Gnosticisme

Gnosis, gnostiek en gnosticisme

 

Het gnostische nondualisme

"De weg terug naar God"

Inclusief meditatie instructie


Gnosticus Peter van Hooij

 

Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan de auteur Peter van Hooij (auteurswet 1912). Het schrijfwerk van Peter van Hooij is auteursrechtelijk beschermd en op datum gedocumenteerd. Je kunt de url (het webadres) van deze webpagina kopiëren en op social media plaatsen.

 

Deze webpagina is ook te zien op: www.gnosisvanhooij.blogspot.com 

 

Email contact: gnosisvanhooij@gmail.com 

 

Gnosis (γνῶσις) betekent "weten." Gnosis is het diepere innerlijke weten. De gnostiek is de leer van de gnosis. Het gnosticisme is de religie die zowel de leer als de praktijk omvat om tot de gnosis te komen. Het gnosticisme is ook bekend als het esoterische christendom. Er bestaan verschillende gnostische stromingen. Het gnostische nondualisme (ολότης) is een nieuwtestamentische stroming die door de eeuwen heen onafgebroken is doorgegeven. Het doel van het gnostische nondualisme is om te komen tot innerlijke nondualiteit te midden van onze duale wereld.

 

Gnostici (esoterische christenen), waaronder de gnostische nondualisten, werden eeuwenlang op een gewelddadige manier door de kerk vervolgd. Daardoor was het gnosticisme (het esoterische christendom) eeuwenlang een "verborgen" stroming. Gelukkig "hoeft" het gnosticisme tegenwoordig niet meer verborgen (geheim) te zijn. Daarom maakt de gnosticus (nondualist) Peter van Hooij (1972) het traditionele vroegchristelijke gnosticisme openbaar toegankelijk voor iedereen. Peter volgde de inwijdingsweg in het gnostische nondualisme uit de Grieks-christelijke traditie en bestudeerde het nieuwtestamentische Koine Grieks. Hij gaf jarenlang persoonlijke begeleiding aan mensen op deze inwijdingsweg. Op deze webpagina deelt hij de inzichten en oefeningen van het gnostische nondualisme, zodat een ieder die daar belangstelling voor heeft deze inwijdingsweg kan volgen.

 

Het gnostische nondualisme is geen geloof. Het is geen religie in de orthodoxe zin van het woord. Een nondualist gelooft niet in God, maar ervaart God. Deze ervaring wordt in het gnostische nondualisme bereikt door middel van de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία). God is in het gnostische nondualisme geen persoonlijke God. God (Θεός) staat in het gnostische nondualisme voor het oorspronkelijke bewustzijn. Christus (Χριστός) staat in het gnostische nondualisme voor het nonduale bewustzijn. Heilige Geest (Άγιος Πνεύματος) staat in het gnostische nondualisme voor het ontwaakte bewustzijn. Je hebt het bereiken van het ontwaakte bewustzijn nodig om tot het nonduale bewustzijn te komen. Je hebt het nonduale bewustzijn nodig om het oorspronkelijke bewustzijn te kunnen ervaren. Dit bewustzijn is zowel in jezelf als buiten jezelf. In praktische zin wordt er uitgegaan van inzicht, beoefening en beleving. Je hebt het inzicht nodig voor de beoefening en je hebt de beoefening nodig voor de beleving. Het gnostische nondualisme vraagt niet aan de mens om iets te geloven (of klakkeloos voor waar aan te nemen), maar wijst juist een weg om het zelf te ervaren, hetgeen in het dagelijks leven een hele concrete uitwerking heeft.

 

Deze inwijdingsweg leidt tot esoterische wijsheid en meditatieve vaardigheid. Het gaan van deze weg geeft een diepe innerlijke vrede en antwoord op al je spirituele levensvragen. Je krijgt inzicht in het leven na de dood en het doel van dit aardse leven. Er komen diverse spirituele thema's aan bod, zoals: meditatie, bewustzijn, verlichting, intuïtie, dromen, engelen, hemel, hel, reïncarnatie, karma en meer. Tevens wordt er aandacht geschonken aan de gnostisch-nondualistische visie op communicatie, relaties, voeding, gezondheidszorg en meer. Spiritualiteit in het dagelijks leven staat centraal. Hierin ligt de focus niet alleen op het hiernamaals, maar ook en vooral op het hiernumaals; het leven in het hier en nu, vanuit de volle overgave aan God. Deze inwijdingsweg is honderd procent praktijkgericht. Dus geen langdradige theorie waar je in de praktijk niks aan hebt, maar een korte en bondige uitleg. Er is namelijk een groot verschil tussen veel kennis hebben en wijs zijn. Door de praktische oefeningen ga je ervaren wat er omschreven wordt. Het omvat alles wat je nodig hebt om het gnostische nondualisme te doorgronden en door het leven te gaan als gnosticus (nondualist).

 

Het gnostische nondualisme is een spirituele bewustzijnstraining en levenskunst. Net als in elke kunst kom je niet tot resultaten zonder te oefenen. Niemand heeft ooit een kunst geleerd door er alleen maar over te lezen. Zo is het ook in het gnostische nondualisme. De dagelijkse hesuchia meditatie is de kern om tot nondualiteit te komen. 

 

De inwijding in het gnostische nondualisme wordt de "inwijding der ouderlingen" genoemd (dit wordt later op deze webpagina toegelicht). Het is een innerlijke inwijding tot nondualist. Nondualiteit wordt in het Grieks aangeduid als olotis (ολότης), wat "heelheid" betekent. Heelheid wijst hier op de afwezigheid van verdeeldheid. Dit is het klassieke christelijke gnosticisme uit de Grieks-christelijke traditie. Het gaat uit van het Nieuwe Testament (He Kaine Diatheke: Ἡ Καινὴ Διαθήκη). Belangrijk in deze gnostische stroming zijn de gebedsmeditatie (hesuchia: ἡσυχία) en de schriftmeditatie (theia anagnosis: θεία ανάγνωση). 

 

Het gnostische nondualisme gaat terug tot de Griekstalige christelijke gnostici (Nazoreeërs) uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, met Saulus van Tarsus (Paulus) als grondlegger in de eerste eeuw.

 

In het gnostische nondualisme wordt het Koine Grieks (Koine: Κοινή) nog steeds gebruikt. Het Koine Grieks is de taal waarin het Nieuwe Testament oorspronkelijk is geschreven. Koine betekent "gemeenschappelijk" (gemeenschappelijke taal). Het was vanaf de 4de eeuw voor Christus tot de 15de eeuw na Christus een officiële voertaal in het Middellandse Zeegebied. Het werd gesproken en geschreven in Noord-Afrika, West-Azië en Zuid-Europa. Het is een zogeheten dode taal die niet meer wordt gesproken. Op deze webpagina zijn de belangrijkste termen weergegeven in het Koine Grieks. Tevens zijn de gebruikte citaten uit het Nieuwe Testament vertaald vanuit het Koine Grieks.

 

In het gnostische nondualisme worden alleen de canonieke geschriften van het Nieuwe Testament erkend als het heilige schrift en niet de daarmee onverenigbare apocriefe geschriften. De apocriefe geschriften zijn ontstaan als verzet tegen de onderdrukking van de orthodoxe kerk en behoren niet tot het heilige schrift. Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 zorgvuldig geselecteerde geschriften uit de eerste eeuw van onze jaartelling, die in de vierde eeuw werden gebundeld tot de canon van het Nieuwe Testament zoals wij het nu kennen. De gnostische nondualisten hadden en hebben echter een hele andere interpretatie van het Nieuwe Testament dan de orthodoxe kerkelijke stromingen.

 

De canonieke geschriften van het Nieuwe Testament zijn: het evangelie van Mattheüs, het evangelie van Marcus, het evangelie van Lucas, het evangelie van Johannes, de handelingen der apostelen, de brief aan de Romeinen, de eerste brief aan de Korinthiërs, de tweede brief aan de Korinthiërs, de brief aan de Galaten, de brief aan de Efeziërs, de brief aan de Filippenzen, de brief aan de Kolossenzen, de eerste brief aan de Thessalonicenzen, de tweede brief aan de Thessalonicenzen, de eerste brief aan Timotheüs, de tweede brief aan Timotheüs, de brief aan Titus, de brief aan Filemon, de brief aan de Hebreeën, de brief van Jacobus, de eerste brief van Petrus, de tweede brief van Petrus, de eerste brief van Johannes, de tweede brief van Johannes, de derde brief van Johannes, de brief van Judas en de openbaring van Johannes.

 

Onder de apocriefe geschriften worden de Nag Hammadi geschriften en andere codices verstaan. Een voorbeeld van zo'n geschrift uit de Nag Hammadi geschriften is het afschuwelijke en onzinnige "Kindheidsevangelie van Thomas," dat zogenaamd gaat over de kindertijd van Jezus van Nazareth, waarin Jezus wordt beschreven als een driftig, wreed en gemeen kind dat volwassenen en andere kinderen blind maakt, verminkt en vermoord. De apocriefe geschriften werden geschreven om het gezag van de kerk te ondermijnen. Ze zijn niet alleen door de kerk verworpen, maar ook door de gnostische nondualisten. Deze geschriften zijn terecht nooit opgenomen in het Nieuwe Testament. 

 

Er zijn ook apocriefe geschriften die prachtig en wijs overkomen, maar dat niet zijn. Een voorbeeld hiervan is het "Thomas Evangelie." Het Thomas evangelie is overduidelijk gebaseerd op de canonieke geschriften en borduurt daarop voort. Echter; veel wijsheden uit de canonieke geschriften zijn in het Thomas evangelie verdraait. Bijvoorbeeld het verhaal over het verloren schaap. Volgens het Thomas evangelie zei Jezus: "Het Koninkrijk is gelijk aan een herder die honderd schapen heeft. Eén van hen, het grootste, verdwaalde. Hij liet de negenennegentig achter en zocht die ene tot hij het vond. Toen hij het gevonden had zei hij tot het schaap: Ik houd meer van jou dan die negenennegentig." Thomas (logion 107) Volgens het Nieuwe Testament zei Jezus: "Stel dat een herder honderd schapen heeft, en één schaap loopt bij de kudde weg. Zal hij dan niet de negenennegentig schapen op de berg achterlaten om het weggelopen schaap te gaan zoeken? Als hij het dan vindt, dan zal hij veel blijer zijn over dat ene schaap dat hij weer heeft gevonden, dan over de negenennegentig schapen die niet waren weggelopen. Zo wil ook jullie hemelse Vader niet dat ook maar één van Zijn kinderen verloren gaat." Mattheüs (18:12-14) Dat is een heel groot verschil. En dit soort verdraaiingen van wijsheden uit het Nieuwe Testament gaan maar door en door in het Thomas evangelie. Zo zijn er heel veel voorbeelden te geven, maar dat reikt te ver voor deze webpagina. De boodschap moge duidelijk zijn; het Thomas evangelie is geen oorspronkelijk geschrift. Bovendien is het geen evangelie, maar een opsomming van verdraaide wijsheden. Griekse tekstfragmenten wijzen erop dat het Thomas evangelie uit de derde eeuw komt. De Koptische tekst zoals wij die nu kennen komt uit de vierde eeuw. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de Koptische tekst een ongewijzigde versie is van de Griekse tekst. De canonieke geschriften stammen allemaal uit de eerste eeuw en zijn dus veel ouder. De oudste christelijke geschriften zijn de Paulinische brieven van het Nieuwe Testament, halverwege de eerste eeuw. Dus ook het Thomas evangelie en aanverwante geschriften (zoals het evangelie van Judas, het evangelie van Filippus en het evangelie van Maria Magdalena) zijn terecht nooit opgenomen in het Nieuwe Testament. 

 

In het gnostische nondualisme (olotis: ολότης) wordt je niet ingewijd door mensen, maar ontvang je een innerlijke inwijding van de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn). Het innerlijk ingewijd zijn wordt in het Grieks memuemai (μεμυημαι) genoemd, wat "(ik ben) ingewijd" betekent. Dit wordt ook wel aangeduid als chortazo (χορτάζω), wat "(ik ben) verzadigd" betekent. Deze innerlijke inwijding wordt bewerkstelligd door de Heilige Geest tijdens de hesuchia meditatie (het stiltegebed: ἡσυχία). De hesuchia meditatie wordt later op deze webpagina behandeld.

 

Alleen door de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn) kan je komen tot Christus (het nonduale bewustzijn) en alleen door Christus (het nonduale bewustzijn) kan je komen tot God (het oorspronkelijke bewustzijn). Het gnostische nondualisme wijst jou de weg om te komen van het ontwaakte bewustzijn, naar het nonduale bewustzijn, tot het oorspronkelijke bewustzijn.

 

Het gnostische nondualisme gaat over liefde (agape: ἀγάπη), vrede (eirene:  εἰρήνη) en compassie (splagchnizomai: σπλαγχνίζομαι). Het gnostische nondualisme leidt tot het bereiken en behouden van nondualiteit. Nondualiteit en dualiteit zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie van de dualiteit. Dualiteit is vol angst, strijd en destructie, maar nondualiteit is vol liefde, vrede en compassie. Nondualiteit kent geen tegenstelling. Waar liefde is kan geen angst zijn, waar vrede is geen strijd en waar compassie is geen destructie. Het gnostische nondualisme is de nonduale weg vol liefde, vrede en compassie.

 

Het eeuwenoude gnostische nondualisme heeft een smetteloze geschiedenis, wat niet bij alle religieuze stromingen het geval is. De geschiedenis van deze gnostische stroming kent geen onderdrukking, veroordelingen en geweld. Het nondualisme is er niet op uit om anderen te bekeren of te overtuigen; het dient van de mens zelf uit te gaan. Er wordt aan de mens op de nondualistische weg niet gevraagd om iets te geloven, maar juist om het zelf te ervaren. Het nondualisme gaat uit van persoonlijke vrijheid en een persoonlijke invulling van het religieuze leven. Het nondualisme is vrij van beperkende dogma's, hiërarchische structuren en uiterlijke autoriteiten. Hoe groot de visies ook kunnen verschillen; het nondualisme respecteert ten alle tijden andere religies, andere stromingen en andersgezinden. Het nondualisme gaat over liefde, vrede en compassie. Het nondualisme pretendeert niet de enige juiste weg te zijn, maar een weg voor degenen die zich voorbestemd voelen om de nondualistische weg te volgen. Zich hiertoe geroepen voelen wordt het ervaren van de "hartstocht (philo: φῐλο) voor goddelijke wijsheid (sophia: σοφῐ́ᾱ)" genoemd.

 

Jezus van Nazareth (Isous tis Nazaret: Ιησούς της Ναζαρέτ) wordt als een mens gezien die tot het oorspronkelijke bewustzijn is gekomen en niet als de enige uitverkorene van God. Jezus werd meestal Nazoreeër (Nazoraios: Ναζωραιος) genoemd, wat de "geheiligde" betekent. Jezus de Nazoreeër (Isous o Nazoraios: Ιησούς ο Ναζωραιος).

 

Christus (Christos: Χριστός) dient men niet te verwarren met de mens Jezus Christus. Met Christus wordt de Christuskracht (het Christusbewustzijn) aangeduid die de mens Jezus van Nazareth verlichtte, waardoor hij Jezus Christus werd. Door middel van de inwijdingsweg van het gnostische nondualisme kan ook jij, net als Jezus, in contact komen met de Christus in jezelf. Alleen door Christus (het nonduale bewustzijn) kan je komen tot God (het oorspronkelijke bewustzijn).

 

Jezus werd geboren in de stad Bethlehem te Judea, maar hij groeide op in de stad Nazareth te Galilea. Hij genoot daar een Joodse opvoeding bij zijn ouders Jozef en Maria. Jezus werd gedoopt door de Joodse asceet Johannes de Doper in Juda aan de Jordaanoever. In de voorchristelijke traditie was het doopsel een inwijdend reinigingsritueel voor volwassenen, waarin het (onreine) verleden werd weggespoeld voor het religieuze leven. Na Zijn doop werd Jezus door de Heilige Geest naar de eenzaamheid van de woestijn geleid, om door de duivel verzocht te worden. Na veertig dagen en nachten vasten had Hij deze verzoeking doorstaan. Jezus ging vervolgens "Zijn eigen weg." Johannes had tegen de mensen gezegd: "Ik heb u allen gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest." Marcus (1:8) De weg van Jezus is geen uiterlijke inwijding door mensen, maar een innerlijke inwijding door de Heilige Geest, op weg naar de verwezenlijking van het Christusbewustzijn (de innerlijke Christus).

 

De kerkelijke stromingen zien Jezus als de 'goddelijke' verlosser, terwijl de gnostische stromingen Jezus zien als een 'menselijke' verlosser. Er bestaan twee hoofdstromingen binnen het gnosticisme: de Joods-christelijke traditie en de Grieks-christelijke traditie. Het grote verschil is dat de Joods-christelijke traditie (net als het kerkelijke christendom) uitgaat van het Oude en Nieuwe Testament, terwijl de Grieks-christelijke traditie alleen uitgaat van het Nieuwe Testament. De Grieks-christelijke gnostici erkennen het Oude Testament niet als een heilig boek. Binnen deze twee hoofdstromingen zijn er aftakkingen, zoals het kabbalisme in de Joods-christelijke traditie en het nondualisme in de Grieks-christelijke traditie. Het gaat hier om het gnostische nondualisme.

 

Het gnostische nondualisme is gebaseerd op meerdere uitspraken van Jezus en Paulus uit het Nieuwe Testament die wijzen op nondualiteit. Jezus zei: "Ik en de Vader zijn één." Johannes (10:30). Jezus zei: "Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien." Johannes (14:9) Jezus zei: "Op die dag zult u weten, dat ik in mijn Vader ben, en u in Mij, en Ik in u." Johannes (14:20) Jezus zei: "Opdat zij allen één zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn." Johannes (17:21) Jezus zei: "Opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn." Johannes (17:22) Jezus zei: "Opdat zij volmaakt zijn in één." Johannes (17:23) Paulus zei: "In Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij." Handelingen (17:28) Paulus schreef: "Dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben." 1 Korinthiërs (13:12) Paulus schreef: "Niet ik, maar Christus leeft in mij." Galaten (2:20) Paulus schreef: "Christus is in u, met de verwachting der heerlijkheid." Kolossenzen (1:27) Paulus schreef: "En als jullie één zijn met Christus, woont God Zelf in jullie." Kolossenzen (2:10) 

 

Het gnostische nondualisme is gericht op het opheffen van de afgescheidenheid van God. Het doel is het realiseren van de eenheid met God, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd.

 

"Als iemand in Christus is, dan is hij een nieuwe schepping. Het oude is voorbijgegaan en alles is nieuw geworden." 2 Korinthiërs (5:17) Deze zin geeft prachtig weer wat het gnostische nondualisme voor ogen heeft. Christus transformeert jou en je leven volledig. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. Jezus is voor ons het voorbeeld van het leven vanuit de Christuskracht (het Christusbewustzijn). Door middel van het gnostische nondualisme kan ook jij in contact komen met de Christus in jezelf. Alleen door Christus (het nonduale bewustzijn) kan je komen tot God (het oorspronkelijke bewustzijn).

 

Het gnostische nondualisme wordt ook wel het Paulinische gnosticisme genoemd. De nieuwtestamentische brieven van Paulus vormen de rode draad in het gnostische nondualisme. De oorspronkelijke naam van Paulus was Saulus van Tarsus. Hij was eerst een gewelddadige christenvervolger, maar hij liet zijn verleden achter zich en werd één van de meest toegewijde christenen in de geschiedenis. Paulus was van oorsprong een Farizeeër (Jood), maar distantieerde zich net als Jezus van het Jodendom. Ondanks het feit dat Jezus zich had gedistantieerd van het Jodendom, bleven de eerste christenen zich vasthouden aan de Joodse traditie, waardoor er gesproken werd over de Joods-christelijke traditie. Paulus had net als Jezus een grote liefde voor de Joodse mensen, maar hij had net als Jezus niets meer met de Joodse religie. Paulus raakte geïnspireerd door de boodschap van Jezus, hij kwam in contact met de Christus in zichzelf en hij werd beïnvloed door de Griekse filosofie. Paulus schreef zijn nieuwtestamentische brieven in het Koine Grieks (Koine: Κοινή) en hij was de eerste christelijke gnosticus in de Griekse cultuur. Paulus zorgde voor het helleniseren (vergrieksen) van het christendom. Hij is de grondlegger van het Grieks-christelijke gnosticisme. Paulus was een goede verstaander van de diepere boodschap van Jezus. Hij stelde de innerlijke gnosis boven elk uiterlijk gezag. Hij keerde zich af van de Joods-christelijke traditie (hij keerde zich niet af van het Joodse en Joods-christelijke volk) en hij waarschuwde tegen de Joods-christelijke dwaalleer: "Ik herinner u eraan dat u, toen ik naar Macedonië reisde, door mij geroepen bent om in Efeze te blijven. Zo ook nu, om mensen daar te behoeden een dwaalleer te onderwijzen en zich te verdiepen in leugens en eindeloze stambomen. Die leiden af van de waarheid en belemmeren de vervulling van het Goddelijke. Het doel is de liefde die voortkomt uit een rein hart, een zuiver geweten en een oprechte toewijding. Zij hebben zich daarvan afgewend. Zij zijn vervallen tot zinloos gepreek over de wet van Mozes, niet verstaande wat zij zo stellig onderwijzen." 1 Timotheüs (1:3-7)

 

De gnostische nondualisten stammen af van de Nazoreeërs (de geheiligden) uit de eerste eeuwen van onze jaartelling (vernoemd naar Jezus de Nazoreeër). Dit waren Grieks-christelijke gnostici, met een grote bewondering voor Paulus, hun grondlegger. In het Nieuwe Testament staat dat de Joodse rechtsgeleerde Tertullus over Paulus zei: "Wij hebben gemerkt dat deze man een ware bedreiging is. Iemand die overal rebellie veroorzaakt onder de Joden. Hij is de oprichter van de Nazoreeërs." Handelingen (24:5)

 

Het verhaal van Paulus wordt in het Nieuwe Testament beschreven in de handelingen der apostelen. De dertien brieven van Paulus zijn de oudste geschriften van het Nieuwe Testament. Ouder dan de vier evangeliën, de handelingen, de acht andere brieven en de openbaring. De nieuwtestamentische brieven van Paulus zijn: de brief aan de Romeinen, de eerste brief aan de Korinthiërs, de tweede brief aan de Korinthiërs, de brief aan de Galaten, de brief aan de Efeziërs, de brief aan de Filippenzen, de brief aan de Kolossenzen, de eerste brief aan de Thessalonicenzen, de tweede brief aan de Thessalonicenzen, de eerste brief aan Timotheüs, de tweede brief aan Timotheüs, de brief aan Titus en de brief aan Filemon.

 

Paulus wijst ons een weg naar de verzoening met God, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd.

 

In het gnostische nondualisme wordt de term 'kerk' ook gebruikt, maar in een totaal ander context dan die van de orthodoxe kerken. In de tijd dat het Nieuwe Testament werd geschreven bestond het 'instituut' kerk helemaal nog niet. De Griekse term voor kerk is kyriakos (κυριάκος), wat "van de Heer" (des Heere) betekent. In het gnostische nondualisme wordt hiermee bedoelt dat je met God als fundament van je bestaan je spirituele leven opbouwt. Je leven is dan van de Heer. De ziel is hierin de tempel die de Godsvonk draagt. Het is de ontmoeting met de Christus in jezelf. Dit hoeft niet in afzondering, maar kan in de gemeenschap (Grieks: ekklesia: ἐκκλησία). Met 'gemeenschap' wordt wederom geen 'instituut' kerk bedoelt, maar 'de mensen met wie jij je leven deelt.' Hier een aantal uitspraken van Paulus uit het Nieuwe Testament die hierop wijzen: "Groet insgelijks de gemeenschap (ekklesia) bij hen aan huis." Romeinen (16:5) "U groeten de gemeenschappen (ekklesia) van Asia. Vele groeten in den Heere van Aquila en Prisca en van de gemeenschap (ekklesia) bij hen aan huis." 1 Korinthiërs (16:19-20) "Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeenschap (ekklesia) bij haar aan huis." Kolossenzen (4:15) "Aan Apfia, de zuster, aan Archippus, onze medeganger, en aan de gemeenschap (ekklesia) in uw huis." Filemon (2-3)

 

Het gnostische nondualisme kent geen instituut (kerk, tempel, loge, orde of genootschap), geen hiërarchie en geen priesterkaste. Dat is iets wat mensen in andere stromingen er later van gemaakt hebben. Een nondualist wordt niet (zoals bij andere inwijdingswegen) ingewijd door mensen, maar ontvangt een innerlijke inwijding van de Heilige Geest, op weg naar de verwezenlijking van het Christusbewustzijn (de Christus in jezelf). De enige spirituele leraar die jij daarin nodig hebt zit in jezelf (de Heilige Geest). De leerschool die jij daarvoor nodig hebt is het leven zelf. Hoewel de orthodoxe kerk de Griekse term presbuteros (πρεσβύτερος) heeft vertaald als priester in de zin van ambtsdrager, betekent presbuteros 'ouderling.' In het gnostische nondualisme wordt iemand een 'ouderling' genoemd als diegene de gnosis heeft doorgrond. Dit heeft niets met de aardse leeftijd te maken, maar wijst op de rijpheid van de ziel. Dit wordt de palia gnosis (παλιά γνῶσις) genoemd, hetgeen het "oude weten" betekent. Mannen en vrouwen zijn in het nondualisme gelijk. Een mannelijke ouderling wordt in het Grieks een patera (geestelijke vader: πατέρα) genoemd en een vrouwelijke ouderling een mitera (geestelijke moeder: μητέρα).

 

Van oudsher is het gnostische nondualisme een mondelinge traditie die op een persoonlijke wijze één op één wordt overgedragen van ouderling op jongeling of van ouderling op een select groepje jongelingen. Deze wijze van overdracht is gebaseerd op de overdracht van Jezus op de 12 apostelen. De kerk noemt de 12 apostelen de discipelen (volgelingen) en zendelingen van Jezus. De kerk vertaald het woord apostel als 'gezant/gezondene.' Het woord apostel komt echter van het Griekse woord apostolos (ἀπόστολος), hetgeen "getuigen" betekent. Zij waren als metgezellen getuigen van zijn leven vanuit het Christusbewustzijn. Hij was hun 'ouderling.' Een ouderling is onbaatzuchtig in het begeleiden van een jongeling, omdat deze voorbestemd op zijn/haar levenspad komt. Omdat de jongeling voorbestemd is om naar de ouderling te komen zou je iemand wel een 'gezondene' kunnen noemen; de jongeling gezonden naar de ouderling. En de ouderling gezonden naar de jongeling. Maar géén zendeling die de wereld ingaat om anderen te bekeren, zoals de orthodoxe kerken dat interpreteren. Wel bekering in de zin van 'omkering' van het egobewustzijn (Demiurg) naar het eenheidsbewustzijn (Christus). In het gnostische nondualisme spreken we dan over 'inkeer' door zelfbezinning. Metanoia (μετάνοια) is het Griekse woord in het Nieuwe Testament dat aangeeft dat iemand tot inkeer is gekomen. Meta betekent "met" en noia betekent "inzicht." Hierin is de ouderling geen spirituele leraar, maar een medemens die de jongeling helpt om in contact te komen met de spirituele leraar in zichzelf (de Heilige Geest), op weg naar het eenheidsbewustzijn (Christusbewustzijn). Elke nondualist helpt op zijn/haar eigen unieke wijze anderen om tot ontwaking te komen uit de illusie van de dualiteit. Hiervoor hoeft je niet per se naar buiten te treden als nondualist. Het is voldoende om 'gewoon' je leven te leven. Dat kan 'stilzwijgend.' Je eigen ontwikkeling zal een doorwerking hebben op anderen, zonder dat je het per se hoeft te hebben over het nondualisme. Als iemand begrijpt wat je bedoelt, praat dan. Als iemand niet begrijpt wat je bedoelt, zwijg dan. Je zult merken dat jouw compassievolle innerlijke vrede als vanzelf een gunstige invloed heeft op je omgeving. Als je toch de behoefte voelt om het met anderen te delen, dan kan je hen altijd wijzen op deze webpagina.

 

De persoonlijke overdracht van ouderling op jongeling is tegenwoordig niet meer onmisbaar. Vroeger kon de overdracht alleen persoonlijk plaatsvinden van ouderling op jongeling en kon het niet openbaar worden gemaakt, omdat het verborgen moest blijven in verband met de vervolging van de kerk. Het enige wat op schrift werd gesteld zijn de aantekeningen die de jongeling maakte van de wijze lessen van zijn/haar ouderling. Zo zette het zich voort van generatie op generatie. Heden ten dage is deze geheime overdracht niet meer nodig. Deze webpagina omvat alle inzichten en oefeningen om de "inwijding der ouderlingen" te volgen. Je leert alles wat voorheen door een ouderling werd onderwezen. Als je op deze webpagina terecht bent gekomen en deze inwijdingsweg jou aanspreekt, dan ben je voorbestemd om deze weg te gaan. Je kunt deze weg solitair volgen of samen met iemand/anderen, met deze webpagina als leidraad.

 

Hier volgt de inwijdingsweg in het gnostische nondualisme. We beginnen met het gnostische scheppingsverhaal (God, schepping en evolutie) uit de Grieks-christelijke traditie. Dit gnostische scheppingsverhaal onthult de inhoud en het doel van het esoterische (innerlijke) christendom. Dit gnostische scheppingsverhaal verschilt wezenlijk van het scheppingsverhaal van het Joods-christelijke gnosticisme en het orthodoxe kerkelijke christendom. De Grieks-christelijke gnostici hadden en hebben een hele andere interpretatie. De liefdevolle God waar Jezus over sprak kan onmogelijk dezelfde zijn als de jaloerse en wraakzuchtige Heer van het Oude Testament.

 

Jezus was hier zelf heel duidelijk over:

 

'Ik spreek over wat ik gezien heb bij mijn Vader, u doet wat u gehoord hebt van uw vader.' 'Onze vader is Abraham,' zeiden ze. Maar Jezus zei: 'Als u echt kinderen van Abraham bent, zou u moeten doen wat Abraham deed. Maar nee, u wilt mij, iemand die u de waarheid heeft gezegd die hij van God gehoord heeft, doden. Zoiets heeft Abraham nooit gedaan. Maar u doet inderdaad wat úw vader deed!' Ze zeiden: 'Wij zijn geen bastaardkinderen! We hebben maar één Vader: God.' 'Als God uw Vader was,' zei Jezus tegen hen, 'zou u mij liefhebben, want ik ben bij God vandaan gekomen en kom namens Hem. Ik ben niet namens mezelf gekomen, maar Hij heeft mij gezonden. Waarom begrijpt u niet wat ik zeg? Dat komt omdat u mijn woorden niet kunt aanhoren. Uw vader is de duivel, en u doet wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen. Maar mij gelooft u niet, want ik spreek de waarheid. Kan één van u mij van zonde beschuldigen? Als ik de waarheid spreek, waarom gelooft u me dan niet? Wie van God is, luistert naar de woorden van God. U luistert niet, omdat u niet van God bent.' Johannes (8:38-47)

 

Deze boosaardige Heer van het Oude Testament, waar Jezus op doelt, deed zich voor als God, alsof hij werkelijk God was. Deze Heer van het Oude Testament wordt in het Hebreeuws Jahweh genoemd. Jahweh betekent "Ik ben de Heer." Jahweh is in werkelijkheid geen God, maar Satan (de duivel), zoals Jezus zei. Jahweh is de scheppende schijngod van deze wereld. In het Oude Testament wordt Jahweh in het Hebreeuws tevens Elohay Elohim genoemd, hetgeen "god der goden" betekent, wat wijst op Satan als valse god en zijn handlangers (afgoden, demonen). Jahweh wordt in het Griekse gnosticisme aangeduid als de Demiurg. Dit is afgeleid van het Griekse demiourgos (δημιουργός), wat de "schepper" betekent. Satan is de gevallen engel Lucifer. Hij is de schepper (Demiurg) van de stoffelijke wereld. Lucifer (Satan) wordt door Paulus in het Nieuwe Testament de "god van deze wereld" genoemd. 2 Korinthiërs (4:4) Jezus heeft verkondigd dat wij in de wereld, maar niet van de wereld zijn. Johannes (17:14-16). Er is maar één ware God en dat is de Heer van het Nieuwe Testament, die zich niet identificeert met het stoffelijke bestaan. God wordt in het Nieuwe Testament aangeduid met de Griekse namen Theos (God: Θεός), Kyrios (Heer: Κύριος), Patera (Vader: Πατέρα), Despotes (Meester: Δεσπότης), Pantocrator (Alomvattende: Παντοκράτωρ) en Logos (Geopenbaarde: Λόγος). Logos betekent "openbaring," waarmee de openbaring van God wordt bedoelt. God is dus de Geopenbaarde. God openbaarde zich door het leven en spreken van Jezus. Jezus openbaarde God. Logos heeft in het Nieuwe Testament dus een andere betekenis dan die er tegenwoordig aan wordt gegeven (woord, logica).

 

Lucifer (Satan) ligt aan de oorsprong van de stoffelijke wereld (met ruimte en tijd) ten grondslag. Uit God (die vrij is van ruimte en tijd) kwamen Christus en de engelen voort die één waren met God. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. Christus is het hoofd der engelen. Er heerste totale eenheid, totale nondualiteit, in de volheid van het alomaanwezige en alomvattende onstoffelijke hemelrijk (pleroma: πλήρωμα). De lichtdragende engel Lucifer wilde regeren als hoofd over Christus en alle engelen en werd vanuit die intentie duaal. Hij gaf zich over aan hoogmoed en verlokte er andere engelen mee. Na hoogmoed komt de val. De gevallen engelen kregen spijt van hun zonde en wilden vanuit de duisternis terugkeren naar de hemel, maar daar stak Lucifer een stokje voor. Met de bedoeling om de gevallen engelen gevangen te houden schiep Lucifer het stoffelijke universum met zijn ontelbare sterrenstelsels (die voortkwam uit het onstoffelijke, dat fijnstoffelijk werd en verdichte tot het grofstoffelijke), waaronder de aarde (naast vele andere leefbare planeten in andere zonnestelsels), en zette hun zielen in stoffelijke lichamen gevangen die vanuit de evolutie in ruimte en tijd op aarde vegetatieven (planten), sensitieven (dieren) en intellectuelen (mensen) werden, die onderhevig zijn aan de cyclus van dood en wedergeboorte in het stoffelijke. Lucifer werd Satan, heerser van het duale rijk, met als dieptepunt de hel. De hel vol gevallen engelen die niet naar de hemel wilden terugkeren, omdat zij mee wilden regeren met Satan (de duivel) en daardoor demonen werden. Niet God maar Lucifer is dus de schepper van het vergankelijke bestaan, de duale denkgeest en het pijnlijke lijden. Het is de vergankelijke schepping van Lucifer waarin de mens gevangen zit. De mens (en al het leven) heeft echter nog steeds de Godsvonk in zich en daarmee de mogelijkheid om zichzelf te verlossen in nondualiteit. De mens heeft de mogelijkheid om terug te keren naar en thuis te komen in het hemelrijk van God. De weg die leidt tot deze spirituele bevrijding wordt hieronder omschreven.

 

De gnostische nondualisten waren er in het verleden goed in om hun uitdrukking over God aan te passen aan de Joods-christelijke traditie, om vervolging door de kerk zoveel mogelijk te voorkomen. Echter; als een gnostische nondualist destijds sprak over God als schepper van hemel en aarde, die de wereld heeft gemaakt en alles wat er leeft, dan had dat een hele andere context en samenhang dan in het kerkelijke christendom. De duale stoffelijke wereld is niet door God geschapen. Toch is God de bron van alles, omdat ook Lucifer geboren is uit God. Lucifer is geen eenheid meer met God zoals Christus dat is, maar Lucifer komt wel voort uit God. God is de opperschepper, waaruit alles (direct en indirect) voortkomt.

 

De duisternis wordt in het gnostische nondualisme gezien als de schaduw van het licht. Licht en duisternis zijn geen tegengestelden. Waar licht is kan geen duisternis zijn. Als de schaduw wordt belicht, dan is er geen schaduw meer. De verlichte mens (degene die in het licht leeft) wordt gezien als iemand die uit de schaduw is gestapt. Zelfs de duisternis van de duivel zelf zal uiteindelijk worden opgeheven, doordat het licht van Christus elke duisternis tenietdoet. De afgescheidenheid (dualiteit) zal uiteindelijk weer opgaan in de absoluutheid (nondualiteit).

 

Lucifer is de verloren zoon van God. Het verhaal van de verloren zoon is een prachtige metafoor over de weg terug naar God. Dit verhaal heeft ook betrekking op Michaël (de aartsengel des lichts) en Lucifer (de prins der duisternis). Uiteindelijk zal ook Lucifer weer thuiskomen.

 

Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: 'Vader, geef mij het deel van ons vermogen, dat mij toekomt.' En hij verdeelde het bezit onder hen. Enkele dagen later verzilverde de jongste zoon zijn bezit en ging op reis naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen er doorheen joeg. Toen hij alles had uitgegeven, kwam er een zware hongersnood in dat land en hij had niets meer te eten. Daarom ging hij werken bij één van de boeren in dat land. Die stuurde hem naar het veld om de varkens te verzorgen. De zoon had zo’n honger dat hij zelfs het varkensvoer op wilde eten. Maar niemand gaf hem iets. Toen dacht hij: 'Thuis hebben zelfs de armste arbeiders altijd genoeg te eten. En ik ga hier dood van de honger. Ik ga terug naar mijn vader en zal tegen hem zeggen: Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover de hemel en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn. Behandel mij voortaan net zoals uw armste arbeiders.' Toen ging de zoon terug naar zijn vader. De vader zag zijn zoon al vanuit de verte aankomen. En meteen kreeg hij medelijden. Hij rende naar zijn zoon toe, sloeg zijn armen om hem heen en kuste hem. De zoon zei: 'Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover de hemel en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn.' Maar de vader zei tegen zijn bedienden: 'Haal snel mijn mooiste jas voor mijn zoon en trek hem die aan. Doe een ring om zijn vinger en doe schoenen aan zijn voeten. Haal het vetste kalf en slacht het. We gaan eten en feestvieren!' Want mijn zoon was dood, maar nu leeft hij weer. Ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer gevonden.' Toen gingen ze feestvieren. De oudste zoon was nog op het land. Toen hij thuiskwam, hoorde hij dat er muziek gemaakt werd, en dat er werd gedanst. Hij riep één van de bedienden en vroeg waarom er feest was. De bediende zei: 'Je broer leeft nog! Hij is terug, en je vader heeft het vetste kalf laten slachten, omdat hij zijn jongste zoon terug heeft.' Toen werd de oudste zoon boos. Hij wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader kwam naar hem toe en zei: 'Ga toch mee naar binnen.' Maar de zoon antwoordde: 'Ik werk nu al vele jaren voor u. Ik heb altijd gedaan wat u van mij vroeg. Toch heeft u voor mij nooit een dier laten slachten. Niet eens een geitje om feest te vieren met mijn vrienden. Maar nu komt de jongste zoon van u thuis en voor hem slacht u het vetste kalf! Terwijl hij uw geld heeft uitgegeven aan ontspoorde vrouwen.' Toen zei de vader: 'Lieve jongen, jou heb ik altijd bij me. En alles wat van mij is, is van jou. Maar we kunnen niet anders dan blij zijn en feestvieren. Want je broer was dood, maar hij leeft weer. We waren hem kwijt, maar nu hebben we hem weer gevonden.' Lucas (15:11-32)

 

Helaas werd en wordt de boodschap van Jezus door veel (christelijke) mensen verkeerd geïnterpreteerd door alles letterlijk te nemen. Een voorbeeld is dat Jezus niet letterlijk over het water liep (Matteüs 14:24-32), maar dat dit symbolisch aanduid dat hij hielp en helpt wanneer je in emotionele nood verkeerd in de lucide levenscyclus, door met liefde de angst weg te nemen en je vertrouwen te geven in het hemelse licht tijdens de aardse duisternis. Er zijn vele verkeerde interpretaties van het heilige schrift vanuit het kerkelijke christendom. Bijvoorbeeld omtrent Maria, de moeder van Jezus. Geestelijke reinheid (onbevlekte zuiverheid) werd door de orthodoxe kerk verward met fysieke maagdelijkheid, terwijl hier gewezen wordt op de geestelijke ontvangenis van de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn). Moeder Maria was dus ingewijd door de Heilige Geest (zij had het ontwaakte bewustzijn bereikt) en wist dat haar kind gezegend zou zijn met de Heilige Geest (aangeboren ontwaakt bewustzijn). Jezus kwam als mens voort uit de pure liefde tussen Jozef en Maria, ondanks dat zij nog niet in een synagoge getrouwd waren (wel in ondertrouw) en nog niet samenwoonde (wat in die tijd pas mocht na het huwelijk). Een vrouw die verloofd (in ondertrouw) was, maar al intiem was met haar verloofde voordat zij getrouwd waren, werd als een schande gezien. Laat staan als de vrouw in verwachting was van een buitenechtelijk kind, zoals het geval was bij Maria. Zo zijn er vele voorbeelden te geven, zoals Maria Magdalena die door de orthodoxe kerken onrecht is aangedaan. De orthodoxe kerken hebben Maria Magdalena als vrouw verlaagd tot een vrij onbelangrijk mens met een onrein verleden. Zij was de meest trouwe metgezel van Jezus. Zij bleef aan zijn zijde tot aan de kruisiging en was getuige van zijn zielverschijning na zijn dood. Jezus was niet fysiek opgestaan uit de dood, zoals de kerken het interpreteren. Hij liet aan Maria Magdalena zien dat de fysieke dood geen einde is van het leven. Lees de geschriften dus met zorg, zodat je echt ziet en begrijpt wat er werkelijk staat en bedoeld wordt. Kijk naar de diepere spirituele betekenis van het heilige schrift en laat de symboliek goed tot je doordringen. De methode van de heilige schriftlezing helpt jou daarbij. De heilige schriftlezing wordt later op deze webpagina behandeld.

 

De mens heeft een aards lichaam met denkgeest én een onstoffelijke ziel met Goddelijke vonk. In het gnostische nondualisme wordt aangegeven dat de mens bestaat uit de onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή), de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα), het onstoffelijke geesteshart (kardia: καρδιά), de aardse denkgeest/het verstandelijke intellect (nous: νούς) en het aardse lichaam (soma: σῶμα). Er wordt ook gerefereerd aan de ziel als het geestelijke lichaam (soma pneumatikos: σῶμα πνεύματικόν). De onsterfelijke ziel is verbonden met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα).

 

Het aardse lichaam bestaat uit een grofstoffelijk en een fijnstoffelijk lichaam. Het nondualisme richt zich niet op de fijnstoffelijke energiecentra en energielagen. Want fijnstoffelijk is nog steeds stoffelijk. Wij gaan uit van de onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή) die de Godsvonk (Theos: Θεός) draagt. Hierin is maar één centrum van belang; je spirituele geesteshart (hartcentrum: kardia: καρδιά) in het midden van je borstkas. Dit is de zetel van de Godsvonk.

 

In het nondualisme gaan we niet uit van een Zelf. Ook geen Hogere of Ware Zelf, omdat dit nog steeds wijst op de denkgeest met zelfbewustzijn (je ikje). Het nondualisme heeft het dan ook niet over een ware Zelf, maar over het ware ZIJN. Vanuit het ware ZIJN kan jij je Zelf gebruiken als instrument, in plaats van dat je door je Zelf geleid wordt. Je ware ZIJN (Godsvonk) is de waarnemer achter je denkgeest, die zich niet identificeert met het stoffelijke bestaan. De ziel (psyche: ψυχή) draagt de Godsvonk (Theos: Θεός). De onsterfelijke ziel is verbonden met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα) die uitstraalt vanuit de emanatie (Christus: Χριστός) van de innerlijke Goddelijke vonk (het oorspronkelijke bewustzijn).

 

Het gnostische nondualisme richt zich al tijdens het aardse sterfelijke leven op het hemelse onsterfelijke leven. Niet alleen als iets dat komt 'na' de dood van dit aardse sterfelijke leven. Het hemelse onsterfelijke leven is ook aanwezig 'tijdens' dit aardse sterfelijke leven. "Wat nu vergankelijk is, moet zich bekleden met het onvergankelijke en wat nu sterfelijk is, moet zich bekleden met het onsterfelijke. Wanneer dan het vergankelijke zich bekleedt met het onvergankelijke en het sterfelijke met het onsterfelijke zal wat geschreven staat in vervulling gaan: De dood is opgegaan in het onvergankelijke leven." 1 Korinthiërs (15:53-54) Dit wil zeggen dat de aardse dood geen einde is en dat wij ons daar al tijdens ons aardse leven bewust van kunnen zijn. Dit neemt de angst voor de dood weg. De aardse dood is geen einde, maar een afronding van een fase van je zielereis. Dit aardse leven is dus slechts een korte fase tijdens de lange reis van je onsterfelijke ziel. De ziel is onderhevig aan de cyclus van dood en wedergeboorte in het stoffelijke (dit wordt later op deze webpagina verder toegelicht). Het doel is om deze cyclus te doorbreken, door de innige vereniging met God. Het aardse lichaam is bekleed met het geestelijke lichaam (de ziel). Het gnostische nondualisme richt zich al op de onvergankelijke ziel tijdens dit vergankelijke aardse leven. 

 

God is de bron (het oorspronkelijke bewustzijn). Christus is de emanatie vanuit de bron (het Christusbewustzijn, oftewel het eenheidsbewustzijn/het nonduale bewustzijn). De Heilige geest (het ontwaakte bewustzijn) is de poort naar de innerlijke Christus (het nonduale bewustzijn). De ziel is verbonden met het charisma (de onstoffelijke bewustzijnsenergie) van de emanatie (de innerlijke Christus). De Christus in onszelf is onze engelennatuur. Het Christusbewustzijn (het nonduale bewustzijn) voltrekt zich uitsluitend in de meditatieve beleving van nondualiteit. De heilige drie-éénheid bestaat uit de Vader (oorspronkelijk bewustzijn), de Zoon (nonduaal bewustzijn) en de Heilige Geest (ontwaakt bewustzijn). Alleen door het ontwaakte bewustzijn kan je komen tot het nonduale bewustzijn en alleen door het nonduale bewustzijn kan je komen tot het oorspronkelijke bewustzijn. God (oorspronkelijk bewustzijn), Christus (nonduaal bewustzijn) en de Heilige Geest (ontwaakt bewustzijn) zijn zowel in jezelf als buiten jezelf.

 

God is niet persoonlijk en mannelijk, zoals de orthodoxe kerkelijke christenen dat interpreteren. Het woord God kan ook vervangen worden met de bron, het licht, het oorspronkelijke bewustzijn, het Absolute, de Alomvattende of de Ene. God is onzijdig en onpersoonlijk. De enige reden waarom wij God met U aanspreken is omdat dit de respectvolle verhouding tot de Ene voor ons mensen toegankelijker en intenser maakt. De persoonlijke verhouding tot God is onze projectie op het onpersoonlijke. God als Vader of Moeder benoemen is onze projectie op het onzijdige. God (Vader/Moeder), Christus (Zoon/Dochter) en de Heilige Geest zijn onzijdig. God is onzijdig, maar wordt 'meestal' symbolisch als Vader aangesproken, omdat ontvangenis een vrouwelijke eigenschap is die wij nodig hebben om God in onszelf toe te laten. In deze symboliek wordt gewezen op de geestelijke ontvangenis. Hierin is ontvangenis een gemoedstoestand waarin iemand open staat voor God. Om dezelfde reden spreken we over Christus als de Zoon. Maar Christus kan net zo goed aangesproken worden als Dochter. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. God is (evenals Christus en de Heilige Geest) niet mannelijk, net zomin als dat Hij vrouwelijk of een 'het' zou zijn. Het woord "Hij" is een taalsymbool voor het Absolute (God), hetgeen op zichzelf niet onder woorden te brengen is. Hij kan je vervangen door Zij. Hem kan je vervangen door Haar. God is God. God is uniek en onvergelijkbaar. Op God is geen onderscheid van toepassing. God gaat het mannelijke en vrouwelijke te boven. God is nonduaal. Misschien vindt jij het moeilijk of ongemakkelijk om God als Vader te benoemen. Voor jou kan het dan goed zijn om God als Moeder te benaderen. Je mag God benaderen op een wijze die voor jou goed voelt. Als Jezus ons benadrukt dat we uit God geboren zijn, dan legt Jezus de nadruk op God als Moeder. Want als je denkt aan een geboorte, dan denk je aan een barende vrouw en niet aan een man. Petrus gaat in het Nieuwe Testament verder in op God als Moeder en moedigt aan om te gaan drinken uit de borst van Moeder God: "Wees als pasgeboren kinderen, verlangend naar de geestelijke melk, om te groeien en het heil te ontvangen." 1 Petrus (2:2-3) Het woord God wordt in het nondualisme dus onzijdig gebruikt. Vanwege de onzijdigheid van God (en het woord God) spreken we in het nondualisme niet over Godin. Het oorspronkelijke bewustzijn (God) heeft namelijk geen tegenhanger.

 

Mensen maakten en maken God tot een wonderdoener en zij baden en bidden voor persoonlijk gewin. God geeft niet wat jij op aarde wilt, maar "is" datgene wat jij spiritueel nodig hebt om het aardse bestaan te ontstijgen. Het is onze taak om vanuit ons ware Zijn (Godsvonk) de materie en dualiteit te ontstijgen. Een weg van bevrijding die zich uitsluitend voltrekt in nondualiteit.

 

Niet alleen Jezus was een kind van God. Wij zijn allen kinderen van God. Net als Jezus en Paulus kunnen wij in contact komen met de Christus in onszelf. Als je kinderen hebt of een kind zou hebben, dan geef je die al je liefde. Geef die liefde ook aan het kind in jezelf. Je gaat van het arrogante duale egobewustzijn (Demiurg) vol angst, strengheid en strijd naar het luisterende nonduale Christusbewustzijn (Christus) vol liefde, mildheid en vrede.

 

De weg van de nondualiteit leidt tot de terugkeer in het hemelrijk. De terugkeer in het hemelrijk vindt niet alleen plaats na de fysieke dood, maar kan al in jezelf plaatsvinden tijdens dit aardse leven. Dat wordt bedoeld met 'de hemel op aarde.' We spreken in het nondualisme dan over 'de opstanding' van Christus in jezelf.

 

Jezus is niet voor onze zonden aan het kruis gestorven (dat hebben mensen hem aangedaan), maar hij heeft zijn leven wel toegewijd aan (gegeven voor) onze bevrijding van de oerzonde, door ons zelfs tot op het laatste moment van zijn aardse leven een weg te wijzen die ons in contact brengt met de Christus in onszelf. Dat wordt bedoelt met "Hij die ons liefheeft en ons in Zijn bloed gereinigd heeft van onze zonden." Openbaring (1:5) De oerzonde die wij hebben begaan is de hemelval. Alle zonden (alle kwaden) komen voort uit de oerzonde. Jezus wijst ons een weg van bevrijding uit de macht van de oerzonde. Nondualisten wachten niet op de wederkomst van Christus, want de wederkomst van Christus vindt plaats in jezelf. Het gaat hier niet over de mens Jezus Christus, maar over de Christuskracht (het Christusbewustzijn) die de mens Jezus van Nazareth verlichtte. Het symbool van Christus is het kruis (lijdzaamheid), omdat het leven van de gekruisigde mens Jezus voor ons het voorbeeld is voor het leven vanuit de Christuskracht (het Christusbewustzijn). Zijn lijdzaamheid dient als een voorbeeld voor ons. Het helpt ons om ons eigen levenskruis te dragen. Het symbool van de duivel (Satan) is het beest; de Bok van Mendes (beestachtigheid). Het Griekse woord efseveia (ευσέβεια) betekent "vroomheid." Het wordt vaak verkeerd vertaald als Godvrezendheid, terwijl hier Godsvruchtigheid mee wordt bedoelt. Wees dus niet Godvrezend, maar Godsvruchtig. Het is de Demiurg (Satan) uit het Oude Testament, die zich bij de mensen voordeed als God, die wilt dat jij hem vreest. De ware God uit het Nieuwe Testament is de bron van liefde. Het nondualisme is de weg terug naar de ware God. De weg die ons verlost van de zonde van de hemelval, waar al het kwaad uit voortkomt. Het Griekse woord voor zonde is hamartia (ἁμαρτία), wat "(het doel) missen" betekent in de zin van "aan het ware Zijn voorbij leven." Het nondualisme brengt jou in contact met je ware Goddelijke essentie, die vrij van zonde is, zodat je niet meer aan je ware Zijn voorbij leeft. Je leeft dan vanuit je ware Zijn (Godsvonk), die ware liefde is.

 

De mens is geboren met het verlangen (heimwee) om terug te keren naar de eenheid (nondualiteit) in de hemel. Dit is een religieus verlangen. Religie komt van het Latijnse woord religare (Grieks: pistis: πίστις), hetgeen 'herverbinding' betekent. De herverbinding met de oneindige alomaanwezige bewustzijnsbron (God). Deze herverbinding voltrekt zich uitsluitend in de directe nonduale ervaring van het Christusbewustzijn (het eenheidsbewustzijn).

 

Als je als mens niet meer weet waar je spiritueel vandaan komt of waar je spiritueel naartoe gaat, dan spreken we in het nondualisme over "de dwaling." Deze dwaling is het spiritueel verdwaald zijn. Het doel van het nondualisme is het spirituele thuiskomen in jezelf. In het Nieuwe Testament staat beschreven dat Jezus de zieken geneest. In het nondualisme wordt dit gezien als 'het herstel' (de heling) van de ziel door de uitweg uit de dwaling die Jezus ons wijst. De transformatie van de duisternis in het licht wordt vaak vooraf gegaan door een identiteitscrisis, waarin het ego (de denkgeest) wordt losgeweekt van het oorspronkelijke bewustzijn. Dit is een proces waarin je kunt ervaren dat je geen blijvende gelukzaligheid kunt bereiken vanuit de denkgeest en dat er een veel hoger en groter bewustzijn werkzaam is in de ziel. Dit wordt in het nondualisme "het ontwaken uit de donkere nacht van de ziel" genoemd. Door het licht bloei je open als een bloem en zul je de hemelse nectar proeven.

 

Spiritualiteit is als een vrucht. Duizenden woorden kunnen de smaak niet omschrijven. Je dient het zelf te proeven om te weten hoe zalig het is. Spiritueel ontkennen is voor de blinden. Spiritueel geloven is voor de naïeven. Spiritueel weten is voor de wijzen. Het nondualisme gaat over het diepere innerlijke weten (gnosis). Het nondualisme begint met een diepe milde zelfbeschouwing. Confronterende zelfbeschouwing (Demiurg) leidt tot de beknelling van de denkgeest. Liefdevolle zelfbeschouwing (Christus) leidt tot de verheffing van de ziel. Het nondualisme schenkt je innerlijke gelukzaligheid. Geluk is innerlijke vrede die zorgt voor een continu gevoel van tevredenheid. Innerlijke vrede komt voort uit het volledig accepteren van wat er hier en nu is, vanuit de volle overgave aan God. In het nondualisme wordt dit het 'wensloze geluk' genoemd. Wensloos geluk is het continu aanwezig zijn van een diep gevoel van tevredenheid, zonder reden of aanleiding. Gelukkig zijn is dan niet meer afhankelijk van aardse omstandigheden. Veel mensen voelen zich leeg, doordat ze niet meer in verbinding zijn met de bron (God). Door het nondualisme wordt je vervuld door de herverbinding met de bron. Het nondualisme is geen weg die je volgt vanuit wilskracht. Iets met volle overgave ondergaan (ontspannen bezieling) is iets anders dan vanuit een sterke wilskracht handelen (gespannen ego). Door wilskracht stagneert overgave. Overgave ontstaat zodra je wilskracht loslaat. Door overgave vloeit alles als vanzelf moeiteloos uit je voort. Dit wordt bedoelt met "niet mijn wil maar Uw wil geschiede." Dit wil zeggen dat jij je wilskracht loslaat vanuit de volle overgave aan God. Mattheüs (26:39) Marcus (14:36) Lucas (22:42)

 

Er bestaan meerdere hemelse lichtengelen (ouranios aggelos: ουράνιοι άγγελοι): aartsengelen (archaggelos: ἀρχάγγελοι), serafijnengelen (serapheim: σεραφείμ), cherubijnengelen (cheroubim: χερουβιμ), beschermengelen (fylaka: φυλακα), mensengelen (anthropos: άνθρωπος) en natuurengelen (xotiko: ξωτικο). De aartsengelen en serafijnengelen behoren tot de eerste (hoogste) hemelse sfeer. De cherubijnengelen en beschermengelen behoren tot de tweede hemelse sfeer. De mensengelen en natuurengelen behoren tot de derde hemelse sfeer. Dit is geen engelenhiërarchie; zij behoren tot de drie-éénheid Vader, Zoon en Heilige Geest. Wij mensen communiceren in talen. Christus en de engelen van God communiceren telepathisch met energiefrequenties. Ongeacht welke taal je spreekt, er is geen begrip die daarin ontbreekt. Het is de universele communicatie. Engelen worden in het Nieuwe Testament in meervoud 79 maal genoemd. Engel wordt in het Nieuwe Testament in enkelvoud 95 maal genoemd. Iedereen heeft een beschermengel. Je kan spontaan intuïtief contact hebben met je beschermengel of doelbewust contact maken. Vaak verschijnen beschermengelen ook tijdens uittredingsdromen. Je kunt bidden tot de engelen (Engelen van God, ontferm U over mij) en door hen worden geïnspireerd. Voorzichtigheid is hierin geboden. Satan en zijn demonen (engelen der duisternis) zijn misleidend. Satan en zijn engelen der duisternis kunnen zich voordoen als een engel des lichts. 2 Korinthiërs (11:14) Daardoor kan een demoon in je energieveld met je meeliften en je kunt zelfs bezeten raken, met alle rampzalige gevolgen van dien. Als iemand een meelifter heeft dan wordt diegene erg onrustig en krijgt het gevoel niet helemaal zichzelf te zijn. Als iemand bezeten is dan gaat diegene zich duivels gedragen (demonisch denken, voelen en handelen). Het Jezusgebed zal dan verlossing geven (voor jezelf of iemand anders). De duisternis kan namelijk het licht niet verdragen. Het licht en de duisternis zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie uit de duisternis. De duisternis is duaal (angst, strijd en destructie), maar het licht is nonduaal (liefde, vrede en compassie). Nondualiteit kent geen tegenstelling. Waar licht is kan geen duisternis zijn, waar liefde is geen angst, waar vrede is geen strijd en waar compassie is geen destructie. Een engel die een bepaalde spirituele boodschap komt verkondigen is niet vanzelfsprekend een engel van God. Galaten (1:8-9) Als een engel je bescherming biedt of iets duidelijk wilt maken, dan dient de engel zich vanzelf aan. Als een engel aan je verschijnt en dit niet goed voelt, bid dan het Jezusgebed voor bescherming. Het Jezusgebed wordt later op deze webpagina behandeld. Over het algemeen tonen de engelen van God zich niet en doen hun werk in stilte. Dus als een engel verschijnt, dan is voorzichtigheid geboden. Met je persoonlijke beschermengel kan je op een veilige manier bewust contact maken. In het nondualisme doen we dit met behulp van het gidswerk. Het gidswerk wordt later op deze webpagina behandeld. Niet alleen bij engelen, maar ook bij mensen is voorzichtigheid geboden. Mensen zijn oorspronkelijk engelen, zoals in het gnostische scheppingsverhaal is verhelderd. Iemand kan een mens des lichts zijn (een lichtdrager), maar ook een mens der duisternis (een duivelskind). Een mens der duisternis kan zich voordoen als een mens des lichts. Dit betekent niet dat je mensen moet gaan wantrouwen, want wantrouwen is duaal en vertrouwen is nonduaal. Door de intuïtieve ontwikkeling op je inwijdingsweg heb je al snel in de gaten of iemand een lichtdrager is of een duivelskind. Op het moment dat je door hebt dat iemand een duivelskind is dan is dat geen spiritueel oordeel, maar een spirituele constatering. Licht is de liefde, duisternis het kwaad. Richt je op het licht, maar sluit je ogen niet voor de duisternis. Iemand met veel duisternis in zich kan zich, zelfs zonder reden of aanleiding, tegen iemand keren met veel licht in zich. Simpelweg doordat de duisternis het licht niet kan verdragen. De enige goede manier om hiermee om te gaan is je niet mee te laten sleuren in de duale duisternis (innerlijke strijd). Blijf in het nonduale licht (innerlijke vrede). Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Het stiltegebed wordt later op deze webpagina behandeld. Zelfs de duisternis van de duivel zelf zal uiteindelijk worden opgeheven, doordat het licht van Christus elke duisternis tenietdoet.

 

Er bestaan meerdere sferen in het hiernamaals. De hogere sferen worden de hemel genoemd. De lagere sferen worden de hel genoemd. De hemel wordt in het Nieuwe Testament in enkelvoud 161 maal genoemd. De hemelen worden in het Nieuwe Testament in meervoud 92 maal genoemd. De hel wordt in het Nieuwe Testament 19 maal genoemd. De hemel heeft drie sferen (verbonden met de drie-éénheid: Vader, Zoon en Heilige Geest). De hel heeft drie sferen (verbonden met de drie-poligheid: Satan, mammon en demoon). Satan (de duivel) wordt gevoed door de afgod van hebzucht (mammon) die demonisch maakt. In het Nieuwe Testament maakt Jezus duidelijk dat je niet God kunt dienen én de mammon. Mattheüs (6:24) Lucas (16:13) De hemel en de hel zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie uit de hel. De hel is duaal, maar de hemel is nonduaal. Nondualiteit kent geen tegenstelling. De hogere sferen zijn vol licht, liefde en rust. De lagere sferen zijn vol duisternis, angst en onrust. Waar licht is kan geen duisternis zijn, waar liefde is geen angst en waar rust is geen onrust. Niet de daden die je tijdens dit leven hebt verricht bepalen de sfeer waarin je terecht komt. De intentie van waaruit je dit leven hebt geleefd bepaald de sfeer waarin je terecht komt. Leefde je vanuit een kwade intentie dan kom je in een lagere sfeer terecht. Leefde je vanuit een liefdevolle intentie dan kom je in een hogere sfeer terecht. Als iemand vanuit zijn/haar eigen gekwetst zijn anderen heeft gekwetst, maar dat vanuit het hart nooit slecht bedoeld heeft, dan komt diegene toch in een hogere sfeer. Als iemand voor het oog van anderen goed heeft gedaan, maar dat alleen maar deed om zijn/haar eigen ego te verrijken, dan komt diegene toch in een lagere sfeer. In de hogere sferen ben je vrij van het stoffelijke. Vanuit de lagere sferen zal je weer vast komen te zitten in het stoffelijke, om je leven in de stoffelijke wereld opnieuw te beginnen, tenzij je aan gene zijde transformeert. De sfeer bepaald of je reïncarneert tot het vegetatieve (onbewuste), sensitieve (onderbewuste) of intellectuele (bewuste) leven in het stoffelijke. Je ziel kan van het plantenrijk naar het dierenrijk tot het mensenrijk gaan, maar je kunt ook van het mensenrijk naar het dierenrijk tot het plantenrijk gaan. Deze cyclus wordt niet alleen bepaald door dit aardse leven, maar ook door het leven in de sferen van het hiernamaals. Het aardse leven is geen straf, maar een mogelijkheid om je te bevrijden uit het stof. De aardse dood is geen einde, maar een afronding van een fase van je zielereis. Dit aardse leven is dus slechts een korte fase tijdens de lange reis van de ziel. Het doel is om deze cyclus te doorbreken, door de innige vereniging met God (die vrij is van ruimte en tijd). In het stoffelijke kan je als mens alsnog de bewuste weg naar bevrijding volgen, welke leidt tot het spirituele (bovenbewuste) leven. Zowel in de hogere als de lagere sferen gaat je groeiproces als ziel vanuit het hogere of lagere bewustzijn gewoon door. Je zit dus nooit vast in een sfeer. Vanuit een kwade intentie kan je van een hogere sfeer naar een lagere sfeer gaan. Vanuit een liefdevolle intentie kan je van een lagere sfeer naar een hogere sfeer gaan. Tevens kan je in een hogere sfeer door een liefdevolle intentie in een nog hogere sfeer terecht komen en in een lagere sfeer door een kwade intentie in een nog lagere sfeer. Dit is geen oordeel van God. God beoordeelt niet en veroordeelt niet. Je bepaald helemaal zelf of je in de hemel of de hel terecht komt. De hel is geen straf waarin je boete moet doen en de hemel is geen beloning waarin je zalig wordt verklaard. De hemel en de hel zijn een gevolg van je eigen intentie. Reïncarnatie is de transformatie van de onvergankelijke zielsenergie (oneindig bewustzijn) die overgaat in een andere trillingsfrequentie, die resoneert vanuit je intentie. Karma is de wet van actie en reactie. Een ieder draagt zijn/haar individuele karma. Alleen de verlichte ontwaakten lossen in stilte het collectieve karma in. De sterkste en puurste zielen dragen het grootste en meeste leed. Karma is duaal. Daarom richt de wijze zich op nondualiteit. Uiteraard komen niet alleen nondualisten in de hemel. De intentie is hierin bepalend, ongeacht je religieuze of niet religieuze achtergrond. Dus ook atheïsten, ietsisten en anderen komen vanuit een liefdevolle intentie in de hemel.

 

In het Nieuwe Testament heeft Jezus het over reïncarnatie. Jezus zei: "Iemand die niet van boven herboren wordt, kan het rijk Gods niet zien. Iemand die niet geboren wordt uit water en geest, kan het rijk Gods niet binnengaan. Wat uit het lichamelijke geboren wordt is lichamelijk en wat uit de geest geboren wordt is geestelijk. Gij moet van boven herboren worden. De wind waait waarheen hij wil; gij hoort zijn stem, maar weet niet vanwaar hij komt en waarheen hij gaat; zo is een ieder die uit de geest geboren is. Er is niemand naar de hemel opgestegen dan die van de hemel is nedergedaald.” Johannes (3:3-13)

 

In het Nieuwe Testament heeft Paulus het over karma. Paulus schreef: "Wat de mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Wie op de akker van zijn verworden lichaam zaait zal uit het lichaam verderf oogsten. Wie op de akker van de geest zaait zal uit de geest eeuwig leven oogsten." Galaten (6:7-9)

 

Het woord 'geest' staat hierin niet voor de denkgeest (verstand/intellect), maar voor het ontwaakte bewustzijn (Heilige Geest).

 

Het nondualisme is de meditatieve weg van doener naar waarnemer. De doener zit vast in de impulsieve cyclus van actie en reactie. De waarnemer is vrij van de impulsieve cyclus van actie en reactie. De doener spreekt en handelt impulsief. De waarnemer spreekt en handelt bewust. De doener zit ergens middenin. De waarnemer voelt ruimte. De doener volgt de ratio. De waarnemer volgt het hart. De doener neemt alles persoonlijk. De waarnemer laat het bij de ander. Bij de doener zit het ikje (ego) er steeds tussen. Bij de waarnemer zit het ikje (ego) niet in de weg. De doener is gespannen. De waarnemer is ontspannen. De doener is duaal. De waarnemer is nonduaal. Dus stop met doen en begin met waarnemen. De waarnemer neemt niet alleen anderen waar. De waarnemer observeert vooral de eigen denkgeest en emoties, zonder te analyseren en zonder zich ermee te identificeren. De denkgeest is vergankelijk. De waarnemer is onvergankelijk. De waarnemer weet dat hij/zij niet de denkgeest is, maar de waarnemer achter de denkgeest. De waarnemer achter de denkgeest is je ware Zijn; het oorspronkelijke bewustzijn (de Godsvonk in jezelf).

 

Iedereen die de inwijdingsweg van het gnostische nondualisme volgt geeft aan dat zij bewuster aan het waarnemen zijn sinds zij de eerste stappen hebben gezet op dit levenspad. Toch is er een valkuil waar veel innerlijke pelgrims instappen. Het gaat hier om de valkuil van de denkgeest. Het gaat op deze inwijdingsweg namelijk niet om het nadenken over, maar om het ervaren van. Zorg dat je niet in de valkuil van de denkgeest (je ego) stapt. De denkgeest kan zich voordoen als de waarnemer achter de denkgeest. Dan neem je nog steeds waar vanuit je denkgeest en niet vanuit je ware Zijn. Dan ben je aan het nadenken over het denken en voelen. De denkgeest analyseert het denken en voelen en vereenzelvigt zich daarmee. Je ware Zijn observeert alleen maar, zonder te analyseren en zonder zich te vereenzelvigen met het denken en voelen. Je ware Zijn is niet te begrijpen en niet te beleven vanuit de denkgeest. Probeer je gedachten en gevoelens niet weg te drukken, want dan voedt je de denkgeest alleen maar. Observeer hoe je denkgeest zich voordoet als de waarnemer achter je denkgeest. Alleen wanneer je denkgeest rustig is kan jij je ware Zijn gaan ervaren. De denkgeest wordt rustig zodra jij je denkgeest met rust laat. Dan zit je denkgeest niet meer in de weg tussen God en de Godsvonk. Deze beleving is te herkennen als totale hemelse gelukzaligheid, zelfs als je hier op aarde diep in de ellende zit, je het vreselijk te verduren hebt en ernstig aan het lijden bent. Het overstijgt al het aardse geluk en ongeluk. Het is de beleving van volledige bevrijding van aardse lasten, doordat je er innerlijk afstand van neemt. Je stapt als het ware uit je eigen drama. Je wordt niet langer meegesleurd door de aardse dualiteit. De aardse lasten verdwijnen er niet door, maar je worstelt er niet meer mee. Alleen in de ruimte die ontstaat door desidentificatie kan je het leven volledig omarmen zoals het hier en nu is, vanuit de volle overgave aan God. Het stiltegebed helpt jou hierbij. 

 

Veel mensen kennen momenten van nondualiteit. Bijvoorbeeld wanneer je naar de sterrenhemel kijkt of een rustige wandeling maakt, waar je helemaal in opgaat en je "ik" naar de achtergrond verdwijnt. Zo zijn er vele nonduale momenten die veel mensen wel hebben ervaren. Meestal wordt dit niet eens herkend, laat staan benoemd, als nondualiteit. Men ervaart 'gewoon' een diepe innerlijke rust. Meditatietraining is een manier om tot blijvende nondualiteit te komen. Een enkeling bereikt spontaan blijvende nondualiteit; het spontane ontwaken uit de illusie van de dualiteit. De meeste mensen worden nondualer naarmate ze ouder worden. Het doel van het nondualisme is om door middel van gebedsmeditatie nondualiteit door te laten sijpelen in heel je Zijn en heel je leven.

 

In nondualiteit kom je tot het innerlijke (intuïtieve) weten (gnosis). Het beperkte rationele denken/de duale denkgeest (nous: νούς) verliest daarmee zijn superioriteit en je komt dan tot een onpersoonlijk en eindeloos bewustzijn (Godsvonk: Theos: Θεός). Het is een proces van desidentificatie van aardse egoverlangens vanuit nederigheid ten opzichte van God. Vanuit de Heilige Geest (het ontwaakte bewustzijn: Agios Pneumatos: Άγιος Πνεύματος) kom je tot de innerlijke Christus (het nonduale bewustzijn: Χριστός). Hierin overstijg je je rationele denken (nous: νούς) en wordt je bewust van je onstoffelijke ziel (psyche: ψυχή), die een uitgebreidheid heeft die onmetelijk groter is dan het aardse lichaam (soma: σώμα), dat bestaat uit het grofstoffelijke (fysieke) en het fijnstoffelijke (astrale) lichaam. De onsterfelijke ziel (psyche: ψυχή) is verbonden met de onstoffelijke bewustzijnsenergie (pneuma: πνεῦμα) die uitstraalt vanuit de emanatie (Christus: Χριστός) van de innerlijke Goddelijke vonk (het oorspronkelijke bewustzijn: Theos: Θεός). Je ware Zijn (Godsvonk) is niet je denkgeest, maar de waarnemer achter je denken die zich niet identificeert met het aardse bestaan. De herbronning met het oorspronkelijke bewustzijn (God) vindt uitsluitend plaats via het nonduale bewustzijn (Christus) in en vanuit de zetel van de Godsvonk; de mystieke ruimte van je spirituele geesteshart (hartcentrum: kardia: καρδιά). Dit is de wedergeboorte in God. De herverbinding met de oneindige alomaanwezige bewustzijnsbron. De mystieke eenwording met God (mystiki enosi: μυστική ένωση).

 

Het verwezenlijken van nondualiteit wordt in het gnostische nondualisme gedaan door middel van het stiltegebed (hesuchia). Dit is een vorm van christelijke gebedsmeditatie. Hesuchia (ἡσυχία) betekent "stilte." Dit wordt ook wel hagia hesuchia (ἅγιος ἡσυχία) genoemd, wat "zalige stilte" betekent. Je kunt hier eventueel een huisaltaartje (tafeltje) voor inrichten, met een beeld van Jezus Christus. Zo kan jij thuis je eigen meditatieplek creëren. Ledig je geest en zuiver je hart in het stiltegebed. Dat is wat Jezus heeft bedoelt met: "Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het koninkrijk der hemelen. Zalig zijn de zuiveren van hart, want zij zullen God zien." De zaligsprekingen (de 8 makarismen) Mattheüs (5:1-12)

 

In het stiltegebed worden één of meerdere zinnen in gedachte herhaald, totdat je de woordeloze innerlijke rust gaat ervaren. Beoefen het stiltegebed dagelijks één of twee keer per dag een kwartier tot een half uur. Je kunt ontspannen gaan zitten voor het stiltegebed. Dat kan in de kleermakerszit (op een kussen op de grond), in de knielzit (zittend op een meditatiebankje), in de koetsiershouding (op een stoel leunend naar voren, met je onderarmen op je bovenbenen) of in de koningshouding (op een stoel rechtop, zonder te overstrekken). Zorg dat je comfortabel zit. Je kunt ook in een leunstoel gaan zitten, met de rug tegen de leuning. Buig je hoofd iets voorover voor een deemoedige houding. Vouw je handen in je schoot of breng je open handen ontspannen samen (met je wijsvingertoppen ter hoogte van je kin). Beide biddende handposities symboliseren de hereniging met God. Kies de positie die voor jou goed voelt. Sluit je ogen. De ademhaling vult heel je lichaam; je onderbuik en je borstkas (schouders blijven laag en ontspannen).

 

Het stiltegebed wordt in gedachte (in stilte) of zachtjes fluisterend herhaald (mirykasmos: μηρυκασμός) op een rustig ritme van de adem (anapnoi: αναπνοή): "Onze Vader (inademing), zuiver mijn hart (uitademing)." Dit niet als een rationeel zinnetje die je intentieloos herhaald, maar vanuit het diepste van je hart, totdat je de woordeloze innerlijke rust gaat ervaren vanuit een intense zielsliefde. Focus je gedurende het stiltegebed altijd en continu gelijktijdig op je geesteshart (je hartcentrum in het midden van je borstkas) en de oneindige kosmos om je heen. Dus op God in jezelf en buiten jezelf als een éénheid. Voel de éénheid in en vanuit je geesteshart. Blijf je focussen op je geesteshart, want dat is het centrum van je ware Zijn; dat is de zetel van de Godsvonk. In het nondualisme werken we niet met verschillende energiecentra en energielagen. Het gaat hier namelijk niet over het vergankelijke fijnstoffelijke energielichaam, maar over de onvergankelijke onstoffelijke levensziel, met Goddelijke vonk. In het nondualisme is er maar één centrum die ertoe doet; de zetel van de Godsvonk, je spirituele geesteshart. Vanuit je geesteshart (de Godsvonk in jezelf) ga je in de ruimte en tijd waarin jij je op dat moment bevindt God buiten jezelf ervaren, die vrij is van ruimte en tijd. Bid vol overgave vanuit je geesteshart. In het Grieks wordt dit threskeia (aanbidding: θρησκεία) genoemd; God liefhebben. Geef je volledig over aan God. Uiteindelijk wordt het een doorlopende stiltemeditatie, een doorlopend stiltegebed.

 

Nondualisten slaan geen kruisje voor en na het bidden en zeggen geen amen (het zij zo) na het bidden, omdat het nondualisme uitgaat van het doorlopende stiltegebed.

 

De meest beoefende vorm van het stiltegebed is het "Jezusgebed" (Isous prosefhi: Ιησούς προσευχή). Deze wordt ook wel het "gebed der ontferming" genoemd. De gebedszin die wordt gebruikt: "Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zo deemoedig als ik ben." De kortere en meest gebruikelijke vorm: "Jezus Christus, ontferm U over mij." Soms wordt "mij" vervangen door hem, haar, ons, hen of allen. Ook dit gebed kan je beoefenen op een rustig ritme van je ademhaling: "Jezus Christus (inademing), ontferm U over mij (uitademing)." Of het volle gebed: "Heer Jezus Christus (inademing), Zoon van God (uitademing), ontferm U over mij (inademing), zo deemoedig als ik ben (uitademing)." Sommige nondualisten gebruiken de volgende gebedszin: "Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij." Hierin wisselt de ademcyclus: "Heer Jezus Christus (inademing), Zoon van God (uitademing), ontferm U over mij (inademing)" en vervolgens "Heer Jezus Christus (uitademing), Zoon van God (inademing), ontferm U over mij (uitademing)." Het is geen vaste voorschrift om te bidden op het ritme van de ademhaling. Als je dat fijner vindt dan herhaal je het gebed in gedachte terwijl je gewoon doorademt of fluisterend zoals je dat zou doen tijdens het praten. We bidden niet alleen tot Christus in en buiten onszelf. We bidden tot Jezus Christus, omdat Jezus voor ons de verpersoonlijking is van Christus en dit de respectvolle verhouding tot Christus voor ons mensen tastbaarder en intenser maakt.

 

Een andere manier om het Jezusgebed te bidden is verbonden met de vruchten van de Heilige Geest (Karpos tou Agios Pneumatos: καρπός του Αγίου Πνεύματος). Galaten (5:22-23) Dit wordt het "gebed der wijsheid" genoemd. Deze vruchten zijn negen eigenschappen: liefdevolheid, gelukzaligheid, vredigheid, kalmheid, vriendelijkheid, goedhartigheid, trouwhartigheid, zachtmoedigheid en gelatenheid. Je zult al biddend steeds dieper de boodschap van Jezus gaan begrijpen en steeds dieper contact krijgen met de Christus in jezelf. Dit gebed is de belangrijkste meditatie en wordt gezien als de kern (essentie) van het nondualisme, omdat dit zowel het stiltegebed als de wijsheid omvat. Ook dit gebed kan met of zonder het ritme van de ademhaling worden beoefend.

 

"Heer Jezus Christus (inademing),

ontferm U over mij (uitademing)

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw liefdevolheid in mij (uitademing)

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw gelukzaligheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw vredigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw kalmheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw vriendelijkheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw goedhartigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw trouwhartigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw zachtmoedigheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

Uw gelatenheid in mij (uitademing)

 

Heer Jezus Christus (inademing),

ontferm U over mij (uitademing)"

 

Je kunt dit gebed ook korter bidden: "Jezus Christus, Uw liefde in mij, Uw zaligheid in mij, Uw vrede in mij, Uw kalmte in mij, Uw genade in mij, Uw goedheid in mij, Uw trouw in mij, Uw mildheid in mij, Uw berusting in mij."

 

Het stiltegebed kan tevens worden gebruikt om te bidden tot de engelen: "Engelen van God, ontferm U over mij." Dit wordt het "gebed der engelen" of "engelengebed" (aggelos prosefhi: άγγελοι προσευχή) genoemd.

 

Je kunt met het stiltegebed ook het "gebed des Heere" - "Onze Vader" (Patera imon: Πατέρα ημών) - bidden. Mattheüs (6:9-13) Lucas (11:2-4) Je zult zien en ervaren dat dit gebed in het nondualisme een geheel andere betekenis en invulling heeft. Het brood (manna) staat voor de dagelijkse spirituele voeding.

 

"Onze Vader, die in de hemelen zijt,

Uw naam worde geheiligd, Uw koninkrijk kome,

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij vergeven onze schuldenaren,

en breng ons niet in beproeving

maar verlos ons van het kwade."

 

Een prachtig gebed is het "gebed om rust" (prosefhi gia xekourasi: προσευχή για ξεκούραση):

 

"God, geef mij de rust om te accepteren wat ik niet kan veranderen,

de moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen

en de wijsheid om het verschil te zien."

 

Door het stiltegebed ontwaak je uit de illusie van de dualiteit. Alleen het nonduale bewustzijn zorgt voor de herbronning met God (het oorspronkelijke bewustzijn). Zodra je gevorderd bent in de meditatieve training van het stiltegebed, door er elke dag bewust voor te gaan zitten, kan je het de hele dag door beoefenen. Bijvoorbeeld tijdens een wandeling. Het in gedachte (in stilte) herhalen van de gebedszin haalt je uit de maalstroom van je denkgeest. Het korte stiltegebed (Onze Vader, zuiver mijn hart) en het korte Jezusgebed (Jezus Christus, ontferm U over mij) zijn daar het meest geschikt voor. Uiteindelijk wordt het een woordeloos continuerend stiltegebed. Het stiltegebed zorgt voor een intense zielsliefde voor God (Onze Vader) en Christus (Jezus Christus) vanuit de Heilige Geest. De heilige drie-éénheid. Deze zielsliefde is uiteindelijk zonder woorden continu aanwezig door je toewijding aan God. Dit wordt "Het gebed des harte" genoemd. Dit woordeloze doorlopende gebed is er altijd. Zelfs tijdens al je dagelijkse bezigheden. Bijvoorbeeld als je met iemand in gesprek bent, je aan het werk bent, je boodschappen aan het doen bent, je aan het koken bent, je aan het eten bent, etcetera. Het plaatst je helemaal in het hier en nu, vol overgave aan God. Het schenkt een diepe innerlijke vrede. Het tovert een glimlach op je gezicht en laat je stralen. Het verstillen van het denken vanuit je hart (eventueel met behulp van je ademritme) is slechts een middel. Het doel is om continu je hart te richten op God.

 

"Bidt zonder ophouden." 1 Tessalonicenzen (5:17)

 

Belangrijk voor je spirituele ontwikkeling binnen het nondualisme is de heilige schriftlezing, "theia anagnosis" (θεία ανάγνωση), van het Nieuwe Testament. Beoefen de heilige meditatieve schriftlezing minimaal wekelijks een uur tot anderhalf uur. Het is hierin raadzaam om het Nieuwe Testament als een opzichzelfstaand boek (los van het Oude Testament) aan te schaffen. Er kan in de heilige geschriften geen onderscheid worden gemaakt tussen wel of geen gnostische geschriften. Gnostisch is namelijk de wijze waarop je de geschriften leest, waardoor de diepere betekenis naar boven komt. Er kan tevens geen onderscheid worden gemaakt tussen wel of geen nondualistische geschriften. Nondualistisch is namelijk de wijze waarop je de geschriften leest, waardoor de diepere eenheid naar boven komt. De heilige schriftlezing zorgt ervoor dat de tekst niet slechts gelezen wordt ter kennisgeving. Het zorgt ervoor dat je volledig wordt vervult met het Christusbewustzijn die doorklinkt in de tekst. Het Christusbewustzijn vervult de beschouwing van het geschrift. De heilige schriftlezing bestaat binnen het nondualisme uit zes fases: lezen (anagnosis: ανάγνωση), bespiegelen (meletao: μελετάω), bidden (prosefhi: προσευχή), beschouwen (theoria: θεωρία), handelen (prattoo: πράξη) en éénworden (enosi: ένωση). De heilige schriftlezing wordt voorafgegaan door het stiltegebed (hesuchia: ἡσυχία) en afgesloten met het stiltegebed.

 

Lezen: Lees de tekst langzaam en nauwkeurig. Doe dit in stilte of zachtjes fluisterend voor jezelf. Analyseer de tekst niet, maar beleef de tekst. Stel je tijdens het lezen voor dat je in het verhaal zit. Zie wat er in het verhaal gebeurd en wat er in de setting van het verhaal plaatsvindt en gedaan wordt. Stel je voor dat je daadwerkelijk hoort wat er gezegd wordt en proef de sfeer van hetgeen omschreven wordt. Zo gaat het verhaal leven alsof je erbij bent.

 

Bespiegelen: Nu bespiegel je de tekst. Kijk welke kernbeelden en/of kernwoorden er voor jou uitspringen en ervaar wat dit met je doet. Je neemt waar hoe dit bij jou binnenkomt en je wordt je bewust van hetgeen deze kern jou te vertellen heeft.

 

Bidden: Vervolgens wordt je leeservaring een vorm van gebed. Je stelt je open voor hoe het heilige schrift jou aanspreekt, voorbij hetgeen waar je zelf aan dacht. Laat in die ruimte je innerlijke Christus tot je gevoel spreken en wees stil. Laat het op je inwerken en luister naar je innerlijke weten. Kies een kernbeeld of kernwoord die je net als in het stiltegebed bidt. Als het om een woord gaat, herhaal deze dan in stilte of zachtjes fluisterend op de uitademing. Als het om een beeld gaat, blijf daar dan naar kijken terwijl je rustig je ademhaling volgt.

 

Beschouwen: Nu is het moment dat je voorbij je eigen rationele grenzen en voorbij je eigen beperkte denken wordt meegenomen. Het gebed gaat hier woordeloos over in verstilling. Kijk en voel wat de heilige schriftlezing met je heeft gedaan. Voel de diepe eenheid van het Christusbewustzijn in je geesteshart. Het Christusbewustzijn verlicht heel je wezen.

 

Handelen: Neem hetgeen je ervaren hebt en hetgeen je in bent gaan zien tijdens de heilige schriftlezing mee in je dagelijks leven. Je zult gaan merken dat de heilige schriftlezing heel je denken, voelen en handelen transformeert en dat van daaruit het hele leven een gewijde beleving kan zijn.

 

Eénworden: In deze fase ben je één geworden met het inzicht van het heilige schrift, voorbij je rationele verstand. Dit wordt de "wijsheid van het hart" (wijsheid des harte) genoemd. Het is je spirituele geesteshart die je volgt, die liefdevol is aangeraakt door middel van het heilige schrift.

 

Als je het Nieuwe Testament leest vanuit de visie van het gnostische nondualisme (zoals beschreven op deze webpagina), dan lees je het met andere ogen en wordt de ware betekenis duidelijk. De "openbaring van Johannes" is hier een goed voorbeeld van. De openbaring van Johannes is de prachtige symboliek, die van alle tijden is, over het opgaan van de duale duisternis (innerlijke strijd) in het nonduale licht (innerlijke vrede).

 

Naast het Jezusgebed en het heilige schrift kan Jezus een rol in je leven spelen door wat in het nondualisme de "Jezusvraag" (Isous zito: Ιησούς ζητώ) wordt genoemd. Je kunt jezelf afvragen: "Wat zou Jezus doen als Hij in mijn schoenen stond?" En: "Wat zou Hij zeggen als het mij niet lukt om het te doen zoals Hij dat zou doen? Het zal je leven en daarmee het leven van anderen veranderen. Je zult anders tegen het leven aankijken en anders in het leven staan. Tevens zul je merken dat je zonder innerlijke strijd omgaat met tegenslagen, zoals ziek zijn, verlies en rouw, etcetera. Dus stel jezelf elke keer dezelfde eenvoudige vraag: "Wat zou Jezus doen als Hij in mijn schoenen stond?"

 

In het nondualisme werken we met het intuïtieve waarnemen (manteia: μαντεία). Iedereen gebruikt (bewust of onbewust) zijn/haar intuïtie. Iedereen heeft bijvoorbeeld wel eens ergens een goed of een slecht voorgevoel over. Iedereen heeft wel eens dat je de sfeer proeft in een ruimte waar je binnen stapt, waardoor je weet wat er gaande is met de mensen in die ruimte. Iedereen heeft wel eens dat je iets voorziet of ineens iets weet. Iedereen krijgt een indruk van iemand door diens uitstraling. Zo zijn er vele voorbeelden te geven over het gebruik van de intuïtie. In het nondualisme wordt dit "het spontane weten" genoemd. Iedereen heeft intuïtiviteit. Intuïtiviteit is net als muzikaliteit; de één heeft er meer aanleg voor dan de ander, maar iedereen kan het verder ontwikkelen. Het enige wat je hoeft te doen om je intuïtie te trainen is het beoefenen van het stiltegebed (de stiltemeditatie), waardoor er ruimte in je komt voor spirituele indrukken. Zodra je tot het ontwaakte bewustzijn komt wordt je intuïtie sterker en komen je intuïtieve waarnemingen duidelijker naar voren. De intuïtie manifesteert zich meestal als helder weten, zien en voelen. Naarmate je vaker naar je intuïtie luistert zullen je vaardigheden hierin toenemen. Zodra je gaat merken dat je intuïtieve vaardigheden gaan toenemen durf je ook meer op je intuïtie te vertrouwen. Dit verrijkt je eigen spirituele leven enorm. Je kunt er tevens anderen mee helpen. Mensen zullen je steeds vaker gaan raadplegen. Als iemand jouw advies nodig heeft dan komt degene vanzelf naar jou toe. Als helderziende ben je geen allesziende, maar je kunt mensen wel inzicht geven in hun onbewuste beweegredenen en hen bewust maken van hun keuzemogelijkheden. Hierdoor kunnen zij "zelf" bewuster omgaan met relaties, liefde, romantiek, studie, werk, talent, passie, verlangens, spiritualiteit, etcetera. Je bent hierin een intuïtieve gesprekspartner en niet iemand die wel even zal vertellen hoe het zit en hoe het moet. Een hartverwarmend gesprek met een luisterend oor doet meer goed dan dat je iemand overstelpt met inzichten en adviezen. Treedt nooit naar buiten als helderziende (paragnost). Zo voorkom je prestatiedruk voor jezelf door de verwachting van iemand anders (waardoor je intuïtie blokkeert) en zo houdt je het toegankelijk voor de ander. Paranormaal is heel normaal, dus geef geen onnodige lading aan je spirituele talent door jezelf paranormaal begaafd te noemen. Je bent namelijk niet uitzonderlijk, want iedereen is in meer of mindere mate intuïtief. Geef liever aan dat je gewoon een sterke intuïtie hebt, waardoor je soms intuïtief iets weet, ziet of voelt. Dit is hetzelfde, maar komt toch anders over. Je intuïtie kan niet continu op scherp staan en je kunt (gelukkig) niet alles over de ander weten. Anders zou je de hele dagen overspoelt worden door intuïtieve indrukken en zou je continu dingen over anderen te weten komen die je wellicht helemaal niet wilt weten, waardoor je niet meer normaal zou kunnen functioneren. De beperking hierin dient als een bescherming voor jezelf. Dus ken je mogelijkheden, maar ook je beperkingen. Intuïtieve waarnemingen behoren geen medische of therapeutische doeleinden te dienen. Ga als nondualist nooit op de stoel van een arts of therapeut zitten.

 

Pas op voor de valkuil van cold reading. In cold reading worden er (bewust of onbewust) uitspraken gedaan die voor iedereen kunnen gelden en wordt er op een dusdanige manier ingespeeld op de reactie van de ander alsof de reader al wist wat de ander zelf vertelt. Iemand die wanhopig op zoek is naar antwoorden en inzichten denkt al snel dat dit op hem/haar betrekking heeft en wilt onbewust ook graag dat dit over hem/haar gaat. Vaak ook vanuit het diepste verlangen naar een bevestiging dat er meer is tussen hemel en aarde. De zoekende kan beter een spirituele inwijdingsweg volgen, zodat hij/zij werkelijk "zelf" zal ervaren dat er meer is tussen hemel en aarde. Zo lijken uitspraken heel persoonlijk te zijn, terwijl ze dit in werkelijkheid helemaal niet zijn. Een cold reader gebruikt scripts. Dit zijn voorgeschreven teksten die hij/zij uit het hoofd leert en steeds in andere woorden en variaties gebruikt om de ander ervan te overtuigen dat hij/zij een betrouwbare paragnost/medium is. De ene cold reader doet dit uit zijn/haar hoofd, de andere cold reader gebruikt een orakel als hulpmiddel. Zo gebruikt een handlezer (bewust of onbewust) hetgeen hij/zij geleerd heeft over de tekens in de handen als zijn/haar script. Ditzelfde geldt voor astrologen, numerologen, kaartleggers, auralezers en dergelijken. Veel cold readers gebruiken tevens phishing. Dit is willekeurig een uitspraak doen (bijvoorbeeld een veel voorkomende naam of iets met een sieraad) die bij veel mensen op de één of andere manier kan kloppen. Een cold reader is ook goed in het verdraaien van een uitspraak als deze niet klopt, door te zeggen dat degene er nog maar eens goed over na moet denken of te verwijzen naar de toekomst. Cold reading is dus iets anders dan intuïtieve waarneming.

 

In het nondualisme werken we met "droommeditatie" (oneira: όνειρα). Dit wordt ook wel de "innerlijke droomreis" genoemd. Bewust dromen wordt in het Nieuwe Testament 7 maal genoemd. We slapen ongeveer een derde van ons leven. We dromen vier tot vijf keer per nacht. De droomtijd varieert van een aantal minuten tot een uur per droom. Er zijn drie soorten dromen: verwerkende dromen, symbolische dromen en spirituele dromen. Door de bewustwording op je inwijdingsweg ga je bewust dromen. Dit gebeurt zodra je het ontwaakte bewustzijn hebt bereikt. Je gaat de betekenis van dromen begrijpen en je kunt invloed hebben op het verloop van dromen. Tijdens dromen kan je de dingen van de dag en uit het verleden verwerken, symbolische boodschappen krijgen, uitstapjes maken in de spirituele wereld door uittredingen en je spirituele gids (beschermengel) of een overleden dierbare ontmoeten. Het kan je veel inzicht geven en prachtige ervaringen opleveren. Probeer niets af te dwingen tijdens de droommeditatie. Laat het allemaal spontaan gebeuren. Wat komt dat komt en wat niet komt dat komt niet. Ga op je rug liggen, sluit je ogen en ontspan. Leg je handen op je onderbuik om de rustige deining van je ademhaling te volgen. Dein maar mee op het rustige ritme van je adem. Loop met je aandacht je hele lichaam langs. Ontspan je lichaam van je tenen tot je kruin. Laat met elke uitademing meer spanning los. Doe niet je best om te ontspannen, want dat is een activiteit (inspanning) waardoor je juist niet diep kunt ontspannen. Geef je volledig over aan het moment, zodat de spanningen als vanzelf van je afglijden. Voel je lichaam lichter worden. Laat jezelf wegglijden in een steeds diepere ontspanning, om heerlijk weg te doezelen in een sluimertoestand. Richt je aandacht op het uitdijen van gewaarzijn. Voel hoe je losser in je lichaam komt te zitten. Herhaal de gebedszin totdat je in slaap valt: "Jezus Christus (inademing), laat mij dromen (uitademing)." Als je wakker wordt uit een droom, terwijl je naar je eigen gevoel en inzicht nog niet klaar was met die droom, dan bid je: "Jezus Christus, breng mij terug." Voor inzicht in de betekenis van de droom bid je na het ontwaken: "Jezus Christus, schenk mij inzicht." Stel jezelf open om het inzicht te ontvangen. Mocht je een nare droomreis krijgen, bid dan het Jezusgebed: "Jezus Christus, ontferm U over mij." Er bestaan geen standaard betekenissen van dromen. Een ieder heeft een andere associatie en daarmee een andere interpretatie. Daarom is een open visie belangrijk. Als je aan droomduiding doet voor een ander, volg dan je intuïtie. Intuïtieve droomduiding geeft inzicht in de persoonlijke betekenis die de droom heeft voor de dromer. Bij het opstaan bid je kort: "Jezus Christus, zegen deze dag. " Of als je het moeilijk hebt: "Jezus Christus, help mij deze dag door."

 

Er wordt in het nondualisme contact gemaakt met je persoonlijke beschermengel (fylaka: φυλακα). Dit zogeheten "gidswerk" zorgt ervoor dat je kunt communiceren met je beschermengel. Je beschermengel is je spirituele gids. Je beschermengel is je ultieme soulmate. Een beschermengel is een oude ziel die bevrijd is uit de cyclus van het stoffelijke en ervoor gekozen heeft om jouw beschermengel te zijn. Je beschermengel ken je uit meerdere vorige levens. Een beschermengel is zelf meerdere malen mens geweest en heeft ook altijd een mensgestalte in het licht. Een beschermengel is met je geestesoog (derde oog) waar te nemen als een lichtgestalte en meestal ook in het uiterlijk dat voor jou herkenbaar en vertrouwd is vanuit een vorig leven. Begin het gidswerk altijd met een kort stiltegebed (ongeveer 5 minuten). Ga gemakkelijk zitten of liggen en sluit je ogen. Voel de rustige deining van je ademhaling. Dein maar mee op het rustige ritme van je adem. Loop met je aandacht je hele lichaam langs. Ontspan je lichaam van je tenen tot je kruin. Laat met elke uitademing meer spanning los. Doe niet je best om te ontspannen, want dat is een activiteit (inspanning) waardoor je juist niet diep kunt ontspannen. Geef je volledig over aan het moment, zodat de spanningen als vanzelf van je afglijden. Voel je lichaam lichter worden. Laat jezelf wegglijden in een steeds diepere ontspanning, om heerlijk weg te doezelen in een sluimertoestand. Richt je aandacht op het uitdijen van gewaarzijn. Voel hoe je losser in je lichaam komt te zitten. Vraag in gedachte aan je beschermengel om zich aan jou te tonen. Kijk met je geestesoog naar zijn/haar gestalte en hoe hij/zij zich steeds duidelijker zichtbaar maakt. Dit kan naast je zijn, voor je, aan het voeteneind of zwevend boven jou. Je engel geeft jou een aangenaam warm en tintelend gevoel. Blijf je focussen op het glanzen en schitteren van je engel vol licht. Zie met je innerlijke gewaarzijn de details van zijn/haar gestalte en gelaat. Zodra jij het contact met je engel duidelijk voelt en hem/haar goed ziet kan je in gedachte naar zijn/haar naam vragen. Stel je open om de naam te ontvangen. Naarmate je deze oefening vaker doet zal het contact met je engel sterker en intenser worden. Je engel houdt onvoorwaardelijk, oneindig en zielsveel van jou en is er altijd voor jou wanneer je hem/haar nodig hebt of wanneer jij bewust contact zoekt. Zo kan de hechte liefdevolle band met je engel bewust beleeft worden. Je kunt je engel ook uitnodigen om in je nachtelijke dromen te verschijnen. Zorg ervoor dat je niet de hele dagen door met je engel bezig bent. Leef gewoon je dagelijks leven in het hier en nu. Maar weet dat je altijd beschermd wordt door je engel. Zie het gidswerk als een prachtige mogelijkheid om je veilig en geborgen te voelen in de armen van je engel. Je engel kan jou knuffelen en troosten. Als je meer ervaring hebt in het gidswerk kan je zelfs in gedachte gesprekken voeren met je engel en boodschappen van hem/haar channelen. Als je een boodschap van je engel doorkrijgt voor iemand anders, treedt dan niet naar voren als medium, maar geef het door vanuit jezelf (zonder te praten over je engel) om het toegankelijk te houden voor de ander. Doe een gidswerkoefening een kwartier tot een half uur en nooit langer dan een uur. Je zult merken dat je op een gegeven moment de oefening niet meer nodig hebt om contact met je engel te hebben en te onderhouden, maar dat het toch heel fijn is om te blijven doen, zodat je er echt even de tijd voor neemt (zonder storende factoren). Sluit het gidswerk altijd af met een kort stiltegebed (ongeveer 5 minuten). De beschermengel van Peter van Hooij is Anchil. In het Grieks betekent haar naam "schittering."

 

Er zijn in het nondualisme geen dogma's (opgelegde leefregels). De intentie is bepalend. Doe je iets vanuit een goedbedoelde intentie, dan is het goed. Doe je iets vanuit een slechtbedoelde intentie, dan is het slecht. Wat op jou overkomt als goed hoeft niet per definitie vanuit een goede intentie voort te komen. Wat op jou overkomt als slecht hoeft niet per definitie vanuit een slechte intentie voort te komen. Goed en slecht zijn geen tegengestelden van elkaar. Deze tegenstelling is een illusie van het slechte. Het slechte is duaal (veroordeling, afkeer en strijd), maar het goede is nonduaal (acceptatie, genegenheid en vrede). Nondualiteit kent geen tegenstelling. Waar acceptatie is kan geen veroordeling zijn, waar genegenheid is geen afkeer en waar vrede is geen strijd. Het is duaal om jezelf moreel superieur te voelen en jezelf moreel superieur te verklaren boven een ander, alleen maar omdat de ander anders denkt en doet dan jou welgevallig is. Wij volgen de nonduale weg. In het nondualisme zijn er wel een aantal richtlijnen die je als leidraad kunt gebruiken.

 

Je bent niet in het verleden en je bent niet in de toekomst, dus leef volledig in het hier en nu. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen.

 

Laat het verleden rusten in Gods handen. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Koester alle mooie momenten.

 

Vertederende ontroering verwarmt je hart. Humor en lachen verheffen je ziel. Ga lichtvoetig door het leven. Je bent slechts een esoterische pelgrim op doorreis door dit leven. Wees ootmoedig en verwonder je elke dag weer opnieuw.

 

Bewonder de aardse natuur en geniet van haar schoonheid, want ook al is zij niet door God geschapen, het is wel een prachtig kunstwerk. Als je de Godsbezieling ziet en voelt die ook aanwezig is in de aardse natuur, dan brengt het je dichter bij je eigen engelennatuur.

 

Je bent niet het aardse stoffelijke lichaam en je bent niet de aardse denkgeest. De nondualist gebruikt het stoffelijke lichaam en de denkgeest als een instrument, zonder zich ermee te identificeren.

 

Gezondheid is vergankelijk. Hoe gezond je ook leeft. Het halsstarrig in stand proberen te houden van vergankelijkheid is een strijd die je uiteindelijk altijd gaat verliezen (dualiteit). Onvergankelijk is het spiritueel overstijgen van ziekte en gezondheid (nondualiteit). Zorg goed voor je vergankelijke lichaam en geest, maar weet dat het welzijn van je onvergankelijke ziel uiteindelijk het enige is wat telt.

 

Alternatieve geneeskunde en hulpverlening bestaan niet. Er is namelijk geen alternatief voor de reguliere geneeskunde en hulpverlening (lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg). Wij spreken niet over een alternatief, maar over complementaire (aanvullende) therapieën. Wees God dankbaar voor de reguliere en complementaire geneeskunde en hulpverlening, want deze zijn door mensen gevonden en ontwikkeld vanuit Gods barmhartigheid om ons te helpen niet onnodig veel te hoeven lijden tijdens ons verblijf op aarde.

 

Nondualisten zijn door de eeuwen heen tot op de dag van vandaag altijd omnivoren (alleseters) geweest. De meeste nondualisten zijn flexitariër (semi-vegetarisch). Het wordt in het nondualisme bekeken vanuit de natuurlijke orde van het bewustzijn: het vegetatieve (onbewuste), sensitieve (onderbewuste) en intellectuele (bewuste) leven. Het bewuste (menselijke) leven kan het onbewuste (plantaardige) en onderbewuste (dierlijke) leven als voedsel nuttigen. Een nondualist doet dit wel bewust vanuit dankbaarheid naar het dier of de plant toe dat het stoffelijke lichaam heeft verlaten. In meerdere teksten van het Nieuwe Testament staat dat Jezus en Paulus al het eten rein hebben verklaard (ook vlees en vis). Mattheüs (14:17-21) Marcus (7:20) Lucas (22:8-13) Lucas (24:42-43) Handelingen (10:10-16) Romeinen (14:2-4) 1 Korinthiërs (10:23-33)

 

Geniet van genotsmiddelen (cannabis of alcohol), maar zorg dat het ook echt bedoelt blijft om van te genieten en niet om er misbruikelijk emoties mee te verdoven. Als je niet tegen een bepaald genotsmiddel kan, blijf er dan vanaf. Bijvoorbeeld bij een kwade dronk door alcohol. Gebruik geen harddrugs, tenzij het als medicijn of pijnstiller door een arts is voorgeschreven (zoals morfine).

 

Seksualiteit is als vuur; Je kunt ermee verwarmen en je kunt ermee verschroeien. Verkies gelatenheid boven de aardse liefde tijdens de ontdekkingsreis van je ziel, dan zal de hemelse liefde jou begenadigen. Sommige nondualisten kiezen ervoor om (tijdelijk) celibatair door het leven te gaan, om zich met onverdeelde aandacht en zonder afleiding toe te wijden aan God. Mattheüs (19:12) 1 Korinthiërs (7:8) 1 Korinthiërs (7:27-34) 1 Korinthiërs (7:37-38) Als een nondualist daarvoor kiest, dan kan diegene de intieme gevoelens accepteren en observeren zolang deze gevoelens zich voordoen, zonder deze verder te voeden en zonder er verder iets mee te hoeven doen. Vanuit de nonduale hemelse bewustzijnsenergie verliest de duale aardse levensenergie vanzelf de lading. Het stiltegebed helpt daarbij. Als je alleengaand bent is het celibaat geen vereiste. Het gaat om de reinheid van het hart, die toegewijd is aan God. Als twee mensen een relatie hebben in liefde, dan zijn zij als vanzelf gezegend door God. Monogamie is hierin een bewuste keuze die zorgt voor de nodige rust en emotionele veiligheid, waardoor een relatie ten volle kan groeien en bloeien, zonder dat dit de toewijding aan God in de weg staat. Je hoeft niet plechtig te huwen voor een instantie. In het Nieuwe Testament wordt het huwelijk aangeduid met het Griekse woord gameo (γαμεο), wat "trouwen" betekent. Trouwen wijst op het trouw zijn aan elkaar (elkaar kunnen vertrouwen). Als je niet meer gelukkig bent in een relatie, dan mag je vanuit liefde loslaten en verder gaan. Zorg dat je in je leven de vrije ruimte hebt voor meditatie en contemplatie, ongeacht of je partner hier wel of niet in meegaat.

 

Veel mensen kiezen ervoor om vanuit hun gretigheid hun agenda zo vol te proppen dat ze altijd gehaast zijn. Door hun gehaastheid raken ze gestrest. Door de stress worden ze chagrijnig. Doordat ze chagrijnig zijn doen ze naar tegen hun medemensen. Hierdoor worden hun medemensen ook gespannen en chagrijnig en doen van daaruit ook naar tegen hun medemensen. Heb mededogen met deze mensen, want het is vreselijk voor hen dat zij hun eigen gespannenheid of zelfs overspannenheid onbewust zelf veroorzaken en in stand houden. Zo doorbreek je de cyclus van stress. Een eenvoudige en praktische manier om te onthaasten is vertragen. Simpelweg iets langzamer praten, ademen en bewegen. Je zult merken dat je dan van binnen ook rustiger bent.

 

Sommige mensen prijzen zichzelf met de woorden: "Ik heb (of ben) een sterke persoonlijkheid." Alsof dat iets positiefs is. Een sterke persoonlijkheid wijst op een opgeblazen ego. Deze mensen worden gedreven door geldingsdrang, zijn overdreven aanwezig en gedragen zich overheersend. Een nondualist heeft geen 'sterke' (duale) persoonlijkheid, maar een 'verfijnde' (nonduale) persoonlijkheid. Als nondualist verfijn jij je ego dusdanig, dat deze niet leidinggevend is en dus niet bepaalt hoe jij je gedraagt. Hierdoor kan de ziel voluit stralen. Grootsheid is de taal van het ego. Bescheidenheid is de taal van het hart. Dus streef niet naar een 'sterke' persoonlijkheid, maar naar een 'verfijnde' persoonlijkheid. Een sterke persoonlijkheid is een zwakte. Een verfijnde persoonlijkheid is een kracht. Je kwetsbaar op durven stellen is de grootste kracht die jij je kunt verwerven.

 

Als jij vanuit je eigen gekwetst zijn anderen hebt gekwetst, maar dat vanuit het hart nooit slecht bedoeld hebt, dan mag jij jezelf vergeven en de pijncyclus doorbreken. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Als je voor het oog van anderen goed hebt gedaan, maar dat alleen maar deed om je eigen ego te verrijken, dan wordt het tijd voor zelfbezinning . Als je dit van jezelf inziet en voortaan onbaatzuchtig handelt, dan mag jij jezelf vergeven. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen.

 

Als jij in het verleden ervoor gekozen hebt om het slechte pad te bewandelen en daarmee anderen hebt gekwetst, maar jij de keuze hebt gemaakt om uit de duale duisternis te stappen en te leven in het nonduale licht, dan mag jij jezelf vergeven en je verleden achter je laten. Je kunt het verleden niet terugdraaien, maar je kunt het voortaan wel anders doen. Door je eigen emotionele pijn aan God voor te leggen kan je er afstand van nemen, jezelf vergeven en het verleden loslaten. Zelfvergeving is niets anders dan jezelf niet langer straffen voor hetgeen je gedaan hebt, zodat dit geen negatieve invloed meer heeft op je eigen leven en het leven van anderen. Dit is een innerlijk proces en is niet afhankelijk van de vergevingsgezindheid van degene die jij hebt gekwetst. Jezelf vergeven is iets anders dan het vergoelijken van je eigen gedrag uit het verleden. Zelfvergeving is het maken van de keuze om je niet langer vast te houden aan je schuldgevoel, zodat deze niet langer aan je knaagt. Dit lukt niet altijd in je eentje, dus doe een beroep op God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen.

 

Elke nondualist gaat uit van een vreedzame verbale en nonverbale communicatie. Dit houdt in dat een nondualist niet beladen reageert op de lading van anderen, omdat dat alleen maar leidt tot een nog grotere lading. Als je ontspannen reageert dan neutraliseert dat de spanning van de ander. Laat je niet meesleuren in iemands destructieve dualiteit (innerlijke strijd). Blijf in de compassievolle nondualiteit (innerlijke vrede). Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Neem waar zonder oordeel. Stel je mild op naar jezelf en de ander. Luister aandachtig. Communiceer vanuit een liefdevolle vriendelijkheid. Blijf met je aandacht bedaard bij jezelf, zonder verzet jegens de ander. Spreek je woorden weloverwogen of zwijg. Zorg ervoor dat je vanuit empathie en compassie als waarnemer aanwezig bent, zodat je niet alles persoonlijk opvat. Zorg dat je vrij bent van de impulsieve cyclus van actie en reactie. Je hoeft niet altijd of meteen te reageren. En als je reageert, doe dat dan rustig en weloverwogen. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Probeer nooit je gelijk te halen of de ander ergens van te overtuigen, want opgelegd inzicht is geen waarlijk inzicht. Tolerantie, empathie en mededogen zijn de sleutels tot vrede en harmonie. Lief zijn en lief doen, dat zijn twee verschillende dingen. Uit "lief zijn" komt liefdevol handelen voort. "Lief doen" komt niet altijd voort uit een liefdevolle intentie. Liefde en haat liggen helemaal niet dicht bij elkaar. Als je vanuit liefde leeft dan bestaat haat helemaal niet. Er is één ding belangrijker dan de ellende die jij hebt meegemaakt en de ellende die jou is aangedaan en dat is hoe jij daarmee omgaat. Daar is maar één iemand verantwoordelijk voor en dat ben jijzelf. Maar je hoeft het niet alleen te doen, want je wordt gesteund door je beschermengel, je wordt geleid door Jezus en je wordt gedragen door God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Als iemand jou heeft gekwetst, accepteer dan je gevoelens en leg het voor aan God. Verdringen helpt niet. Door de emotionele pijn aan God voor te leggen kan je er afstand van nemen, vergeven en loslaten. Vergeving is niets anders dan verdriet en boosheid loslaten, zodat deze geen negatieve invloed hebben op je leven. Dit is een innerlijk proces en is niet afhankelijk van degene die jou heeft gekwetst. Vergeven is iets anders dan het vergoelijken van iemands gedrag om die ander gemoedsrust te geven. Vergeven is het zorgen voor je eigen gemoedsrust. Vergeving is het maken van de keuze om je niet langer vast te houden aan de innerlijke strijd die voortkomt uit de duale duisternis van iemand anders, zodat je ten volle kunt leven in innerlijke vrede die voortkomt uit het nonduale licht. Vergeven doe je voor jezelf, zodat er geen gevoelens aan jou knagen. Dit lukt niet altijd in je eentje, dus doe een beroep op God. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Als iemand akelig tegen jou doet, verlies jezelf dan niet in die ander en de situatie en blijf met je aandacht volledig bij jezelf. Zie de ander als een gekwetst kind, want dat is hij/zij diep van binnen. Niet door op hem/haar neer te kijken, maar door naar hem/haar te kijken als een ouder naar een kind. Je zult merken dat je dan geen boosheid voelt, maar mededogen. Hierdoor heeft hij/zij geen negatieve invloed op jou. Let op: de mate waarin jij de lading van een ander oppakt is direct verbonden met je eigen gemoedstoestand op dat moment, dus bewaar je innerlijke rust. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Als iemand jou beledigd omwille van je religie, denk dan aan de woorden van Jezus: "Zalig bent u, wanneer men u smaadt en vervolgt en de zwaarste beschuldigingen en leugens over u verspreidt terwille van mij. Verblijd en verheug u, want uw beloning is groot in de hemelen, want zo hebben ze ook de profeten vervolgd die er voor u geweest zijn." Mattheüs (5:11-12) Blijf altijd rustig, vriendelijk en compassievol. Het stiltegebed zal jou hierbij helpen. Vertoon geen competitief gedrag. Meet jezelf niet met anderen. Bid liever dat je hart rein is jegens anderen. Mensen veranderen. Dat je iemand toen kende betekent niet dat je diegene nu kent. Je kunt beter eerst praten met de ander, voordat je praat over de ander. Degene die verzinsels klakkeloos voor waar aanneemt en zelfs doorverteld alsof het feiten zijn zit net zo fout als degene die de roddels begint. Heb mededogen met de roddelaar, want hij/zij is slachtoffer van zijn/haar eigen frustratie en onvrede over zijn/haar eigen leven. Als jij je constant iets aantrekt van wat anderen van jou vinden, dan ben je nooit echt jezelf. Dus blijf authentiek.

 

Zorg dat je iedereen in hun waarde laat, hoe groot de visies ook verschillen. Je hoeft het niet altijd eens te zijn, maar je hoeft ook niet altijd ongevraagd je mening te geven. Het gaat erom dat je vanuit liefde leeft en anderen behandeld zoals je zelf behandeld wenst te worden. In het nondualisme wordt aangegeven dat iedereen die leeft vanuit een liefdevolle intentie in de hemel komt, ongeacht de religie en ongeacht of iemand religieus is of niet. We komen dus uiteindelijk allemaal in dezelfde hemel. Maar zelfs hier hoeft je niemand van te overtuigen. Tolerantie, empathie en mededogen zijn de sleutels tot vrede en harmonie. Het nondualisme gaat over liefde, vrede en compassie. Dit gaat verder dan leven en laten leven. Dit gaat over "samenleven." Dit lukt alleen als je zelf geen innerlijke strijd meer voert en daarmee dus ook geen strijd kan hebben met iemand anders. Beoefen je meditatie en bewaar je innerlijke rust. En weet dat het niet alleen om de woorden gaat die je weloverwogen uitspreekt, maar vooral om de liefde die jij deelt. Respecteer ten alle tijden andere religies, andere stromingen en andersgezinden. Liefde is de universele wijsheid en waarheid.

 

Het nondualisme leert ons dat niet alleen het grofstoffelijke lichaam, maar ook het fijnstoffelijke lichaam vergankelijk is. Het stoffelijke aardse lichaam bestaat uit het grofstoffelijke lichaam en het fijnstoffelijke lichaam. De ziel is het onstoffelijke lichaam die niet vergankelijk is. Het fijnstoffelijke lichaam sterft samen met het grofstoffelijke lichaam. Het fijnstoffelijke lichaam is namelijk ook stoffelijk. Fijnstoffelijk, maar wel stoffelijk. Het fijnstoffelijke lichaam fungeert als brug tussen het grofstoffelijke lichaam en het onstoffelijke lichaam. Het onstoffelijke lichaam is onsterfelijk, maar het fijnstoffelijke lichaam lost op zodra het dit grofstoffelijke lichaam heeft verlaten na de dood. Zowel euthanasie als orgaandonatie zorgen ervoor dat je niet in een duale strijd heen hoeft te gaan, zodat je in nonduale vredige mildheid leeft en in nonduale vredige mildheid sterft. Wij hebben van God het empathische vermogen gekregen om daarvoor te zorgen.

 

Een kind geen orgaan geven die het nodig heeft is hetzelfde als zeggen dat het kind geen recht heeft om dit aardse leven verder te leven, terwijl dit aardse leven een kans biedt om zich te verenigen met God. Mensen die hun milt moeten laten verwijderen door ziekte hebben nog steeds de fijnstoffelijke energie van de milt. Als een been moet worden geamputeerd om iemands leven te redden, dan heeft dat absoluut geen nadelig gevolg voor het leven na dit leven of volgende incarnaties. Zo is dat ook met alle organen. De fijnstoffelijke energie blijft ook zonder het grofstoffelijke orgaan gewoon bestaan in het fijnstoffelijke energielichaam. Zo ook bij het bij leven afstaan van een nier. Op het moment dat een orgaan in een ander lichaam komt neemt de fijnstoffelijke energie van de ontvanger het over. Deze neemt niet de fijnstoffelijke energie weg van de gever. Wij hebben van God mededogen gekregen om orgaandonatie uit te kunnen voeren. Het is een zegen van God. Wij mogen dankbaar zijn voor Gods genade. Wat is er mooier dan zelfs na je dood nog een leven te kunnen redden? Het weigeren om orgaandonaties te geven of te ontvangen vanuit een misplaatste visie op het welzijn van je ziel in het leven na dit leven is de meest zelfzuchtige daad en daarmee de minst spirituele visie die een mens kan hebben. Iemand laten lijden voor je eigen zieleheil kan hoe dan ook nooit goed zijn. Zelfs niet als het wel een nadelige uitwerking zou hebben op je ziel. Wat het absoluut niet heeft. Integendeel. De ziel neemt de fijnstoffelijke energie van de organen niet mee na de stoffelijke dood. De ziel is dan juist los van het grofstoffelijke en fijnstoffelijke. Dit zelfzuchtige handelen vanuit onnodige angst voor het leven na dit leven heeft wel een minder gunstige invloed op je ziel. Deze (bewuste of onbewuste) angst staat liefde en het vermogen om onbaatzuchtig te handelen in de weg en weerhoudt je ervan om spiritueel verder te kunnen groeien.

 

Wij hebben van God mededogen gekregen om euthanasie uit te kunnen voeren. Het is een zegen van God. Wij mogen dankbaar zijn voor Gods genade. Het is een Gods zegen dat iemand niet langdurig onmenselijk hoeft te lijden in de stoffelijke wereld. Voor de ziel maakt het niet uit hoe het lichaam overlijdt. Als een leven voltooit is, dan is een leven voltooit. Iemand mag helemaal zelf bepalen wanneer dat voor hem/haar zelf is en kan dit zelfs vast laten leggen wanneer dat voor hem/haar zal zijn voor het geval hij/zij wilsonbekwaam mocht worden. Bij kinderen kunnen de ouders dat het beste bepalen. Zij kennen hun kind het beste. Bij ouderen kunnen de kinderen dat het beste bepalen. Zij kennen hun ouder het beste. Als iemand geen kinderen heeft, dan kan een familielid (broer of zus) dat het beste bepalen. Overlijden is als het uittrekken van een grofstoffelijke en fijnstoffelijke jas. Dat geldt bij het voorbereid overlijden (bijvoorbeeld door een ziekte) en bij het plotseling overlijden (bijvoorbeeld door een ongeval). De ziel met Godsvonk kan deze jas niet meer gebruiken. Het is een stoffelijk overschot. Denken dat het laatste onmenselijke lijden in het stoffelijke lichaam daarbij hoort en doorleeft moet worden is hetzelfde als zeggen dat een doodziek mens (hoe jong of hoe oud dan ook) op een gruwelijke manier op het stervensbed moet blijven liggen (Demiurg). Je ziel zal gebaat zijn bij een milde dood. Dat helpt om vredig heen te gaan (Christus). Euthanasie is niet alleen bij lichamelijk lijden, maar ook bij geestelijk lijden (geestesziekte) een mogelijkheid. Het gaat hier om ondraaglijk lijden, zonder uitzicht op verbetering. Jezus heeft ernstig geleden en is op een gruwelijke manier aan zijn aardse einde gekomen. Het is aan ons om er voor te zorgen dat wijzelf en onze medemensen juist niet op een gruwelijke manier aan ons aardse einde komen. Jezus is voor ons een voorbeeld in lijdzaamheid hoe wij ons levenskruis kunnen dragen, maar tevens een voorbeeld dat anderen je niet aan het kruis vast mogen nagelen.

 

Tot zover het onderwijs in het gnostische nondualisme. Lees en herlees de tekst op deze webpagina en laat het na elke keer rustig bezinken en op je inwerken. Gebruik deze webpagina als een spirituele levensgids die je regelmatig doorleest, zodat je steeds meer één wordt en blijft met het gnostische nondualisme. De praktische oefeningen helpen je om te ervaren wat er omschreven wordt. Beoefen dagelijks het stiltegebed. Zo wordt het een nondualistische levenskunst. Dan leef je vanuit een diepe innerlijke rust. Een leven in liefde, vrede en compassie. 

 

Gnostisch nondualist Peter van Hooij

 

Arnhem, 2018

 

Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan de auteur Peter van Hooij (auteurswet 1912)