Gnosticisme

Gnosis, gnostiek en gnosticisme

Praktische inwijding esoterisch christendom

 

Het gnostische nondualisme

Gratis driejarige ervaringsgerichte

thuiscursus met meditatie instructie

 

"Ontdek het ware geluk

op de weg terug naar God"

 

Arnhem, 26-5-2019

 

Je kunt de link naar deze webpagina op je social media plaatsen:

https://gnosticisme.jouwweb.nl

 

Welkom op de webpagina van gnosticus Peter van Hooij

 

Je kunt Peter bereiken via zijn email: gnosisvanhooij@gmail.com

 

Foto: Peter van Hooij

 

Het Paulicianisme

 

Deze webpagina gaat over het Paulicianisme (het klassieke gnosticisme) uit de Grieks-christelijke traditie en niet over het nieuwetijdse gnosticisme. Het grote verschil is dat het klassieke gnosticisme gebaseerd is op het Nieuwe Testament en door de eeuwen heen onafgebroken is doorgegeven, terwijl het nieuwetijdse gnosticisme gebaseerd is op apocriefe geschriften die kort geleden zijn gevonden. De geschriften van het Nieuwe Testament komen allen uit de eerste eeuw van onze jaartelling. Het klassieke gnosticisme legt de nadruk op de brieven van Paulus in het Nieuwe Testament. Het oudste (eerste) christelijke geschrift is de brief van Paulus aan de Galaten, die hij schreef in het jaar 48 van onze jaartelling, 15 jaar na het overlijden van de 33 jarige Jezus. Het klassieke gnosticisme wordt door de Paulicianen het gnostische nondualisme genoemd.

 

Het Paulicianisme (het klassieke gnosticisme) is gebaseerd op het Nieuwe Testament. Het klassieke gnosticisme heeft echter een hele andere interpretatie van het Nieuwe Testament dan de kerkelijke stromingen. Tevens zijn er binnen het kerkelijke christendom veranderingen aangebracht in het Nieuwe Testament. Gnosticus Peter van Hooij geeft een heldere vertaling en interpretatie van het Koine Griekse Nieuwe Testament, waardoor je inzicht krijgt in de oorspronkelijke tekst en betekenis. Op deze webpagina zijn de belangrijkste termen weergegeven in het Koine Grieks. Tevens zijn de gebruikte citaten uit het Nieuwe Testament vertaald vanuit het Koine Grieks. 

 

De Paulicianen erkennen het Oude Testament (de judaïstische Tenach) niet als een heilig boek. De Paulicianen verwerpen het Oude Testament, omdat dit geen christelijk boek is en omdat het een boek is vol haat, wraak, geweld en discriminatie. Het Paulicianisme is gebaseerd op het Nieuwe Testament, wat een christelijk boek is dat gaat over liefde, vrede, compassie en gelijkwaardigheid.

 

De Paulicianen stammen af van de Nazoreeërs uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, met Paulus van Tarsus als grondlegger in de eerste eeuw. Het Paulicianisme verspreidde zich in de zevende eeuw vanuit Griekenland over het Middellandse Zeegebied. De Paulicianen waren actief in Zuid-Europa, West-Azië en Noord-Afrika. Sinds de zestiende eeuw tot op heden zijn de Paulicianen vooral aanwezig in Zuidoost-Europa. Patera J.M. Sanders bracht het Paulicianisme in de twintigste eeuw vanuit Griekenland naar Nederland. 

 

De gnosticus

 

Gnosticus Peter van Hooij (1972) is een ouderling in het Paulicianisme en kenner van het Koine Grieks. Peter was katholiek en vertrouwd met de Rijnlandse mystiek en Ignatiaanse meditatie, totdat hij zijn geestelijke vader in het klassieke gnosticisme (Patera J.M. Sanders) tegenkwam, bij wie hij zijn inwijding volbracht. Daarnaast bestudeerde Peter het Koine Grieks. Hij heeft ruime ervaring als ouderling in het persoonlijk begeleiden van mensen op deze inwijdingsweg. Dankzij de thuiscursus die hij heeft geschreven is persoonlijke begeleiding niet meer nodig en kan iedereen genieten van het klassieke gnosticisme. Op deze webpagina deelt hij alle wijsheden en vaardigheden van het klassieke gnosticisme.

 

De geheime traditie

 

Gnostici werden eeuwenlang op een gewelddadige manier door de kerk en staat vervolgd, omdat hun leer niet in overeenstemming was en is met de kerkelijke leer. Zij werden vervolgd door de Rooms-katholieke kerk en later ook door de Oosters-orthodoxe kerk. Daardoor was het gnosticisme eeuwenlang een "verborgen" stroming. Het Paulicianisme (het klassieke gnosticisme) heeft zijn wortels in de eerste eeuw van onze jaartelling en is door de eeuwen heen onafgebroken doorgegeven. Door de eeuwen heen kwamen de Paulicianen af en toe een periode in de openbaarheid, maar zij werden telkens weer genoodzaakt om ondergronds te gaan door de vervolging van de kerk. De Paulicianen verdedigden zichzelf, maar de krijgsmacht van de kerk was te groot. Honderdduizenden Paulicianen werden door de kerk onderdrukt, gemarteld en vermoord. De Paulicianen werden gestenigd, opgehangen, aan speren gespietst en levend verbrand. 

 

De kerkvaders hebben altijd negatief geschreven over de gnostische stromingen. Zo hebben de kerkvaders ook bewust een verkeerd beeld geschapen van de Paulicianen. Zo zouden de Paulicianen een radicale dualistische visie hebben, terwijl de Paulicianen nondualistisch waren en zijn. Volgens de kerkvaders zouden de Paulicianen in twee Goden geloven, wat absoluut niet zo is. Bovendien zouden de Paulicianen een oorlogzuchtige groepering vormen die uit was op de vernietiging van de kerk, terwijl de Paulicianen altijd heel vredelievend zijn geweest en zich slechts verdedigden tegen de agressie van de kerk. De kerkvaders verzonnen absurde verhalen over de Paulicianen, met intens gemene leugens, om hun gewelddadige acties tegen de Paulicianen te vergoelijken. Eén van die verhalen is dat de Paulicianen de duivel als een God zouden aanbidden en het bloed van kinderen aan de duivel zouden offeren. Zo zijn er meer voorbeelden te geven van de bizarre valse beschuldigingen van de kerkvaders. Dit deden de kerkvaders ook bij de Valentinianen, Manicheeërs, Bogomielen, Albigenzen (Katharen) en alle andere gnostische stromingen.

 

Door de scheiding van kerk en staat en het verlies van de macht van de kerk "hoeft" het gnosticisme tegenwoordig niet meer verborgen (geheim) te zijn. Toch gaat de vervolging door de kerk nog steeds door. Zo waarschuwde Paus Franciscus in 2018 tegen het gnosticisme. Hij noemt het gnosticisme de vijand van de heiligheid en één van de ergste ideologieën. Gelukkig heeft de kerk tegenwoordig geen gezaghebbende functie meer en hebben wij godsdienstvrijheid. Het Paulicianisme gaat over het in de praktijk brengen van liefde, vrede en compassie in woord en daad. Daar zou de kerk nog veel van kunnen leren.

 

Er wordt over de Paulicianen geschreven in verleden tijd. Alsof het de kerk destijds gelukt is om de Paulicianen uit te roeien. De Paulicianen zijn echter nooit weggeweest. Door de historische gebeurtenissen zijn de Paulicianen, tot op de dag van vandaag, niet open over hun religie. Peter van Hooij doorbreekt het stilzwijgen (de geheimhouding), zodat het Paulicianisme openlijk beleden kan worden. Peter vindt dat deze prachtige religie toegankelijk moet zijn voor iedereen. Peter doet dit met instemming van zijn geestelijke vader.

 

De inwijding der Paulicianen

 

Het klassieke gnosticisme is bekend als het Paulicianisme, als verwijzing naar Paulus van Tarsus, maar wordt door de gnostici zelf aangeduid als het gnostische nondualisme (olotisme). Het gnostische nondualisme is een monotheïstische religie die uitgaat van het zogeheten duaal-monisme. Hierin wordt de tijdelijke dualiteit onderkend, die wordt opgeheven door het bereiken van het nonduale bewustzijn.

 

Het gebedsleven is de diepste kern van deze esoterische inwijding. Het is de spirituele ontdekkingsreis van de innerlijke pelgrim, die vanuit het stiltegebed (de hesuchia meditatie) zijn/haar levenspad bewandelt. Het pad naar meditatieve rust en gelukzalige vervulling. Het geeft inzicht in het leven na de dood en het doel van dit aardse leven. Spiritualiteit in het dagelijks leven staat centraal; het leven in het hier en nu, vanuit de volle overgave aan God. 

 

Studie en training

 

Het gnostische nondualisme is een spirituele bewustzijnstraining en levenskunst. Net als in elke kunst kom je niet tot resultaten zonder te oefenen. Niemand heeft ooit een kunst geleerd door er alleen maar over te lezen. Zo is het ook in het gnostische nondualisme. Het dagelijkse stiltegebed (de hesuchia meditatie) is de kern om tot nondualiteit te komen.

 

De gebedsmeditatie in het gnostische nondualisme is heel anders dan het bidden zoals de meeste christenen dat hebben geleerd. Het stiltegebed (de hesuchia meditatie) lijkt eerder op boeddhistische meditatie dan op de kerkelijke gebeden. Het gnostische nondualisme lijkt in het geheel ook meer op het boeddhisme dan op het kerkelijke christendom. 

 

Het cursusboek

 

Deze webpagina is ook beschikbaar als cursusboek in PDF bestand. Als je de tekst liever op papier leest, dan mag je het PDF bestand uitprinten. Klik op de onderstaande link voor het PDF bestand. 

 

Gnosis cursusboek.pdf

 

Je kunt er bij een copyshop een prachtig boekwerk van laten maken. Het PDF bestand opslaan op een USB stick en meenemen naar de copyshop. Enkelzijdig uit laten printen op A4 100 grams mat coated wit papier. De eerste en laatste pagina in kleur uit laten printen. Aan de voorzijde een doorzichtige matte kaft en aan de achterzijde een zwarte kaft toe laten voegen. Het geheel laten inbinden met een metalen ringband, waarbij je de pagina's volledig kunt omslaan. Schrijf deze aanwijzingen voor het printwerk even op, om mee te nemen naar de copyshop. Die maakt het dan meteen keurig in orde voor jou. Zo heb je voor enkele euro's een prachtig tastbaar cursusboek. 

 

Dit is de thuiscursus "Het gnostische nondualisme"

 

Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan de auteur Peter van Hooij (auteurswet 1912). Het schrijfwerk van Peter van Hooij is auteursrechtelijk beschermd en op datum gedocumenteerd. 

 

De tekst is onderverdeeld in 33 paragrafen, zodat je de onderwerpen makkelijk kunt terugvinden in de tekst:

 

1. Inleiding   

2. De heelheid   

3. De nondualiteit   

4. De puurheid

5. De thuisstudie

6. Het onderwijs

7. De inwijdingsgraden

8. De bestemming 

9. De grondlegger

10. De geschriften

11. De interpretatie 

12. De Heilige Geest   

13. De Christus   

14. Het Godsbeeld   

15. De schepping   

16. De absoluutheid   

17. De mens   

18. De onsterfelijkheid   

19. De bevrijding   

20. Het herstel   

21. De engelen   

22. De hemelen   

23. De waarnemer   

24. Het stiltegebed   

25. Het Jezusgebed   

26. Andere gebeden   

27. De schriftlezing   

28. De Jezusvraag   

29. De intuïtie   

30. De droommeditatie   

31. Het gidswerk   

32. De richtlijnen 

33. Nawoord

 

De richtlijnen (paragraaf 32) zijn onderverdeeld in:

 

1. De gemoedsrust   

2. De gezondheidszorg   

3. De voedingsleer   

4. Relatie en seksualiteit   

5. Levenshouding en communicatie

6. Zelfverdediging en weerbaarheid

7. Euthanasie en orgaandonatie 

8. Rouw en verliesverwerking

 

1. Inleiding:

 

Gnosis (γνῶσις) betekent "weten." Gnosis is het diepere innerlijke weten. De gnostiek is de leer van de gnosis. Het gnosticisme is de religie die zowel de leer als de praktijk omvat om tot de gnosis te komen. Het gnosticisme is ook bekend als het esoterische christendom. Er bestaan verschillende gnostische stromingen. Deze thuiscursus gaat over het klassieke gnosticisme uit de Grieks-christelijke traditie. Het klassieke gnosticisme is bekend als het Paulicianisme, als verwijzing naar Paulus van Tarsus, maar wordt door de gnostici zelf het gnostische nondualisme genoemd (kortweg nondualisme). Het gnostische nondualisme (ολότης) is een nieuwtestamentische stroming die door de eeuwen heen onafgebroken is doorgegeven. Het doel van het gnostische nondualisme is om te komen tot innerlijke nondualiteit te midden van onze duale wereld. Je ontdekt de hemelse gelukzaligheid op de weg terug naar God. 

 

Gnostici (esoterische christenen), waaronder de gnostische nondualisten, werden eeuwenlang op een gewelddadige manier door de kerk vervolgd. Daardoor was het gnosticisme (het esoterische christendom) eeuwenlang een "verborgen" stroming. Gelukkig "hoeft" het gnosticisme tegenwoordig niet meer verborgen (geheim) te zijn. Daarom maakt de gnosticus (nondualist) Peter van Hooij (1972) het traditionele vroegchristelijke gnosticisme openbaar toegankelijk voor iedereen. Peter volgde de inwijdingsweg van het gnostische nondualisme uit de Grieks-christelijke traditie en bestudeerde het nieuwtestamentische Koine Grieks. Peter gaf jarenlang persoonlijke begeleiding aan mensen op deze inwijdingsweg en besloot vervolgens om te gaan schrijven over het gnostische nondualisme. Dankzij dit onderwijzende schrijfwerk is persoonlijke begeleiding niet meer nodig en kan iedereen genieten van deze prachtige gnostische stroming. Deze webpagina is een resultaat van de jarenlange begeleiding die Peter kreeg van zijn geestelijke vader (Patera J.M. Sanders) en zijn ruime ervaring als ouderling. Op deze webpagina deelt hij alle inzichten en oefeningen van het gnostische nondualisme, zodat een ieder die daar belangstelling voor heeft deze inwijdingsweg kan volgen. Peter weet de eeuwenoude traditie haarfijn te vertalen naar onze moderne tijd. 

 

Het gnostische nondualisme is heel anders dan wat veel mensen denken bij de term christelijk. Het nondualisme heeft veel overeenkomsten met het boeddhisme. Zowel qua inhoud als qua geschiedenis. Het nondualisme en het boeddhisme hebben een soortgelijke ontstaansgeschiedenis. De weg van Jezus van Nazareth is te vergelijken met de weg van Siddhartha Gautama (Boeddha). Het boeddhisme komt voort uit het hindoeïsme. Het boeddhisme is ontstaan doordat Siddhartha het niet meer kon vinden in de hindoeïstische religie, daar afstand van nam en "Zijn eigen weg" ging. Het christendom komt voort uit het judaïsme. Het christendom is ontstaan doordat Jezus het niet meer kon vinden in de judaïstische religie, daar afstand van nam en "Zijn eigen weg" ging. Dit geldt ook voor de weg van Paulus van Tarsus, de grondlegger van het gnostische nondualisme. Het gnostische nondualisme is ontstaan doordat Paulus het niet meer kon vinden in de judaïstische religie, daar afstand van nam en "de weg van Jezus" ging. Zowel het boeddhisme als het nondualisme hebben nondualiteit als doel.  Net als in het boeddhisme draait het in het nondualisme om bewustzijn en is (mantra) meditatie de essentie. Het boeddhisme gaat uit van de Boeddhanatuur. Het nondualisme gaat uit van de Christusnatuur. Beide wegen zijn gericht op liefde, vrede en compassie. 

 

Het gnostische nondualisme is geen geloof of religie in de orthodoxe zin van het woord. Een nondualist ervaart God. Deze ervaring wordt in het gnostische nondualisme bereikt door middel van de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία). God is in het gnostische nondualisme geen persoonlijke God. God (Θεός) staat in het gnostische nondualisme voor het oorspronkelijke bewustzijn. Christus (Χριστός) staat in het gnostische nondualisme voor het nonduale bewustzijn. Heilige Geest (Άγιος Πνεύματος) staat in het gnostische nondualisme voor het ontwaakte bewustzijn. Je hebt het bereiken van het ontwaakte bewustzijn nodig om tot het nonduale bewustzijn te komen. Je hebt het nonduale bewustzijn nodig om het oorspronkelijke bewustzijn te kunnen ervaren. Dit bewustzijn is zowel in jezelf als buiten jezelf. In praktische zin wordt er uitgegaan van inzicht, beoefening en beleving. Je hebt het inzicht nodig voor de beoefening en je hebt de beoefening nodig voor de beleving. Het gnostische nondualisme vraagt niet aan de mens om iets klakkeloos voor waar aan te nemen, maar wijst juist een weg om het zelf te ervaren, hetgeen in het dagelijks leven een hele concrete uitwerking heeft. 

 

Deze inwijdingsweg leidt tot esoterische wijsheid en meditatieve vaardigheid. Het gaan van deze weg geeft een diepe innerlijke vrede en antwoord op al je spirituele levensvragen. Je krijgt inzicht in het leven na de dood en het doel van dit aardse leven. Er komen diverse spirituele thema's aan bod, zoals: meditatie, bewustzijn, verlichting, intuïtie, dromen, engelen, hemel, hel, reïncarnatie, karma en meer. Tevens wordt er aandacht geschonken aan de gnostisch-nondualistische visie op communicatie, relatie, voeding, gezondheid en meer. Spiritualiteit in het dagelijks leven staat centraal. Hierin ligt de focus niet alleen op het hiernamaals, maar ook en vooral op het hiernumaals; het leven in het hier en nu, vanuit de volle overgave aan God. Deze inwijdingsweg is honderd procent praktijkgericht. Dus geen langdradige theorie waar je in de praktijk niks aan hebt, maar een korte en bondige uitleg. Er is namelijk een groot verschil tussen veel kennis hebben en wijs zijn. Door de praktische oefeningen ga je ervaren wat er omschreven wordt. Het omvat alles wat je nodig hebt om het gnostische nondualisme te doorgronden en door het leven te gaan als gnosticus (nondualist).

 

Het gnostische nondualisme is een spirituele bewustzijnstraining en levenskunst. Net als in elke kunst kom je niet tot resultaten zonder te oefenen. Niemand heeft ooit een kunst geleerd door er alleen maar over te lezen. Zo is het ook in het gnostische nondualisme. De dagelijkse hesuchia meditatie (het stiltegebed) is de kern om tot nondualiteit te komen. 

 

2. De heelheid:

 

De inwijding in het gnostische nondualisme wordt de "inwijding der ouderlingen" genoemd. Dit wordt later op deze webpagina toegelicht (paragraaf 6). Het is een innerlijke inwijding tot nondualist (olotist). De oorspronkelijke naam van het gnostische nondualisme is het olotisme (de weg van de heelheid). Nondualiteit wordt in het Grieks aangeduid als olotis (ολότης), wat "heelheid" betekent. Heelheid wijst hier op de afwezigheid van verdeeldheid. Dit is het klassieke christelijke gnosticisme uit de Grieks-christelijke traditie. Het gaat uit van het Nieuwe Testament (He Kaine Diatheke: Ἡ Καινὴ Διαθήκη). Belangrijk in deze gnostische stroming zijn de gebedsmeditatie (hesuchia: ἡσυχία) en de schriftmeditatie (theia anagnosis: θεία ανάγνωση). 

 

3. De nondualiteit:

 

Naast het gnostische nondualisme (olotisme) bestaan er wereldwijd diverse religieuze stromingen die gericht zijn op nondualiteit. De visie op nondualiteit kan hierin enorm verschillen. Het gnostische nondualisme is een monotheïstische religie die uitgaat van het zogeheten duaal-monisme. Hierin wordt de tijdelijke dualiteit onderkend, die wordt opgeheven door het bereiken van het nonduale bewustzijn. 

 

Het gnostische nondualisme gaat over liefde (agape: ἀγάπη), vrede (eirene: εἰρήνη) en compassie (splagchnizomai: σπλαγχνίζομαι). Het gnostische nondualisme leidt tot het bereiken en behouden van nondualiteit. Nondualiteit en dualiteit zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie van de dualiteit. Dualiteit is vol angst, strijd en destructie, maar nondualiteit is vol liefde, vrede en compassie. Nondualiteit kent geen tegenstelling. Waar liefde is kan geen angst zijn, waar vrede is geen strijd en waar compassie is geen destructie. Het gnostische nondualisme is de nonduale weg vol liefde, vrede en compassie.

 

Het doel van het gnostische nondualisme is om, door middel van de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία), te komen tot innerlijke nondualiteit te midden van onze duale wereld en om nondualiteit door te laten werken in heel je leven. De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 24). 

 

De kerkelijke stromingen zien Jezus als de 'goddelijke' verlosser, terwijl de gnostische stromingen Jezus zien als een 'menselijke' gnosticus. Er bestaan twee hoofdstromingen binnen het gnosticisme: het judaïstisch-christelijke gnosticisme en het Grieks-christelijke gnosticisme. Het grote verschil is dat het judaïstisch-christelijke gnosticisme (net als het kerkelijke christendom) uitgaat van het Oude en Nieuwe Testament, terwijl het Grieks-christelijke gnosticisme alleen uitgaat van het Nieuwe Testament. De Grieks-christelijke gnostici erkennen het Oude Testament (de judaïstische Tenach) niet als een heilig boek. Binnen deze twee hoofdstromingen zijn er aftakkingen, zoals het kabbalisme in het judaïstisch-christelijke gnosticisme en het nondualisme in het Grieks-christelijke gnosticisme. Het gaat hier om het gnostische nondualisme. 

 

Het gnostische nondualisme is gebaseerd op meerdere uitspraken van Jezus en Paulus uit het Nieuwe Testament die wijzen op nondualiteit. Jezus zei: "Ik en de Vader zijn één." Johannes (10:30). Jezus zei: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien." Johannes (14:9) Jezus zei: "Op die dag zult u weten, dat Ik in Mijn Vader ben, en u in Mij, en Ik in u." Johannes (14:20) Jezus zei: "Opdat zij allen één zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn." Johannes (17:21) Jezus zei: "Opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn." Johannes (17:22) Jezus zei: "Opdat zij volmaakt zijn in één." Johannes (17:23) Paulus zei: "In Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij." Handelingen (17:28) Paulus schreef: "Dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben." 1 Korinthiërs (13:12) Paulus schreef: "Niet ik, maar Christus leeft in mij." Galaten (2:20) Paulus schreef: "Christus is in u, met de verwachting der heerlijkheid." Kolossenzen (1:27) Paulus schreef: "En als jullie één zijn met Christus, woont God Zelf in jullie." Kolossenzen (2:10) 

 

Het gnostische nondualisme is gericht op het opheffen van de afgescheidenheid van God. Het gaat om het realiseren van de eenheid met God, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd.

 

In nondualiteit kom je tot het innerlijke (intuïtieve) weten (gnosis). Het beperkte rationele denken/de duale denkgeest (nous: νούς) verliest daarmee zijn superioriteit en je komt dan tot een onpersoonlijk en eindeloos bewustzijn (Godsvonk: Theos: Θεός). Het is een proces van desidentificatie van aardse egoverlangens, vanuit nederigheid ten opzichte van God. Vanuit de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn: Agios Pneumatos: Άγιος Πνεύματος) kom je tot de innerlijke Christus (het nonduale bewustzijn: Χριστός). Hierin overstijg je je rationele denken (nous: νούς) en wordt je bewust van je onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή), die een uitgebreidheid heeft die onmetelijk groter is dan het aardse lichaam (soma: σώμα), dat bestaat uit het grofstoffelijke (fysieke) en het fijnstoffelijke (astrale) lichaam. De onsterfelijke ziel (psyche: ψυχή) is verbonden met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα), die uitstraalt vanuit de emanatie (Christus: Χριστός) van de innerlijke goddelijke vonk (het oorspronkelijke bewustzijn: Theos: Θεός). Je ware Zijn (Godsvonk) is niet je denkgeest, maar de waarnemer achter je denken, die zich niet identificeert met het aardse bestaan. De herverbinding met het oorspronkelijke bewustzijn (God) vindt uitsluitend plaats via het nonduale bewustzijn (Christus), in en vanuit de zetel van de Godsvonk; de mystieke ruimte van je spirituele geesteshart (hartcentrum: kardia: καρδιά). Dit is de wedergeboorte in God. De hereniging met de oneindige alomaanwezige bewustzijnsbron. De mystieke eenwording met God (mystiki enosi: μυστική ένωση). 

 

4. De puurheid:

 

Het gnostische nondualisme is een traditionele inwijdingsweg die belangeloos wordt overgedragen. Voor het gnostische nondualisme heb je alleen het Nieuwe Testament nodig en deze webpagina. Het gnostische nondualisme dient geen commercieel doel. Spiritualiteit hoort zonder winstoogmerk te zijn. Zo blijft dit dicht bij waar Jezus voor staat en wat Hij heeft voorgeleefd. Jezus zei: "Pas op voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen, maar van binnen roofzuchtige wolven zijn." Mattheüs (7:15) Jezus maakt duidelijk dat je niet God kunt dienen én de mammon (afgod van hebzucht). Mattheüs (6:24) Lucas (16:13) Paulus schreef: "Zij zien het woord van God als een manier om geld te verdienen. Houd u verre van zulke mensen." 1 Timotheüs (6:5) Paulus schreef: "Hebzucht is een wortel van alle kwaad." 1 Timotheüs (6:10) Het gnostische nondualisme is een gratis leergang, die je dankzij deze webpagina op je gemak thuis kunt volgen. 

 

In alle spirituele stromingen zijn er oplichters. Zo ook in het gnosticisme. Deze oplichters misbruiken het gnosticisme om status en geld te krijgen. Deze wannabe gnostici zijn mensen die zichzelf opwerpen als deskundigen in het gnosticisme, zonder dat zij zelf een traditionele inwijdingsweg zijn gegaan, om door middel van boeken en bijeenkomsten, vol misleidende verzinsels en verdraaiingen, hun ego en bankrekening te verrijken. Ook in Nederland zijn er wannabe gnostici actief. Dit zijn de vertegenwoordigers van het nieuwetijdse gnosticisme. 

 

In paragraaf 9, alinea 12, lees je meer over het feit dat er mensen zijn die spiritualiteit misbruiken voor status en geld. Waaronder predikanten van de kerkelijke stromingen, die hier met kop en schouders bovenuit steken. 

 

5. De thuisstudie:

 

De doorlopende studie en training bestaat uit:

 

1. Het dagelijks praktiseren van het stiltegebed

2. Het wekelijks bestuderen van het Nieuwe Testament,

volgens de methode van de heilige schriftlezing

3. Het toepassen van de Jezusvraag

4. Het ontwikkelen van de intuïtieve waarneming

5. Het regelmatig praktiseren van de droommeditatie

6. Het regelmatig praktiseren van het gidswerk

7. Het in de praktijk brengen van de richtlijnen

8. Het herlezen van deze webpagina

 

Het stiltegebed en de schriftlezing zijn het belangrijkste. De spirituele ontwikkeling (bewustzijnsgroei en zielsrijping) duurt een jaar per inwijdingsgraad (paragraaf 7). Dus in totaal drie jaar. Na drie jaar kan je zeggen dat je de gnosis hebt doorgrond. Daarna kan je de gnosis toepassen op alle gebieden van je leven. Je leeft dan in liefde, vrede en compassie. Dan kan je onder alle omstandigheden, ongeacht de situatie, vriendelijk (liefdevol), kalm (vredig) en mild (compassievol) blijven. En dan ben je intens gelukkig, zelfs tijdens de zware tijden van het aardse lijden. Een zaadje wordt niet meteen een bloeiende boom in je tuin, met de wortels stevig in de aarde en de takken reikend naar de hemel. Dat heeft tijd, aandacht, voeding en verzorging nodig. Zo heeft ook je spirituele groei tijd, aandacht, voeding en verzorging nodig, voordat je hier de spirituele rijpe vruchten van kunt plukken. Uiteindelijk wordt het een levenskunst die je het hele leven door blijft beoefenen. 

 

6. Het onderwijs:

 

In het gnostische nondualisme word je niet ingewijd door mensen, maar ontvang je een innerlijke inwijding van de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn). Deze innerlijke inwijding wordt bewerkstelligd door de Heilige Geest tijdens de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία). De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 24). Ook de Heilige Geest wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 12). 

 

Van oudsher is het gnostische nondualisme een mondelinge traditie die op een persoonlijke wijze één op één wordt overgedragen van ouderling (begeleider) op jongeling (navolger) of van ouderling op een select groepje jongelingen. Deze wijze van overdracht is gebaseerd op de overdracht van Jezus op de twaalf apostelen. 

 

In het gnostische nondualisme wordt de term 'kerk' ook gebruikt, maar in een totaal ander context dan die van de kerken. In de tijd dat het Nieuwe Testament werd geschreven bestond het 'instituut' kerk helemaal nog niet. De Griekse term voor kerk is kyriakos (κυριάκος), wat "van de Heer" (des Heere) betekent. In het gnostische nondualisme wordt hiermee bedoelt dat je met God als fundament van je bestaan je spirituele leven opbouwt. Je leven is dan van de Heer. De ziel is hierin de tempel die de Godsvonk draagt. Het is de ontmoeting met de Christus in jezelf. Dit hoeft niet in afzondering, maar kan in de gemeenschap (Grieks: ekklesia: ἐκκλησία). Met 'gemeenschap' wordt wederom geen 'instituut' kerk bedoelt, maar 'de mensen met wie jij je leven deelt.' Hier een aantal uitspraken van Paulus uit het Nieuwe Testament die hierop wijzen: "Groet insgelijks de gemeenschap (ekklesia) bij hen aan huis." Romeinen (16:5) "U groeten de gemeenschappen (ekklesia) van Asia. Vele groeten in den Heere van Aquila en Prisca en van de gemeenschap (ekklesia) bij hen aan huis." 1 Korinthiërs (16:19-20) "Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeenschap (ekklesia) bij haar aan huis." Kolossenzen (4:15) "Aan Apfia, de zuster, aan Archippus, onze medeganger, en aan de gemeenschap (ekklesia) in uw huis." Filemon (2-3) 

 

Het gnostische nondualisme kent geen instituut (kerk, tempel, loge, orde of genootschap), geen hiërarchie en geen priesterkaste. Dat is iets wat mensen in andere stromingen er later van gemaakt hebben. Een nondualist wordt niet (zoals bij andere inwijdingswegen) ingewijd door mensen, maar ontvangt een innerlijke inwijding van de Heilige Geest, op weg naar de verwezenlijking van het Christusbewustzijn (de Christus in jezelf). De enige spirituele leraar die jij daarin nodig hebt zit in jezelf (de Heilige Geest). De leerschool die jij daarvoor nodig hebt is het leven zelf. Hoewel de kerk de Griekse term presbuteros (πρεσβύτερος) heeft vertaald als priester in de zin van ambtsdrager, betekent presbuteros "ouderling." In het gnostische nondualisme wordt iemand een ouderling genoemd als diegene de gnosis heeft doorgrond. Dit heeft niets met de aardse leeftijd te maken, maar wijst op de rijpheid van de ziel. Dit wordt de palia gnosis (παλιά γνῶσις) genoemd, hetgeen het "oude weten" betekent. Mannen en vrouwen zijn in het nondualisme gelijk. In het verleden werd een mannelijke ouderling aangesproken als patera (geestelijke vader: πατέρα) en een vrouwelijke ouderling als mitera (geestelijke moeder: μητέρα). In onze moderne tijd spreken we een ouderling gewoon aan met de voornaam. 

 

Een ouderling is een geestelijk begeleider. Een jongeling is een geestelijke navolger. Een nieuwe jongeling wordt een bekeerling genoemd. In het gnostische nondualisme hebben we het over bekeren in de zin van 'omkeren/ terugkeren' (epistrepho: ἐπιστρέφω) van het egobewustzijn (Demiurg) naar het eenheidsbewustzijn (Christus), door het krijgen van het levensveranderend inzicht (metanoia: μετάνοια) in de illusie van de dualiteit. Een ouderling is onbaatzuchtig in het begeleiden van een jongeling, omdat deze voorbestemd is om de nondualistische weg te volgen. Hierin is de ouderling geen spirituele leraar, maar een medemens die de jongeling helpt om in contact te komen met de spirituele leraar in zichzelf (de Heilige Geest), op weg naar het eenheidsbewustzijn (Christusbewustzijn). 

 

De persoonlijke overdracht van ouderling op jongeling is tegenwoordig niet meer onmisbaar. Vroeger kon de overdracht alleen persoonlijk plaatsvinden van ouderling op jongeling en kon het niet openbaar worden gemaakt, omdat het verborgen moest blijven in verband met de vervolging van de kerk. Het enige wat op schrift werd gesteld zijn de aantekeningen die de jongeling maakte gedurende de begeleiding die hij/zij kreeg van zijn/haar ouderling. Zo zette het zich voort van generatie op generatie. Heden ten dage is deze geheime overdracht niet meer nodig. Deze webpagina omvat alle inzichten en oefeningen om de "inwijding der ouderlingen" te volgen. Je leert alles wat voorheen door een ouderling werd onderwezen. Als je op deze webpagina terecht bent gekomen en deze inwijdingsweg jou aanspreekt, dan ben je voorbestemd om deze weg te gaan. Je kunt deze weg solitair volgen of samen met iemand/anderen, met deze webpagina als leidraad. 

 

7. De inwijdingsgraden:

 

In het gnostische nondualisme word je niet ingewijd door mensen, maar ontvang je een innerlijke inwijding van de Heilige Geest (Agios Pneumatos: Άγιος Πνεύματος). Deze innerlijke inwijding wordt bewerkstelligd door de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn) tijdens de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία). De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 24). Wat de Heilige Geest doet, hoe dit in z'n werk gaat en waaraan je deze innerlijke inwijding herkent lees je in paragraaf 12 (De Heilige Geest). 

 

Het innerlijk ingewijd zijn wordt in het Grieks memuemai (μεμυημαι) genoemd, wat "(ik ben) ingewijd" betekent. Dit wordt ook wel aangeduid als chortazo (χορτάζω), wat "(ik ben) verzadigd" betekent. 

 

Door de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn) openbaren zich liefde, vrede en compassie als kwaliteiten te midden van de dualiteit. Dit is de 1ste graad van de inwijding. Door Christus (het nonduale bewustzijn) openbaren liefde, vrede en compassie zich als duaal oplossende kwaliteiten. Dit is de 2de graad van de inwijding. Door God (het oorspronkelijke bewustzijn) openbaren liefde, vrede en compassie zich als allesoverstijgende kwaliteiten. Dit is de 3de graad van de inwijding. Zowel de Heilige Geest als Christus en God zijn dus te herkennen aan liefde, vrede en compassie, die steeds sterker worden in jezelf en steeds dieper doorwerken. De Heilige Geest is het fundament van liefde, vrede en compassie. Christus is het wezenlijke van liefde, vrede en compassie. God is de vervulling van liefde, vrede en compassie. 

 

1ste graad inwijding:

"Bekeerling"

Ontwaakt bewustzijn

Gewaarzijn van liefde, vrede en compassie 

 

2de graad inwijding:

"Jongeling"

Nonduaal bewustzijn

Verzadiging door liefde, vrede en compassie 

 

3de graad inwijding:

"Ouderling"

Oorspronkelijk bewustzijn

Vervulling van liefde, vrede en compassie 

 

Aan de hand van je eigen ervaring kan je gedurende je inwijdingsweg zelf bepalen in welke innerlijke inwijdingsfase je zit. Je kunt dit voor jezelf bepalen door na te gaan in hoeverre je vriendelijk (liefdevol), kalm (vredig) en mild (compassievol) kunt blijven onder alle omstandigheden, ongeacht de situatie. En door voor jezelf na te gaan in hoeverre je gelukkig bent, ook tijdens de zware tijden van het aardse lijden (paragrafen 20 en 23). Dit vergt oprechte eerlijkheid naar jezelf toe. De spirituele ontwikkeling duurt gemiddeld een jaar per inwijdingsgraad, maar het kan zijn dat je er langer over doet. Dit zijn geen hiërarchische gradaties, maar innerlijke peilpunten voor jezelf. De 1ste graad is het voelen van liefde, vrede en compassie. De 2de graad is het toepassen van liefde, vrede en compassie. De 3de graad is het leven in liefde, vrede en compassie. 

 

Het gaat hier niet over de aardse liefde, maar over de intense hemelse zielsliefde van en voor God. Deze zielsliefde is uiteindelijk continu aanwezig door je toewijding aan God. Alleen door de Heilige Geest kan je komen tot Christus en alleen door Christus kan je komen tot God. De sleutel tot deze drie-éénheid is de hesuchia meditatie (het stiltegebed).

 

8. De bestemming:

 

Het gnostische nondualisme is er niet op uit om anderen te overtuigen; het dient van de mens zelf uit te gaan. Er wordt aan de mens op de nondualistische weg niet gevraagd om iets klakkeloos voor waar aan te nemen, maar juist om het zelf te ervaren. Het nondualisme gaat uit van persoonlijke vrijheid en een persoonlijke invulling van het religieuze leven. Het nondualisme is vrij van beperkende dogma's, hiërarchische structuren en uiterlijke autoriteiten. Hoe groot de visies ook verschillen; de nondualisten respecteren te allen tijde andere religies, andere stromingen en andersgezinden. Het nondualisme gaat over liefde, vrede en compassie. Het nondualisme pretendeert niet de enige juiste weg te zijn, maar een weg voor degenen die zich voorbestemd voelen om de nondualistische weg te volgen. Zich hiertoe geroepen voelen wordt het ervaren van de "hartstocht (philo: φῐλο) voor goddelijke wijsheid (sophia: σοφῐ́ᾱ)" genoemd. 

 

9. De grondlegger:

 

Het gnostische nondualisme (olotisme) wordt ook wel het Paulicianisme genoemd, als verwijzing naar de grondlegger Paulus van Tarsus. Het is ook bekend als het Paulinische gnosticisme en het Paulijnse mysticisme. De gnostische nondualisten (olotisten) worden ook wel Paulicianen genoemd. De nieuwtestamentische brieven van Paulus vormen de rode draad in het gnostische nondualisme. De oorspronkelijke naam van Paulus was Saulus van Tarsus. Hij was eerst een gewelddadige christenvervolger, maar hij liet zijn verleden achter zich en werd één van de meest toegewijde christenen in de geschiedenis. Hij is het grote voorbeeld van hoe Christus iemand kan transformeren. Bij Paulus werden zijn ogen en zijn hart geopend. Paulus was van oorsprong een farizeeër (judaïst), maar hij distantieerde zich net als Jezus van het judaïsme. Ondanks het feit dat Jezus zich had gedistantieerd van het judaïsme, bleven de eerste christenen zich vasthouden aan de judaïstische traditie, waardoor er gesproken werd over het judaïstische christendom. Paulus had net als Jezus een grote liefde voor de judaïstische mensen, maar hij had net als Jezus niets meer met de judaïstische religie. Paulus raakte geïnspireerd door de boodschap van Jezus, hij kwam in contact met de Christus in zichzelf en hij werd beïnvloed door de Griekse filosofie. Paulus schreef zijn nieuwtestamentische brieven in het Koine Grieks (Koine: Κοινή) en hij was de eerste christelijke gnosticus in de Griekse cultuur. Paulus zorgde voor het helleniseren (vergrieksen) van het christendom. Hij is de grondlegger van het Grieks-christelijke gnosticisme. Paulus heeft Jezus zelf nooit gekend, maar hij begreep Jezus als geen ander. Paulus was een goede verstaander van de diepere boodschap van Jezus. Hij stelde de innerlijke gnosis boven elk uiterlijk gezag. Hij keerde zich af van het judaïstische christendom en hij waarschuwde tegen hun dwaalleer: "Ik herinner u eraan dat u, toen ik naar Macedonië reisde, door mij geroepen bent om in Efeze te blijven. Zo ook nu, om mensen daar te behoeden een dwaalleer te onderwijzen en zich te verdiepen in leugens en eindeloze stambomen. Die leiden af van de waarheid en belemmeren de vervulling van het goddelijke. Het doel is de liefde die voortkomt uit een rein hart, een zuiver geweten en een oprechte toewijding. Zij hebben zich daarvan afgewend. Zij zijn vervallen tot zinloos gepreek over de wet van Mozes, niet verstaande wat zij zo stellig onderwijzen." 1 Timotheüs (1:3-7) 

 

Paulus sprak, net als Jezus, drie talen: Aramees, Hebreeuws en Koine Grieks. Het hele Nieuwe Testament is geschreven in het Koine Grieks. Ook in de mondelinge traditie werd het Koine Grieks gebruikt, omdat het Koine Grieks destijds de gemeenschappelijke voertaal was waarmee men zich verstaanbaar kon maken aan alle mensen in alle gebieden waar de christelijke boodschap werd verkondigd (paragraaf 10). Wij kennen de christelijke boodschap in de eerste plaats als geschreven woord. Dat is niet altijd zo geweest. In de vroegste fase van het christendom bestonden er nog geen christelijke geschriften en werd de christelijke boodschap overgeleverd in een mondelinge traditie. De christelijke boodschap was iets dat werd verteld en gehoord. Zo luidt voortdurend de kenmerkende uitspraak van Jezus: "Wie oren heeft die hore." Ook voor Paulus was 'het evangelie' niet iets op schrift, maar iets van mondelinge verkondiging. In zijn brieven wordt deze mondelinge verkondiging voortdurend naar voren gebracht. De christelijke boodschap begon dus als een mondelinge boodschap. Vanaf de tweede helft van de eerste eeuw werd die boodschap schriftelijk vastgelegd. Maar ook toen bleef men nog een lange tijd hoge waarde toekennen aan de mondelinge overlevering. 

 

De gnostische nondualisten (Paulicianen) stammen af van de Nazoreeërs (de afgezonderden) uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, vernoemd naar Jezus de Nazoreeër (paragraaf 13). Dit waren Grieks-christelijke gnostici, met een grote bewondering voor Paulus, hun grondlegger in de eerste eeuw. In het Nieuwe Testament staat dat de judaïstische rechtsgeleerde Tertullus over Paulus zei: "Wij hebben gemerkt dat deze man een ware bedreiging is. Iemand die overal rebellie veroorzaakt onder de judaïsten. Hij is de hoofdman van de Nazoreeërs." Handelingen (24:5) 

 

Paulus maakt echter duidelijk dat een oordeel van mensen hem niets uitmaakt, omdat hij vertrouwd op de gerechtigheid van God en het koninkrijk der hemelen. Hij vertrouwd op Gods toorn en de dag des oordeels. Gods toorn en de dag des oordeels zijn de prachtige symbolieken die erop wijzen dat God aan het licht brengt wat in de duisternis verborgen is en zal onthullen wat ons heimelijk beweegt. 1 Korinthiërs (4:2-5) Onze intentie (hetgeen wat ons heimelijk beweegt; onze diepste bedoeling) is allesbepalend, in zowel dit leven als het leven na dit leven. Dit wordt later op deze webpagina toegelicht (paragraaf 22). De dag des oordeels wijst op het einde (de eindtijd) van de geestelijke duale wereld, op het moment van de wederkomst van Christus in jezelf, wat van alle tijden is. Met Christus wordt het nonduale bewustzijn bedoeld. 

 

Hoewel Paulus en zijn volgelingen de afgezonderden (Nazoreeërs) werden genoemd, omdat zij zich hadden afgescheiden van het judaïsme, omschrijft Paulus prachtig dat in Christus alle verschillen wegvallen: "Als u zich met Christus omkleed, dan is er geen onderscheid meer tussen Hebreeën en Grieken, dienaren en vrijen, mannen en vrouwen; u bent allen één met Christus Jezus." Galaten (3:28) 

 

Wat Paulus heeft geschreven over haardracht en hoofdbedekking in zijn eerste brief aan de Korinthiërs wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. 1 Korinthiërs (11:1-16) Wat bedoelde Paulus daarmee? Het antwoord op deze vraag ligt in de toenmalige cultuur. In de stad Korinte stond in die tijd een tempel die toegewijd was aan Aphrodite, de godin van de liefde, en die tempel was berucht vanwege de rituele prostitutie die daar plaatsvond. De vrouwen die dienden in de tempel hadden een kaalgeschoren hoofd. In de Korintische cultuur betekende het kaalgeschoren hoofd van een vrouw dus dat zij een tempelprostituee was. Paulus schreef dat een vrouw met een kaalgeknipt of geschoren hoofd zich moet bedekken, want een vrouw zonder haar was toen een schande. Hij gaf tevens aan dat de prostitutie niet uit het vrouwelijke, maar uit het mannelijke wezen is ontstaan. Niet ter wille van de vrouw, maar ter wille van de man. Dit gaat dus over de afkeuring van Paulus van deze tempel, van wat daar plaatsvond en de negatieve rol daarin van de man, die daarmee niet naar het beeld en de openbaring van God is. Het gaat niet over de onderwerping van de vrouw aan de man, zoals de kerk dat interpreteert. Sterker nog; in dezelfde passage heeft Paulus geschreven dat in de Heer het vrouwelijke niet zonder het mannelijke en het mannelijke niet zonder het vrouwelijke is, want het geheel is uit God, en gelijk de vrouw door de man is, zo is ook de man door de vrouw. Dit gaat dus over de gelijkheid van man en vrouw. 

 

De boodschap van Paulus is een boodschap van geloof, hoop en liefde. Met liefde als de grootste kracht. 1 Korinthiërs (13:1-13) Met geloof bedoelde Paulus geen onwetende blinde overtuiging, maar juist het diepe wetende vertrouwen in God. Met hoop bedoelde Paulus geen passieve wens, maar juist een actief verlangen naar God, dat wordt vervuld door de overgave en toewijding aan God. Het gebedsleven staat hierin centraal. Paulus was en is voor ons een geestelijk begeleider met een krachtige liefde. Paulus heeft het niet over de vergankelijke duale aardse liefde, maar over de onvergankelijke nonduale hemelse liefde. Dus niet over de voorwaardelijke menselijke liefde, maar over de onvoorwaardelijke goddelijke liefde. 

 

Paulus schreef: Al kende ik alle woorden van alle talen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan galmende bekkens of een schallende cimbaal. Al kon ik alles voorzeggen en kende ik alle geheimen en al bezat ik alle kennis en had ik de kracht waarmee ik bergen kon verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik al mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al offerde ik mijn lichaam als een martelaar aan het vuur – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten. De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, ze pronkt niet en doet niet gewichtig. Ze kwetst niet en is niet zelfzuchtig, ze wordt niet boos en verbitterd en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. In alles vindt ze geloof en hoop, alles verdraagt ze, in alles volhardt ze. De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, talen zullen verstommen, kennis verloren gaan – want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gestemd als een kind, overwoog ik als een kind; maar nu ik een volwassen man geworden ben, heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; maar de grootste van deze is de liefde. 1 Korinthiërs (13:1-13) 

 

Het leven van een gnostisch nondualist is gericht op verlossing en de hereniging met God. Dit is geen kwestie van je zo goed mogelijk aan regels houden, zoals dat in het judaïstische christendom het geval is. Want dan word je niet verlost, maar slaaf van een systeem. Verlossing is juist een kwestie van vrijheid en gelukzaligheid. In zijn brief aan de Galaten legt Paulus uit dat verlossing begint met innerlijke bevrijding. Geen enkel systeem van regels kan ons verlossen. Verlossing is een geschenk van God. Het is de kracht van Gods genade. De brief aan de Galaten is het oudste (eerste) christelijke geschrift. Paulus schreef deze brief in het jaar 48 van onze jaartelling, 15 jaar na het overlijden van de 33 jarige Jezus. 

 

In zijn brief aan de Efeziërs licht Paulus de kracht van Gods genade toe: "Uit genade bent u zalig geworden. Dit is niet uw verdienste. Het is een geschenk van God. Dus niemand heeft de verlossing aan zichzelf te danken." Efeziërs (2:8-9) Verlossing komt niet voort uit je eigen wilskracht. Verlossing komt voort uit je overgave aan God. 

 

Het verhaal van Paulus wordt in het Nieuwe Testament beschreven in de handelingen der apostelen. De oudste christelijke geschriften zijn de dertien Paulinische brieven van het Nieuwe Testament, halverwege de eerste eeuw. Ouder dan de vier evangeliën, de handelingen, de acht andere brieven en de openbaring. De nieuwtestamentische brieven van Paulus zijn: de brief aan de Romeinen (jaar 57), de eerste brief aan de Korinthiërs (jaar 55), de tweede brief aan de Korinthiërs (jaar 56), de brief aan de Galaten (jaar 48), de brief aan de Efeziërs (jaar 61), de brief aan de Filippenzen (jaar 58), de brief aan de Kolossenzen (jaar 58), de eerste brief aan de Thessalonicenzen (jaar 50), de tweede brief aan de Thessalonicenzen (jaar 50), de eerste brief aan Timotheüs (jaar 55), de tweede brief aan Timotheüs (jaar 61), de brief aan Titus (jaar 55) en de brief aan Filemon (jaar 58). 

 

Paulus schreef: "Luister naar de Heilige Geest. Er zijn mensen die zich laten bedriegen door schijnheilige oplichters, met een gevoelloos en afgestompt geweten. Zij luisteren naar deze slechte denkgeesten, met hun valse voorwendselen en duivelse leer." 1 Timotheüs (4:1-2) Paulus waarschuwt tegen de zogenaamde christelijke predikanten die zichzelf laten verafgoden en anderen misleiden. Deze predikanten richten zich niet op de hemelse onvergankelijkheid, maar op de aardse vergankelijkheid. Dit is van alle tijden. Dit zie je bijvoorbeeld bij de Amerikaanse tv predikanten. Zij zijn uit op persoonlijk gewin (status en geld), ten koste van anderen, in naam van het heilige. Zij kicken op hun roem en rijkdom. Zij hebben tientallen miljoenen volgelingen wereldwijd. Honderden miljoenen dollars hebben deze predikanten op hun bankrekening. Meerdere villa's, privéjets, sportauto’s, dure hotels, luxueuze oorden en noem het allemaal maar op. En dat allemaal in naam van Jezus. Een hoger contrast kan er niet zijn. Deze predikanten prediken dat God de gelovigen beloont met aardse rijkdommen. Geld geven aan de predikant van de kerk wordt gezien als een investering in de eigen materiële welvaart. Wat de meesten niet weten is dat het niet God is tot wie zij bidden, maar de duivel die zich voordoet als God. Jezus zei: "Pas op voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen, maar van binnen roofzuchtige wolven zijn." Mattheüs (7:15) Jezus maakt duidelijk dat je niet God kunt dienen én de mammon (afgod van hebzucht). Mattheüs (6:24) Lucas (16:13) Paulus schreef: "Zij zien het woord van God als een manier om geld te verdienen. Houd u verre van zulke mensen." 1 Timotheüs (6:5) Paulus schreef: "Hebzucht is een wortel van alle kwaad." Er zijn ook oplichters die genezing beloven. De wonderen van Jezus zijn symbolische verhalen, dus maak je geen illusies. En God vereenzelvigd zich niet met het aardse bestaan, dus Hij bemoeit zich ook niet met de gezondheid van je aardse lichaam en geest. God (het oorspronkelijke bewustzijn) gaat over het welzijn van je onvergankelijke ziel en niet over het welzijn van je vergankelijke lichaam en geest. Mensen maakten en maken God tot een wonderdoener en zij baden en bidden voor persoonlijk gewin. God geeft niet wat jij op aarde wilt, maar "is" datgene wat jij spiritueel nodig hebt om het aardse bestaan te ontstijgen. Het is onze taak om vanuit ons ware Zijn (Godsvonk) de materie en dualiteit te ontstijgen. Een weg van bevrijding die zich uitsluitend voltrekt in nondualiteit. Jezus zei over het gebed: "Als u gelooft zonder twijfel, zal in het gebed uw verlangen worden vervuld en blijft er niets te wensen over." Mattheüs (21:22) Hiermee bedoelde Jezus niet dat je in het gebed kunt vragen wat jij wilt op aarde en dat je dat dan ook zult krijgen. Jezus bedoelde hiermee dat het verlangen van je hart naar de eenheid met God door het gebed wordt vervuld, waardoor je de hemelse gelukzaligheid zult ervaren, die al je aardse verlangens overstijgt. 

 

"U (Paulus) kunt bij hen de ogen openen en hen bekeren van de duisternis tot het licht, van de macht van Satan tot God." Handelingen (26:18) 

 

Paulus maakt duidelijk dat je nooit moet proberen om iemand ergens van te overtuigen, want opgelegd inzicht is geen waarlijk inzicht. Paulus schreef: "Zorg ervoor dat u Gods woord op de juiste manier leert, uitlegt en toepast. Maar blijf verre van zinloze discussies. Want mensen die zich daarmee bezighouden, raken steeds verder van God verwijderd." 2 Timotheüs (2:15-16) 

 

Paulus schreef: "Wij zijn dienaren van Christus en beheerders van Gods geheimen." 1 Korinthiërs (4:1) 

 

Paulus wijst ons een weg naar de verzoening met God, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd. 

 

10. De geschriften:

 

Het gnostische nondualisme gaat terug tot de Grieks-christelijke gnostici (Nazoreeërs) uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, met Paulus van Tarsus als grondlegger in de eerste eeuw. Het gnostische nondualisme legt de nadruk op de brieven van Paulus in het Nieuwe Testament. 

 

In het gnostische nondualisme wordt het Koine Grieks (Koine: Κοινή) gebruikt. Het Koine Grieks is de taal waarin het Nieuwe Testament oorspronkelijk is geschreven. Koine betekent "gemeenschappelijk" (gemeenschappelijke taal). Het was vanaf de vierde eeuw voor Christus tot de vijftiende eeuw na Christus een officiële voertaal in het Middellandse Zeegebied. Het werd gesproken en geschreven in Zuid-Europa, West-Azië en Noord-Afrika. Het Koine Grieks was de taal die in handel en religie werd gebruikt door mensen met een verschillende taalachtergrond. Het is een zogeheten dode taal die niet meer wordt gebruikt als voertaal. Het wordt alleen nog gebruikt voor religieuze doeleinden. Op deze webpagina zijn de belangrijkste termen weergegeven in het Koine Grieks. Tevens zijn de gebruikte citaten uit het Nieuwe Testament vertaald vanuit het Koine Grieks. 

 

Het gnostische nondualisme is gebaseerd op het Nieuwe Testament. De gnostische nondualisten erkennen het Oude Testament (de judaïstische Tenach) niet als een heilig boek. De gnostische nondualisten hanteren dus niet de bijbel, maar gebruiken het Nieuwe Testament als een opzichzelfstaand boek. Het is dus raadzaam om het Nieuwe Testament als een opzichzelfstaand boek (los van het Oude Testament) aan te schaffen. 

 

In het gnostische nondualisme worden alleen de geschriften van het Nieuwe Testament erkend als het heilige schrift. Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 zorgvuldig geselecteerde geschriften uit de eerste eeuw van onze jaartelling, die in de vierde eeuw werden gebundeld tot het Nieuwe Testament, zoals wij het nu kennen. 

 

De gnostische nondualisten hadden en hebben een hele andere interpretatie van het Nieuwe Testament dan de kerkelijke christenen. 

 

De geschriften van het Nieuwe Testament zijn: het evangelie volgens Mattheüs, het evangelie volgens Marcus, het evangelie volgens Lucas, het evangelie volgens Johannes, de handelingen der apostelen, de brief aan de Romeinen, de eerste brief aan de Korinthiërs, de tweede brief aan de Korinthiërs, de brief aan de Galaten, de brief aan de Efeziërs, de brief aan de Filippenzen, de brief aan de Kolossenzen, de eerste brief aan de Thessalonicenzen, de tweede brief aan de Thessalonicenzen, de eerste brief aan Timotheüs, de tweede brief aan Timotheüs, de brief aan Titus, de brief aan Filemon, de brief aan de Hebreeën, de brief van Jacobus, de eerste brief van Petrus, de tweede brief van Petrus, de eerste brief van Johannes, de tweede brief van Johannes, de derde brief van Johannes, de brief van Judas en de openbaring van Johannes.

 

Er kan in de heilige geschriften geen onderscheid worden gemaakt tussen wel of geen gnostische geschriften. Gnostisch is namelijk de wijze waarop je de geschriften leest, waardoor de diepere betekenis naar boven komt. Er kan tevens geen onderscheid worden gemaakt tussen wel of geen nondualistische geschriften. Nondualistisch is namelijk de wijze waarop je de geschriften leest, waardoor de diepere eenheid naar boven komt. De methode van de heilige schriftlezing (theia anagnosis: θεία ανάγνωση) helpt jou daarbij. De heilige schriftlezing wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 27). 

 

11. De interpretatie:

 

Helaas werd en wordt de boodschap van Jezus door veel (christelijke) mensen verkeerd geïnterpreteerd door alles letterlijk te nemen. Een voorbeeld is dat Jezus niet letterlijk over het water liep (Matteüs 14:24-32), maar dat dit symbolisch aanduid dat hij hielp en helpt wanneer je in emotionele nood verkeerd in de lucide levenscyclus, door met liefde de angst weg te nemen en je vertrouwen te geven in het hemelse licht tijdens de aardse duisternis. Er zijn vele verkeerde interpretaties van het heilige schrift vanuit het kerkelijke christendom. Bijvoorbeeld omtrent Maria, de moeder van Jezus. Geestelijke reinheid (onbevlekte zuiverheid) werd door de kerk verward met fysieke maagdelijkheid, terwijl hier gewezen wordt op de geestelijke ontvangenis van de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn). Moeder Maria was dus ingewijd door de Heilige Geest (zij had het ontwaakte bewustzijn bereikt) en wist dat haar kind gezegend zou zijn met de Heilige Geest (aangeboren ontwaakt bewustzijn). Jezus kwam als mens voort uit de pure liefde tussen Jozef en Maria, ondanks dat zij nog niet in een synagoge getrouwd waren (wel in ondertrouw) en nog niet samenwoonde (wat in die tijd pas mocht na het huwelijk). Een vrouw die verloofd (in ondertrouw) was, maar al intiem was met haar verloofde voordat zij getrouwd waren, werd als een schande gezien. Laat staan als de vrouw in verwachting was van een buitenechtelijk kind, zoals het geval was bij Maria. Zo zijn er vele voorbeelden te geven, zoals Maria Magdalena die door de kerk onrecht is aangedaan. De kerk heeft Maria Magdalena als vrouw verlaagd tot een vrij onbelangrijk mens met een onrein verleden. Zij was, samen met de apostel Johannes, de meest trouwe metgezel van Jezus. Zij bleef, samen met onder andere moeder Maria en de apostel Johannes, aan zijn zijde tot aan de kruisiging en zij was de eerste getuige van zijn zielverschijning na zijn dood. Jezus was niet fysiek opgestaan uit de dood, zoals de kerk het interpreteert. Hij liet aan Maria Magdalena zien dat de fysieke dood geen einde is van het leven. Lees de geschriften dus met zorg, zodat je echt ziet en begrijpt wat er werkelijk staat en bedoeld wordt. Kijk naar de diepere spirituele betekenis van het heilige schrift en laat de symboliek goed tot je doordringen. De methode van de heilige schriftlezing helpt jou daarbij. De heilige schriftlezing wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 27). 

 

12. De Heilige Geest:

 

In het gnostische nondualisme word je niet ingewijd door mensen, maar ontvang je een innerlijke inwijding van de Heilige Geest (Agios Pneumatos: Άγιος Πνεύματος). Deze innerlijke inwijding wordt bewerkstelligd door de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn) tijdens de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία). De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 24). 

 

Jezus zei over de Heilige Geest: "U zult Hem kennen, want Hij blijft bij u en is in u." Johannes (14:17) Paulus maakt duidelijk dat de Heilige Geest onze leraar is: "God heeft ons dit geopenbaard door de Heilige Geest, want de Heilige Geest doorgrondt de diepten van God. Alleen de geest van de mens is in staat om de mens te kennen. Zo is alleen de Heilige Geest van God in staat om God te kennen. Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Heilige Geest die van God komt, opdat wij zouden weten wat God ons in Zijn goedheid heeft geschonken. Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Heilige Geest het ons leert. Het geestelijke is alleen duidelijk te maken door het geestelijke." 1 Korinthiërs (2:10-13) 

 

Het ontwaken van de Heilige Geest is te herkennen als een diep gevoel van liefde, vrede en compassie. Net zoals het niet mogelijk is om de smaak van een vrucht exact te verwoorden, maar de smaak wel direct herkenbaar is wanneer je het proeft, zo zal ook de aanwezigheid van de Heilige Geest herkenbaar zijn als het proeven van de hemelse nectar. De Heilige Geest zorgt voor de inwijding tijdens de hesuchia meditatie (het stiltegebed) door zich steeds duidelijker te manifesteren tijdens de meditatie. Dit is te herkennen aan het steeds dieper geraakt worden door liefde, vrede en compassie, totdat dit gevoel compleet en blijvend is. De Heilige Geest is jouw spirituele leermeester die jou woordeloos (in stilte) onderwijst in liefde, vrede en compassie. Dit is niet een ervaring van het denken in je hoofd, maar van het voelen in je hart. De Heilige Geest van God onderwijst jou dus op een totaal andere wijze dan de menselijke geest. Het is geen symbolische inwijding, maar een ervaringsgerichte inwijding in liefde, vrede en compassie.

 

De Heilige Geest (voelen van liefde, vrede en compassie) leidt tot Christus (toepassen van liefde, vrede en compassie) en Christus leidt tot God (leven in liefde, vrede en compassie). 

 

De Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn), Christus (het nonduale bewustzijn) en God (het oorspronkelijke bewustzijn) zijn zowel in jezelf als buiten jezelf. Alleen door de Heilige Geest kan je komen tot Christus en alleen door Christus kan je komen tot God. Zonder de Heilige Geest kan je dus niet komen tot God. De sleutel tot deze drie-éénheid is de hesuchia meditatie (het stiltegebed). 

 

13. De Christus:

 

Jezus van Nazareth (Isous tis Nazaret: Ιησούς της Ναζαρέτ) wordt als een mens gezien die tot het oorspronkelijke bewustzijn is gekomen en niet als de enige uitverkorene van God. 

 

Jezus werd ook wel Nazoreeër (Nazoraios: Ναζωραῖος) genoemd, wat de "afgezonderde" betekent. Jezus de Nazoreeër (Isous o Nazoraios: Ιησούς ο Ναζωραῖος). Jezus werd zo genoemd, omdat hij zich had afgescheiden van het judaïsme. De Grieks-christelijke aanhangers van Paulus werden ook Nazoreeërs (de afgezonderden) genoemd, vernoemd naar Jezus de Nazoreeër, waarvan Paulus de grondlegger was. Jezus werd ook wel eens Nazarener (Nazarenos: Ναζαρηνός) genoemd, hetgeen verwijst naar iemand uit Nazareth. Ook zijn volgelingen werden Nazareners genoemd, als algemene verwijzing naar christenen, vernoemd naar Jezus van Nazareth. De christelijke Nazoreeërs en Nazareners dient men niet te verwarren met de judaïstische Nazireeërs. 

 

Jezus werd geboren in de stad Bethlehem te Judea, maar hij groeide op in de stad Nazareth te Galilea. Hij genoot daar een judaïstische opvoeding bij zijn ouders Jozef en Maria. Jezus werd gedoopt door de judaïstische asceet Johannes de Doper in Juda aan de Jordaanoever. In de voorchristelijke traditie was het doopsel een inwijdend reinigingsritueel voor volwassenen, waarin het (onreine) verleden werd weggespoeld voor het religieuze leven. Na Zijn doop werd Jezus door de Heilige Geest naar de eenzaamheid van de woestijn geleid, om door de duivel verzocht te worden. Na veertig dagen en nachten vasten had Hij deze verzoeking doorstaan. Jezus ging vervolgens "Zijn eigen weg." Johannes had tegen de mensen gezegd: "Ik heb u allen gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest." Marcus (1:8) De weg van Jezus is geen uiterlijke inwijding door mensen, maar een innerlijke inwijding door de Heilige Geest, op weg naar de verwezenlijking van het Christusbewustzijn (de innerlijke Christus). 

 

Christus (Christos: Χριστός) betekent de "Gezegende." Christus dient men niet te verwarren met de mens Jezus Christus. Met Christus wordt de Christuskracht (het Christusbewustzijn) aangeduid die de mens Jezus van Nazareth verlichtte, waardoor hij Jezus Christus (Isous Christos: Ιησούς Χριστός) werd. Door middel van het gnostische nondualisme kan ook jij, net als Jezus, in contact komen met de Christus in jezelf. Alleen door Christus (het nonduale bewustzijn) kan je komen tot God (het oorspronkelijke bewustzijn). 

 

Christus wordt de eerstgeborene (prototokos: πρωτότοκος) genoemd, omdat Hij als eerste uit God voort is gekomen. Hij wordt ook wel de onvergelijkbare (monogenes: μονογενές) genoemd. Monogenes (μονογενές) wordt door de kerk vertaald als de eniggeborene, wat dus incorrect is. Christus is niet de enige Zoon van God, maar de eerste Zoon van God. 

 

"Als iemand in Christus is, dan is hij een nieuwe schepping. Het oude is voorbijgegaan en alles is nieuw geworden." 2 Korinthiërs (5:17) Dit geeft prachtig weer wat het gnostische nondualisme voor ogen heeft. Christus transformeert jou en je leven volledig. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. Jezus is voor ons het voorbeeld van het leven vanuit de Christuskracht (het Christusbewustzijn). 

 

In de eerste en tweede brief van Johannes staat dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. 1 Johannes (4:1-3) 2 Johannes (7) Dit wordt in het Nieuwe Testament meerdere malen aangegeven. Romeinen (8:3-4) Filippenzen (2:5-8) Hebreeën (2:14-15) Dit betekent dat de aardse mens Jezus van Nazareth al op aarde (in het vlees) verlicht werd door de hemelse Christus (Christus is in het vlees gekomen), om ons te helpen in contact te komen met de Christus in onszelf, al tijdens het aardse leven (in het vlees). Jezus was voorbestemd om deze weg met Christus te gaan en incarneerde met dit doel op aarde (in het vlees). Ieder mens kan, net als Jezus, op aarde (in het vlees) al in contact komen met de Christus in zichzelf, zodat Christus wederom in het vlees gekomen is. De duivel (de antichrist) wil de mens hiervan weerhouden en de mens misleiden, alsof Christus nooit door Jezus op aarde kwam. Zo willen ook de mensen der duisternis (duivelskinderen) anderen weerhouden om in contact te komen met de Christus in zichzelf, tijdens het aardse leven. Dit doen de duivel en zijn handlangers door je te misleiden met aardse verleidingen. Dus verleidingen zijn er om te weerstaan, in naam van Jezus Christus. Johannes waarschuwt tegen de valse profeten die de aardse verleidingen zelf niet weerstaan en deze juist stimuleren om anderen te misleiden en te misbruiken. Zij belijden niet dat Jezus Christus in het vlees gekomen is; dat het heilige al in het vlees kan bestaan en dat verlossing al tijdens het aardse leven mogelijk is. Johannes schreef: "Geliefde broeders en zusters, geloof niet iedere geest, maar beproef de geesten of zij van God zijn; want er zijn vele valse profeten in de wereld. Hieraan herkent u de Geest van God: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is van God. Iedere geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet van God. Dit is de geest van de antichrist; de geest waarover u gehoord hebt dat hij zich zal manifesteren, is al in de wereld." 1 Johannes (4:1-3) "Er zijn vele misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dit komt van de misleidende antichrist." 2 Johannes (7) 

 

God is de bron (het oorspronkelijke bewustzijn). Christus is de emanatie vanuit de bron (het Christusbewustzijn, oftewel het eenheidsbewustzijn/het nonduale bewustzijn). De Heilige geest (het ontwaakte bewustzijn) is de poort naar Christus (het nonduale bewustzijn). De ziel is verbonden met het charisma (de onstoffelijke bewustzijnsenergie) van de emanatie (Christus). De Christus in onszelf is onze engelennatuur. Het Christusbewustzijn (het nonduale bewustzijn) voltrekt zich uitsluitend in de meditatieve beleving van nondualiteit. De heilige drie-éénheid bestaat uit de Vader (oorspronkelijk bewustzijn), de Zoon (nonduaal bewustzijn) en de Heilige Geest (ontwaakt bewustzijn). Alleen door het ontwaakte bewustzijn kan je komen tot het nonduale bewustzijn en alleen door het nonduale bewustzijn kan je komen tot het oorspronkelijke bewustzijn. God (oorspronkelijk bewustzijn), Christus (nonduaal bewustzijn) en de Heilige Geest (ontwaakt bewustzijn) zijn zowel in jezelf als buiten jezelf. 

 

14. Het Godsbeeld:

 

God (Theos: Θεός) is niet persoonlijk en mannelijk, zoals de kerkelijke christenen dat interpreteren. Het woord God kan ook vervangen worden met de bron, het licht, het oorspronkelijke bewustzijn, het Absolute, de Alomvattende of de Ene. God is onzijdig en onpersoonlijk. De enige reden waarom wij God met U aanspreken is omdat dit de respectvolle verhouding tot de Ene voor ons mensen toegankelijker en intenser maakt. De persoonlijke verhouding tot God is onze projectie op het onpersoonlijke. God als Vader of Moeder benoemen is onze projectie op het onzijdige. God (Vader/Moeder), Christus (Zoon/Dochter) en de Heilige Geest zijn onzijdig. God is onzijdig, maar wordt 'meestal' symbolisch als Vader aangesproken, omdat ontvangenis een vrouwelijke eigenschap is die wij nodig hebben om God in onszelf toe te laten. In deze symboliek wordt gewezen op de geestelijke ontvangenis. Hierin is ontvangenis een gemoedstoestand waarin iemand open staat voor God. Om dezelfde reden spreken we over Christus als de Zoon. Maar Christus kan net zo goed aangesproken worden als Dochter. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. God is (evenals Christus en de Heilige Geest) niet mannelijk, net zomin als dat Hij vrouwelijk of een 'het' zou zijn. Het woord "Hij" is een taalsymbool voor het Absolute (God), hetgeen op zichzelf niet onder woorden te brengen is. Hij kan je vervangen door Zij. Hem kan je vervangen door Haar. God is God. God is uniek en onvergelijkbaar. Op God is geen onderscheid van toepassing. God gaat het mannelijke en vrouwelijke te boven. God is nonduaal. Misschien vind jij het moeilijk of ongemakkelijk om God als Vader te benoemen. Voor jou kan het dan goed zijn om God als Moeder te benaderen. Je mag God benaderen op een wijze die voor jou goed voelt. Als Jezus ons benadrukt dat we uit God geboren zijn, dan legt Jezus de nadruk op God als Moeder. Want als je denkt aan een geboorte, dan denk je aan een barende vrouw en niet aan een man. Petrus gaat in het Nieuwe Testament verder in op God als Moeder en moedigt aan om te gaan drinken uit de borst van Moeder God: "Wees als pasgeboren kinderen, verlangend naar de geestelijke melk, om te groeien en het heil te ontvangen." 1 Petrus (2:2-3) Het woord God wordt in het nondualisme dus onzijdig gebruikt. Vanwege de onzijdigheid van God (en het woord God) spreken we in het nondualisme niet over Godin. Het oorspronkelijke bewustzijn (God) heeft namelijk geen tegenhanger.

 

Mensen maakten en maken God tot een wonderdoener en zij baden en bidden voor persoonlijk gewin. God geeft niet wat jij op aarde wilt, maar "is" datgene wat jij spiritueel nodig hebt om het aardse bestaan te ontstijgen. Het is onze taak om vanuit ons ware Zijn (Godsvonk) de materie en dualiteit te ontstijgen. Een weg van bevrijding die zich uitsluitend voltrekt in nondualiteit.

 

15. De schepping:

 

Hier volgt het gnostische scheppingsverhaal (God, schepping en evolutie) uit de Grieks-christelijke traditie. Dit gnostische scheppingsverhaal onthult de inhoud en het doel van het esoterische (innerlijke) christendom. Dit gnostische scheppingsverhaal verschilt wezenlijk van het scheppingsverhaal van het judaïstisch-christelijke gnosticisme en het kerkelijke christendom. De Grieks-christelijke gnostici hadden en hebben een hele andere interpretatie. De liefdevolle God waar Jezus over sprak kan onmogelijk dezelfde zijn als de jaloerse en wraakzuchtige heer van het Oude Testament. 

 

Jezus was hier zelf heel duidelijk over:

 

'Ik spreek over wat Ik gezien heb bij Mijn Vader, u doet wat u gehoord hebt van uw vader.' 'Onze vader is Abraham,' zeiden ze. Maar Jezus zei: 'Als u echt kinderen van Abraham bent, zou u moeten doen wat Abraham deed. Maar nee, u wilt Mij, iemand die u de waarheid heeft gezegd die hij van God gehoord heeft, doden. Zoiets heeft Abraham nooit gedaan. Maar u doet inderdaad wat úw vader deed!' Ze zeiden: 'Wij zijn geen bastaardkinderen! We hebben maar één Vader: God.' 'Als God uw Vader was,' zei Jezus tegen hen, 'zou u Mij liefhebben, want Ik ben bij God vandaan gekomen en kom namens Hem. Ik ben niet namens Mezelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? Dat komt omdat u Mijn woorden niet kunt aanhoren. Uw vader is de duivel, en u doet met instemming wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen. Maar Mij gelooft u niet, want Ik spreek de waarheid. Kan één van u Mij van zonde beschuldigen? Als Ik de waarheid spreek, waarom gelooft u Mij dan niet? Wie van God is, luistert naar de woorden van God. U luistert niet, omdat u niet van God bent.' Johannes (8:38-47) 

 

Deze boosaardige heer van het Oude Testament, waar Jezus op doelt, deed zich voor als God, alsof hij werkelijk God was. Deze heer van het Oude Testament wordt in het Hebreeuws Jahweh genoemd. Jahweh betekent "Ik ben de Heer." Jahweh is in werkelijkheid geen God, maar Satan (de duivel), zoals Jezus zei. Jahweh is de scheppende schijngod van deze wereld en de misleider van het volk. In het Oude Testament wordt Jahweh in het Hebreeuws tevens Elohay Elohim genoemd, hetgeen "god der goden" betekent, wat wijst op Satan als valse god en zijn handlangers (afgoden, demonen). Jahweh wordt in het Griekse gnosticisme aangeduid als de Demiurg. Dit is afgeleid van het Griekse demiourgos (δημιουργός), wat de "schepper" betekent. Satan is de gevallen engel Lucifer. Hij is de schepper (Demiurg) van de stoffelijke wereld. Lucifer (Satan) wordt door Paulus in het Nieuwe Testament de "god van deze wereld" genoemd. 2 Korinthiërs (4:4) Jezus heeft verkondigd dat wij in de wereld, maar niet van de wereld zijn. Johannes (17:14-16). Er is maar één ware God en dat is de Heer van het Nieuwe Testament, die zich niet identificeert met het stoffelijke bestaan. God wordt in het Nieuwe Testament aangeduid met de Griekse namen Theos (God: Θεός), Kyrios (Heer: Κύριος), Patera (Vader: Πατέρα), Despotes (Meester: Δεσπότης), Pantocrator (Alomvattende: Παντοκράτωρ) en Logos (Geopenbaarde: Λόγος). Logos betekent "openbaring," waarmee de openbaring van God wordt bedoelt. God is dus de Geopenbaarde. God openbaarde zich door het leven en spreken van Jezus. Jezus openbaarde God. Logos heeft in het Nieuwe Testament dus een andere betekenis dan die er tegenwoordig aan wordt gegeven (woord, logica). 

 

Lucifer (Satan) ligt aan de oorsprong van de stoffelijke wereld (met ruimte en tijd) ten grondslag. Uit God (die vrij is van ruimte en tijd) kwamen Christus en de engelen voort die één waren met God. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. Christus is de gids der engelen. Er heerste totale eenheid, totale nondualiteit, in de volheid van het alomaanwezige en alomvattende onstoffelijke hemelrijk (pleroma: πλήρωμα). De lichtdragende engel Lucifer wilde regeren als hoofd over Christus en alle engelen en werd vanuit die intentie duaal. Hij gaf zich over aan hoogmoed en verlokte er andere engelen mee. Na hoogmoed komt de val. De gevallen engelen kregen spijt van hun zonde en wilden vanuit de duisternis terugkeren naar de hemel, maar daar stak Lucifer een stokje voor. Met de bedoeling om de gevallen engelen gevangen te houden schiep Lucifer het stoffelijke universum met zijn ontelbare sterrenstelsels (die voortkwam uit het onstoffelijke, dat fijnstoffelijk werd en verdichte tot het grofstoffelijke), waaronder de aarde (naast vele andere leefbare planeten in andere zonnestelsels), en zette hun zielen in stoffelijke lichamen gevangen die vanuit de evolutie in ruimte en tijd op aarde vegetatieven (planten), sensitieven (dieren) en intellectuelen (mensen) werden, die onderhevig zijn aan de cyclus van dood en wedergeboorte in het stoffelijke. Lucifer werd Satan, heerser van het duale rijk, met als dieptepunt de hel. De hel vol gevallen engelen die niet naar de hemel wilden terugkeren, omdat zij mee wilden regeren met Satan (de duivel) en daardoor demonen werden. Niet God maar Lucifer is dus de schepper van het vergankelijke bestaan, de duale denkgeest en het pijnlijke lijden. Het is de vergankelijke schepping van Lucifer waarin de mens en al het aardse leven gevangen zitten. De mens en al het aardse leven hebben echter nog steeds de Godsvonk in zich. De mens heeft de mogelijkheid om bewust verlost te worden in nondualiteit. De mens heeft de mogelijkheid om bewust terug te keren naar en thuis te komen in het hemelrijk van God. Het gnostische nondualisme is de weg die leidt tot deze spirituele bevrijding. De mens kan zichzelf niet verlossen. Verlossing is een geschenk van God. Het is de kracht van Gods genade. De mens kan wel tot het nonduale bewustzijn komen, waarin verlossing plaatsvindt. 

 

Alles is energie en heeft een trillingsfrequentie. Het spirituele (onstoffelijke) is energie die niet verdicht is tot materie en heeft een hoge trillingsfrequentie. Het materiële (stoffelijke) is energie die verdicht is tot materie en heeft een lage trillingsfrequentie. De energie die niet verdicht is wordt de bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα) genoemd. De verdichte energie wordt de scheppingsenergie (energeia: ἐνέργεια) genoemd. Energeia is verdichte (gematerialiseerde) pneuma. Pneuma is verbonden met Christus en kent geen tegenpool. Energeia is verbonden met de Demiurg en bestaat uit tegenpolen. God (met de Godsvonk in jezelf) is de trillingsbron en heeft de allerhoogste energetische trillingsfrequentie. Wij resoneren hierop mee, als wij ons daar op afstemmen. De hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία) verhoogd de energetische vibratie. Het is de afstemming op God. De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 23). 

 

16. De absoluutheid:

 

De gnostische nondualisten waren er in het verleden goed in om hun uitdrukking over God aan te passen aan het judaïstische christendom, om vervolging zoveel mogelijk te voorkomen. Echter; wanneer een gnostische nondualist destijds sprak over God als schepper van hemel en aarde, die de wereld heeft gemaakt en alles wat er leeft, dan had dat een hele andere context en samenhang dan in het judaïstische christendom. De duale stoffelijke wereld is niet door God geschapen. Toch is God de bron van alles, omdat ook Lucifer geboren is uit God. Lucifer is geen eenheid meer met God zoals Christus dat is, maar Lucifer komt wel voort uit God. God is de opperschepper, waaruit alles (direct en indirect) voortkomt. 

 

Wanneer in het gnostische nondualisme gesproken wordt over het geloof, dan wordt hier geen onwetende blinde overtuiging mee bedoeld, maar juist het diepe wetende vertrouwen. "Geloof in God" betekent dan "heb vertrouwen in God." 

 

De duisternis wordt in het gnostische nondualisme gezien als de schaduw van het licht. Licht en duisternis zijn geen tegengestelden van elkaar. Waar licht is kan geen duisternis zijn. Als de schaduw wordt belicht, dan is er geen schaduw meer. De verlichte mens (degene die in het licht leeft) wordt gezien als iemand die uit de schaduw is gestapt. Zelfs de duisternis van de duivel zelf zal uiteindelijk worden opgeheven, doordat het licht van Christus elke duisternis tenietdoet. De afgescheidenheid (dualiteit) zal uiteindelijk weer opgaan in de absoluutheid (nondualiteit).

 

Lucifer is de verloren zoon van God. Het verhaal van de verloren zoon is een prachtig metafoor over de weg terug naar God. Dit verhaal heeft ook betrekking op Michaël (de aartsengel des lichts) en Lucifer (de prins der duisternis). Uiteindelijk zal ook Lucifer weer thuiskomen. 

 

Jezus zei: Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: 'Vader, geef mij het deel van ons vermogen, dat mij toekomt.' En hij verdeelde het bezit onder hen. Enkele dagen later verzilverde de jongste zoon zijn bezit en ging op reis naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen er doorheen joeg. Toen hij alles had uitgegeven, kwam er een zware hongersnood in dat land en hij had niets meer te eten. Daarom ging hij werken bij één van de boeren in dat land. Die stuurde hem naar het veld om de varkens te verzorgen. De zoon had zo’n honger dat hij zelfs het varkensvoer op wilde eten. Maar niemand gaf hem iets. Toen dacht hij: 'Thuis hebben zelfs de armste arbeiders altijd genoeg te eten. En ik ga hier dood van de honger. Ik ga terug naar mijn vader en zal tegen hem zeggen: Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover de hemel en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn. Behandel mij voortaan net zoals uw armste arbeiders.' Toen ging de zoon terug naar zijn vader. De vader zag zijn zoon al vanuit de verte aankomen. En meteen kreeg hij medelijden. Hij rende naar zijn zoon toe, sloeg zijn armen om hem heen en kuste hem. De zoon zei: 'Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover de hemel en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn.' Maar de vader zei tegen zijn bedienden: 'Haal snel mijn mooiste jas voor mijn zoon en trek hem die aan. Doe een ring om zijn vinger en doe schoenen aan zijn voeten. Haal het vetste kalf en slacht het. We gaan eten en feestvieren!' Want mijn zoon was dood, maar nu leeft hij weer. Ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer gevonden.' Toen gingen ze feestvieren. De oudste zoon was nog op het land. Toen hij thuiskwam, hoorde hij dat er muziek gemaakt werd, en dat er werd gedanst. Hij riep één van de bedienden en vroeg waarom er feest was. De bediende zei: 'Je broer leeft nog! Hij is terug, en je vader heeft het vetste kalf laten slachten, omdat hij zijn jongste zoon terug heeft.' Toen werd de oudste zoon boos. Hij wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader kwam naar hem toe en zei: 'Ga toch mee naar binnen.' Maar de zoon antwoordde: 'Ik werk nu al vele jaren voor u. Ik heb altijd gedaan wat u van mij vroeg. Toch heeft u voor mij nooit een dier laten slachten. Niet eens een geitje om feest te vieren met mijn vrienden. Maar nu komt de jongste zoon van u thuis en voor hem slacht u het vetste kalf! Terwijl hij uw geld heeft uitgegeven aan ontspoorde vrouwen.' Toen zei de vader: 'Lieve jongen, jou heb ik altijd bij me. En alles wat van mij is, is van jou. Maar we kunnen niet anders dan blij zijn en feestvieren. Want je broer was dood, maar hij leeft weer. We waren hem kwijt, maar nu hebben we hem weer gevonden.' Lucas (15:11-32)

 

Het verhaal van het verloren schaap is een prachtig metafoor over hoeveel God van Zijn kinderen houdt.

 

Jezus zei: Stel dat iemand honderd schapen heeft, en één schaap loopt bij de kudde weg. Zal hij dan niet de negenennegentig schapen op de berg achterlaten om het weggelopen schaap te gaan zoeken? Als hij het dan vindt, dan zal hij veel blijer zijn over dat ene schaap dat hij weer heeft gevonden, dan over de negenennegentig schapen die niet waren weggelopen. Zo wil ook uw hemelse Vader niet dat ook maar één van Zijn kinderen verloren gaat. Mattheüs (18:12-14) Lucas (15:3-7)

 

17. De mens:

 

De mens heeft een aards lichaam met denkgeest én een onstoffelijke ziel met goddelijke vonk. Het aardse lichaam met de denkgeest is vergankelijk. Paulus schreef: "Het denken, dat aan het stoffelijke lichaam gebonden is, draagt de dood in zich." Romeinen (8:6) In het gnostische nondualisme wordt aangegeven dat de mens bestaat uit de onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή), de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα), het onstoffelijke geesteshart (kardia: καρδιά), de aardse denkgeest/het verstand - intellect (nous: νούς) en het aardse lichaam (soma: σῶμα). Er wordt ook gerefereerd aan de ziel als het spirituele (onstoffelijke) lichaam (soma pneumatikos: σῶμα πνεύματικόν). De onsterfelijke ziel is verbonden met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα). 

 

De onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα) vormt de verbinding tussen de ziel (psyche: ψυχή) en God (Theos: Θεός). Pneuma is de nonduale hemelse bewustzijnsenergie en dient men niet te verwarren met de duale aardse scheppingsenergie (energeia: ἐνέργεια). Energeia is verdichte (gematerialiseerde) pneuma. 

 

Het aardse lichaam bestaat uit een grofstoffelijk en een fijnstoffelijk lichaam. Het fijnstoffelijke lichaam fungeert als brug tussen het grofstoffelijke en het onstoffelijke lichaam. Het nondualisme richt zich niet op de fijnstoffelijke levensenergie, energielagen, energiecentra, energiebanen en energiepunten (Sanskriet: prana, aura, chakra’s, nadi’s en marma’s). Want fijnstoffelijk is nog steeds stoffelijk. In het gnostische nondualisme wordt levensenergie aangeduid als scheppingsenergie (energeia: ἐνέργεια), die men niet moet verwarren met bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα). Wij gaan uit van de onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή) die de Godsvonk (Theos: Θεός) draagt en verbonden is met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα). Hierin is maar één centrum van belang; je spirituele geesteshart (hartcentrum: kardia: καρδιά) in het midden van je borstkas. Dit is de zetel van de Godsvonk. Het spirituele geesteshart dient men niet te verwarren met de hartchakra (anahata). De hartchakra is fijnstoffelijk, terwijl het spirituele geesteshart onstoffelijk is. 

 

Het onstoffelijke (spirituele) lichaam (de ziel, die de Godsvonk draagt) is energetisch niet verdicht tot materie en heeft de hoogste trillingsfrequentie. Het fijnstoffelijke (astrale) lichaam is energetisch half verdicht tot materie en heeft een lagere trillingsfrequentie. Het grofstoffelijke (fysieke) lichaam is energetisch volledig verdicht tot materie en heeft de laagste trillingsfrequentie. 

 

Denkgeest, ego en ikje. Drie woorden voor één en hetzelfde. In het gnostische nondualisme verfijn jij je ego dusdanig, dat deze niet meer in de weg staat tussen God en de Godsvonk. 

 

In het nondualisme gaan we niet uit van een Zelf. Ook geen Hogere of Ware Zelf, omdat dit nog steeds wijst op de denkgeest met zelfbewustzijn (je ikje). Het nondualisme heeft het dan ook niet over een ware Zelf, maar over het ware ZIJN. Je ware ZIJN is de Godsvonk. Vanuit het ware ZIJN kan jij je Zelf gebruiken als instrument, in plaats van dat je door je Zelf geleid wordt. Je ware ZIJN (Godsvonk) is de waarnemer achter je denkgeest, die zich niet identificeert met het stoffelijke bestaan. De ziel (psyche: ψυχή) draagt de Godsvonk (Theos: Θεός). De onsterfelijke ziel is verbonden met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα), die uitstraalt vanuit de emanatie (Christus: Χριστός) van God (het oorspronkelijke bewustzijn). Pneuma wordt ook wel het charisma van Christus genoemd. 

 

18. De onsterfelijkheid:

 

Het gnostische nondualisme richt zich al tijdens het aardse sterfelijke leven op het hemelse onsterfelijke leven. Niet alleen als iets dat komt 'na' de dood van dit aardse sterfelijke leven. Het hemelse onsterfelijke leven is ook aanwezig 'tijdens' dit aardse sterfelijke leven. "Wat nu vergankelijk is, moet zich bekleden met het onvergankelijke en wat nu sterfelijk is, moet zich bekleden met het onsterfelijke. Wanneer het vergankelijke zich bekleedt met het onvergankelijke en het sterfelijke met het onsterfelijke, dan zal de dood opgaan in het onvergankelijke leven." 1 Korinthiërs (15:53-54) Dit wil zeggen dat de aardse dood geen einde is en dat wij ons daar al tijdens ons aardse leven bewust van kunnen zijn. Dit neemt de angst voor de dood weg. De aardse dood is geen einde, maar een afronding van een fase van je zielereis. Dit aardse leven is dus slechts een korte fase tijdens de lange reis van je onsterfelijke ziel. De ziel is onderhevig aan de cyclus van dood en wedergeboorte in het stoffelijke. Dit wordt later op deze webpagina toegelicht (paragraaf 22). Het doel is om deze cyclus te doorbreken, door de innige vereniging met God. Het aardse lichaam is bekleed met het spirituele lichaam (de ziel). Het gnostische nondualisme richt zich al op de onvergankelijke ziel tijdens dit vergankelijke aardse leven. 

 

19. De bevrijding:

 

Niet alleen Jezus was een kind van God. Wij zijn allen kinderen van God. Net als Jezus en Paulus kunnen wij in contact komen met de Christus in onszelf. Als je kinderen hebt of een kind zou hebben, dan geef je die al je liefde. Geef die liefde ook aan het kind in jezelf. Je gaat van het arrogante duale egobewustzijn (Demiurg) vol angst, strengheid en strijd naar het luisterende nonduale Christusbewustzijn (Christus) vol liefde, mildheid en vrede.

 

De weg van de nondualiteit leidt tot de terugkeer in het hemelrijk. De terugkeer in het hemelrijk vindt niet alleen plaats na de fysieke dood, maar kan al in jezelf plaatsvinden tijdens dit aardse leven. Dat wordt bedoeld met 'de hemel op aarde.' We spreken in het nondualisme dan over 'de opstanding' van Christus in jezelf.

 

Jezus is niet voor onze zonden aan het kruis gestorven (dat hebben mensen Hem aangedaan), maar Hij heeft Zijn leven wel toegewijd aan (gegeven voor) onze bevrijding van de oerzonde, door ons zelfs tot op het laatste moment van Zijn aardse leven een weg te wijzen die ons in contact brengt met de Christus in onszelf. Zelfs tijdens het ergste lijden aan het kruis riep Jezus vlak voor Zijn sterven: "Mijn God, Mijn God, wat hebt U zich op Mij verlaten." Mattheüs (27:46) Marcus (15:34) Jezus liet hiermee weten dat God vertrouwen in Hem heeft en van Hem op aan kan. En niet zoals de kerk het vertaalt: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" De laatste woorden van Jezus waren: "Vader, in Uw handen leg Ik Mijn ziel en vertrouw Ik Mij aan U toe." Lucas (23:46) Voordat Jezus Zijn laatste adem uitblies zei Hij: "Mijn taak is volbracht." Johannes (19:30) Jezus bleef zelfs aan het kruis Gods liefde verkondigen. Dat wordt bedoelt met "Hij die ons liefheeft en ons in Zijn bloed gereinigd heeft van onze zonden." Openbaring (1:5) De oerzonde die wij hebben begaan is de hemelval. Alle zonden (alle kwaden) komen voort uit de oerzonde. Jezus heeft ons tijdens Zijn leven en sterven vrijgekocht (verlost) van de oerzonde, door ons te bevrijden met Zijn onderwijs, en betaalde daar de hoogste prijs voor uit Zijn liefde voor ons. "Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt." Galaten (3:13) Jezus stierf als een martelaar. Hij stierf de marteldood vanwege Zijn overtuiging. Jezus heeft zichzelf opgeofferd om de weg van Christus voor te leven tot aan en voorbij Zijn aardse dood. Zelfs aan het kruis gaf Hij blijk van Zijn onvoorwaardelijke liefde. Aan het kruis zei Jezus: "Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen." Lucas (23:34) Jezus wijst ons een weg van bevrijding uit de macht van de oerzonde. Nondualisten wachten niet op de wederkomst van Christus, want de wederkomst van Christus vindt plaats in jezelf. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. Het symbool van Christus is het kruis (lijdzaamheid), omdat het leven van de gekruisigde mens Jezus voor ons het voorbeeld is voor het leven vanuit de Christuskracht (het Christusbewustzijn). Zijn lijdzaamheid dient als een voorbeeld voor ons. Het helpt ons om ons eigen levenskruis te dragen. Het symbool van de duivel (Satan) is het beest; de Bok van Mendes (beestachtigheid). Het Griekse woord efseveia (ευσέβεια) betekent "vroomheid." Het wordt vaak verkeerd vertaald als Godvrezendheid, terwijl hier Godsvruchtigheid mee wordt bedoelt. Wees dus niet Godvrezend, maar Godsvruchtig. Het is de Demiurg (Satan) uit het Oude Testament, die zich bij de mensen voordeed als God, die wilt dat jij hem vreest. De ware God uit het Nieuwe Testament is de bron van liefde. Het nondualisme is de weg terug naar de ware God. De weg die ons verlost van de zonde van de hemelval, waar al het kwaad uit voortkomt. Het Griekse woord voor zonde is hamartia (ἁμαρτία), wat "(het doel) missen" betekent in de zin van "aan het ware Zijn voorbij leven." Het nondualisme brengt jou in contact met je ware goddelijke essentie, die vrij van zonde is, zodat je niet meer aan je ware Zijn voorbij leeft. Je leeft dan vanuit je ware Zijn, de Godsvonk, die ware liefde is. 

 

20. Het herstel:

 

De mens is geboren met het verlangen (heimwee) om terug te keren naar de eenheid (nondualiteit) in de hemel. Dit is een religieus verlangen. Religie komt van het Latijnse woord religare (Grieks: pistis: πίστις), hetgeen 'herverbinding' betekent. De herverbinding met de oneindige alomaanwezige bewustzijnsbron (God). Deze herverbinding voltrekt zich uitsluitend in de directe nonduale ervaring van het Christusbewustzijn (het eenheidsbewustzijn).

 

Als je als mens niet meer weet waar je spiritueel vandaan komt of waar je spiritueel naartoe gaat, dan spreken we in het nondualisme over "de dwaling." Deze dwaling is het spiritueel verdwaald zijn. Het doel van het nondualisme is het spirituele thuiskomen in jezelf. In het Nieuwe Testament staat beschreven dat Jezus de zieken geneest. In het nondualisme wordt dit gezien als 'het herstel' (de heling) van de ziel door de uitweg uit de dwaling die Jezus ons wijst. De transformatie van de duisternis in het licht wordt vaak vooraf gegaan door een identiteitscrisis, waarin het ego (de denkgeest) wordt losgeweekt van het oorspronkelijke bewustzijn. Dit is een proces waarin je kunt ervaren dat je geen blijvende gelukzaligheid kunt bereiken vanuit de denkgeest en dat er een veel hoger en groter bewustzijn werkzaam is in de ziel. Dit wordt in het nondualisme "het ontwaken uit de donkere nacht van de ziel" genoemd. Door het licht bloei je open als een bloem en zul je de hemelse nectar proeven.

 

Spiritualiteit is als een vrucht. Duizenden woorden kunnen de smaak niet omschrijven. Je dient het zelf te proeven om te weten hoe zalig het is. Spiritueel ontkennen is voor de blinden. Blind geloven is voor de naïeven. Weten is voor de wijzen. Het nondualisme gaat over het diepere innerlijke weten (gnosis). Het nondualisme begint met een diepe milde zelfbeschouwing. Confronterende zelfbeschouwing (Demiurg) leidt tot de beknelling van de denkgeest. Liefdevolle zelfbeschouwing (Christus) leidt tot de verheffing van de ziel. Het nondualisme schenkt je innerlijke gelukzaligheid. Geluk is innerlijke vrede die zorgt voor een continu gevoel van tevredenheid. Innerlijke vrede komt voort uit het volledig accepteren van wat er hier en nu is, vanuit de volle overgave aan God. In het nondualisme wordt dit het 'wensloze geluk' genoemd. Wensloos geluk is het continu aanwezig zijn van een diep gevoel van tevredenheid, zonder reden of aanleiding. Gelukkig zijn is dan niet meer afhankelijk van aardse omstandigheden. Veel mensen voelen zich leeg, doordat ze niet meer in verbinding zijn met de bron (God). Door het nondualisme word je vervuld door de herverbinding met de bron. Het nondualisme is geen weg die je volgt vanuit wilskracht. Iets met volle overgave ondergaan (ontspannen bezieling) is iets anders dan vanuit een sterke wilskracht handelen (gespannen ego). Door wilskracht stagneert overgave. Overgave ontstaat zodra je wilskracht loslaat. Door overgave vloeit alles als vanzelf moeiteloos uit je voort. Dit wordt bedoelt met "Niet mijn wil maar Uw wil geschiede." Dit wil zeggen dat jij je wilskracht loslaat vanuit de volle overgave aan God. Mattheüs (26:39) Marcus (14:36) Lucas (22:42)

 

21. De engelen:

 

Er bestaan meerdere hemelse lichtengelen (ouranios aggelos: ουράνιοι άγγελοι): aartsengelen (archaggelos: ἀρχάγγελοι), serafijnengelen (serapheim: σεραφείμ), cherubijnengelen (cheroubim: χερουβιμ), beschermengelen (fylaka: φυλακα), mensengelen (anthropos: άνθρωπος) en natuurengelen (xotiko: ξωτικο). De aartsengelen en serafijnengelen behoren tot de eerste (hoogste) hemelse sfeer. De cherubijnengelen en beschermengelen behoren tot de tweede hemelse sfeer. De mensengelen en natuurengelen behoren tot de derde hemelse sfeer. Dit is geen engelenhiërarchie; zij behoren tot de drie-éénheid Vader, Zoon en Heilige Geest. Wij mensen communiceren in talen. Christus en de engelen van God communiceren telepathisch met energiefrequenties. Ongeacht welke taal je spreekt, er is geen begrip die daarin ontbreekt. Het is de universele communicatie. Engelen worden in het Nieuwe Testament in meervoud 79 maal genoemd. Engel wordt in het Nieuwe Testament in enkelvoud 95 maal genoemd. Iedereen heeft een beschermengel. Je kan spontaan intuïtief contact hebben met je beschermengel of doelbewust contact maken. Vaak verschijnen beschermengelen ook tijdens uittredingsdromen. Je kunt bidden tot de engelen (Engelen van God, ontferm U over mij) en door hen worden geïnspireerd. Voorzichtigheid is hierin geboden. Satan en zijn demonen (engelen der duisternis) zijn misleidend. Satan en zijn engelen der duisternis kunnen zich voordoen als een engel des lichts. 2 Korinthiërs (11:14) Daardoor kan een demoon in je energieveld met je meeliften en je kunt zelfs bezeten raken, met alle rampzalige gevolgen van dien. Als iemand een meelifter heeft dan wordt diegene erg onrustig en krijgt het gevoel niet helemaal zichzelf te zijn. Als iemand bezeten is dan gaat diegene zich duivels gedragen (demonisch denken, voelen en handelen). Het Jezusgebed zal dan verlossing geven (voor jezelf of iemand anders). De duisternis kan namelijk het licht niet verdragen. Het licht en de duisternis zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie uit de duisternis. De duisternis is duaal (angst, strijd en destructie), maar het licht is nonduaal (liefde, vrede en compassie). Nondualiteit kent geen tegenstelling. Waar licht is kan geen duisternis zijn, waar liefde is geen angst, waar vrede is geen strijd en waar compassie is geen destructie. Een engel die een bepaalde spirituele boodschap komt verkondigen is niet vanzelfsprekend een engel van God. Galaten (1:8-9) Als een engel je bescherming biedt of iets duidelijk wil maken, dan dient de engel zich vanzelf aan. Als een engel aan je verschijnt en dit niet goed voelt, bidt dan het Jezusgebed voor bescherming. Het Jezusgebed wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 25). Over het algemeen tonen de engelen van God zich niet en doen hun werk in stilte. Dus als een engel verschijnt, dan is voorzichtigheid geboden. Met je persoonlijke beschermengel kan je op een veilige manier bewust contact maken. In het nondualisme doen we dit met behulp van het gidswerk. Het gidswerk wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 31). Niet alleen bij engelen, maar ook bij mensen is voorzichtigheid geboden. Mensen zijn oorspronkelijk engelen, zoals in het gnostische scheppingsverhaal is verhelderd. Iemand kan een mens des lichts zijn (een lichtdrager), maar ook een mens der duisternis (een duivelskind). Een mens der duisternis kan zich voordoen als een mens des lichts. Dit betekent niet dat je mensen moet gaan wantrouwen, want wantrouwen is duaal en vertrouwen is nonduaal. Door de intuïtieve ontwikkeling op je inwijdingsweg heb je al snel in de gaten of iemand een lichtdrager is of een duivelskind. Op het moment dat je door hebt dat iemand een duivelskind is, dan is dat geen spiritueel oordeel, maar een spirituele constatering. Licht is de liefde, duisternis het kwaad. Richt je op het licht, maar sluit je ogen niet voor de duisternis. Iemand met veel duisternis in zich kan zich, zelfs zonder reden of aanleiding, tegen iemand keren met veel licht in zich. Simpelweg doordat de duisternis het licht niet kan verdragen. De enige goede manier om hiermee om te gaan is je niet mee te laten sleuren in de duale duisternis (innerlijke strijd). Blijf in het nonduale licht (innerlijke vrede). Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Het stiltegebed wordt later op deze webpagina behandeld (paragraaf 24). Zelfs de duisternis van de duivel zelf zal uiteindelijk worden opgeheven, doordat het licht van Christus elke duisternis tenietdoet.

 

22. De hemelen:

 

Er bestaan meerdere sferen in het hiernamaals. De hogere sferen worden de hemel genoemd. De lagere sferen worden de hel genoemd. De hemel wordt in het Nieuwe Testament in enkelvoud 161 maal genoemd. De hemelen worden in het Nieuwe Testament in meervoud 92 maal genoemd. De hel wordt in het Nieuwe Testament 19 maal genoemd. De hemel heeft drie sferen (verbonden met de drie-éénheid: Vader, Zoon en Heilige Geest). De hel heeft drie sferen (verbonden met de drie-poligheid: Satan, mammon en demoon). Satan (de duivel) wordt gevoed door de afgod van hebzucht (mammon) die demonisch maakt. In het Nieuwe Testament maakt Jezus duidelijk dat je niet God kunt dienen én de mammon. Mattheüs (6:24) Lucas (16:13) De hemel en de hel zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie uit de hel. De hel is duaal, maar de hemel is nonduaal. Nondualiteit kent geen tegenstelling. De hogere sferen zijn vol licht, liefde en rust. De lagere sferen zijn vol duisternis, angst en onrust. Waar licht is kan geen duisternis zijn, waar liefde is geen angst en waar rust is geen onrust. Niet de daden die je tijdens dit leven hebt verricht bepalen de sfeer waarin je terecht komt. De intentie van waaruit je dit leven hebt geleefd en de intentie achter je daden bepalen de sfeer waarin je terecht komt. Uit een liefdevolle intentie komt het ware liefdevolle handelen voort. Leefde je vanuit een kwade intentie dan kom je in een lagere sfeer terecht. Leefde je vanuit een liefdevolle intentie dan kom je in een hogere sfeer terecht. Als iemand vanuit zijn/haar eigen gekwetst zijn anderen heeft gekwetst, maar dat vanuit het hart nooit slecht bedoeld heeft, dan komt diegene toch in een hogere sfeer. Als iemand voor het oog van anderen goed heeft gedaan, maar dat alleen maar deed om zijn/haar eigen ego te verrijken, dan komt diegene toch in een lagere sfeer. In de hogere sferen ben je vrij van het stoffelijke. Vanuit de lagere sferen zal je weer vast komen te zitten in het stoffelijke, om je leven in de stoffelijke wereld opnieuw te beginnen, tenzij je aan gene zijde transformeert. De sfeer bepaald of je reïncarneert tot het vegetatieve (onbewuste), sensitieve (onderbewuste) of intellectuele (bewuste) leven in het stoffelijke. Je ziel kan van het plantenrijk naar het dierenrijk tot het mensenrijk gaan, maar je kunt ook van het mensenrijk naar het dierenrijk tot het plantenrijk gaan. Deze cyclus wordt niet alleen bepaald door dit aardse leven, maar ook door het leven in de sferen van het hiernamaals. De aardse dood is geen einde, maar een afronding van een fase van je zielereis. Dit aardse leven is dus slechts een korte fase tijdens de lange reis van de ziel. Het doel is om deze cyclus te doorbreken, door de innige vereniging met God (die vrij is van ruimte en tijd). Zowel in de hogere als de lagere sferen gaat je groeiproces als ziel gewoon door. Je zit dus nooit vast in een sfeer. Vanuit een kwade intentie kan je van een hogere sfeer naar een lagere sfeer gaan. Vanuit een liefdevolle intentie kan je van een lagere sfeer naar een hogere sfeer gaan. Tevens kan je in een hogere sfeer door een liefdevolle intentie in een nog hogere sfeer terecht komen en in een lagere sfeer door een kwade intentie in een nog lagere sfeer. Je bepaald helemaal zelf of je in de hemel of de hel terecht komt. De hemel en de hel zijn een gevolg van je eigen intentie. Reïncarnatie is de transformatie van de onvergankelijke zielsenergie (oneindig bewustzijn) die overgaat in een andere trillingsfrequentie, die resoneert vanuit je intentie. Karma is de wet van actie en reactie. Een ieder draagt zijn/haar individuele karma. Alleen de verlichte ontwaakten lossen in stilte het collectieve karma in. De sterkste en puurste zielen dragen het grootste en meeste leed. Karma is duaal. Daarom richt de wijze zich op nondualiteit. Uiteraard komen niet alleen nondualisten in de hemel. De intentie is hierin bepalend, ongeacht je religieuze of niet religieuze achtergrond. Dus ook atheïsten, ietsisten en anderen komen vanuit een liefdevolle intentie in de hemel. 

 

In het Nieuwe Testament heeft Jezus het over reïncarnatie. Jezus zei: "Iemand die niet van boven herboren wordt, kan het rijk Gods niet zien. Iemand die niet geboren wordt uit water en Geest, kan het rijk Gods niet binnengaan. Wat uit het lichamelijke geboren wordt is lichamelijk en wat uit de Geest geboren wordt is geestelijk. U moet van boven herboren worden. De wind waait waarheen hij wil; u hoort zijn stem, maar weet niet vanwaar hij komt en waarheen hij gaat; zo is een ieder die uit de Geest geboren is. Er is niemand naar de hemel opgestegen dan die van de hemel is nedergedaald.” Johannes (3:3-13)

 

In het Nieuwe Testament heeft Paulus het over karma. Paulus schreef: "Wat de mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Wie op de akker van zijn verworden lichaam zaait zal uit het lichaam verderf oogsten. Wie op de akker van de Geest zaait zal uit de Geest eeuwig leven oogsten." Galaten (6:7-9)

 

Het woord 'Geest' staat hierin niet voor de denkgeest (verstand/intellect), maar voor het ontwaakte bewustzijn (Heilige Geest).

 

De weg van de nondualiteit leidt tot de terugkeer in het hemelrijk. De terugkeer in het hemelrijk vindt niet alleen plaats na de fysieke dood, maar kan al in jezelf plaatsvinden tijdens dit aardse leven. Dat wordt bedoeld met 'de hemel op aarde.' 

 

23. De waarnemer:

 

Het nondualisme is de meditatieve weg van doener naar waarnemer. De doener zit vast in de impulsieve cyclus van actie en reactie. De waarnemer is vrij van de impulsieve cyclus van actie en reactie. De doener spreekt en handelt impulsief. De waarnemer spreekt en handelt bewust. De doener zit ergens middenin. De waarnemer voelt ruimte. De doener volgt de ratio. De waarnemer volgt het hart. De doener neemt alles persoonlijk. De waarnemer laat het bij de ander. Bij de doener zit het ikje (ego) er steeds tussen. Bij de waarnemer zit het ikje (ego) niet in de weg. De doener is gespannen. De waarnemer is ontspannen. De doener is duaal. De waarnemer is nonduaal. Dus stop met doen en begin met waarnemen. De waarnemer neemt niet alleen anderen waar. De waarnemer observeert vooral de eigen denkgeest en emoties, zonder te analyseren en zonder zich ermee te identificeren. De denkgeest is vergankelijk. De waarnemer is onvergankelijk. De waarnemer weet dat hij/zij niet de denkgeest is, maar de waarnemer achter de denkgeest. De waarnemer achter de denkgeest is je ware Zijn; het oorspronkelijke bewustzijn (de Godsvonk in jezelf).

 

Iedereen die de inwijdingsweg van het gnostische nondualisme volgt geeft aan dat zij bewuster aan het waarnemen zijn, sinds zij de eerste stappen hebben gezet op dit levenspad. Toch is er een valkuil waar veel innerlijke pelgrims instappen. Het gaat hier om de valkuil van de denkgeest. Het gaat op deze inwijdingsweg namelijk niet om het nadenken over, maar om het ervaren van. Zorg dat je niet in de valkuil van de denkgeest (je ego) stapt. De denkgeest kan zich voordoen als de waarnemer achter de denkgeest. Dan neem je nog steeds waar vanuit je denkgeest en niet vanuit je ware Zijn. Dan ben je aan het nadenken over het denken en voelen. De denkgeest analyseert het denken en voelen en vereenzelvigt zich daarmee. Je ware Zijn observeert alleen maar, zonder te analyseren en zonder zich te vereenzelvigen met het denken en voelen. Je ware Zijn is niet te begrijpen en niet te beleven vanuit de denkgeest. Probeer je gedachten en gevoelens niet weg te drukken, want dan voed je de denkgeest alleen maar. Observeer hoe je denkgeest zich voordoet als de waarnemer achter je denkgeest. Alleen wanneer je denkgeest rustig is kan jij je ware Zijn gaan ervaren. De denkgeest wordt rustig zodra jij je denkgeest met rust laat. Dan staat je denkgeest niet meer in de weg tussen God en de Godsvonk. Deze beleving is te herkennen als totale hemelse gelukzaligheid, zelfs als je hier op aarde diep in de ellende zit, je het vreselijk te verduren hebt en ernstig aan het lijden bent. Het overstijgt al het aardse geluk en ongeluk. Het is de beleving van volledige bevrijding van aardse lasten, doordat je er innerlijk afstand van neemt. Je stapt als het ware uit je eigen drama. Je wordt niet langer meegesleurd door de aardse dualiteit. De aardse lasten verdwijnen er niet door, maar je worstelt er niet meer mee. Alleen in de ruimte die ontstaat door desidentificatie kan je het leven volledig omarmen zoals het hier en nu is, vanuit de volle overgave aan God. Het stiltegebed helpt jou hierbij. 

 

24. Het stiltegebed:

 

Het verwezenlijken van nondualiteit wordt in het gnostische nondualisme gedaan door middel van het stiltegebed (hesuchia). Hesuchia (ἡσυχία) betekent "stilte." Dit wordt ook wel agios hesuchia (ἅγιος ἡσυχία) genoemd, wat "heilige stilte" (ook wel "zalige stilte") betekent. Je kunt hier eventueel een huisaltaartje (tafeltje) voor inrichten, met een beeld van Jezus Christus. Zo kan jij thuis je eigen meditatieplek creëren. Ledig je geest en zuiver je hart in het stiltegebed. Dat is wat Jezus heeft bedoelt met: "Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het koninkrijk der hemelen. Zalig zijn de zuiveren van hart, want zij zullen God zien." De zaligsprekingen (de 8 makarismen) Mattheüs (5:1-12) 

 

In het stiltegebed worden één of meerdere zinnen in gedachte herhaald, totdat je de woordeloze innerlijke rust gaat ervaren. Beoefen het stiltegebed dagelijks één of twee keer per dag een kwartier tot een half uur. Je kunt ontspannen gaan zitten voor het stiltegebed. Dat kan in de kleermakerszit (op een kussen op de grond), in de knielzit (zittend op een meditatiebankje), in de koetsiershouding (op een stoel leunend naar voren, met je onderarmen op je bovenbenen) of in de koningshouding (op een stoel rechtop, zonder te overstrekken). Zorg dat je comfortabel zit. Je kunt ook in een leunstoel gaan zitten, met de rug tegen de leuning. Buig je hoofd iets voorover voor een deemoedige houding. Vouw je handen in je schoot of breng je open handen ontspannen samen (met je wijsvingertoppen ter hoogte van je kin). Beide biddende handposities symboliseren de hereniging met God. Kies de positie die voor jou goed voelt. Sluit je ogen. De ademhaling vult heel je lichaam; je onderbuik en je borstkas (schouders blijven laag en ontspannen).

 

Het stiltegebed wordt in gedachte (in stilte) herhaald (mirykasmos: μηρυκασμός) op een rustig ritme van de adem (anapnoi: αναπνοή): "Hemelse Vader (inademing), zuiver mijn hart (uitademing)." Dit wordt het "gebed der zuiverheid" genoemd. Het is geen vaste voorschrift om te bidden op het ritme van de ademhaling. Als je dat fijner vindt dan herhaal je het gebed in gedachte terwijl je gewoon doorademt of fluisterend op de uitademing. Herhaal de gebedszin, totdat je (als je gevorderd bent) de woordeloze rust gaat ervaren. Dit niet als een rationeel zinnetje die je intentieloos herhaald, maar vanuit het diepste van je hart, totdat je de woordeloze innerlijke rust gaat ervaren vanuit een intense zielsliefde. Focus je gedurende het stiltegebed altijd en continu gelijktijdig op je spirituele geesteshart (je hartcentrum in het midden van je borstkas) en de oneindige kosmos om je heen. Dus op God in jezelf en buiten jezelf als een éénheid. Voel de éénheid in en vanuit je geesteshart. Blijf je focussen op je geesteshart, want dat is het centrum van je ware Zijn; dat is de zetel van de Godsvonk. Vanuit je geesteshart (de Godsvonk in jezelf) ga je in de ruimte en tijd waarin jij je op dat moment bevindt God buiten jezelf ervaren, die vrij is van ruimte en tijd. Bid vol overgave vanuit je geesteshart. In het Grieks wordt dit threskeia (aanbidding: θρησκεία) genoemd; God liefhebben. Geef je volledig over aan God. Uiteindelijk wordt het een doorlopende stiltemeditatie, een doorlopend stiltegebed. 

 

Je kunt met het stiltegebed ook de volgende gebedszin bidden: "Liefde, vrede (inademing) en compassie (uitademing)" of "Liefde, vrede en compassie (inademing). Liefde, vrede en compassie (uitademing)." Dit wordt het "gebed des lichts" genoemd. 

 

Het stiltegebed kan tevens worden gebruikt om te bidden tot de engelen: "Engelen van God (inademing), ontferm U over mij (uitademing)." Dit wordt het "gebed der engelen" of "engelengebed" genoemd.

 

God hoort niet alleen de woorden van je gebed. Hij kent vooral het verlangen van je hart. 

 

In het nondualisme werken we niet met de fijnstoffelijke energie. Het gaat hier namelijk niet over het vergankelijke fijnstoffelijke energielichaam, maar over de onvergankelijke onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή), met goddelijke vonk (Theos: Θεός). In het nondualisme is er maar één centrum die ertoe doet; je spirituele geesteshart (kardia: καρδιά), de zetel van de Godsvonk, in het midden van je borstkas. Het spirituele geesteshart dient men niet te verwarren met de hartchakra. De hartchakra is fijnstoffelijk, terwijl het spirituele geesteshart onstoffelijk is. 

 

Nondualisten slaan geen kruisje voor en na het bidden en zeggen geen amen (het zij zo) na het bidden, omdat het nondualisme uitgaat van het doorlopende stiltegebed.

 

Door het stiltegebed ontwaak je uit de illusie van de dualiteit. Alleen het nonduale bewustzijn zorgt voor de herbronning met God (het oorspronkelijke bewustzijn). Zodra je gevorderd bent in de meditatieve training van het stiltegebed, door er elke dag bewust voor te gaan zitten, kan je het de hele dag door beoefenen. Het in gedachte (in stilte) herhalen van de gebedszin(nen) haalt je uit de maalstroom van je denkgeest. Uiteindelijk wordt het een woordeloos continuerend stiltegebed. Het stiltegebed zorgt voor een intense zielsliefde voor God. Deze zielsliefde is uiteindelijk zonder woorden continu aanwezig door je toewijding aan God. Dit wordt het "gebed des harte" genoemd. Dit woordeloze doorlopende gebed is er altijd. Zelfs tijdens al je dagelijkse bezigheden. Het plaatst je helemaal in het hier en nu, vol overgave aan God. Het schenkt een diepe innerlijke vrede. Het tovert een glimlach op je gezicht en laat je stralen. Het doel van het stiltegebed is om continu je hart te richten op God. 

 

Jezus zei over het gebed: "Als u gelooft zonder twijfel, zal in het gebed uw verlangen worden vervuld en blijft er niets te wensen over." Mattheüs (21:22) Hiermee bedoelde Jezus niet dat je in het gebed kunt vragen wat jij wilt op aarde en dat je dat dan ook zult krijgen. Jezus bedoelde hiermee dat het verlangen van je hart naar de eenheid met God door het gebed wordt vervuld, waardoor je de hemelse gelukzaligheid zult ervaren, die al je aardse verlangens overstijgt. 

 

Paulus schreef: "Bidt zonder ophouden." 1 Tessalonicenzen (5:17) 

 

25. Het Jezusgebed:

 

De meest beoefende vorm van het stiltegebed is het "Jezusgebed" (Isous prosefhi: Ιησούς προσευχή). Dit gebed wordt ook wel het "gebed der ontferming" genoemd. De gebedszin die wordt gebruikt: "Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zo deemoedig als ik ben." De kortere en meest gebruikelijke vorm: "Jezus Christus, ontferm U over mij." Soms wordt "mij" vervangen door hem, haar, ons, hen of allen. Ook dit gebed kan je beoefenen op een rustig ritme van je ademhaling: "Jezus Christus (inademing), ontferm U over mij (uitademing)." Of het volle gebed: "Heer Jezus Christus (inademing), Zoon van God (uitademing), ontferm U over mij (inademing), zo deemoedig als ik ben (uitademing)." Sommige nondualisten gebruiken de volgende gebedszin: "Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij." Hierin wisselt de ademcyclus: "Heer Jezus Christus (inademing), Zoon van God (uitademing), ontferm U over mij (inademing)" en vervolgens "Heer Jezus Christus (uitademing), Zoon van God (inademing), ontferm U over mij (uitademing)." Het is geen vaste voorschrift om te bidden op het ritme van de ademhaling. Als je dat fijner vindt dan herhaal je het gebed in gedachte terwijl je gewoon doorademt of fluisterend op de uitademing. We bidden niet alleen tot Christus in en buiten onszelf. We bidden tot Jezus Christus, omdat Jezus voor ons de verpersoonlijking is van Christus en dit de respectvolle verhouding tot Christus voor ons mensen tastbaarder en intenser maakt. Herhaal de gebedszin, totdat je (als je gevorderd bent) de woordeloze rust gaat ervaren. 

 

Een andere manier om het Jezusgebed te bidden is verbonden met de vruchten van de Heilige Geest (Karpos tou Agios Pneumatos: καρπός του Αγίου Πνεύματος). Galaten (5:22-23) Dit wordt het "gebed der wijsheid" genoemd. Deze vruchten zijn negen eigenschappen: liefdevolheid, gelukzaligheid, vredigheid, kalmheid, vriendelijkheid, goedhartigheid, trouwhartigheid, zachtmoedigheid en gelatenheid. Je zult al biddend steeds dieper de boodschap van Jezus gaan begrijpen en steeds dieper contact krijgen met de Christus in jezelf. Ook dit gebed kan met of zonder het ritme van de ademhaling worden beoefend. Herhaal de gebedszinnen, totdat je (als je gevorderd bent) de woordeloze rust gaat ervaren. 

 

"Heer Jezus Christus (inademing),

ontferm U over mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw liefdevolheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw gelukzaligheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw vredigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw kalmheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw vriendelijkheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw goedhartigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw trouwhartigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw zachtmoedigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw gelatenheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

ontferm U over mij (uitademing)"

 

Je kunt dit gebed ook als volgt bidden: "Jezus Christus (inademing), Uw liefde in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw zaligheid in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw vrede in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw kalmte in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw genade in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw goedheid in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw trouw in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw mildheid in mij (uitademing). Jezus Christus (inademing), Uw berusting in mij (uitademing)." Herhaal de gebedszinnen, totdat je (als je gevorderd bent) de woordeloze rust gaat ervaren. 

 

26. Andere gebeden:

 

Je kunt met het stiltegebed ook het "gebed des Heere" - "Onze Vader" (Patera imon: Πατέρα ημών) - bidden. Mattheüs (6:9-13) Lucas (11:2-4) Vanuit de wijsheid en vaardigheid van het nondualisme heeft dit gebed een andere betekenis en invulling dan de kerkelijke versie. Het brood (manna) staat voor de dagelijkse spirituele voeding. 

 

"Onze Vader, die in de hemelen zijt,

Uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

Vergeef ons onze zonden,

zoals ook wij vergeven onze schuldenaren.

Leid ons uit de verleiding

en verlos ons van het kwade."

 

Een prachtig gebed is het "gebed om rust"

 

"God, geef mij de rust om te accepteren wat ik niet kan veranderen,

de moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen

en de wijsheid om het verschil te zien."

 

27. De schriftlezing:

 

Belangrijk voor je spirituele ontwikkeling binnen het nondualisme is de heilige schriftlezing, "theia anagnosis" (θεία ανάγνωση), van het Nieuwe Testament. Beoefen de heilige meditatieve schriftlezing minimaal wekelijks een uur tot anderhalf uur. Het is hierin raadzaam om het Nieuwe Testament als een opzichzelfstaand boek (los van het Oude Testament) aan te schaffen. Er kan in de heilige geschriften geen onderscheid worden gemaakt tussen wel of geen gnostische geschriften. Gnostisch is namelijk de wijze waarop je de geschriften leest, waardoor de diepere betekenis naar boven komt. Er kan tevens geen onderscheid worden gemaakt tussen wel of geen nondualistische geschriften. Nondualistisch is namelijk de wijze waarop je de geschriften leest, waardoor de diepere eenheid naar boven komt. De heilige schriftlezing zorgt ervoor dat de tekst niet slechts gelezen wordt ter kennisgeving. Het zorgt ervoor dat je volledig wordt vervult met het Christusbewustzijn die doorklinkt in de tekst. Het Christusbewustzijn vervult de beschouwing van het geschrift. De heilige schriftlezing bestaat binnen het nondualisme uit zes fases: lezen (anagnosis: ανάγνωση), bespiegelen (meletao: μελετάω), bidden (prosefhi: προσευχή), beschouwen (theoria: θεωρία), handelen (prattoo: πράξη) en éénworden (enosi: ένωση). De heilige schriftlezing wordt voorafgegaan door het stiltegebed (hesuchia: ἡσυχία) en afgesloten met het stiltegebed (5 tot 15 minuten). 

 

Lezen: Lees de tekst langzaam en nauwkeurig. Doe dit in stilte of zachtjes fluisterend voor jezelf. Analyseer de tekst niet, maar beleef de tekst. Stel je tijdens het lezen voor dat je in het verhaal zit. Zie wat er in het verhaal gebeurd en wat er in de setting van het verhaal plaatsvindt en gedaan wordt. Stel je voor dat je daadwerkelijk hoort wat er gezegd wordt en proef de sfeer van hetgeen omschreven wordt. Zo gaat het verhaal leven alsof je erbij bent.

 

Bespiegelen: Nu bespiegel je de tekst. Kijk welke kernbeelden, kernwoorden of kernzinnen er voor jou uitspringen en ervaar wat dit met je doet. Je neemt waar hoe dit bij jou binnenkomt en je wordt je bewust van hetgeen deze kern jou te vertellen heeft.

 

Bidden: Vervolgens wordt je leeservaring een vorm van gebed. Je stelt je open voor hoe het heilige schrift jou aanspreekt, voorbij hetgeen waar je zelf aan dacht. Laat in die ruimte je innerlijke Christus tot je gevoel spreken en wees stil. Laat het op je inwerken en luister naar je innerlijke weten. Kies een kernbeeld, kernwoord of kernzin die je net als in het stiltegebed bidt. Als het om een woord of een zin gaat, herhaal deze dan in stilte (op een rustig ritme van je ademhaling) of fluisterend op de uitademing. Als het om een beeld gaat, blijf daar dan naar kijken terwijl je rustig je ademhaling volgt. 

 

Beschouwen: Nu is het moment dat je voorbij je eigen rationele grenzen en voorbij je eigen beperkte denken wordt meegenomen. Het gebed gaat hier woordeloos over in verstilling. Kijk en voel wat de heilige schriftlezing met je heeft gedaan. Voel de diepe eenheid van het Christusbewustzijn in je spirituele geesteshart. Het Christusbewustzijn verlicht heel je wezen.

 

Handelen: Neem hetgeen je ervaren hebt en hetgeen je in bent gaan zien tijdens de heilige schriftlezing mee in je dagelijks leven. Je zult gaan merken dat de heilige schriftlezing heel je denken, voelen en handelen transformeert en dat van daaruit het hele leven een gewijde beleving kan zijn.

 

Eénworden: In deze fase ben je één geworden met het inzicht van het heilige schrift, voorbij je rationele verstand. Dit wordt de "wijsheid van het hart" (wijsheid des harte) genoemd. Het is je spirituele geesteshart dat je volgt, dat liefdevol is aangeraakt door middel van het heilige schrift. 

 

Als je het Nieuwe Testament leest vanuit de visie van het gnostische nondualisme (zoals beschreven op deze webpagina), dan lees je het met andere ogen en wordt de ware betekenis duidelijk. De "openbaring van Johannes" is hier een goed voorbeeld van. De openbaring van Johannes is de prachtige symboliek, die van alle tijden is, over het opgaan van de duale duisternis (innerlijke strijd) in het nonduale licht (innerlijke vrede).

 

28. De Jezusvraag:

 

Naast het Jezusgebed en het heilige schrift kan Jezus een rol in je leven spelen door wat in het nondualisme de "Jezusvraag" (Isous zito: Ιησούς ζητώ) wordt genoemd. Je kunt jezelf afvragen: "Wat zou Jezus doen als Hij in mijn schoenen stond?" En: "Wat zou Hij zeggen als het mij niet lukt om het te doen zoals Hij dat zou doen? Het zal je leven en daarmee het leven van anderen veranderen. Je zult anders tegen het leven aankijken en anders in het leven staan. Tevens zul je merken dat je zonder innerlijke strijd omgaat met tegenslagen, zoals ziek zijn, verlies en rouw, etcetera. Dus stel jezelf elke keer dezelfde eenvoudige vraag: "Wat zou Jezus doen als Hij in mijn schoenen stond?"

 

29. De intuïtie:

 

In het nondualisme werken we met het intuïtieve waarnemen (manteia: μαντεία). Iedereen gebruikt (bewust of onbewust) zijn/haar intuïtie. Iedereen heeft bijvoorbeeld wel eens ergens een goed of een slecht voorgevoel over. Iedereen heeft wel eens dat je de sfeer proeft in een ruimte waar je binnen stapt, waardoor je weet wat er gaande is met de mensen in die ruimte. Iedereen heeft wel eens dat je iets voorziet of ineens iets weet. Iedereen krijgt een indruk van iemand door diens uitstraling. Zo zijn er vele voorbeelden te geven over het gebruik van de intuïtie. In het nondualisme wordt dit "het spontane weten" genoemd. Iedereen heeft intuïtiviteit. Intuïtiviteit is net als muzikaliteit; de één heeft er meer aanleg voor dan de ander, maar iedereen kan het verder ontwikkelen. Het enige wat je hoeft te doen om je intuïtie te trainen is het beoefenen van het stiltegebed (de stiltemeditatie), waardoor er ruimte in je komt voor spirituele indrukken. Zodra je tot het ontwaakte bewustzijn komt wordt je intuïtie sterker en komen je intuïtieve waarnemingen duidelijker naar voren. De intuïtie manifesteert zich meestal als helder weten, zien en voelen. Naarmate je vaker naar je intuïtie luistert zullen je vaardigheden hierin toenemen. Zodra je gaat merken dat je intuïtieve vaardigheden gaan toenemen durf je ook meer op je intuïtie te vertrouwen. Dit verrijkt je eigen spirituele leven enorm. Je kunt er tevens anderen mee helpen. Mensen zullen je steeds vaker gaan raadplegen. Als iemand jouw advies nodig heeft dan komt degene vanzelf naar jou toe. Als helderziende ben je geen allesziende, maar je kunt mensen wel inzicht geven in hun onbewuste beweegredenen en hen bewust maken van hun keuzemogelijkheden. Hierdoor kunnen zij "zelf" bewuster omgaan met relaties, liefde, romantiek, studie, werk, talent, passie, verlangens, spiritualiteit, etcetera. Je bent hierin een intuïtieve gesprekspartner en niet iemand die wel even zal vertellen hoe het zit en hoe het moet. Een hartverwarmend gesprek met een luisterend oor doet meer goed dan dat je iemand overstelpt met inzichten en adviezen. Treedt nooit naar buiten als helderziende (paragnost). Zo voorkom je prestatiedruk voor jezelf door de verwachting van iemand anders (waardoor je intuïtie blokkeert) en zo houd je het toegankelijk voor de ander. Paranormaal is heel normaal, dus geef geen onnodige lading aan je spirituele talent door jezelf paranormaal begaafd te noemen. Je bent namelijk niet uitzonderlijk, want iedereen is in meer of mindere mate intuïtief. Geef liever aan dat je gewoon een sterke intuïtie hebt, waardoor je soms intuïtief iets weet, ziet of voelt. Dit is hetzelfde, maar komt toch anders over. Je intuïtie kan niet continu op scherp staan en je kunt (gelukkig) niet alles over de ander weten. Anders zou je de hele dagen overspoelt worden door intuïtieve indrukken en zou je continu dingen over anderen te weten komen die je wellicht helemaal niet wilt weten, waardoor je niet meer normaal zou kunnen functioneren. De beperking hierin dient als een bescherming voor jezelf. Dus ken je mogelijkheden, maar ook je beperkingen. Intuïtieve waarnemingen behoren geen medische of therapeutische doeleinden te dienen. Ga als nondualist nooit op de stoel van een arts of therapeut zitten. Je kunt wel mensen helpen in je privéleven, met inzicht en advies. 

 

Pas op voor de valkuil van cold reading. In cold reading worden er (bewust of onbewust) uitspraken gedaan die voor iedereen kunnen gelden en wordt er op een dusdanige manier ingespeeld op de reactie van de ander alsof de reader al wist wat de ander zelf vertelt. Iemand die wanhopig op zoek is naar antwoorden en inzichten denkt al snel dat dit op hem/haar betrekking heeft en wilt onbewust ook graag dat dit over hem/haar gaat. Vaak ook vanuit het diepste verlangen naar een bevestiging dat er meer is tussen hemel en aarde. De zoekende kan beter een spirituele inwijdingsweg volgen, zodat hij/zij werkelijk "zelf" zal ervaren dat er meer is tussen hemel en aarde. In cold reading lijken uitspraken heel persoonlijk te zijn, terwijl ze dit in werkelijkheid helemaal niet zijn. Een cold reader gebruikt scripts. Dit zijn voorgeschreven teksten die hij/zij uit het hoofd leert en steeds in andere woorden en variaties gebruikt om de ander ervan te overtuigen dat hij/zij een betrouwbare paragnost/medium is. De ene cold reader doet dit uit zijn/haar hoofd, de andere cold reader gebruikt een orakel als hulpmiddel. Zo gebruikt een handlezer (bewust of onbewust) hetgeen hij/zij geleerd heeft over de tekens in de handen als zijn/haar script. Ditzelfde geldt voor gezichtlezers, auralezers, psychometristen, kaartleggers, astrologen, numerologen en dergelijken. Veel cold readers gebruiken tevens phishing. Dit is willekeurig een uitspraak doen (bijvoorbeeld een veel voorkomende naam of iets met een sieraad) die bij veel mensen op de één of andere manier kan kloppen. Een cold reader is ook goed in het verdraaien van een uitspraak als deze niet klopt, door te zeggen dat degene er nog maar eens goed over na moet denken of te verwijzen naar de toekomst. Cold reading is dus iets anders dan intuïtieve waarneming. 

 

30. De droommeditatie:

 

In het nondualisme werken we met "droommeditatie" (oneira: όνειρα). Dit wordt ook wel de "innerlijke droomreis" genoemd. Beoefen de droommeditatie regelmatig. Het zal dan als vanzelf doorwerken in de andere nachten. Bewust dromen wordt in het Nieuwe Testament 7 maal genoemd. We slapen ongeveer een derde van ons leven. We dromen vier tot vijf keer per nacht. De droomtijd varieert van een aantal minuten tot een uur per droom. Er zijn drie soorten dromen: verwerkende dromen, symbolische dromen en spirituele dromen. Door de bewustwording op je inwijdingsweg ga je bewust dromen. Dit gebeurt zodra je het ontwaakte bewustzijn hebt bereikt. Je gaat de betekenis van dromen begrijpen en je kunt invloed hebben op het verloop van dromen. Tijdens dromen kan je de dingen van de dag en uit het verleden verwerken, symbolische boodschappen krijgen, uitstapjes maken in de spirituele wereld door uittredingen en je spirituele gids (beschermengel) of een overleden dierbare ontmoeten. Het kan je veel inzicht geven en prachtige ervaringen opleveren. Probeer niets af te dwingen tijdens de droommeditatie. Laat het allemaal spontaan gebeuren. Wat komt dat komt en wat niet komt dat komt niet. Ga gemakkelijk liggen in een positie die voor jou goed voelt. Sluit je ogen en ontspan. Voel de rustige deining van je ademhaling. Dein maar mee op het rustige ritme van je adem. Loop met je aandacht je hele lichaam langs. Ontspan je lichaam van je tenen tot je kruin. Laat met elke uitademing meer spanning los. Doe niet je best om te ontspannen, want dat is een activiteit (inspanning) waardoor je juist niet diep kunt ontspannen. Geef je volledig over aan het moment, zodat de spanningen als vanzelf van je afglijden. Voel je lichaam lichter worden. Laat jezelf wegglijden in een steeds diepere ontspanning, om heerlijk weg te doezelen in een sluimertoestand. Richt je aandacht op het uitdijen van gewaarzijn. Voel hoe je losser in je lichaam komt te zitten. Herhaal de gebedszin totdat je in slaap valt: "Jezus Christus (inademing), laat mij dromen (uitademing)." Als je wakker wordt uit een droom, terwijl je naar je eigen gevoel en inzicht nog niet klaar was met die droom, dan bid je: "Jezus Christus, breng mij terug." Voor inzicht in de betekenis van de droom bid je na het ontwaken: "Jezus Christus, schenk mij inzicht." Stel jezelf open om het inzicht te ontvangen. Mocht je een nare droomreis krijgen, bidt dan het Jezusgebed: "Jezus Christus, ontferm U over mij." Er bestaan geen standaard betekenissen van dromen. Een ieder heeft een andere associatie en daarmee een andere interpretatie. Daarom is een open visie belangrijk. Als je aan droomduiding doet voor iemand in je privéleven, volg dan je intuïtie. Intuïtieve droomduiding geeft inzicht in de persoonlijke betekenis die de droom heeft voor de dromer. Bij het opstaan bid je kort: "Jezus Christus, zegen deze dag. " Of als je het moeilijk hebt: "Jezus Christus, help mij deze dag door." 

 

31. Het gidswerk:

 

Er wordt in het nondualisme contact gemaakt met je persoonlijke beschermengel (fylaka: φυλακα). Dit zogeheten "gidswerk" zorgt ervoor dat je kunt communiceren met je beschermengel. Beoefen het gidswerk regelmatig. Je beschermengel is je spirituele gids. Je beschermengel is je ultieme soulmate. Je beschermengel is een oude ziel die bevrijd is uit de cyclus van het stoffelijke en ervoor gekozen heeft om jouw beschermengel te zijn. Je beschermengel ken je uit meerdere vorige levens. Je beschermengel is zelf meerdere malen mens geweest en heeft ook altijd een mensgestalte in het licht. Je beschermengel is met je intuïtie waar te nemen als een lichtgestalte en meestal ook in het uiterlijk dat voor jou herkenbaar en vertrouwd is vanuit een vorig leven. Begin het gidswerk altijd met een kort stiltegebed (ongeveer 5 minuten). Ga gemakkelijk zitten of liggen in een positie die voor jou goed voelt. Sluit je ogen en ontspan. Voel de rustige deining van je ademhaling. Dein maar mee op het rustige ritme van je adem. Loop met je aandacht je hele lichaam langs. Ontspan je lichaam van je tenen tot je kruin. Laat met elke uitademing meer spanning los. Doe niet je best om te ontspannen, want dat is een activiteit (inspanning) waardoor je juist niet diep kunt ontspannen. Geef je volledig over aan het moment, zodat de spanningen als vanzelf van je afglijden. Voel je lichaam lichter worden. Laat jezelf wegglijden in een steeds diepere ontspanning, om heerlijk weg te doezelen in een sluimertoestand. Richt je aandacht op het uitdijen van gewaarzijn. Voel hoe je losser in je lichaam komt te zitten. Vraag in gedachte aan je beschermengel om zich aan jou te tonen. Kijk met je intuïtie naar zijn/haar gestalte en hoe hij/zij zich steeds duidelijker zichtbaar maakt. Dit kan naast je zijn, voor je, aan het voeteneind of zwevend boven jou. Je engel geeft jou een aangenaam, warm en tintelend gevoel. Blijf je focussen op het glanzen en schitteren van je engel vol licht. Zie met je innerlijke gewaarzijn de details van zijn/haar gestalte en gelaat. Zodra jij het contact met je engel duidelijk voelt en hem/haar goed ziet kan je in gedachte naar zijn/haar naam vragen. Stel je open om de naam te ontvangen. Naarmate je deze oefening vaker doet zal het contact met je engel sterker en intenser worden. Je engel houdt onvoorwaardelijk, oneindig en zielsveel van jou en is er altijd voor jou wanneer je hem/haar nodig hebt of wanneer jij bewust contact zoekt. Zo kan de hechte liefdevolle band met je engel bewust beleeft worden. Je kunt je engel ook uitnodigen om in je nachtelijke dromen te verschijnen. Zorg ervoor dat je niet de hele dagen door met je engel bezig bent. Leef gewoon je dagelijks leven in het hier en nu. Maar weet dat je ziel altijd wordt beschermd door je engel, tegen kwade spirituele invloeden. Zie het gidswerk als een prachtige mogelijkheid om je veilig en geborgen te voelen bij je engel. Je engel kan jou troosten en inspireren. Als je meer ervaring hebt in het gidswerk kan je zelfs in gedachte gesprekken voeren met je engel en boodschappen van hem/haar channelen. Als je een boodschap van je engel doorkrijgt voor iemand anders, treedt dan niet naar voren als medium, maar geef het door vanuit jezelf (zonder te praten over je engel) om het toegankelijk te houden voor de ander. Doe een gidswerkoefening een kwartier tot een half uur en nooit langer dan een uur. Je zult merken dat je op een gegeven moment de oefening niet meer nodig hebt om contact met je engel te hebben en te onderhouden, maar dat het toch heel fijn is om te blijven doen, zodat je er echt even de tijd voor neemt (zonder storende factoren). Sluit het gidswerk altijd af met een kort stiltegebed (ongeveer 5 minuten). De beschermengel van Peter van Hooij is Anchil. In het Grieks betekent haar naam "schittering." 

 

32. De richtlijnen:

 

Er zijn in het nondualisme geen dogma's (opgelegde leefregels). De intentie is bepalend. Doe je iets vanuit een goedbedoelde intentie, dan is het goed. Doe je iets vanuit een slechtbedoelde intentie, dan is het slecht. Wat op jou overkomt als goed hoeft niet per definitie vanuit een goede intentie voort te komen. Wat op jou overkomt als slecht hoeft niet per definitie vanuit een slechte intentie voort te komen. Goed en slecht zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie van het slechte. Het slechte is duaal (veroordeling, afkeer en strijd), maar het goede is nonduaal (acceptatie, genegenheid en vrede). Nondualiteit kent geen tegenstelling. Waar acceptatie is kan geen veroordeling zijn, waar genegenheid is geen afkeer en waar vrede is geen strijd. Het is duaal om jezelf moreel superieur te voelen en jezelf moreel superieur te verklaren boven een ander, alleen maar omdat de ander anders denkt en doet dan jou welgevallig is. Wij volgen de nonduale weg. In het nondualisme zijn er wel een aantal richtlijnen die je als leidraad kunt gebruiken.

 

1. De gemoedsrust:

 

Houd je leven zo eenvoudig mogelijk. 

 

Beleef het leven als een spirituele ervaring, op de weg terug naar God. 

 

Je bent niet in het verleden en je bent niet in de toekomst, dus leef volledig in het hier en nu. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen.

 

Laat het verleden rusten in Gods handen. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Koester alle mooie momenten.

 

Vertederende ontroering verwarmt je hart. Humor en lachen verheffen je ziel. Ga lichtvoetig door het leven. Je bent slechts een esoterische pelgrim op doorreis door dit leven. Wees ootmoedig en verwonder je elke dag weer opnieuw.

 

Bewonder de aardse natuur en geniet van haar schoonheid, want ook al is zij niet door God geschapen, het is wel een prachtig kunstwerk. Als je de Godsbezieling ziet en voelt die ook aanwezig is in de aardse natuur, dan brengt het je dichter bij je eigen engelennatuur.

 

Veel mensen kiezen ervoor om vanuit hun gretigheid hun agenda zo vol te proppen dat ze altijd gehaast zijn. Door hun gehaastheid raken ze gestrest. Door de stress worden ze chagrijnig. Doordat ze chagrijnig zijn doen ze naar tegen hun medemensen. Hierdoor worden hun medemensen ook gespannen en chagrijnig en doen van daaruit ook naar tegen hun medemensen. Heb mededogen met deze mensen, want het is vreselijk voor hen dat zij hun eigen gespannenheid of zelfs overspannenheid onbewust zelf veroorzaken en in stand houden. Zo doorbreek je de cyclus van stress. Een eenvoudige en praktische manier om te onthaasten is vertragen. Simpelweg iets langzamer praten, ademen en bewegen. Je zult merken dat je dan van binnen ook rustiger bent. 

 

Benader persoonlijke problemen als spirituele oefeningen. Het is de loutering des levens. Raak nooit verbitterd, verstard of hard (dualistisch) door de obstakels van het leven. Ervaar de kracht diep in je hart. Blijf warmhartig, meegaand en zacht (nondualistisch). Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

2. De gezondheidszorg:

 

Je bent niet het aardse stoffelijke lichaam en je bent niet de aardse denkgeest. De nondualist gebruikt het stoffelijke lichaam en de denkgeest als een instrument, zonder zich ermee te identificeren.

 

Gezondheid is vergankelijk. Hoe gezond je ook leeft. Het halsstarrig in stand proberen te houden van vergankelijkheid is een strijd die je uiteindelijk altijd gaat verliezen (dualiteit). Onvergankelijk is het spiritueel overstijgen van ziekte en gezondheid (nondualiteit). Zorg goed voor je vergankelijke lichaam en geest, maar weet dat het welzijn van je onvergankelijke ziel uiteindelijk het enige is wat telt. 

 

Alternatieve geneeskunde en hulpverlening bestaan niet. Er is namelijk geen alternatief voor de reguliere geneeskunde en hulpverlening (lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg). Wij spreken niet over een alternatief, maar over complementaire (aanvullende) therapieën. Wees God dankbaar voor de reguliere en complementaire geneeskunde en hulpverlening, want deze zijn door mensen gevonden en ontwikkeld vanuit Gods barmhartigheid om ons te helpen niet onnodig veel te hoeven lijden tijdens ons verblijf op aarde. Dit staat los van het feit of een arts, specialist, therapeut of hulpverlener zelf spiritueel is ingesteld of niet. De barmhartigheid is een Gods zegen. Zowel de reguliere als de complementaire behandelingen werken binnen de grenzen van de mogelijkheden, dus verwacht geen wonderen.

 

De wonderen van Jezus zijn symbolische verhalen, dus maak je geen illusies. En God vereenzelvigd zich niet met het aardse bestaan, dus Hij bemoeit zich ook niet met de gezondheid van je aardse lichaam en geest. God (het oorspronkelijke bewustzijn) gaat over het welzijn van je onvergankelijke ziel en niet over het welzijn van je vergankelijke lichaam en geest. God heeft wel de barmhartigheid geschonken, zodat mensen elkaar kunnen helpen. 

 

3. De voedingsleer:

 

Nondualisten zijn door de eeuwen heen, tot op de dag van vandaag, altijd omnivoren (alleseters) geweest. De meeste nondualisten zijn flexitariër (semi-vegetarisch). Het wordt in het nondualisme bekeken vanuit de natuurlijke orde van het bewustzijn: het vegetatieve (onbewuste), sensitieve (onderbewuste) en intellectuele (bewuste) leven. Het bewuste (menselijke) leven kan het onbewuste (plantaardige) en onderbewuste (dierlijke) leven als voedsel nuttigen. Een nondualist doet dit wel bewust vanuit dankbaarheid naar het dier of de plant toe dat het stoffelijke lichaam heeft verlaten. In meerdere teksten van het Nieuwe Testament staat dat Jezus en Paulus al het eten rein hebben verklaard (ook vlees en vis). Mattheüs (14:17-21) Marcus (7:20) Lucas (22:8-13) Lucas (24:42-43) Handelingen (10:10-16) Romeinen (14:2-4) 1 Korinthiërs (10:23-33)

 

Geniet van genotsmiddelen, maar zorg dat het ook echt bedoelt blijft om van te genieten en niet om er misbruikelijk emoties mee te verdoven. Als je niet tegen een bepaald genotsmiddel kan, blijf er dan vanaf. Gebruik geen harddrugs, tenzij het als medicijn of pijnstiller door een arts is voorgeschreven. 

 

Jezus zei: "Wat de mond ingaat kan een mens niet onrein maken, maar wat de mond uitkomt, dat kan een mens onrein maken." Mattheüs (15:11) 

 

4. Relatie en seksualiteit:

 

Seksualiteit is als vuur; je kunt ermee verwarmen en je kunt ermee verschroeien. Verkies gelatenheid boven de aardse liefde tijdens de ontdekkingsreis van je ziel, dan zal de hemelse liefde jou begenadigen. Sommige nondualisten kiezen ervoor om (tijdelijk) celibatair door het leven te gaan, om zich met onverdeelde aandacht en zonder afleiding toe te wijden aan God. Mattheüs (19:12) 1 Korinthiërs (7:8) 1 Korinthiërs (7:27-34) 1 Korinthiërs (7:37-38) Als een nondualist daarvoor kiest, dan kan diegene de intieme gevoelens accepteren en observeren zolang deze gevoelens zich voordoen, zonder deze verder te voeden en zonder er verder iets mee te hoeven doen. Vanuit de nonduale hemelse bewustzijnsenergie verliest de duale aardse scheppingsenergie vanzelf de lading. Het stiltegebed helpt daarbij. Als je alleengaand bent is het celibaat geen vereiste. Het gaat om de reinheid van het hart, dat toegewijd is aan God. Als twee mensen een relatie hebben in liefde, dan zijn zij als vanzelf gezegend door God. Monogamie is hierin een bewuste keuze die zorgt voor de nodige rust en emotionele veiligheid, waardoor een relatie ten volle kan groeien en bloeien, zonder dat dit de toewijding aan God in de weg staat. Je hoeft niet plechtig te huwen voor een instantie. In het Nieuwe Testament wordt het huwelijk aangeduid met het Griekse woord gameo (γαμεο), wat "trouwen" betekent. Trouwen wijst op het trouw zijn aan elkaar (elkaar kunnen vertrouwen). Als je niet meer gelukkig bent in een relatie, dan mag je vanuit liefde loslaten en verder gaan. Zorg dat je in je leven de vrije ruimte hebt voor meditatie en contemplatie, ongeacht of je partner hier wel of niet in meegaat.

 

5. Levenshouding en communicatie:

 

Elke nondualist gaat uit van een vreedzame verbale en nonverbale communicatie. Dit houdt in dat een nondualist niet beladen reageert op de lading van anderen, omdat dat alleen maar leidt tot een nog grotere lading. Als je ontspannen reageert dan neutraliseert dat de spanning van de ander. Laat je niet meesleuren in iemands destructieve dualiteit (innerlijke strijd). Blijf in de compassievolle nondualiteit (innerlijke vrede). Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Neem waar zonder oordeel.  Stel je mild op naar jezelf en de ander. Luister aandachtig. Communiceer vanuit een liefdevolle vriendelijkheid. Blijf met je aandacht bedaard bij jezelf, zonder verzet jegens de ander. Spreek je woorden weloverwogen of zwijg. Zorg ervoor dat je vanuit empathie en compassie als waarnemer aanwezig bent, zodat je niet alles persoonlijk opvat. Zorg dat je vrij bent van de impulsieve cyclus van actie en reactie. Je hoeft niet altijd of meteen te reageren. En als je reageert, doe dat dan rustig en weloverwogen. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Probeer nooit je gelijk te halen of de ander ergens van te overtuigen, want opgelegd inzicht is geen waarlijk inzicht. Tolerantie, empathie en mededogen zijn de sleutels tot vrede en harmonie. Blijf altijd rustig, vriendelijk en compassievol. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

Sommige mensen prijzen zichzelf met de woorden: "Ik heb (of ben) een sterke persoonlijkheid." Alsof dat iets positiefs is. Een sterke persoonlijkheid wijst op een opgeblazen ego. Deze mensen worden gedreven door geldingsdrang, zijn overdreven aanwezig en gedragen zich overheersend. Een nondualist heeft geen 'sterke' (duale) persoonlijkheid, maar een 'verfijnde' (nonduale) persoonlijkheid. Als nondualist verfijn jij je ego dusdanig, dat deze niet leidinggevend is en dus niet bepaalt hoe jij je gedraagt. Hierdoor kan de ziel voluit stralen. Grootsheid is de taal van het ego. Bescheidenheid is de taal van het hart. Dus streef niet naar een 'sterke' persoonlijkheid, maar naar een 'verfijnde' persoonlijkheid. Een sterke persoonlijkheid is een zwakte. Een verfijnde persoonlijkheid is een kracht. 

 

Zelfvertrouwen is niet vol zijn van jezelf, maar jezelf kunnen vertrouwen. 

 

Vertoon geen competitief gedrag. Meet jezelf niet met anderen. Bidt liever dat je hart rein is jegens anderen. 

 

Er is één ding belangrijker dan de ellende die jij hebt meegemaakt en de ellende die jou is aangedaan en dat is hoe jij daarmee omgaat. Daar is maar één iemand verantwoordelijk voor en dat ben jijzelf. Maar je hoeft het niet alleen te doen, want je wordt gesteund door je beschermengel, je wordt geleid door Jezus en je wordt gedragen door God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen.

 

Als iemand jou diep heeft gekwetst, accepteer dan je gevoelens en leg het voor aan God. Verdringen helpt niet. Door de emotionele pijn aan God voor te leggen kan je er afstand van nemen, vergeven en loslaten. Vergeving is niets anders dan verdriet en boosheid loslaten, zodat deze geen negatieve invloed hebben op je leven. Dit is een innerlijk proces en is niet afhankelijk van degene die jou heeft gekwetst. Vergeven is iets anders dan het vergoelijken van iemands gedrag. Vergeven is het zorgen voor je eigen gemoedsrust. Vergeving is het maken van de keuze om je niet langer vast te houden aan de innerlijke strijd die voortkomt uit de duale duisternis van iemand anders, zodat je ten volle kunt leven in innerlijke vrede die voortkomt uit het nonduale licht. Vergeven doe je in de eerste plaats vooral voor jezelf, zodat er geen gevoelens aan jou knagen. Dit lukt niet altijd in je eentje, dus doe een beroep op God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

Jezus zei: "Als u de mensen vergeeft wat ze verkeerd doen, zal uw hemelse Vader u ook vergeven wat u verkeerd doet." Mattheüs (6:14) Petrus kwam naar Jezus toe en vroeg: "Heer, hoe vaak moet ik iemand vergeven als hij iets verkeerds tegen mij doet? Zeven keer?" Jezus zei tegen hem: "Ik zeg u: niet zeven keer, maar zeventig maal zeven keer." Mattheüs (18:21-22) Paulus schreef: "Wees vriendelijk en behulpzaam voor elkaar. Vergeef elkaar, net zoals God u in Christus heeft vergeven." Efeziërs (4:32) Paulus schreef: "Wees verdraagzaam. Vergeef elkaar als u iets tegen elkaar hebt. Net zoals Christus u vergeven heeft, behoort ook u elkaar te vergeven." Kolossenzen (3:13) 

 

Als jij vanuit je eigen gekwetst zijn anderen hebt gekwetst, maar dat vanuit het hart nooit slecht bedoeld hebt, dan mag jij jezelf vergeven en de pijncyclus doorbreken, zodat het onbedoelde kwetsen vanuit je eigen gekwetst zijn ophoudt. Dit lukt niet altijd in je eentje, dus doe een beroep op God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

Jezus zei: "Vergeef ons wat we verkeerd doen, net zoals wij ook de mensen vergeven die verkeerd tegen óns doen." Mattheüs (6:12)

 

Als jij in het verleden ervoor gekozen hebt om het slechte pad te bewandelen en daarmee anderen hebt gekwetst, maar jij de keuze hebt gemaakt om uit de duale duisternis te stappen en te leven in het nonduale licht, dan mag jij jezelf vergeven en je verleden achter je laten. Je kunt het verleden niet terugdraaien, maar je kunt het voortaan wel anders doen. Door je eigen emotionele pijn aan God voor te leggen kan je er afstand van nemen, jezelf vergeven en het verleden loslaten. Zelfvergeving is niets anders dan jezelf niet langer straffen voor hetgeen je gedaan hebt, zodat dit geen negatieve invloed meer heeft op je eigen leven en het leven van anderen. Dit is een innerlijk proces en is niet afhankelijk van de vergevingsgezindheid van degene die jij hebt gekwetst. Jezelf vergeven is iets anders dan het vergoelijken van je eigen gedrag uit het verleden. Zelfvergeving is het maken van de keuze om je niet langer vast te houden aan je schuldgevoel, zodat deze niet langer aan je knaagt. Dit lukt niet altijd in je eentje, dus doe een beroep op God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen.

 

Johannes schreef: "Als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke weerbarstigheid." 1 Johannes (1:9) 

 

Lief zijn en lief doen, dat zijn twee verschillende dingen. Uit "lief zijn" komt het ware liefdevolle handelen voort. "Lief doen" komt niet altijd voort uit een liefdevolle intentie; het kan een vorm van manipulatie zijn, waarbij degene die lief doet iets voor elkaar probeert te krijgen voor persoonlijk gewin. 

 

Als je voor het oog van anderen goed hebt gedaan, maar dat alleen maar deed om je eigen ego te verrijken, dan wordt het tijd voor zelfbezinning. Als je dit van jezelf inziet en voortaan onbaatzuchtig handelt, dan mag jij jezelf vergeven. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen.

 

Liefde en haat liggen helemaal niet dicht bij elkaar. Als je vanuit liefde leeft dan bestaat haat helemaal niet.

 

Als iemand akelig tegen jou doet, verlies jezelf dan niet in die ander en de situatie en blijf met je aandacht volledig bij jezelf. Zie de ander als een gekwetst kind, want dat is hij/zij diep van binnen. Niet door op hem/haar neer te kijken, maar door naar hem/haar te kijken als een ouder naar een kind. Je zult merken dat je dan geen boosheid voelt, maar mededogen. Hierdoor heeft hij/zij geen negatieve invloed op jou. Let op: de mate waarin jij de lading van een ander oppakt is direct verbonden met je eigen gemoedstoestand op dat moment, dus bewaar je innerlijke rust. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

Als iemand jou beledigd omwille van je religie, denk dan aan de woorden van Jezus: "Zalig bent u, wanneer men u smaadt en vervolgt en de zwaarste beschuldigingen en leugens over u verspreidt terwille van mij. Verblijd en verheug u, want uw beloning is groot in de hemelen, want zo hebben ze ook de profeten vervolgd die er voor u geweest zijn." Mattheüs (5:11-12)

 

Mensen veranderen. Dat je iemand toen kende betekent niet dat je diegene nu kent.

 

Je kunt beter eerst praten met de ander, voordat je praat over de ander. Degene die verzinsels klakkeloos voor waar aanneemt en zelfs doorverteld alsof het feiten zijn zit net zo fout als degene die de roddels begint. Heb mededogen met de roddelaar, want hij/zij is slachtoffer van zijn/haar eigen frustratie en onvrede over zijn/haar eigen leven.

 

Als jij je constant iets aantrekt van wat anderen van jou vinden, dan ben je nooit echt jezelf. Dus blijf authentiek. 

 

Zorg dat je iedereen in hun waarde laat, hoe groot de visies ook verschillen. Je hoeft het niet altijd eens te zijn, maar je hoeft ook niet altijd ongevraagd je mening te geven. Het gaat erom dat je vanuit liefde leeft en anderen behandeld zoals je zelf behandeld wenst te worden. In het nondualisme wordt aangegeven dat iedereen die leeft vanuit een liefdevolle intentie in de hemel komt, ongeacht de religie en ongeacht of iemand religieus is of niet. We komen dus uiteindelijk allemaal in dezelfde hemel. Maar zelfs hier hoeft je niemand van te overtuigen. Tolerantie, empathie en mededogen zijn de sleutels tot vrede en harmonie. Het nondualisme gaat over liefde, vrede en compassie. Dit gaat verder dan leven en laten leven. Dit gaat over "samenleven." Dit lukt alleen als je zelf geen innerlijke strijd meer voert en daarmee dus ook geen strijd kan hebben met iemand anders. Beoefen je meditatie en bewaar je innerlijke rust. En weet dat het niet alleen om de woorden gaat die je weloverwogen uitspreekt, maar vooral om de liefde die jij deelt. Respecteer te allen tijde andere religies, andere stromingen en andersgezinden. Liefde is de universele wijsheid en waarheid.

 

6. Zelfverdediging en weerbaarheid:

 

Vreedzaamheid is iets anders dan pacifisme (extreme doorvoering van geweldloosheid, ongeacht de situatie). Het nondualisme streeft naar vrede (met name innerlijke vrede), maar sluit zelfbescherming niet uit. Een ieder heeft het recht om zichzelf, dierbaren en medemensen (verbaal en fysiek) te beschermen. Het nondualisme zorgt ervoor dat je stevig in je kracht komt te staan, wat bevorderlijk is om voor jezelf en anderen op te kunnen komen.

 

Jezus zei: "Als iemand u op de ene wang slaat, keer hem dan de andere toe." Mattheüs (5:39) Lucas (6:29)

 

Dat een nondualist iemand de andere wang toekeert, betekent niet dat hij/zij zich niet mag verdedigen tegen een agressieve aanval. Dat bedoelde Jezus ook niet. Hij maakt hiermee wel duidelijk dat we conflicten en de escalatie daarvan zoveel mogelijk dienen te voorkomen (de andere wang toekeren). 

 

Een nondualist reageert nooit agressief op agressie, maar doet er juist alles aan om de situatie vanuit zelfbeheersing onder controle te krijgen. De zelfbeheersing ontwikkel je door het stiltegebed. 

 

7. Euthanasie en orgaandonatie

 

Het nondualisme leert ons dat niet alleen het grofstoffelijke lichaam, maar ook het fijnstoffelijke lichaam vergankelijk is. Het stoffelijke aardse lichaam bestaat uit het grofstoffelijke lichaam en het fijnstoffelijke lichaam. De ziel is het onstoffelijke lichaam dat niet vergankelijk is. Het fijnstoffelijke lichaam sterft samen met het grofstoffelijke lichaam. Het fijnstoffelijke lichaam is namelijk ook stoffelijk. Fijnstoffelijk, maar wel stoffelijk. Het fijnstoffelijke lichaam fungeert als brug tussen het grofstoffelijke en het onstoffelijke lichaam. Het onstoffelijke lichaam is onsterfelijk, maar het fijnstoffelijke lichaam lost op zodra het dit grofstoffelijke lichaam heeft verlaten na de dood. Zowel euthanasie als orgaandonatie zorgen ervoor dat je niet in een duale strijd heen hoeft te gaan, zodat je in nonduale vredige mildheid leeft en in nonduale vredige mildheid sterft. Wij hebben van God het empathische vermogen gekregen om daarvoor te zorgen. 

 

Een kind geen orgaan geven dat het nodig heeft is hetzelfde als zeggen dat het kind geen recht heeft om dit aardse leven verder te leven. Mensen die hun milt moeten laten verwijderen door ziekte hebben nog steeds de fijnstoffelijke energie van de milt. Als een been moet worden geamputeerd om iemands leven te redden, dan heeft dat absoluut geen nadelig gevolg voor het leven na dit leven of volgende incarnaties. Zo is dat ook met alle organen. De fijnstoffelijke energie blijft ook zonder het grofstoffelijke orgaan gewoon bestaan in het fijnstoffelijke energielichaam. Zo ook bij het bij leven afstaan van een nier. Op het moment dat een orgaan in een ander lichaam komt neemt de fijnstoffelijke energie van de ontvanger het over. Deze neemt niet de fijnstoffelijke energie weg van de gever. Wij hebben van God mededogen gekregen om orgaan- en weefseltransplantatie uit te kunnen voeren. Het is een zegen van God. Wat is er mooier dan zelfs na je dood nog een leven te kunnen redden? Het weigeren om orgaandonaties te geven of te ontvangen, vanuit een misplaatste visie op het welzijn van je ziel in het leven na dit leven, is de meest zelfzuchtige daad en daarmee de minst spirituele visie die een mens kan hebben. Iemand laten lijden voor je eigen zieleheil kan hoe dan ook nooit goed zijn. Zelfs niet als het wel een nadelige uitwerking zou hebben op je ziel. Wat het absoluut niet heeft. Integendeel. De ziel neemt de fijnstoffelijke energie van de organen niet mee na de stoffelijke dood. De ziel is dan juist los van het grofstoffelijke en fijnstoffelijke. Dit zelfzuchtige handelen vanuit onnodige angst voor het leven na dit leven heeft wel een minder gunstige invloed op je ziel. Deze (bewuste of onbewuste) angst staat liefde en het vermogen om onbaatzuchtig te handelen in de weg en weerhoudt je ervan om spiritueel verder te kunnen groeien.

 

Wij hebben van God mededogen gekregen om euthanasie uit te kunnen voeren. Het is een Gods zegen dat iemand niet langdurig onmenselijk hoeft te lijden in de stoffelijke wereld. Voor de ziel maakt het niet uit hoe het stoffelijke lichaam overlijdt. Als een leven voltooit is, dan is een leven voltooit. Iemand mag helemaal zelf bepalen wanneer dat voor hem/haar zelf is en kan dit zelfs vast laten leggen wanneer dat voor hem/haar zal zijn voor het geval hij/zij wilsonbekwaam mocht worden. Bij kinderen kunnen de ouders dat het beste bepalen. Zij kennen hun kind het beste. Bij ouderen kunnen de kinderen dat het beste bepalen. Zij kennen hun ouder het beste. Als iemand geen kinderen heeft, dan kan een familielid (broer of zus) dat het beste bepalen. Overlijden is als het uittrekken van een grofstoffelijke en fijnstoffelijke jas. Dat geldt bij het voorbereid overlijden (bijvoorbeeld door een ziekte) en bij het plotseling overlijden (bijvoorbeeld door een ongeval). De ziel met Godsvonk kan deze jas niet meer gebruiken. Het is een stoffelijk overschot. Denken dat het laatste onmenselijke lijden in het stoffelijke lichaam daarbij hoort en doorleeft moet worden is hetzelfde als zeggen dat een doodziek mens (hoe jong of hoe oud dan ook) op een gruwelijke manier op het stervensbed moet blijven liggen (Demiurg). Je ziel zal gebaat zijn bij een milde dood. Dat helpt om vredig heen te gaan (Christus). Euthanasie is niet alleen bij lichamelijk lijden, maar ook bij geestelijk lijden (geestesziekte) een mogelijkheid. Het gaat hier om ondraaglijk lijden, zonder uitzicht op verbetering. Jezus heeft ernstig geleden en is op een gruwelijke manier aan zijn aardse einde gekomen. Het is aan ons om er voor te zorgen dat wijzelf en onze medemensen juist niet op een gruwelijke manier aan ons aardse einde komen. Jezus is voor ons een voorbeeld in lijdzaamheid hoe wij ons levenskruis kunnen dragen, maar tevens een voorbeeld dat anderen je niet aan het kruis vast mogen nagelen.

 

8. Rouw en verliesverwerking:

 

Onthechting (desidentificatie) betekent niet dat je geen waarde meer hecht aan de dierbaren die je in dit aardse leven hebt en de dierbaren die je in dit aardse leven hebt gehad. Onthechting betekent wel dat jij je niet meer mee laat sleuren in de aardse dualiteit, zodat je vanuit het nonduale bewustzijn nog meer liefde kunt delen tijdens dit aardse bestaan. Je onthecht je dus niet van de mensen van wie jij houdt, maar je onthecht je wel van de aardse dualiteit, wat het innige contact met je dierbaren ten goede komt. Het nondualisme gaat over liefde, vrede en compassie. Daar hecht een nondualist veel waarde aan. 

 

Je dierbaren verlies je niet door hun aardse dood. Zij behoren tot dezelfde zielengroep, dus de liefdevolle verbinding met je overleden dierbaren blijft bestaan. Dit gaat verder dan de liefdevolle herinnering, want je komt in het leven na dit aardse leven weer samen en je kunt al tijdens dit aardse leven de spirituele verbinding met hen ervaren door je intuïtie. Je overleden dierbaren kan je ook ontmoeten tijdens de droommeditatie. Je ontmoet je overleden dierbaren hoe dan ook weer. Toch is het gemis van hun aardse aanwezigheid enorm ingrijpend. Ga niet aan je verdriet en emotionele pijn voorbij, want verdringen en vluchten werkt niet. Onverwerkt verdriet zet zich om in boosheid en somberheid (dualiteit). Verwerkt verdriet geeft ruimte voor blijheid en optimisme (nondualiteit). Rouwen is een aangrijpend proces, dus doe een beroep op God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. 

 

33. Nawoord:

 

Tot zover het onderwijs in het gnostische nondualisme. Lees en herlees deze webpagina en laat het na elke keer rustig bezinken en op je inwerken. Gebruik deze webpagina als een spirituele levensgids die je regelmatig doorleest, zodat je steeds meer één wordt en blijft met het gnostische nondualisme. De praktische oefeningen helpen je om te ervaren wat er omschreven wordt. Beoefen dagelijks het stiltegebed. Zo wordt het een nondualistische levenskunst. Dan leef je vanuit een diepe innerlijke rust. Een leven in liefde, vrede en compassie. 

 

Wij beoefenen liefde, vrede en compassie door het stiltegebed én door de toepassing ervan in het dagelijks leven. Het zijn de mooiste geschenken die je als mens kunt ontvangen en die je als mens kunt geven. Wij inspireren op de eerste plaats anderen door zelf te leven in liefde, vrede en compassie én wij inspireren anderen door het verspreiden van de boodschap van liefde, vrede en compassie. Wil jij ook meehelpen om het gnostische nondualisme te verspreiden om anderen te inspireren? Plaats dan de link naar deze webpagina op je social media. De link naar deze webpagina is: https://gnosticisme.jouwweb.nl

 

Het voorleven van liefde, vrede en compassie is het allerbelangrijkste. Dit zegt meer dan duizenden woorden. Met voorleven wordt bedoelt dat je in liefde, vrede en compassie bent en vanuit liefde, vrede en compassie leeft. Je zult merken dat dit (ook zonder woorden) als vanzelf een positieve invloed heeft op de mensen om je heen. Zij resoneren mee op jouw bewuste staat van Zijn. Zo ben jij een inspiratiebron voor anderen, door gewoon je leven te leven. Een leven in liefde, vrede en compassie. 

 

Welkom gnosticus. Welkom op het wonderschone levenspad van het gnostische nondualisme. Het pad waarop je met elke stap steeds dieper geïnspireerd zult raken en waarmee jij velen zult inspireren.

 

"Wij zijn dienaren van Christus en beheerders van Gods geheimen." 1 Korinthiërs (4:1) 

 

Gnosticus Peter van Hooij

 

Arnhem, 2019

 

Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan de auteur Peter van Hooij (auteurswet 1912)