap van liefde, vrede en compassie. Wil jij ook meehelpen om het gnostische nondualisme te verspreiden om anderen te inspireren? Plaats dan de link naar deze webpagina op je social media. De link naar deze webpagina is: https://gnosticisme.jouwweb.nl

 

Het voorleven van liefde, vrede en compassie is het allerbelangrijkste. Dit zegt meer dan duizenden woorden. Met voorleven wordt bedoelt dat je in liefde, vrede en compassie bent en vanuit liefde, vrede en compassie leeft. Je zult merken dat dit (ook zonder woorden) als vanzelf een positieve invloed heeft op de mensen om je heen. Zij resoneren mee op jouw bewuste staat van Zijn. Zo ben jij een inspiratiebron voor anderen, door gewoon je leven te leven. Een leven in liefde, vrede en compassie. 

 

"Vrouwen, daarom dient u ook uw man met liefde bij te staan. Ook als u een relatie hebt met een man die niet leeft volgens het woord. Als hij ziet hoe u leeft, zal hij de Heer gaan vertrouwen. U hoeft daar geen woorden voor te gebruiken, want hij zal zien dat u op een heilige manier leeft, vol ontzag voor God." 1 Petrus (3:1-2) 

 

Ga liefdevol, vredig en compassievol door het leven. Liefde, vrede en compassie verspreiden; dan draag je bij aan een betere wereld. 

 

Welkom gnosticus. Welkom op het wonderschone levenspad van het gnostische nondualisme. Het pad waarop je met elke stap steeds dieper geïnspireerd zult raken en waarmee jij velen zult inspireren.

 

"Wij zijn dienaren van Christus en beheerders van Gods geheimen." 1 Korinthiërs (4:1) 

 

Gnosticus Peter van Hooij

 

Arnhem 2019

 

Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan de auteur Peter van Hooij (auteurswet 1912).